1. [Di Rupo]

  2. [Vlaanderen onafhankelijk?]

  3. [Vlaams/Waals nationalisten en het Europa der regio's]

  4. [Ijzerbedevaart]

  5. [Dedecker]

  6. [Dynastieën]

  7. [Pamflet]

  8. [Ijzerwake]

  9. [Beschouwingen bij het Europa der regio's]

  10. [De scheiding der geesten?]

  11. [Bedenkingen bij 11 juli]

  12. [Nationalisme onder het mes: bespreking]

  13. [Volksnationalisme als erratum]

  14. [Wat is...]

  15. [Media-aandacht]

  16. [Is Cd&v "passé"?]

  17. [Reactie op een bezoeker]

  18. [De Belgische meerwaarde]

  19. [Tjsilevitsj]

  20. [Zonder commentaar: het 70 punten programma van het Vlaams Blok]

  21. [Sauwens]

  22. [Mythe van noord-zuid transfers]

  23. [De 10 grootste mythes van het Vlaams-nationalisme]

  24. [Mythe van 1302 en de Vlaamse beweging]

  25. [Wat betekent 21 juli?]

  26. [De nieuwe senaatshervorming: een kritische blik]

  27. [Het VB en de N-va: om over te denken]
  28. [Minderhedenverdrag is geen gevaar maar een oplossing]
  29. [De vraag die de Cd&v zich moet stellen]
  30. [Europa is de toekomst]
  31. [Vragen over België]
  32. [De monarchie en het volksnationalisme]

Publicatie

Di Rupo

“Vragen om van nationaliteit te veranderen , is hetzelfde als aan een katholiek vragen om moslim te worden, of omgekeerd”

Dit wist Elio Di Rupo (PS) te vertellen betreffende het alternatief voor vreemdelingenstemrecht.

Het is niet inderdaad gemakkelijk om uw nationaliteit op te geven, maar om met de vergelijking van Di Rupo verder te gaan: wie zijn vormsel wil meemaken, dient tevens ook katholiek te zijn.

Indien iemand zoveel van het land houdt, dat hij zelfs wenst te stemmen, dan moet hij zijn liefde ultiem maken, en het huwelijk aangaan. Wie die dit niet wenst te doen, houdt in de eerste plaats van iemand anders, waar niets mee mis is, maar dan mag men er niet van uitgaan dat men als samenwonende dezelfde voordelen als gehuwden krijgt.

Verder is de discussie discriminerend. De mensen die de Belgische nationaliteit bezitten, zijn verplicht te stemmen, in tegenstelling tot hen die éénder welke andere nationaliteit hebben, zij krijgen de keuze.

 

[Ga terug]

Publicatie

Vlaanderen onafhankelijk?

Vlaanderen onafhankelijk? Er zouden door een splitsing meer praktische problemen gecreëerd worden dan dat er opgelost zouden raken.

Een aantal politici en partijen hangen een fel doorgedreven confederalisering van België aan, of gewoon Vlaamse onafhankelijkheid. Maar als die "Republiek Vlaanderen" bewaarheid wordt, zullen dan automatisch de problemen waarover in dit deel van het forum wordt gediscussieerd, opgelost geraken?

Het vaak aangehaalde Nederlandstalige schooltje in Komen krijgt geen geld van de Waalse overheid, hoewel dat wel zou moeten. Maar zou het Koninkrijk Wallonië gewilliger zijn om voor die "buitenlandse school" te betalen, als het onafhankelijk zou zijn? Integendeel, zij zou die school maar al te snel opdoeken. Of de Republiek Vlaanderen moest gaan betalen, natuurlijk. Maar dan betalen de Vlamingen nog maar eens meer belastingen.

De Republiek Vlaanderen kan op haar beurt natuurlijk de Franstalige scholen op haar gebied sluiten. Wat zal neerkomen op een toevloed van Franstaligen in het Nederlandstalig onderwijs. Die kinderen die in Vlaanderen wonen moeten toch ook ergens in hun buurt naar school? Maar diezelfde toevloed is nu al niet te stelpen. De enige mogelijkheden die Vlaanderen dan zou hebben is scholen bijbouwen.

De eentaligheid in Brusselse ziekenhuizen is uiteraard vreselijk. Het personeel van een nooddienst, dat niet in staat is om mensen in nood in hun eigen taal te helpen! Wat zal een Republiek Vlaanderen daaraan verbeteren? Het personeel moet fatsoenlijk tweetalig zijn (bij eentaligheid langs de andere kant draai je het probleem gewoon om, en oog om oog kan toch niet te bedoeling zijn zeker?), en gezien fatsoenlijk tweetaligen veelal uit Vlaanderen komen, zal er meer Vlaams personeel gevraagd zijn.

Maar daar wringt het schoentje: Vlaams verplegend personeel is een uiterst schaars goed. En we kunnen voor Noord-Vlaanderen niet aftappen vanuit de Nederlandse arbeidsmarkt en doorschuiven, want daar is de situatie nog schrijnender (getuige de vele Vlaamse dokters die voor de zekerheid van een goed draaiende praktijk naar Nederland uitwijken).

Andere mogelijkheid is echter: het onderwijs in Wallonië zo aanpassen dat er ook een grote pot Waals tweetalig talent ontstaat. Maar dat is nu net wat een Republiek Vlaanderen niet zal kunnen doen: zich mengen met het onderwijsbeleid van het onafhankelijke Koninkrijk Wallonië. Het tegendeel zal eerder gebeuren: een Wallonië dat meer op zichzelf staat, zal nog minder de noodzaak van tweetaligheid in het onderwijs inzien.

Brussel is nu officieel tweetalig, hoewel daar officieus nog werk aan is (het probleem hoort in dezelfde categorie als het vorige thuis). Het is een eigen gewest, en voor gemeenschapszaken wordt het bestuurd door een comissie met daarin afgevaardigden van de Vlaamse en Waalse gemeenschap. Welke plaats krijgt Brussel: een enclave van het Koninkrijk Wallonië in Vlaanderen (want het is overwegend Franstalig) of een deel van de Republiek Vlaanderen, waar dan een plaatselijke Franstalige meerderheid zal zijn? Dat laatste kan alleen maar voor problemen zorgen. Want in de Republiek Vlaanderen wonen vrij veel Franstaligen, en zal er een effectieve minderheid van zijn op nationaal vlak, die echter niet te onderschatten zal zijn. De problematiek met Franstaligen in de Republiek Vlaanderen, die opgelost zou moeten zijn (want daarvoor is de Republiek Vlaanderen opgericht), zal de proporties aannemen van het vreemdelingenprobleem. En waarschijnlijk ook grote gelijkenissen.

Maar er is een andere denkpiste: meer eenheid in België, meer bevoegdheden op federaal niveau. Als er federale controles zijn, federale normen voor het onderwijs, ongeacht de plaats van de school (dus bvb de tweede landstaal aanleren verplicht voor iedere schoolgaande Belg, en niet langer zo in maar een deel van het land), en de scholen hun geld zouden krijgen van een federaal orgaan, dan zouden zowel de taalproblematiek als de financieringsproblematiek opgelost zijn. De invulling van de overige uren uit het lesroosters, kan zonder problemen op regionaal niveau beslist worden. En zo ontstaat ineens een Waalse arbeidsmarkt waar ook iedereen tweetalig is, zoals hier.

Een splitsing van België zou alleen de nationaliteitsgevoelens tussen de twee landsdelen opzwepen. Het zou de hatelijkheden nog maar doen toenemen in ziekenhuizen, scholen, andere bedrijven en diensten in de buurt van de taalgrens, waar vaak aanzienlijke minderheden van Vlamingen of Franstaligen nu nog vrij goed samenleven in dezelfde gemeenten. Want nu heeft men nog een gemeenschappelijke band, die de Belgen bindt: hun nationaliteit. Neem die echter weg, en het kan escaleren tot een wedstrijd zoals België-Nederland. Of tot een Brasschaats model, waar 30 % van de inwoners Nederlands is, maar Nederlanders en Belgen er wonderbaarlijk in slagen naast elkaar te leven in plaats van met elkaar, en niet veel op hebben met elkaar.

Om nog maar van de praktische problemen van een splitsing te zwijgen. Stel, ik ben een Waal, maar ik woon al 25 jaar in Vlaanderen, en spreek vloeiend Nederlands zij het met een licht accent (onoverkomelijk als je niet tweetalig bent opgevoed). Wordt ik dan een staatsburger van het Koninkrijk Wallonië, of een van de Republiek Vlaanderen? Ik ben immers perfect geïntegreerd in de Vlaamse maarschappij. Maar mijn roots liggen in Wallonië. Mag ik stemmen in de Republiek Vlaanderen? Kan die het risico nemen dat ik misschien Franstalig zal stemmen (net zoals er nu allochtone Belgen zijn die JahJah stemmen)? Krijgen mijn kinderen een Vlaams of een Waals paspoort? Is een Waals rijbewijs nog geldig? Betaal ik belastingen aan Wallonië of Vlaanderen?

Stelling: Er zouden door een splitsing meer praktische problemen gecreëerd worden dan dat er opgelost zouden raken.

 

[Ga terug]

Publicatie

Vlaams/Waals nationalisten en het Europa der regio's

Een veelgebruikt argument van de Vlaams/Waals-nationalisten voor het opdoeken van België is dat men in Europa zogezegd overal aan het regionaliseren en dat het dus maar logisch is dat België ook zou verder regionaliseren , zelfs totdat de twee gewesten twee aparte staten zouden zijn .

Het schijnt deze Vlaams/Waals-nationalisten te zijn ontgaan dat in Europa eigenlijk een centralisatie beweging bezig is . In plaats van de regionaliseren centraliseert Europa . Steeds meer beslissingen worden op Europees niveau genomen . Op dit eigenste ogenblik bereid Europa een Europese grondwet voor , worden er plannen gemaakt om de Europese commissie en het Europees parlement meer macht te geven , meer beslissingskracht . De lidstaten zullen in de toekomst hun eigen beslissingkracht/recht zien verminderen , beslissingen zullen steeds meer op Europees niveau plaatsvinden .

Geen enkel land in het hedendaagse , centraliserende Europa denkt er dan ook
over om de lagere bestuursstructuren meer macht te geven . Deze machtsoverdrachten zouden de slagkracht van de staten binnen Europa, slagkracht die nu al door de Unie zelf steeds meer wordt beperkt , nog sterker doen teruglopen . Verder is het ook zo dat , wanneer men het nu al lastig heeft om een consensus te vinden tussen de vijftien leden , het nog moeilijker wordt een consensus te vinden na de nakende uitbreiding met voormalige Oostbloklanden , laat staan tussen tientallen regio's/gewesten.

Ondanks deze tendensen blijven vele Vlaams/Waals nationalisten er toch nog op hameren dat er binnen de lidstaten van de Europese Unie een sterke regionaliseringbeweging bezig is .Waaruit leiden zij dit af ? Volgens velen van hen is het overduidelijk dat in heel Europa de lagere bestuursniveaus binnen de lidstaten meer bevoegdheden toegeschoven worden . Waar gebeurd dat dan ?

In Duitsland ? Duitsland is reeds sinds 1949 een bondsstaat en er is bitter weinig veranderd aan deze staatsstructuur dus spreken over een recente tendens is een verkeerd voorstellen van de feiten . Spanje ? Ook daar bestaan de regio's al enkele decennia en blijkt de centrale overheid in Madrid de touwtjes nog steeds zeer stevig in handen te hebben . Frankrijk ?
In Frankrijk beslist men te Parijs wat er in het land gebeurd en daar blijft het bij . Nederland ? Dat heeft een provinciale structuur , geregeerd vanuit Den Haag .

Waar zijn nu die regio's en gewesten in andere landen die zogezegd wel beter en verder geregionaliseerd zijn dan België ? Nergens , weerom een zoveelste misverstand dat door Vlaams/Waals-nationalisten de wereld is ingestuurd om hun ideeën te ondersteunen

Een Europa van regio's zoals vele Vlaams/Waals-nationalisten verklaren , zal er dus nooit komen . Het is juist het omgekeerde van wat er nu bezig is
binnen Europa.

 

[Ga terug]

Publicatie

Ijzerbedevaart

Nog geen 3.000 volgens de politie, 7.000 volgens de organisatoren. Dat is het 'succes' van die bedevaart die ooit honderdduizenden mensen lokte. Vorige week werd mij hier in de krant kortzichtigheid verweten. Ik waagde het een ruwe schatting van 10.000 bezoekers te maken op de twee meetings samen. Ik maakte inderdaad een grote vergissing. Ze komen niet eens aan 10.000. De BUB werd verder nog verweten een partij te zijn van "drie man en ne peerdekop", BUB bestaat nog maar 1 jaar! Spirit en N-VA, de dochters van VU, en Vlaams Blok maken deel uit van het decenniaoude Vlaams-Nationalisme, en ze kunnen niet eens 10.000 man mobiliseren. Dit doet denken aan een spreekwoord: "De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet".
Het verschil is dat het België-gevoel groeit, en het Vlaanderen-gevoel krimpt.

 

[Ga terug]

Publicatie

Dedecker

Ongeacht het feit of men voor of tegen vreemdelingenstemrecht is, is de uitspraak van senator Dedecker wel vreemd (30/8/2003, 13 uur, VTM-journaal).
Hij wil de democratie gebruiken om het vreemdelingenstemrecht tegen te houden. Aangezien er op Belgisch gebied hiervoor geen meerderheid te vinden is, wil hij 40% van het volk, namelijk de Franstaligen monddood maken, en er een communautaire zaak van maken, door nu zelfs de stemplicht te regionaliseren. Ik heb bedenkingen bij een democratische figuur die - indien hij dreigt te verliezen - het beslissingsrecht naar zich toe trekt, onder het mom van "politieke verscheidenheid tussen de regio's", maar voor zichzelf niet kan of wil toegeven dat hij democratisch het onderspit moeten delven. Overigens, vreemdelingenstemrecht is géén regionale bevoegdheid, maar een internationale bevoegdheid, aangezien overal inwijkelingen aanwezig zijn. De senator zou deze materie beter naar Europa sturen ipv. nog maar eens een regionalisering door te voeren.

 

[Ga terug]

Publicatie

Dynastieën

Bij het lezen van het artikeltje "Politieke stambomen in volle bloei" (GvA 28/8, pagina 4) moest ik denken aan een uitspraak van vele republikeinen. 'De monarchie is niet democratisch, omdat we onze koning niet kunnen kiezen. Het is een erfopvolging, of je bent geboren als prins, of niet. Een president en een regering kun je nog kiezen.' Inderdaad, je mag kiezen voor uw regering of president - bij ons zelfs voor 6 regeringen (en indirect 60 ministers - al dan niet met visakaart), stel u voor dat hier ook nog eens een president bijkwam. Het enige probleem bij deze democratie is echter: voor wíé mogen we kiezen. De zoon, broer, zus,… van een minister, senator… M.a.w.: een lid van de politieke dynastieën. De bevolking heeft geen inspraak in de kandidaat-parlementariërs.
De keerzijde van deze zelfde democratie is dat ministers komen, ministers gaan, ministers worden vervangen door diplomaloze, niet democratisch verkozen collega's. Maar ja, ook in de Sovjet Unie kon men gaan stemmen, was dit dan wel een democratie?

 

[Ga terug]


Publicatie

Pamflet

10 000 exemplaren van onze pamfletten werden op Pukkelpop uitgedeeld!

[Ga terug]

Publicatie

Ijzerwake

Één van de stellingen van partijen als NVA en Vlaams Blok is dat de bevolking een Vlaamse onafhankelijkheid wenst. Ze zijn rotsvast overtuigd dat ze een meerderheid van de burgers achter zich hebben staan.

De ideale test was natuurlijk de IJzerwake, eerste editie, waarin het fenomenale aantal van 3000 geharde Flaminganten kwam opdagen. Volgende week is het de beurt aan de concurrentie: de IJzerbedevaart. Laat ons ervan uitgaan dat deze een groter succes heeft, laat ons rekenen dat er misschien wel 7000 mensen komen – het feit of deze komen uit overtuiging of om een dagje uit te hebben laten we in het midden – dan heeft een eenvoudige rekensom uitgewezen dat 10.000 mensen op straat komen, voor de Vlaamse symbolen.

Vlaanderen Leeft? Niet in de harten van de Belgen.

 

[Ga terug]

Publicatie

Beschouwingen bij het Europa der regio's

Dhr. Stijn Coppejans (Voorzitter Prego, de jongeren van Spirit) geeft in onderstaand artikel zijn visie op het Europa der regio’s. Onze nationale ondervoorzitter en de voorzitter van de BUB-jongeren reageren.

Jullie worden ook het etiket Vlaams opgespeld. Hoe profileert zich dat?

Ik hou niet van het etiket ‘Vlaams’ maar wel van het etiket ‘regionalistisch’. Europa en de wereld bestaan uit verschillende deelculturen die zich gebonden voelen aan elkaar en aan andere regio’s. Het is belangrijk dat die regio’s kunnen zijn wat ze echt zijn. Dat betekent eigen rechten en plichten en eigen verantwoordelijkheden en erkend worden door anderen. Het Koerdische probleem zou niet bestaan als een regionalistische visie de wereld zou overheersen. Het gaat erom dat iedereen zichzelf moet zijn. Het etiket ‘Vlaams’ is te beperkt, wij denken veel ruimer dan Vlaanderen alleen.
De wereld is opgebouwd in kringen. De persoon zelf is de eerste kring, familie en vrienden zijn de tweede kring. Dan zit je al vlug in je gemeente, streek, regio en dan Europa en de wereld.
Als je je wilt goed voelen in één van de kringen moet je je goed voelen in alle onderliggende kringen. Als je je niet goed voelt met jezelf zal je je ook niet goedvoelen in bijvoorbeeld Europa. Staatsgrenzen bestaan in die visie niet. Ik kan me goed inbeelden dat de Luxemburgse staatsgrens daar wel in past, omdat die samenvalt met een regio. Maar het is al genoeg aangetoond in de wereld dat dit vaak niet geld. Spanje bvb is geen kring, nee Baskenland is een kring, net als de andere Spaanse regio’s.
Elke kring als evenwaardig beschouwen is erg belangrijk. Daarom willen we Europa in regio’s zodanig dat elke groep zichzelf kan zijn en dus de verantwoordelijkheid voor zichzelf kan en wil opnemen.
Wij willen ook heel veel dingen samen doen met andere regio’s. Bvb een sociale zekerheid zou een basissokkel moeten hebben over gans Europa. Het is dan ook zinloos om de sociale zekerheid volledig te splitsen om sommige aspecten daarna weer samen te brengen.
Om te zeggen dat wij Vlaams zijn, ja natuurlijk, maar wij zijn ook Waals gezind. Wij zijn ook Baskisch gezind, …
Vlaanderen onafhankelijk is de meest domme zin die je kan bedenken want Vlaanderen kan nooit onafhankelijk zijn. Een eiland kan zelfs niet eens meer onafhankelijk zijn. Vlaanderen zelfstandiger, ja, dat kan zeker.
Het symbool Vlaanderen onafhankelijk vullen wij volledig anders in. Wij zien geen Vlaanderen echt onafhankelijk zijn. Wij geloven in samenwerking met Wallonië, en met andere regio’s in Europa, …
Als je niet gelooft in staatsgrenzen kan je ook niet willen dat je eigen regio een staat wordt, zoals anderen dat wel willen. Wij geloven in zelfstandigheid maar met verantwoordelijkheid en vooral openheid.
Wij onderscheiden ons in ons ‘Vlaamsbewustzijn’ in grote mate van het Vlaams Blok en de N-VA. Symbolen nationalisme is niets voor ons. Ik slaap bvb niet met een Vlaamse Leeuw boven mijn bed. Dat doe ik niet, dat interesseert mij niet. Ik zou dan nog liever met alle regiovlaggen van gans Europa slapen, maar daarvoor is mijn kamer te klein.
Als men echt consequent elke regio zichzelf zou laten zijn in de wereld dan hebben we wereldvrede.
Als iets je bindt hoeft dat niet negatief te zijn. Als je gebonden bent door iets moet je je ook geroepen voelen om dat te delen met andere mensen. Dat is het grote verschil met wat sommigen het “echt Vlaams-nationalisme” noemen. Ik noem dat niet het echt Vlaams-nationalisme. Een logica waarin apartheid, egoïsme, racisme of verdeeldheid als standaard genomen, is Vlaanderen vreemd. Een Vlaming is altijd een Bourgondiër geweest die altijd al contacten heeft gelegd met anderen, wat dus volledig indruist met de ideeen van bvb het Vlaams Blok.

Stijn Coppejans, voorzitter van Prego (jongerenbeweging Spirit) www.prego.be

Onze reacties

Het verbaast me zeer dat de Heer Coppejans een dromerig beeld ophangt van een Europa der regio’s, dat zgn. ‘progressief’ zou zijn, en dat stelt t.o.v. het zogenaamd conservatieve Vlaams-nationalisme. Zo merkt mijnheer Coppejans op dat de wereld is opgebouwd uit kring (gaande van familie tot wereld). Dit is nu net de visie die- zij het wat radicaler- het Vlaams Blok huldigt. Het is een statische wereldvisie, die geen rekening houdt met de dynamiek die zich in interpersoonlijke relaties afspeelt. Niet iedereen kan terugvallen op een gelukkig gezin of op vele vrienden. Een gezonde regio is daarom nog geen garantie op een waardig persoonlijk leven. En wat is dan die regio? Niet gebouwd op “verdeeldheid” zegt Mijnheer Coppejans. Nu, waarom moet deze dan per se samenvallen met de taal? Nationalisten trekken graag het “sacrosancte” karakter van de (19e eeuwse) staatsgrenzen in twijfel, maar zijn al even dogmatisch in het definiëren van regio’s. Regio’s die trouwens geen enkele historische grond hebben. Op een bepaald moment betoogt hij:

“Vlaanderen onafhankelijk is de meest domme zin die je kan bedenken want Vlaanderen kan nooit onafhankelijk zijn. Een eiland kan zelfs niet eens meer onafhankelijk zijn. Vlaanderen zelfstandiger, ja, dat kan zeker.”

Inderdaad, soevereiniteit is in het kader van de Europese eenwording een begrip dat aan betekenis ingeboet heeft. Maar toch moet de regio “Vlaanderen” (of “Wallonië”) autonomie krijgen. Waarom is België geen volwaardige regio? Is dat de interculturele visie van Spirit?

Waarom zou een Europa der regio’s trouwens een garantie vormen op wereldvrede? Het is al zeer moeilijk om te onderhandelen met 15 staten, en we hebben allemaal gezien wat er van het “Joegoslavië der regio’s” is terechtgekomen. We zouden de Heer Coppejans eens aanraden om in Polen proberen uit te leggen waar ze hun regionale grenzen moeten trekken. De BUB staat evenwel altijd open voor debat,

Met vriendelijke groeten,

Bruno Yammine

Dhr. Coppejans, intellectueel lichtgewicht dat het onderspit moest delven op StuBru tegen Dhr. Tony van de Calseyde, ondervoorzitter van Bplus. (www.bplus.be)
Stijn probeerde ons ervan te overtuigen dat een Belgische confederatie nog een stevig geheel zou vormen, en dat dat zou voorkomen dat België uit elkaar zou vallen. Hij bleek niet opgewassen tegen de mokerslagen van de advocaat-ondervoorzitter want uiteindelijk antwoordde hij alleen nog met "Ja, maar...".
Er waren anders goede deelnemers aan het debat ook, zoals Danny Pieters van de N-VA.
Coppejans maakte zich echter hopeloos belachelijk, en verdween dan maar uit de ether. En nu lezen we dat Mijnheer Coppejans nog dromerige tekstjes voor Spirit maakt. Mooi, Stijn, maar zo'n discours is niet alleen dromerig, naief en onrealistisch, je denkt ook dat je in je eigen wereldje leeft!
Ongetwijfeld mooi, dat wereldje van jou, waarin alle 'volkeren' hand in hand leven en waar geen oorlog meer mogelijk is, maar denk toch eens aan de realiteit!
De meeste Vlamingen beschouwen België als hun 'kring' en net die wil je afbreken! Foei Stijn, daar gaat je betoog!
Je laatste opmerkingen dat je beter bent dan échte nationalisten is ook belachelijk. Voor die laatsten hebben we veel meer respect, zij zijn tenminste eerlijk! Jouw partijtje wil België geruisloos afbreken (maar communautaire kwezel Verweert haar stem hoor je echter niet), terwijl zij er tenminste voor uitkomen dat ze voor de onafhankelijke republiek Vlaanderen zijn.
Dat je niet onder een Vlaamse leeuw slaapt is dan weer een voordeel, maar eveneens belachelijk wanneer je zegt dat je de vlaggen van alle regio's op je kamer wil. Stijntje, je bent Vlaming, Belg en Europeaan, maar onder geen beding kan je jezelf Bask of Fries noemen! Ikzelf heb wel een Belgische vlag op m'n kamer, ze hangt aan een stok, zodat ik ze snel kan nemen als er ergens een spontane actie is. Er hangen ook een Vlaamse en Europese vlag trouwens.
Maakt me dat nu een nationalist? Neen, ik aanbid mijn vlaggen niet, maar ik sta voor de structuur België die ik wil behouden.
De Belgische vlag is daar een symbool van, maar dat betekent niet dat ik die vlag bewonder of verafgood. Het is gewoon een herkenningsteken van de staat die ik wil behouden.

Dus Stijn, kom af van die wolk waar je op zweeft, en verdrijf die waas uit je brein! De wereld is niet zo zwart-wit dat jullie, progressieve regionalisten (sic) goed zijn, en de "échte" nationalisten, en wij Belgischgezinden, slecht.
Denk ook eerst eens na over België en Vlaanderen, Stijn, voor je de wereld gaat herindelen. Ik kan je "Nationalisme onder het mes" van Ludo Dierickx ten zeerste aanbevelen.

Met vriendelijke groet,

Je collega Bob Vangeel, voorzitter BUB Jongeren

[Ga terug]

Publicatie

De scheiding der geesten ?

Het was de kersverse voorzitter van de CD&V die onlangs verklaarde dat we meer en meer in een “tweestromenland” leven. Hiermee doelde hij niet op de “onoverbrugbare kloof tussen noord en zuid”, maar wel op de botsing van twee ideologieën. Enerzijds is er volgens hem het “oranje” verhaal en daartegenover staat “paars”. Reeds geruime jaren speculeren politologen in België over een hertekening van het partijveld in een links en in een rechts blok. Ondanks de toenemende versnippering van het partijpolitieke landschap zien we vandaag deze trend uiterst concrete vormen aannemen. Het kartel SP.a/Spirit is daar een indicator van, en de –mogelijke- samenwerking CD&V/N-VA ook.

Het lijkt duidelijk dat liberalen en socialisten horizontaal zowel als vertikaal hun lot voor lange tijd aan elkaar geklonken hebben. Horizonaal: SP.a(-Spirit) en VLD - vertikaal: SP.a-(Spirit)-PS en MR-VLD[1]. In het kader van dit laatste werd trouwens ook nog een tweewekelijks overlegforum opgericht, waarin Frans- en Nederlandstalige liberalen elkaar ontmoeten zullen teneinde de standpunten meer op elkaar af te stemmen. Hoe komt het nu dat beide ideologieën elkaar op korte tijd gevonden hebben? Welnu, deze reden is niet moeilijk te achterhalen. Zolang er grote socio-economische problemen waren, en dat is in grote lijnen vanaf 1973[2] (oliecrisis) werden beide stromingen uit elkaar gehouden door fundamenteel andere oplossingen te bieden voor maatschappelijke problemen. Voor de liberalen was dit in grote lijnen: meer kansen geven aan de vrije markt, voor links: meer staatscontrole. Onder andere door deze verdeeldheid is de katholieke en later de Christelijke vleugel meer dan honderd jaar aan de macht kunnen blijven[3]. Deze tweespalt is nu in grote mate weggevallen, de crisis van de jaren ’70 en ’80 zijn achter de rug, en door de gebeurtenissen sedert eind jaren ’80 in Oost-Europa en de Europese eenmaking heeft het socialisme zijn scherpe kanten helemaal verloren.

Men mag nooit vergeten dat liberalisme en socialisme twee levensbeschouwingen zijn die beiden geloven in de essentiële maakbaarheid én redelijkheid van de mens, zodus vinden ze elkaar nu rond deze thematiek terug. Men bekijke hiervoor de euthanasiewet, de wetten op drugs, de staat waarin de burger voor vrij ondernemerschap kiest,de ontzuiling en haar gevolgen etc…

Daartegenover staan de conservatieven aan de rechterkant van het politieke spectrum. Voor hen bestaat de mens maar doorheen de gemeenschap (« voor mensen en waarden ») en wordt soms de eigen gemeenschap als hoogste goed ingeschat (« eigen volk eerst »)[4].

In ons land behoren enerzijds de VLD (MR), de SP.a en Spirit (PS) tot deze ene strekking en anderzijds de CD&V (CDH of nog rechtser het CDF), de N-VA en het VB (FN) tot de andere[5]. Op Belgisch vlak kunnen we de situatie bijgevolg als volgt inschatten : de CD&V verliest jaar na jaar, de (kleine) CDH eveneens, MR[6] en VLD winnen jaarlijks bij. Sedert 1991 is het rechts-conservatieve VB ook een weerkerende winnaar en, we mogen aannemen sinds 2000 de SP (PS) eveneens. De vraag is nu of het rechtse front nog een toekomst heeft. Het lijkt duidelijk dat de vernieuwing bij de CVP een maat voor niets geweest is. De sterke Vlaamse eisen hebben evenmin iets kunnen veranderen aan de neergang van de partij. Het “communautair” kiespubliek is nauwelijks meer bestaand, en wat er van over is stemt of N-VA of VB. De N-VA, erfgenaam van de Volksunie lijkt als autonome partij weinig overlevingskansen te hebben. Ondanks de stoere taal die de partij sprak voor de verkiezingen, over de onmogelijkheid tot samenwerking met de CD&V, lijken de kaders daar nu toch ook meer en meer gewonnen voor een krachtenbundeling met de Vlaamse Christen-democratie.

Maar kan daarmee rood en blauw worden afgestopt ? Verschillende tekenen wijzen eerder op het tegendeel : Ten eerste stemmen steeds minder mensen op een « Christelijke » partij, dat heeft te namen met een toenemende ontkerkelijking[7] en ontzuiling[8]. Ten tweede verliest de CD&V die ooit een dam was tegen “rood, goddeloosheid, gezinsontbinding, verloedering van morele waarden etc.” op dit punt vele stemmen aan het VB. Voorts is er in Europese context een tendens naar meer autoriteit merkbaar (Berlusconi,Haider,…)[9]

Het succes van het VB kan veel moeilijker worden verklaard. Een complex van de hang naar een maatschappij met “law en order”, xenofobie, verregaand cynisme over de “politiekers”… is een greep uit het ruime gamma waarop men op deze partij stemt. Tenslotte boet de rechterkant ook nog aan kracht in omdat het er niet in slaagt om in tegenstelling tot paars koepels te vormen: de CD&V heeft al een decennium in steeds meerdere mate gebroken met haar zusterpartij, die niet langer “christelijk” maar “humanistisch” van engagement is. Dat het N-VA en het VB überhaupt geen zusterpartij hebben, spreekt voor zich.

Het aansnijden van deze kwestie brengt ons meteen bij het nationalisme in België. Hoe nationalistisch zijn beide kampen? Welnu, degenen die geloven in de idealen van “vrijheid-gelijkheid-broederlijkheid” aanvaarden daarmee de gelijkheid van elke burger en de vrije individuele verantwoordelijkheid. Op het eerste gezicht onderschrijven de twee kampen dit principe. Bij nader inzien echter, is de toestand complexer. De CVP, die principieel voor het principe broederlijkheid stond, is zozeer naar de rechterkant verschoven dat ze wel nog “broederlijkheid” behouden heeft, maar slechts in de eigen “volksgemeenschap”. De verbondenheid tussen de Vlamingen is ook het uitgangspunt van N-VA en VB, hoewel er bij deze laatsten nog het principe bijkomt dat de gemeenschap enkel is opgebouwd uit ‘Westerse’ waarden, terwijl de N-VA eerder een gemeenschap van Vlamingen,d.i. Nederlandstaligen in een bepaalde omschreven regio (geënt op de zgn. “publieke cultuur”) nastreeft.

Socialisten en liberalen zijn van nature uit daarentegen niet zo nationalistisch, de socialisten zelfs normaliter helemaal niet. Voor de liberalen echter kan nationalisme een component vormen in zoverre zij de belangen van de burgerij behartigt. Maar normaliter hebben beide groepen deze reflex niet, omdat het niet in hun ideologie ingeschreven is. Toch werd Lambermont bv. gesloten door paars(groen). Is dit dan geen contradictie? Neen, daar de Franstalige zijde op dat moment in geldnood zat en daardoor de Nederlandstaligen “wat” meer macht verwerven konden. Wanneer de factor méér België echter in het voordeel spelen zou van het progressieve blok, dan zullen allicht zij de eersten zijn om zaken opnieuw te federaliseren. Het was Eddy Boutmans van Agalev die zich verzette tegen splitsing van ontwikkelingssamenwerking en het is de MR die graag buitenlandse handel opnieuw op Belgisch niveau zou zien.

Tenslotte kunnen we concluderen dat de Christelijk-nationalistische stroming tegen de essentiële omwenteling van Gemeinschaft (een mythische gemeenschap van verbondenheid) naar Gesellschaft (de moderne maatschappij met vaak harde onderlinge concurrentie en legio eigenbelang) verzet aantekent, in België door middel van hard nationalisme en de tweede groep eerder opportunistisch is, maar niet uit zichzelf nationalistisch[10].

Maar het machtsvacuüm dat in het centrum ontstaat kan opgevuld worden door een federale centrumpartij die verticaal/horizontale samenwerkingsverbanden nastreeft. Zulke partij is de B.U.B., onze plaats is derhalve links nog rechts te situeren, maar in het centrum. Niet omdat het centrum beter of mooier zou zijn, maar omdat het de breedst mogelijke basis biedt voor het objectief van federale en Europese loyauteit, alsook intern de deconflictualisering van politiek tegengestelde meningen. Zodoende is ons initiatief helemaal niet reactionair-integendeel zelfs- niet alleen omdat het een pleidooi is voor de meertalige samenleving, maar ook omdat het bepaalde scherpe randen in het politieke veld wil verzoenen.

--------------------------------------------------------------------------------

[1] We hebben in dit artikel Agalev/Ecolo wegens hun (tijdelijke ?) bijna volledige wegveging uit het Parlement weggelaten.

[2] De Russische econoom Kondratiev onderscheidde een aantal afwisselend opgaande en neergaande cycli vanaf de Industriële Revolutie : resp. 1789-1815,1815-1848 ;1848-1896 ;1896-1914 ;1914-1945 ;1945-1973 (van opbouwperiode na WO II tot aan de oliecrisis).1973-1998 normaalzou daar een opgaande fase moeten op volgen: 1998-2023.

[3] Met name van 1884 tot 1999, met evenwel een korte onderbreking in de jaren ’50.

[4] De socialisten hebben deze kentrek ook in zekere mate, maar hier gaat het om de onderschikking van het individu, meer bepaald in zijn extreme uitloper : het communisme, dat vandaag geen factor van betekenis meer is.

[5] Veiligblauw,Liberaal Appel situeren zich aan de (uiterste) rechterkant en leunen daardoor meer aan bij het tweede blok. Vivant bekent zich –bewust-tot geen enkel blok.

[6] Die op zichzelf ook al een coalitie zijn tussen PRL-FDF-MCC. De PRL geeft evenwel ruimschoots de toon aan.

[7] Een partijstelsel zonder een specifiek ‘religieuze’ partij hoeft echter het geloof niét in de weg te staan: dat bewijst de Amerikaanse samenleving waar er veel minder ontkerkelijking is én geen confessionele partij.

[8] Wat ook een verklaring is voor de opgang van de liberale partij : vele kiezers waren de betutteling van de zuilen beu.

[9]

[10] Uitzonderingen daargelaten : Notoire separatisten zoals zitten bij de VLD/SP.a, bij de VLD zit sowieso een groot deel van de “oude” VU. Anderzijds is Spirit (regionalistisch) in kartel met de SP.a


[Ga terug]

Publicatie

Bedenkingen bij 11 juli

11 juli Vlaanderen Feest ; het eindpunt van de 11-daagse Vlaamse feestweek .Wat valt er te vieren ?

Een kant en klaar antwoord is daar niet echt op te geven . Meest voor de hand liggend is dat het de herdenking is van de slag der Gulden Sporen die op 11 juli 1302 plaatsvond . Dat is ook de reden die Vlaamse politici geven in verband met de keuze van de feestdag .

Maar wat is nu het verband tussen deze 13e eeuwe veldslag en het hedendaagse Vlaamse Gewest ? Dat “verband” is nogal ver gezocht . Aangezien de overgrote meerderheid van wat nu beschouwd wordt als het Vlaamse Gewest niets te maken heeft gehad met de hele 14e eeuwse aangelegenheid .

De Vlamingen die vochten op 11 juli 1302, waren mensen die afkomstig waren uit de Belgische provincie West-Vlaanderen , Frans-Vlaanderen en in mindere mate Oost-Vlamingen. Deze mensen werden bijgestaan door versterkingen uit de graafschappen Henegouwen , Namen en Luxemburg . Met andere woorden door wat men nu “de Walen” noemt .

Het Hertogdom Brabant , het Markgraafschap Antwerpen en het Hertogdom Loon (ongeveer het huidige Limburg) , allen nu in het Vlaamse Gewest gelegen , hebben niets toegedragen aan het hele gebeuren .

Hoe kan het dus dat men ook in Antwerpen , Brabant en Limburg 11 juli als feestdag heeft ? 11 juli 1302 was in deze gebieden een dag zoals een andere . Deze gebieden hebben op geen enkel ogenblik en geen enkel vlak enig raakpunt of verbondenheid met de veldslag waar ze een feestdag aan te danken hebben .

Er kan dus geen sprake van zijn dat 11 juli een dag zou zijn waarop alle mensen die in het Vlaamse gewest wonen en aldus als Vlamingen zouden zijn zouden moeten feesten en die veldslag herdenken .

En dan nog , waarom die veldslag in het bijzonder herdenken ? Omdat het Graafschap Vlaanderen en zijn bondgenoten op die dag Frankrijk verslagen hebben ?

Dat houdt geen steek . 11 juli 1302 Was een middeleeuwse veldslag zoals er zo velen zijn . Zeker in het kader van de conflicten tussen leengebieden en hun leenheren die hun gezag over het leengebied wilden versterken door een drang naar staatscentralisering . En reeds in 1304 versloegen de Fransen de Vlaamse opstandelingen verpletterend bij Pevelenberg . Dus zo verregaand en ingrijpend was de Guldensporenslag ook weer niet wanneer de Fransen reeds twee jaar later de Vlamingen onder de voet konden lopen .

Het is natuurlijk wel zo dat 11 juli 1302 bij het grote publiek bekend is en aldus goed gebruikt kan worden om hedendaagse politieke overtuigingen op te staven en alzo bepaalde politieke doelstellingen proberen te bereiken .


[Ga terug]

Publicatie

Nationalisme onder het mes: bespreking

In zijn boek “nationalisme onder het mes” maakt L. Dierickx, ere-Senator en stichtend lid van Bplus een welhaast feilloze analyse van het uiterst complexe en moeilijk te vatten begrip “nationalisme”, in het bijzonder in dit land. Zoals hij op de achterflap aangeeft wil hij niet het nationalisme zélf aanvallen, maar wel dissecteren. Onvermijdelijk is wel dat Dierickx vanuit zijn passioneel anti-nationalistisch/humanistisch engagement impliciet het (volks)nationalisme, en meer bepaald dat in België analyseert én aan terechte, eerlijke kritiek onderwerpt. “De taalgrens is een taalgrens, maar moet deze grens ook een sociaal-economische, sportieve,financiële etc… grens zijn”. ‘Waar hebben mensen ooit betoogd om een splitsing van de sociale zekerheid?”; Enkele markante passages kleuren het boek, zoals deze waarin de auteur opmerkt dat men met nationalisme in ons land niet lacht. Geen cabaretier neemt het op de korrel. Nochthans zijn de hilarische situaties legio (cf. de splitsing van de plantentuin in Meise, of- wat ons betreft- de splitsing van de VU, Ijzerbedevaart…). Maar het geheel is allesbehalve humoristisch, omdat - en daar ligt het probleem- nationalisme in België een begrip is dat tot het “non-dictum” behoort. De Franse filosoof Foucault stelde reeds enkele decennia terug dat er een onderscheid bestaat tussen het gangbare discours (“wat gezegd kan worden”) en “le non-dit”, waar men over zwijgt omdat het gewoonweg aberrant is. In de middeleeuwen zou- om een voorbeeld te geven- de moderne genetica niet eens aan-hoord kunnen worden, omdat men de instrumenten niet had om het in een treffend woordgebruik te gieten.

Maar het perverse aan de zaak is, en dat heeft Dierickx goed gezien, dat in België de nationalisten erin geslaagd zijn om een stroming die in se progressief is (verdraagzaamheid tussen mensen, opkomen voor de Belgische democratie…) hebben kunnen omvormen tot iets conservatief-reactionair. ‘La Belgique à papa’. En conservatief is oubollig, en dat willen we niet. Einde discussie. Of beter : een discussie die er geen is. De scherpte van de zinnen waarmee de auteur het fenomeen ontleend zijn van een adembenemende accurratesse. De duivelse kringloop van het nationalisme wordt besproken waarin de leiders van een regio door een geheel eigen jargon bedienen om hun doelen te fatsoeneren. “Beter bestuur”, ‘homogene bevoegdheidspaketten”, “meer splitsen om samen te werken”, “transparantie” … Het vergif sluipt in de manier waarop de zogenaamd democratische machthebbers de taal misbruiken. En wie de media en de taal beheerst, beheerst de macht. Natuurlijk is het enige doel van nationalisten machtsverwerving, maar in hun rekbaar woordgebruik willen ze van ‘Vlamingen goede Vlamingen’ maken. Geen betere werkers of ethisch bewustere wezens, maar slechts getrouwe volksgenoten. Het vijandbeeld is- en zal ook altijd zijn- “de” Franstalige/Waal die op Vlaanderen parasiteert. Maar zo zegt men het natuurlijk niet (tenzij de meest radicalen). Men zal eerder zeggen: “Het is beter voor Vlaanderen én Wallonië dat ze beschikken over meer bevoegdheden”. En zie, de doorknipper van de solidariteit wordt door een onvoorstelbare paradox de beschermer van de twee gemeenschappen. Leugens natuurlijk, maar wie maalt daarom?

In de context van een steeds meer eenwordend Europa vinden nationalisten ook dat er meer macht moet worden verschoven naar de soevereine (!) deelstaten, die dan samenvallen met de sacrosancte taal; ook van die argumenten maakt de auteur brandhout. Openlijk vraagt hij zich zelfs af of ‘de Vlaams-nationalisten tegen Europa zijn?’.

De boekenwinkels liggen bezaaid met politieke boeken over alles en nog wat. In een tijd waarin politici kookboeken schrijven is dit werk een verademing. Maar er is meer: het zou moeten aanzetten tot reflexie en debat. Dat gebeurt niet. In België spreekt men over alles, behalve over een intolerante ideologie die welhaast alle partijen besmet heeft (welk federaal land heeft geen federale partijen? Waarom splitsen socialisten of groenen zich op taalbasis, terwijl we Europese partijen creëren?). “Nationalisme onder het mes” is zonder twijfel één van de beste politieke werken uit het laatste decennium in België. Iedereen die iets wil begrijpen van de ethnificering van ons land zou dit fraai stuk werk bij hem op het rek hebben moeten staan. En elkeen die democratisch bezield is, zou er lessen uit moeten trekken.

Bruno YAMMINE

Ludo Dierickx, Nationalisme onder het mes. Kritiek van het politieke nationalisme in België en in het algemeen, Antwerpen, Fantom, 2002, 272p.


[Ga terug]

Publicatie

Volksnationalisme als erratum

Inleiding

De psychiatrie, antropologie en sociale wetenschappen hebben zich deccenialang beziggehouden met het duiden van aberrant gedrag in de samenleving om achteraf te kunnen « socialiseren ». Sommigen menen zelfs dat de samenleving door sociale conflicten (gender, arbeid, discriminatie…) vooruitgaat. Soms wordt wat vroeger beschouwd werd als abnormaal zijnde in de samenleving, thans als normaal aanvaard, denken we maar aan homofilie. Dat is een vrij natuurlijke evolutie die ook steunt op de bewustwording dat oude dogmata kunnen gebroken worden.

Historische ontwikkeling

De mens op zichzelf is sedert het begin der tijden een tweeledig wezen. Enerzijds is hij gericht op zichzelf, anderzijds op de ander. Een meer autocentrisch gedrag geeft vaak aanleiding tot psychologische moeilijkheden op micro-schaal, denken we maar aan narcisme. In groepsverband wordt deze zelf-gerichtheid uitvergroot. Enerzijds moet de mens (gedwongen) samenwerken in verbanden, anderzijds wil hij “ergens bij horen”. We kunnen echter vaststellen dat gedurende heel de geschiedenis het groepsgedrag bij de mens, en zeker naarmate hij meer afhankelijk was of is van (natuurlijke) hulpbronnen zich agressief ging opstellen. In de prehistorie uitte dit zich in stammentwisten om meer voeding, tijdens de Antieke Oudheid vergaarden Rijken (organisaties van mensen) fortuinen om andere “staten” te vernietigen of om hun eigen productie op peil te houden. Steeds werd daarin de mens tegen de mens geplaatst, wat op zich een afwijking is van het animale gedrag (dieren zullen elkaar nooit aanvallen). Maar al deze oorlogen of conflicten, ook in de middeleeuwen hadden min of meer rationele doeleinden, ondanks hun wreedheid.

Ontwikkeling van (volks)nationalisme en radicalisering

Toen de moderne natiestaten opkwamen in de 18e en in de 19e eeuw werd het gezag gecentraliseerd. En waar bevolkingsgroepen voordien trouw waren aan Vorst of dorpsgemeenschap werden ze nu burgers van staten. Het nationalisme van de 19e eeuw was een noodzakelijke component gebleken in de opbouw van de naties die na de revoluties van 1848 Europa zouden bepalen. Eens deze revoluties afgesloten en de staten gevormd richtte men zich op imperialisme en kolonialisme. In die zin was de uitlaatklep van de menselijke beschaving (…) gedurende een zekere tijd het poneren van de eigen superioriteit tegenover de anderen in de vorm van gebiedsonderwerping op vreemde continenten, voor wat Europa betreft. Tegelijkertijd echter ontwikkelde zich, vaak, zeer vaak, los van de staten een abstruus volksnationalisme, gevoed door denkers als Herder en Grimm. Over de aard van dit nationalisme op macroniveau zijn vele werken geschreven. M. Hoch betoogt dat een kleine bovengroep van filologen eerst aan taalonderzoek ging doen om daarna de massa’s bewust te maken van hun volkseigenheid. Op den duur zou dit besef in de bredere lagen van de bevolking doordringen. Het essentiële wat een volk typeert is niet zozeer een gedeelde geschiedenis, of een geheel aan gedeelde normen en waarden, maar wel de taal. Volksbesef werd en wordt gereduceerd tot een louter besef van taal (“de tael is gansch het volk”). Dit kon soms lonend zijn in landen waarin talen achteruitgesteld waren, maar was zeer streng vermengd met de Romantiek. De romantische denkers betogen dat de waarheid ligt in het verleden, in een geïdealiseerde wereld die natuurlijk nooit heeft bestaan. Conservatisme gaat hand in hand met deze beweging, immers in het verleden waren- zogezegd!- (uitgebreide) families de basis van de geordende samenleving, voor Kerk en God. In een snel veranderende, geïndustrialiseerde maatschappij konden velen de geest des tijds niet meer bijhouden en verlangden ze naar normen en stabiliteit. Terwijl in het begin van de 20e eeuw marxisten een klassenstrijd predikten, hadden de corporatisten en de Völkischer denkers het over de eer en de glorie van de Natie, die de weerspiegeling was van het harmonische gezin met zijn deelcomponenten. Niet het individu telde, maar wel de gemeenschap.

Wereldoorlog I en het interbellum

Dit opgeklopt nationalisme zette samen met economische en geo-politieke factoren aan tot menig conflict, waarvan WO I met zijn hysterische vreugde-uitbarstingen in augustus 1914 het meest kenmerkende was. Hoe moeten we dit nu vanuit individueel standpunt begrijpen? Allereerst waren niet alle mensen in dit denken verzeild geraakt, feministische kringen hebben terecht aangetoond dat de historische breuklijnen niet noodzakelijk samenvallen met die van de vrouwelijke bevolking. Het was vooral de man, die- geheel conform het patriarchaal gezinstype- de toon aangaf. Wat in hogere kringen leefde sijpelde maar bij mondjesmaat door, maar de essentie, de klemtoon op “eigenheid” bleef veelal bewaard. De koppeling aan religie is ook niet te onderschatten. Vreemde dingen: atheïsme, communisme en migratiefluxen (in beide richtingen) zorgen voor een tendens tot zelfbescherming. Laten we niet vergeten dat in het begin van de eeuw meer bepaald anti-semitisme, gewoon racisme dus, vaak als normaal beschouwd werd. De Grote Oorlog deed dan wel de oude orde definitief instorten maar versterkte-paradoxaal genoeg- het volksnationalisme. Tegen de achtergrond van een totaal ontwrichte maatschappij gingen mensen steeds meer op zoek naar een heil dat niet van deze aarde was. En waar vroeger de Kerk een redmiddel was, had zij nu haar maatschappelijke onderbouw grotendeels verloren. Totalitaire regimes rezen als paddestoelen uit de grond. Extreem nationalisme werd gekoppeld aan ultra-racisme, vaak nog kracht bijgezet door een pseudo-wetenschappelijk discours. In de meest onstabiele maatschappijen zocht de mens zijn toevlucht tot grote bewegingen. In Duitsland was dat óf het communisme, dat een beroep deed op “klassebewustzijn”, óf het nazisme dat de superioriteit van het eigen ras verheerlijkte. In zo’n bewegingen verliest het individu zijn eigenwaarde, maar wint er moreel aan kracht bij. Als rader in het geheel voelt hij zich nuttig en veilig. Labiele personen, langdurig werklozen, mensen in kwetsbare beroepssectoren,verpauperden waren dan ook bij de eersten die zich aansloten bij deze beweging. Het aspect van één-en-ondeelbaarheid mag niet onderschat worden: De nazi, of later, volksnationalist is- ook al weet hij het niet- dermate gedepersonaliseerd dat hij niet meer weet dat hij een sociaal deviant is.

Na WO II

Na WO II en zijn letterlijk onvoorstelbare gruwelen leek het fascisme, en daarmee uiterst-rechts dat sedert 1918 de motor was geweest van deze geestestroming dood. Maar in de welvaartsstaat die zich gedurende de jaren ’50 en ’60 ontwikkelde kon ze terugkomen. Nu echter was, behoudens uitzonderingen, het discours drastisch veranderd. Het racisme (biologisch of cultureel) werd overboord geworpen voor een retoriek die “eigenheid en daardoor veiligheid” beklemtoonde. De theorie is uiterst simpel en daarom ook zo aanlokkelijk: Wanneer men de samenleving zo eenvoudig mogelijk opbouwt komt men automatisch tot harmonie. Dit conservatief denken was uiteraard overgeleverd uit de 19e eeuw, maar dat werd niet meer in zoveel woorden gezegd. De familiale component manifesteerde zich thans ook door de “overerfelijkheid” van het gedachtegoed. Vele families waren betrokken geweest bij de collaboratie, vele volksnationalisten van nu (de meesten) zijn dan ook van jongsafaan blootgesteld aan deze invloed. Het fatsoenerend taalgebruik lokt(e) ook vele racisten aan, die- soms bij gebrek aan beter- mee zouden heulen met de strapatsen van deze of gene beweging.

Een nieuwe invulling

De immigratiebeweging, gekoppeld aan de dalende economische conjunctuur vanaf 1973 zorgde, ook op partijpolitiek vlak- het politieke forum van dit aberrant denken- voor een verdere radicalisering. Typerend voor zo’n partij is in ons land het rechts-conservatieve Vlaams Blok, een –in wezen- fascistische partij die zich verburgerlijkt heeft om haar electoraat te verruimen. De kracht van wat deze partij beweert ligt in twee zaken: haar tegenstellingen die met elkaar gerijmd worden en haar extreem simplifiërende voorstelling van zaken. Voor het Vlaams Blok is de maatschappij opgebouwd uit de “have’s” en de “have-not’s”. Deze laatste categorie wordt geassocieerd met het “volk” dat door het “régime” wordt onderdrukt. Vanuit die theorie is alles mogelijk. Zo zijn de voorstanders van verdraagzaamheid mutatis mutandis de katalysatoren van onverdraagzaamheid. Zij zorgen er immers voor dat “volkeren” (Vlamingen en Walen,Vlamingen en Marrokanen) binnen één grens blijven samenleven en dat is de stof tot conflicten. Dit alles kan natuurlijk worden samengevat onder één noemer: leugens, maar het opgepoetste woordgebruik plaatst net de volksnationalisten in een slachtofferrol. Een voorbeeld ervan is het waanbeeld dat de “media” die het “régime” ondersteunt volksnationalisten zou doodzwijgen. Voor ons land is dit het zogenaamde francofiel-belgicistisch-links complot (vgl. Joods-kapitalistisch-communistisch). Deze trits heeft gemeen dat het tégen het “volk” gericht is. Menig individu, verweesd achterblijvend in een complexe maatschappij, vaak van arbeidersafkomst voelt zich hier spontaan toe aangetrokken. Zo wordt “de socialist” “blokker”. Het is slechts een overgang, zij het radicaler naar vormen van intens groepsgevoel. Een geblokkeerde persoonsremming speelt hierin ook een rol. Vaak gaat het om mensen met problemen, seksuele afwijking, of zij die maatschappelijk aan de kant geschoven zijn… Ook op het gewone partijpolitieke forum worden zij gerecupereerd, omdat men daar beseft dat er veel macht te winnen is bij een agressief discours, in welke vorm dan ook. Maar niet alleen lagere bevolkingsklassen voelen zich aangetrokken tot dit perfide denken. Vaak gaat het om intelligente mensen, die uit “goede wil handelend” de gemeenschap van dienst willen zijn, vaak ook om intellectuelen- de gevaarlijksten- die om redenen van persoonlijke frustratie zich een uitgebreid pseudo-wetenschappelijk discours gaan opbouwen. Merkwaardig genoeg is ondanks de informatiemaatschappij de individuele drang tot assertieve zelfbevestiging in een-bij voorkeur- homogene groep niet op achteruitgegaan, wel integendeel. Misschien ligt de oorzaak wel bij de “verloedering/mondialisering” van de maatschappij, die in veler ogen bedreigend is. De eigen regio is dan een simpel bindmiddel gekoppeld aan de destructie van bestaande structuren. Niks nieuws onder de zon?


[Ga terug]

Publicatie

Wat is...

Politiek draait vaak om enkele basistermen die in meerdere contexten gebruikt worden. Op deze site vindt u heel wat jargontermen terug, waarvan we hier kort een verduidelijking geven.

Unitarisme: Unitaire staten zijn staten met één regering en één parlement (en/of Senaat). Het gezag van zo’n staat ligt in het centrum, vanwaar bevoegdheden al dan niet gedelegeerd worden. Een voorbeeld van een unitaire staat is Nederland.

Decentralisatie: Het onder nationale controle uitvoerende bevoegdheden geven aan bepaalde subentiteiten zoals de provincies. Decentralisatie valt niet te verwarren met federalisme.

Federalisme: Federale staten zijn ontstaan uit verschillende componenten (deelstaten) die naar elkaar toegegroeid zijn en uiteindelijk een (groot) deel van hun macht aan de federale overheid hebben afgestaan. In federale staten is er normaal een hiërarchie der normen wat impliceert dat de federale overheid voorrang krijgt op de regionale overheden (in ons land is deze afwezig). Een voorbeeld van een federale staat is Duitsland, waar de verschillende vorstendommen deelstaten worden na de eenmaking onder Pruisen (1871) en als dusdanig naar elkaar toegegroeid zijn. België is geen “echte” federale staat, in die zin dat België, in tegenstelling tot Duitsland, de V.S.A. of Zwitserland haar federalisme vanuit het centrum (=centripedaal of middelpuntenvliedend) heeft opgebouwd. Er was eerst de unitaire staat en dan na een reeks staatshervormingen (1970,1980,1988,1993) de federale staat. Andere federale landen vertonen een centripedaal (middelpuntzoekend) model, terwijl in ons land elke staatshervorming neerkomt op een staatsontbinding.

De drie grote partijen zijn, in tegenstelling tot elke andere federale staat, in België ook niet federaal (er is een VLD en MR in plaats van een Belgische Liberale Partij).

Een federale Staat wordt ook een bondsstaat genoemd.

Confederalisme: Een losse bond van staten die zelf beslissen wat ze samen doen. Confederalisme vertoont als typisch kenmerk dat het ofwel leidt tot de desintegratie van de Staat (Oostenrijk-Hongarije,G.O.S.,Tsjecho-Slovakije) of tot een federale staat (Zwitserland, V.S.A.). In België zou confederalisme neerkomen op separatisme.

Het confederalistisch model wordt in België door de CD&V,Spirit en in bepaalde VLD-kringen aangehangen.

Separatisme: Separatisme, ook wel secessie genoemd is het streven van bepaalde deelstaten om zich uit het staatsverband los te rukken en onafhankelijk te worden. Zo willen Vlaams-nationalisten een onafhankelijke Vlaamse Staat, los van Wallonië.

Vaak leidt separatisme tot burgeroorlog (Joegoslavië,Libanon…). Voorbeelden van staten die opgericht zijn na separatisme zijn: Noorwegen (1905) en recenterTsjechië,Slovakije,Servië,Kroatië...

In ons land streven het VB en de N-VA naar separatisme.

Rattachisme: Een term die wordt gebruikt door mensen die willen dat Wallonië zich aansluit bij Frankrijk. De term is fout en zou eigen ‘attachisme’ moeten zijn, daar Wallonië nooit afzonderlijk (rattacher= terug aanhechten) deel uitmaakte van Frankrijk. Het RWF is voorstander van dit model.

Heelnederland: Een vereniging (hereniging) van België,Nederland en Luxemburg in één Staat. Dit werd voor WO II vooral nagestreefd door het extremistische Verdinaso (Verbond van Dietsche Nationaal-Solidaristen).

Grootnederland: Een vereniging in een statenbond of bondsstaat van het Vlaams Gewest met Nederland. Vooral het Vlaams Blok (oranje kleur in logo…) en de N-VA streven hiernaar, maar ook bepaalde CD&V-politici zoals Van Den Brande zijn hier voorstander van.

[Ga terug]

Publicatie

Media-aandacht

Iedereen heeft de smadelijke nederlaag van de kleine partijen kunnen vaststellen bij de laatste verkiezingen. We merken hierbij wel op dat er partijen zijn die nooit groot zullen worden omdat ze niet over voldoende slagkracht beschikken of omdat hun ideeën systematisch overgenomen worden door andere partijen. Dit is echter niet zo voor alle kleine partijen in België. Sommige slagen er niet in om door te breken, niet omdat hun ideeën overbodig of utopisch zijn, maar omdat ze geen media-aandacht genieten.

De partijen die deze open brief ondertekenen vinden dat ze systematisch uit de media geweerd worden. Wij kunnen de privé-media echter niets verwijten aangezien ze slechts hun eigen deontologisch geweten volgen. We stellen alleen maar vast dat de kleine partijen niet dezelfde media-aandacht genieten als de grote. Integendeel.

Wanneer we inderdaad terugblikken op de resultaten van de voorbije verkiezingen merken we dat er een hemelsbreed verschil is tussen de partijen die deelgenomen hebben aan de belangrijke politieke debatten en zij die dat niet gedaan hebben. Eerstgenoemde halen of missen nipt de kiesdrempel, de andere scoren lachwekkend laag.

Waarom krijgen kleine partijen niet de kans om hun politieke programma bij de verkiezingen aan de kiezers uit te leggen op de openbare televisie- of radiozenders? Waarom mogen blijkbaar de burgers niet ingelicht worden over de kiesprogramma’s van de kleine en nieuwe politieke formaties? Veronderstelt een moderne democratie niet een onvoorwaardelijke informatieplicht vanwege de openbare media en dit ten gunste van alle kieslijsten? De dag van vandaag, als je als politicus niet op televisie komt, dan besta je niet en de kiezers zullen nooit hun stem geven aan een onbekende...

Deze open vragen behoeven een breed en cruciaal debat over de concrete invulling van de democratie, over eenieders vrijheid van meningsuiting. Daarom vragen we met aandrang aan alle openbare media en alle media in het algemeen om ons hun standpunt mee te delen inzake media-aandacht ten aanzien van de kleine en nieuwe politieke partijen, de huidige situatie is onaanvaardbaar en is een kaakslag voor onze rechtsstaat.

Wij vragen niet dezelfde aandacht als de grote partijen die vertegenwoordigd zijn in het nationale of hun respectievelijke deelparlement, maar enkel de helft van hun zendtijd, hetgeen ons een acceptabele compromis lijkt. Zoniet, dan zal België nooit een echte democratie worden.

[Ga terug]

Publicatie

Is Cd&v "passé"?

De verdere verkiezingsneergang van de Vlaamse Christen-democraten is bezwaarlijk verrassend te noemen. De ontkerkelijking zet zich door, religie of religieuze connotaties worden minder en minder in de politiek geduld etc... Maar de CD&V is ook kampioen in taalracisme (cf. campagne Grouwels, publicatie/persbericht) én in inconsistentie.Ter illustratie;

Volgend stukje tekst komt uit het programma van de Vlaamse Christen-democraten: “CD&V wil een confederaal land. Het zwaartepunt van de bevoegdheden wordt verlegd naar de twee deelstaten Vlaanderen en Wallonië. Zo wint het beleid aan bestuurskracht en beantwoordt het aan de verwachtingen en noden van de mensen die in Vlaanderen leven en werken. De deelstaten beslissen, in onderling overleg en met wederzijdse instemming, welke bevoegdheden, op welke wijze en door welke instellingen op het Belgisch niveau worden uitgeoefend. Die confederale aanpak van onderuit zal niet tot separatisme, maar juist tot meer samenhang in ons land leiden. Aan de grondwettelijk omschreven rol van de Koning raken we niet.”

De twee laatste zinnen zijn op zijn minst merkwaardig te noemen. Allereerst wil de CD&V België splitsen, een confederatie is immers een bond van staten, i.c. Vlaanderen en Wallonië die zélf beslissen wat ze samen verder doen, langs de andere kant zegt men dat dit tot meer eenheid zal leiden. Nochthans heeft geen enkele confederatie zichzelf overleefd. Men denke hierbij aan het G.O.S. dat van 1991-1992 grote delen van de ex-S.U. omvatte, aan Oostenrijk-Hongarije, of, recenter, aan Tsjecho-Slovakije. Een confederatie kan wel tot een federatie uitgroeien, maar dan moet men vertrekken vanuit verschillende landen die naar het centrum toegroeien. Voorbeelden hiervan zijn de V.S.A. of Zwitserland. In België echter, gebeurt het omgekeerde proces.

Zo mogelijk nog merkwaardiger is het niet raken aan de grondwettelijke positie van de Koning. Welk is nu deze positie o.m.? Een voorbeeld:
”Art. 96: De Koning benoemt en ontslaat zijn ministers.
De federale Regering biedt haar ontslag aan de Koning aan wanneer de Kamer van volksvertegenwoordigers,(..). De Koning benoemt de voorgedragen opvolger tot Eerste Minister, die in functie treedt op het ogenblik van de eedaflegging van de nieuwe federale Regering.” In een confederaal systeem echter is er geen federale regering meer die wordt samengesteld. Integendeel, de vertegenwoordigers van de Vergaderingen van de deelstaten duiden de federale Kamer(s) aan, en als dusdanig de regering. Met andere woorden: de monarchie wordt zo een holle doos, die net als de volksvertegenwoordigende organen afhankelijk is van de Gewesten-deelstaten. De volkssoevereiniteit (vandaag: art. 33 GW) wordt zo ook weggeveegd: Immers, rechtstreekse verkiezingen maken plaats voor een 'getrapt' kiessysteem.

Wat erger is, is dat de CD&V de kiezer voor het lapje houdt. Ze probeert de mensen die voor de monarchie zijn (de meerderheid dus), te paaien, terwijl ze het land waarvan dezelfde Koning staatshoofd is willen ontbinden. Dat is op zijn zachtst gezegd unfair te noemen tegenover de burger. De CD&V die haar positie in het middenveld maar niet vinden kan, slaat de bal serieus mis. De stembusgang loog er dan ook niet om: halfslachtigheid (en dit is natuurlijk niet het enige thema, cf. supra) wordt afgestraft. Men bedenke hier wel bij dat de SP.a in een kartel zit met het republikeinse Spirit en dat de VLD reeds op haar congres heeft besloten dat de rol van de Koning ceremonieel moet zijn. Toegegeven, die stoere woorden zijn in de loop van de verkiezingen wel wijselijk ingeslikt (net als de notie van confederalisme bij de Vlaamse liberalen), maar de "dreiging" blijft. Enkel de B.U.B. heeft het spel van bij aanvang eerlijk gespeeld: Geen wijziging van de koninklijke prerogatieven en de echte maatschappelijke problemen aanpakken.

Tenslotte maakt het hele interne machtsspelletje dat zich nu in de CD&V voltrekt (het failliet van de als grote hervormer ingehaalde De Clerck) duidelijk dat de Vlaamse Christen-democraten zich in een bijzonder ernstige crisis bevinden-al geven ze dat niet toe. Jaar na jaar gaan ze erop achteruit, en hun harde flamingantisme bespoedigt hun vrije val. Bovendien maken ze door hun standpunten over het homohuwelijk en abortus de weg vrij voor het Vlaams Blok die steeds meer rechtse kiezers lokt. Het is dus niet ondenkbaar dat de CD&V gewoon verdwijnt, met in haar kielzog haar zusterpartij (die er lang geen meer is) de CDH. Mensen als Sauwens (ex-St-Maartensfonds), I. Lowie (ex-VB) en andere extremisten zoals Vandenbrande zijn de catalysatoren van de ongeloofwaardigheid. Ondertussen zit pastoor Staf Nimmegeers bij de…SP.a.

In een spraakmakend artikel van 24-05-2003 (“ geen toekomst”) gaat Erik Donckier-bezwaarlijk een Belgischgezinde te noemen- (Het Belang van Limburg) zelfs zover om te stellen dat: “De CD&V geen toekomst meer heeft, het is alleen nog wachten op de implosie van de partij, waarna de linksrechts- opdeling van het politieke landschap ook in Vlaanderen kan worden afgerond."

Heeft België dan geen nood meer aan een middenveld? Dat lijkt zeer ongezond. Er is een non-confessionele brugpartij nodig tussen de twee blokken (liberalen en progressief-socialisten) die zich steeds meer aftekenen. En zo’n partij kan alleen maar federaal zijn, een bindmiddel tussen links en rechts, noord en zuid… Een partij die de neerslag is van een maatschappelijke, sociaal-voelende beweging. Met respect voor alle mensen, te beginnen met die mensen van andere taalgroepen.

De B.U.B. wil samen met andere positieve krachten bouwen aan dit 21e eeuws project voor België en Europa.

Zo kunnen we samen werk maken van een rechtvaardiger België, zonder ingewikkelde structuren en van een sterke Europese Unie. Want daar worden we allemaal beter van.

[Ga terug]

Publicatie

Reactie op een bezoeker

Ze zijn procentueel bekeken met niet veel, de mensen die ons negatieve reacties toezenden. Degenen die werkelijk beledigend zijn, zijn – zo mogelijk- met nog minder. We proberen evenwel naar iedereen die ons schrijft iets terug te sturen, ook naar de zeer negatieve reacties. Zoals deze lezer die ons standpunt i.v.m. de campagne van Mevrouw Grouwels (CD&V) hekelde.

“ Mevrouw Grouwels heeft gelijk met haar slogan. Als men geconfronteerd wordt met mensen in Brusselse ziekenhuizen die geen woord Nederlands kennen laat staan verstaan, dan kan men niet anders dan gedeprimeerd in dit apenland rond lopen. Geen splitsing van justitie?????

8 jaar voor proces Dutroux niet lang genoeg????? Ik hoop dat jullie klotepartij op niet veel sympathie kan rekenen bij de modale burger.”

Onze reactie:

“Aan de intelligente kijk-niet-verder-dan-zijn-neus-lang-is. Was u een even moedige anonieme mailschrijver als de TAK-manifestanten op de betoging van 4 mei (door Bplus georganiseerd) anonieme praatjesmakers waren? Om te zeggen hoe hypocriet deze mensen zijn, ze droegen de mooiste Belgenpakjes...Mensen van hetzelfde kaliber, Mijnheer X, als de lui die Frans spraken tegen Madame la Comtesse, nietwaar, en achter haar rug stoere praat verkochten. Brigitte Grouwels profiteert gewoon van al uw domheid om aan de 5000 Euro per maand te geraken die het huidig systeem haar voor een parlementszetel biedt. Verder lacht ze goed in haar zilveren baard.

Dat ze als Limburgse geen woord Frans kent, geeft haar geen moment rode wangetjes. Van 't ogenblik dat ze op de Avenue Louise kan shoppen. Ze is per slot van rekening ook niet afkomstig van Brussel om het op haar confederalistische manier te stellen. Wat jullie blijkbaar niet kunnen begrijpen, is dat België staat voor multi-cultureel, -sociaal, -religieus, polyvalent en open. Een Belg verbindt de notie van taal niet met de grond waarop hij staat, zoals het Germaanse erfrecht het voorhoudt. De echte Belgen zagen genoeg wat onverdraagzaamheid met zich meebracht tijdens de oorlog. Ze verkiezen plezier te maken onder elkaar, met af en toe wat ruzie erbij boven in een fascistische staat opgesloten te raken en geen stap meer te mogen verzetten zonder gecontroleerd te worden.

Nu, wat die Brusselse hospitalen betreft, persoonlijk heb ik nog nooit een Franstalige dokter ontmoet die weigerde me verder te helpen en wie weet dat ik al vaak voor mij en voor mijn kinderen in hospitalen moeten verblijven heb. Nog zo'n karaktertrekje van mensen die uw stijl aankleven, ze verdraaien de waarheid en maken er een potje vergif van. Foei! Maar hersenspoeling is het wapen van elke dictatuur.

Een voorbeeld van die leugenachtige geschiedschrijving? Bepaalde boekjes over de eerste wereldoorlog die de laatste tijd floreren. Mijn grootvader, die ook Limburger was, maar nog in de loopgraven van 14-18 tegen de 'Duits' gevochten had, bezwoer me te geloven dat wat men me later ook zei, er even vriendelijke officieren (in feite meestal rijke burgers uit Antwerpen, Gent, Luik enz... ) als soldaten waren en Franstaligen of anderstaligen (toen sprak men alleen maar dialect bij de gewone man) allemaal evenzeer van hun Koning hielden. Mijn grootmoeder, die ook Limburgse was, had Frans geleerd in Luik bij supervriendelijke mensen waarmee mijn ouders nog contact hebben. Die mensen wisten wat miserie was, maar ook wat trouw en eerlijkheid betekende. Vandaag is het eigen buik eerst. Mijn buurman: ‘Als we nu al dat geld eens mochten houden dat vandaag naar de Walen gaat (lees Afrika, Zuid-Amerika, enz..?) dan zouden we rijk zijn!’ Lees eerder wat Amélie Nothomb in Péplum over Afrika schrijft en schaam U, gij volk van vette burgers (wie zong dat weer?). Hebt u zich nooit afgevraagd waarom Hugo Claus zo graag naar Frankrijk gaat en onze eigenste Willem zich een Belg noemt?

Neen, u spreekt liever woorden van haat en onbegrip. Wel, ik wens u veel moed, want inderdaad zo plezierig moet uw leven niet zijn. Veel water drinken om uw toxines door te spoelen...

Danièle Dirkx

2° lijsttrekker Leuven (verkiezingen 2003)

[Ga terug]

Publicatie

De Belgische meerwaarde

Een vraag die nationalisten zich in ons land vaak stellen is de vraag naar de meerwaarde van België voor hun regio. Waarom nog met België als het zonder (misschien) ook kan? Dat is een interessante vraagstelling die verdient van verder onderzocht te worden.. Het komt erop aan met redelijke argumenten de meerwaarde van een zekere constructie (al is de term hier ongelukkig gekozen) aan te tonen voor een andere. Meer specifiek zullen we hier ingaan op de vraag naar de Belgische meerwaarde voor Vlaanderen.

Allereerst dient het gezegd dat de Belgische staat de mogelijkheidsvoorwaarden heeft geschapen waarin de Nederlandstalige cultuur zich ontwikkelen kon.

Dat gebeurde inderdaad niet van de ene dag op de andere, en de emancipatorische rol van de Vlaamse beweging heeft er voor gezorgd dat het Nederlands op gelijke voet kwam te staan met het Frans, wat uiteraard niet meer dan normaal is. Maar we spraken over de mogelijkheidsvoorwaarden van de Belgische Staat. Deze Staat heeft ervoor gezorgd dat de Vlaamse beweging (zeker tot 1860) van overheidswege een impuls kreeg (anti-Franse reflex).

Bovendien maakte de Grondwet het mogelijk voor het Nederlands om zich progressief, via opeenvolgende taalwetten uiteindelijk uitmondend in de cultuurgemeenschappen van de 20e eeuw, zich te manifesteren.

Schrijvers zoals H. Pirenne zagen in België de toegevoegde waarde van Romaanse en Germaanse culturen. Tot 1914 was de Vlaamse beweging trouwens een beweging die parallel liep met het 19e eeuwse Belgisch-nationalisme. Zij voegde er zelfs een extra dimensie aan toe. Men kan zich zelfs afvragen of de huidige tendens die neigt naar separatisme niet van buitenlandse oorsprong is: Gebeurde de radicalisering van de Vlaamse beweging tot virulent anti-Belgisch immers niet gedurende de periode 1914-1945? (theorie van o.a. L. Wils). Men mag nooit vergeten dat het huidige Vlaanderen als geografische ruimte bestaat door België- de term is uit de jaren 1840 afkomstig als aanduiding voor de Nederlandstalige provincies van het Koninkrijk.

Een ander belangrijk argument is dat ons land de legale en democratische ruimte heeft geschapen waarbinnen Vlaanderen zich in de loop van de 2e helft van de 20e eeuw heeft kunnen ontwikkelen tot één van de rijkste regio’s ter wereld. Secessionisten zullen soms aanhalen dat “Vlaanderen zonder België ‘de’ rijkste regio ter wereld zou zijn”. Dat is betwistbaar. Immers, wat met Brussel, en bovendien: houdt een land dat zich afscheurt wel steeds zijn grenzen van voordien? België zelf moge hier als voorbeeld dienen: In 1830 ging het Groothertogdom Luxemburg (dat weliswaar in een personele unie gebonden was aan Nederland, maar dat doet hier niet ter zake) alsook Nederlands Limburg, twee gebieden die toch (gedeeltelijk) meegevochten hebben gedurende de omwenteling, verloren.

Het is niet denkbeeldig dat in het geval van een separatistisch scenario Vlaanderen bijvoorbeeld Limburg verliest (Euregio met Nederlands Limburg).

Ons land heeft ook een uitstekende reputatie opgebouwd wat het bedrijfsleven betreft. Vlaamse bedrijven floreren niet alleen in het Belgische kader, maar ook buitenlandse bedrijven investeren gretig. Dat is normaal, België, immers, ligt op het kruispunt van Europa en is toch een land met een dichte bebouwing, een stevig bevolkingsaantal, een hoge welvaartsstandaard en een uitstekend wegennet.

Men kan hier argumenteren dat Vlaanderen alleen economisch nog machtiger zou zijn. Is dit wel zo? Is Litouwen een invloedrijk land? Laten we even aannemen dat Vlaanderen als onafhankelijke staat zijn huidige gewestgrenzen behoudt en inderdaad economisch nog welvarender wordt. Waarom zou men dan niet pakweg Miami van de V.S.A. kunnen afscheuren of île-de-France (groot-Parijs) van Frankrijk? Wanneer men zo redeneert kan men eigenlijk élk land opheffen. Nationalisten zullen zich in dat geval beroepen op het feit dat in Vlaanderen één volk woont. Voor hen is een volk een groep mensen met één taal, één cultuur en een gemeenschappelijke geschiedenis. De maatschappij is opgebouwd uit de familie, de buurt, de stad en tenslotte de Natie die samenvalt met het volk. Vermits er een Vlaams volk is, is er een Vlaamse Natie. Een Belgisch volk ergo Natie bestaan niet. Los van het feit wat de logica is achter staten te bouwen op volkeren (moeten Basken, Catalanen, Bretoenen, Schotten, Welschmen etc… dan ook staten krijgen.? Wat is de zin van 300 Europese staatjes? Is het in Europa al niet moeilijk genoeg onderhandelen met 15?),

kan men zich nog vragen stellen bij het begrip volk. Ten eerste: Er is geen Vlaams volk. Ook niet volgens de nationalistische definitie.

In die optiek zou een bepaalde groep mensen op één territorium een gemeenschappelijke geschiedenis hebben, eenzelfde taal spreken, aan een zelfde cultuur deelachtig zijn en – min of meer- dezelfde waarden delen. Het volk is dan soeverein en beslist wat het met andere volkeren wil samendoen (daarom zijn nationalisten a forteriori tegen grotere federale samenwerkingsverbanden zoals de E.U.). Los van de ethische waarde van deze definitie (behoren allochtonen wel tot het Vlaamse volk? Wat is de maatstaf om zich te integreren in een volk? Kan je als buitenstaander “echt” tot een volk behoren? Niet alle Nederlandstaligen hebben hetzelfde waardenpatroon, men kan tot verschillende culturen behoren etc…) zijn er ook praktische bezwaren.

Immers, Limburg heeft met de rest van de zuidelijke Nederlanden geen gemeenschappelijke geschiedenis, Brabant wel. In de provincie Brabant anderzijds is er toch een splitsing, los van de historische affiniteiten, die bovendien ingaat tegen de economische logica. De taal lijkt dus doorslaggevend te zijn. Eén volk is één taal (“de tael is gansch het volk”- het begrip volk is een 18e eeuwse term ontstaan in de Duitse romantiek en gewoon een linguistische constructie.). Dat is nog problematischer. In dat geval kan enerzijds Antwerpen met evenveel rechten dan het Vlaams Gewest autonomie claimen. De spiraal van versnippering wordt dan oneindig. Nationalisten zullen dan stellen dat taal in regio’s moet gebundeld worden. In dat geval vormen Vlaanderen en Nederland enerzijds en Duitsland en Oostenrijk anderzijds een regio. Maar die ruimtes zijn te groot om te beantwoorden aan de definitie van “regio”! Zijn Staten niet opgebouwd volgens het principe van bevolking? Volgens rechtsgelijkheid? Toegegeven, een ééntalige staat is makkelijker om te besturen, maar andere meertalige Staten (Zwitserland, Canada,…) blijken toch niet alleen te kunnen functioneren, maar hebben doorgaans een hoge welvaartsgraad. (Natuurlijk is de situatie in Canada soms verre van voorbeeldig, maar dat ligt eerder aan de chaotische referenda die constant georganiseerd worden.
Solidariteit lijkt het meest heikele punt. Waarom moet Vlaanderen solidair zijn met Wallonië en niet met pakweg Congo (waarmee ons land en dus Vlaanderen én Europa reeds solidair mee is?) Ten eerste is Vlaanderen via België al solidair in Europa en in de wereld, ten tweede kan men de vraag anders stellen. Waarom moet West-Vlaanderen solidair zijn met Limburg? Een ander argument is dat Vlaanderen wel solidair kan zijn maar de solidariteit moet “transparant zijn” en de “miljardentransfers” zijn onbetaalbaar. Natuurlijk mogen de cijfers van de transfers gepubliceerd worden, net zoals de transfers tussen provincies, gemeenten, arm en rijk. Zij moeten echter niet dienen om- zoals thans het geval is- taalgroepen tegen elkaar op te zetten. De transfers zijn, in weerwil van sommige foutieve cijfers, noch onredelijk noch non-transparant. Geen Belg lijdt eronder
Trouwens: Ondanks de “miljardentransfers” is Vlaanderen een zeer sterke economische regio (voor nuancering en weerlegging over de absurd hoge cijfers van de transfers cf. tekst “de mythe van transfers”). Ten tweede: Laten we hypothetisch aannemen dat de transfers inderdaad “schandalig hoog” zijn (quod non). Dan nog. In elk land zijn er transfers die naar de overheid gaan. Moet de Waalse zieke de dupe worden van wanbeleid en doorgedreven regionalisme? Het komt erop aan een goed beleid te voeren voor het hele land, dus ook al zouden er pijnpunten zijn qua overconsumptie in sommige delen van het zuiden, dan is het de plicht van de overheid om daar op een redelijke manier mee om te gaan, in het voordeel van de burger. Dit is belangrijk want echte solidariteit gebeurt tussen personen (via de geeikte overheidsinstanties) en niet tussen regio’s waar de wet van de sterkste zou gelden. Nog belangrijker is echter dat ten eerste de gewesten zelf oorzaak zijn van éénzijdige berekeningen en wafelijzerpolitiek (zonder gewesten geen transfers! Cf. ook programmapunt over startinkomen) én dat de Belgische sociale zekerheid algemeen beschouwd wordt als de beste ter wereld. Het systeem van Belgische SZ na WO II door alle taalgroepen opgebouwd (dat vergeten nationalisten nogal graag) is de meest fundamentele meerwaarde die België aan Vlaanderen biedt. Natuurlijk, Vlaanderen kan perfect een eigen SZ opbouwen. Limburg trouwens ook en Brussel eveneens. Is dat de Europese toekomst?In een systeem met een vast startinkomen én zonder Gewesten wordt de situatie alvast drastisch vereenvoudigd.


Ook institutioneel biedt ons land een meerwaarde. Binnenlands: op het vlak van een enorme dossierkennis door jaren ernstig debat opgebouwd in zake bijvoorbeeld defensie, justitie (ondanks de moeilijkheden) en een traditie van enorme vrijheden voor de burger in alle omstandigheden. Jammer genoeg is een schat aan dossierkennis voor bijvoorbeeld ruimtelijke ordening door defederaliseringen verloren gegaan. Ook ecologisch biedt Wallonië een surplus aan Vlaanderen.

De ultieme meerwaarde die België tenslotte biedt is Europa. Niet alleen is ons land oververtegenwoordigd in de Raad van Europa, maar onze stem wordt internationaal gerespecteerd. Als voorbeeld moge hier de crisis omtrent Irak in de lente van 2003 dienen. Grote Belgische staatsmannen zoals P.H. Spaak zijn bijna net even belangrijke grondleggers van de Europese Unie dan Churchill of Adenauer. Een onafhankelijk Vlaanderen heeft een eigen stem, juist. Maar wat voor één? En met welk gewicht? Naast de uitmuntende strategische ligging bezit ons land ook Brussel. Brussel is wellicht als metropool belangrijker dan de som van de twee andere deelstaten samen. Kan een onafhankelijk Vlaanderen Brussel met al zijn instellingen bewaren? Niet alleen de Europese, maar ook de zetel van de NAVO in Evere bijvoorbeeld. Men kan bovendien nog argumenteren wat de toekomst is van een federaal Europa (nationalisten willen een confederaal Europa van soevereine naties, de facto een terugkeer naar de periode van voor de EGKS) waarin een land met drie taalgroepen niet eens overleven kan. Sommigen hebben het in dit opzicht over het multiculturalisme van de Belgische maatschappij. Eerder een zwak argument: Ook Vlaanderen is multicultureel samengesteld. Maar dat laatste dekt toch niet alles. Ons land heeft bewezen dat drie taalgroepen (de Duitstaligen zijn trouwens de best beschermde minderheid ter wereld) in staat zijn op vreedzame wijze met elkaar samen te leven. En daar zal in de toekomst geen verandering in komen, waarom zou het ook?

Wat is eigenlijk de meerwaarde van Vlaanderen voor België? En dan hebben we het niet over de Nederlandstalige cultuurgemeenschap, maar wel over het federalisme dat ons in drie gewesten met talloze deelregeringen en –parlementen opzadelt. Federalisme was een eis van nationalistische bewegingen. Nu is het er. Maar worden we beter bestuurd? Niemand geraakt nog wijs uit het Belgisch labyrinth. Een veel redelijker oplossing lijkt de staat te ontdubbelen en multipolair te maken.

Tenslotte kunnen we ons afvragen wat de zin is van te redeneren in meerwaarde-theorieën. Zou Philips niet sluiten als Vlaanderen onafhankelijk wordt? Een economie gebaseerd op slavenarbeid biedt ook een relatieve meerwaarde maar wordt algemeen als inhumaan erkend. De toekomst is Europees. Het concept België is er. Perfect? Verre van, maar ondanks institutionele onvolmaaktheden niet de “absolute ramp” waarvan sommigen gewag maken. Alle dingen kunnen verbeterd worden en ook alle dingen moeten bespreekbaar zijn. Dat is eerlijkheid. Maar laten we constructief en optimistisch werken aan een betere samenleving voor ons land en Europa in plaats van te vervallen in navelstaarderij en verdeeldheid waar niemand- behalve sommige politici- beter van wordt.

[Ga terug]


Publicatie

Tjsilevitsj

Tjsilevitsj is de naam van de rapporteur van de Raad van Europa die de vermeende wantoestanden in Brusselse ziekenhuizen moet komen vaststellen. Daar is door de Vlaamse partijen stevig op aangedrongen. Terloops dient vermeld te worden dat dezelfde Vlaamse partijen volslagen geen waarde hechtten aan diezelfde Raad van Europa toen ze een tijd geleden de Zwitserse rapporteur, mevrouw Nabholz-Haidegger die het fameuze minderhedenrapport opsgesteld had terugfloten. Ook de stemming die het rapport goedkeurde werd naar de prullenmand verwezen. De partijen hadden het dossier wellicht niet eens gelezen en zagen er een sluwe franskiljonse poging in om België volledig te verfransen. In plaats van werk te maken van een serieuze politiek van tweetaligheid, waar dàt rapport n.b. toe aanspoorde gaan ze nu met hun grieven naar de verguisde Raad…omdat er iets schort aan tweetaligheid. In gewone mensentaal noemt men dat hypocrisie, voor sommige van onze politici is het routine.

[Ga terug]

Publicatie

ZONDER COMMENTAAR: het 70 puntenprogramma van het Vlaams-Blok

Als enige site op het internet publiceert de B.U.B. het 70 puntenprogramma dat het Vlaams Blok stelselmatig heeft doen « verdwijnen ». Oordeelt uzelf.

Update: op de uitstekende site van Blokwatch kan u het beruchte programma nu terugvinden, in al haar verschillende versies bovendien.

 

[Ga terug]

Publicatie

Sauwens
In het Belang van Limburg van 05.03.03 verklaarde CdenV-politicus Johan SAUWENS dat er zoveel sociaal-economische verschillen zouden zijn tussen Vlaanderen en Wallonië dat er een aparte politiek dient gevoerd te worden. Daar zijn we weer met de fameuze verschillentheorie van het Vlaams-nationalisme. Indien we de redenering van Sauwens mogen doortrekken, dan dienen we drie kwart van de staten in de wereld af te schaffen want overal zijn er wel grote verschillen tussen landsdelen (bijvoorbeeld in Italië tussen het noorden en het zuiden en in Duitsland tussen het westen en het oosten). Tegelijk dient men dan ook de Europese Unie af te schaffen wegens teveel verschillen tussen Spanje en Denemarken om maar twee landen te noemen. Misschien kan men dan ook ineens die zeer kunstmatige regio Vlaanderen afschaffen wegens teveel sociaal-economische verschillen tussen de westhoek en Limburg enerzijds en de rest van Noord-België anderzijds. Of draait het bij Sauwens gewoon om puur Vlaams-nationalisme?

[Ga terug]

Publicatie

Mythe van noord-zuid transfers

In het Vlaams Gewest zijn er 6% werklozen. In Wallonië 12%. Laten we het “neutrale” Brussel even buiten beschouwing. In het noorden zijn er 4 miljoen werkenden, in het zuiden 1,8 miljoen (afgerond met vergissingsmarge).

Dat geeft volgende berekening:

VL.: 4 Miljoen X 6% = 240.000 werklozen
WA.: 1,8 Miljoen X 12% = 216.000 werklozen

TOTAAL: 456.000 werklozen

In Wallonië zijn er dus ongeveer 100.000 werklozen “teveel” vergeleken met “Vlaanderen” (1,8 M X 6%, de helft dus).

Welnu, in de dubbele veronderstelling dat die werklozen gemiddeld 700 euro per maand krijgen (wat veel is) en dat ALLEEN de “Vlamingen” voor deze werklozen betalen (wat eigenlijk niet juist is, aangezien ook de Waalse en Brusselse belastingbetaler meebetalen), dan kosten deze Waalse werklozen de Vlaamse belastingbetaler in het SLECHTSTE geval 100.000 X 700 euro = 70 Miljoen euro per maand of 840 Miljoen euro per jaar (X 12). Dat is 34 Miljard BEF.

Rekening houdend met het feit dat er 3 Miljoen “Vlaamse” belastingbetalers zijn (afgerond met vergissingsmarge) kan men aan elke Vlaamse belastingbetaler slechts een belastingvermindering geven van hoogstens 280 euro per jaar, in de veronderstelling dat men het geld dan daaraan besteedt. Het is dan wel op.

En dan zijn we nog héél vriendelijk geweest met onze cijfers. In werkelijkheid zal men onder 200 euro per jaar en per “Vlaamse” belastingbetaler zitten...

Dan is het interessanter voor de onafhankelijk van Tibet te streven...

[Ga terug]

Publicatie

De 10 grootste mythes van het Vlaams-nationalisme

Zoals elke beweging die de emotie en de vendelzwaaierij nauwer genegen is dan de ratio, bestaat ook de argumentatie van de Vlaams-nationalisten uit een aaneenrijging van verdraaiingen en een brede “mythologie”. Hieronder een samenvatting van de 10 grootste mythes van het Vlaams-nationalisme. De 11e, misschien wel allergrootste, vindt u onder de publicatie ‘mythe van de transfers’

1) de mythe dat Vlamingen en Walen (op politiek vlak) anders denken

Dit is allicht de hardnekkigste mythe die door flaminganten graag verspreid wordt. Het kadert in de ruimere “verschiltheorie”, die gebaseerd is op het feit dat er een Romaanse cultuur is en een Germaanse die niet binnen de grenzen van één land met elkaar kunnen samenleven. In politiek correctere termen wordt deze mythe vertaald naar de slogan dat Vlamingen en Walen in zowat alle belangrijke politieke dossiers anders denken. Dit is een manifeste leugen. Er zijn zowel verschillen tussen een Oost-Vlaamse arbeider en een Limburgse rentenier als tussen “een” Franstalige en “een” Nederlandstalige. Bovendien is het normaal dat er op economisch vlak in ons land in de zuidelijke provincies een andere conjunctuur is, het zuiden immers is agrarischer tegenover het feller geindustrialiseerde noorden. Zouden de flaminganten dit ook nog op separatisme aansturen (cf. ook “transfers”) wanneer er in het zuiden 3.000.000 Nederlandstaligen woonden? Moet elke Belg hetzelfde denken? Taal is een onderdeel van cultuur (niet eraan gelijk! Moet men zich bij deze trouwens ook niet afvragen of de Vlaams-nationalisten wel met vreemdelingen kunnen samenleven?), maar zeker in een steeds meer geglobaliseerde samenleving is het een verrijking dat er in één land verschillende talen gesproken worden. Een laatste element om deze mythe te staven wordt gevonden bij de politici die in noord en zuid steeds andere oplossingen zouden vinden. Na 30 jaar geindoctrineerd regionalisme- waar de Vlaams-nationalisten zélf op aangedrongen hebben en op aandringen!- en het oprichten van gewestregeringen én regionale partijen is het normaal dat de politici soms gaan kiezen voor de belangen van hun eigen regio boven die van de staat. Dit heeft echter niets te maken met “verschillen”, maar alles met politiek opportunisme. Wanneer we morgen het Vlaams gewest in twee opdelen en partijen oprichten voor west en oost, dan zullen er ook zgn. ‘verschillen’ ontstaan.

2) de mythe dat geen bedrijf of burger onder de staatshervormingen aanzienlijke schade geleden heeft

Dit verhaaltje wordt graag opgedist om de staatshervormingen te verdedigen. Uiteraard ‘ vergeet’ men erbij te vertellen dat de kosten van driedubbele administraties en honderduizenden ambtenaren (verhoudingsgewijs meer dan in China) enorm zwaar wegen op de belastingsbetaler. België is het 2e zwaarst belaste land ter wereld. Het federalisme zoals we dat nu kennen is een dure grap. Bovendien kan men zich nog de vraag stellen hoe democratisch zij tot stand gekomen is. Legitiem wel… maar was zij niet het gevolg van de splitsing van de partijen en een dankbaar excuus om ministerportefeuilles te creëren?

3) de mythe “wat we zelf doen, doen we beter”

De uitspraak van Gaston Geens heeft de voorbie 30 jaar haar absurditeit bewezen. Milieu en ruimtelijke ordening hebben aangetoond dat het Vlaams Gewest niet beter bestuurt dan de unitaire staat. Bovendien zorgt dit sloganeske taalgebruik tot ridicule splitsingen, een voorbeeld daarvan is landbouw - dat sowieso een Europese materie aan het worden is. Dat de splitsing van buitenlandse handel, om nog maar te zwijgen van ontwikkelingssamenwerking belachelijk zijn en een coherent beleid onmogelijk maken behoeft geen betoog. Het kan echterzowaar nog belachelijker “splits het internet”, “splits de rode duivels”… Alsof een Vlaams bestuur synoniem staat met een beter bestuur.

4) de mythe dat België een artificiële staat is

Eén van de meest gebruikte slogans van de Vlaams-nationalisten. Los van de bedenking wat ‘artificieel’ inhoudt, kan men zich afvragen welke staat dan wel door God gewild is. Duitsland is pas in 1870 ééngeworden nadat Pruisen oorlogen uitvocht met zijn buurlanden en met andere deelstaten die honderden jaren autonoom geweest zijn. Net als Frankrijk dat gegroeid is vanuit het kroondomein rond Parijs. In werkelijkheid leven de bewoners van onze gewesten sinds 1430 op een vreedzame wijze naast mekaar. Niet dat er toen sprake was van een natievorming, uiteraard. De Belgische onafhankelijkheidsstrijd (cf. ‘de mythe dat de revolutie van 1830 een franstalige opstand was’) was een democratische opstand tegen een autoritair régime vanuit het noorden dat geenszins democratisch was. Bovendien is er nog een veel grotere kunstmatige staat in wording: De Europese unie- moeten we die nu ook opdoeken?

5) de mythe dat monarchie niet rijmt op democratie

Hierop zijn enkele bezwaren aan te brengen. Allereerst: welke monarchie bedoelt men? Wanneer men het heeft over monarchieen zoals die vandaag de dag nog bestaan in Saoedi-Arabie, heeft men uiteraard gelijk. Voor de Belgische monarchie liggen de zaken evenwel anders. De machten van de Koning zijn constitutioneel ingeperkt (art. 33 v.d. GW “alle machten gaan uit van de natie). Elke handeling of uitspraak van de Koning moet gedekt zijn door een minister, zodat eigenhandige manipulaties van het systeem uit den boze zijn. Bovendien: in welke zin moet men democratie interpreteren? Het lijkt duidelijk dat een overgrote meerderheid (zoals een rondvraag in La Libre Belgique-die N.B. door de N-VA werd gebruikt) in 2002 nog aantoonde) van de Belgische bevolking gehecht is aan zijn staatshoofd en aan de instelling van het vorstenhuis. Bovendien heeft de monarchie zoals we die vandaag kennen niets vandoen met de Ancien Régime-dynastieen van weleer waarin de Keizer of Koning zijn macht van “God” of van de “Rede” haalde. Dat een president niet noodzakelijk democratischer of machtiger zou zijn (omdat hij verkozen is) tonen vele voorbeelden in het buitenland aan. Het is ook een fabeltje dat de Koning niet ter verantwoording geroepen kan worden, wanneer men iets aan te merken heeft op een uitspraak/daad van de vorst kan men in de Kamer van Volksvertegenwoordigers de eerste minister interpelleren. Vaak wordt de monarchie ook met ronduit belachelijke argumenten aangevallen.Dan wordt bv. het in de GW staande “de Koning heeft recht op muntslag” letterlijk geinterpreteerd om aan te tonen hoe middeleeuws de instelling wel is. Bovendien streven veel Vlaams-nationalisten naar een confederatie met Nederland- een koninkrijk! Toont dit niet voldoende aan dat ze eerder anti-royalisten zijn “pour les besoins de la cause”? Het is immers zoveel makkelijker te zeggen ‘wij willen een protocollaire monarchie- in eerste instantie-‘ dan ‘wij willen de koning weg want hij staat de Vlaamse ontvoogdingsstrijd (als Belgisch symbool) in de weg. Bovendien meent de meerderheid der Vlaams-nationalisten dat alle Belgischgezinden koningsgezind zijn. Dit is echter niet waar, men kan evengoed pro-Belgie zijn en een republikeinse staatsvorm aanhangen. Wanneer men die mensen nog eens bijtelt bij degenen die al koninsgezind zijn, wat blijft er dan nog over van de Vlaamsgezinde republikeinen?

6) de mythe dat het Vlaams-nationalisme multicultureel is

Graag beroepen Vlaams-nationalisten zich op de these dat iedereen welkom is in Vlaanderen, dat met een open blik op de wereld gericht is. Dit is een manifest onjuiste stelling. Het Vlaams-nationalisme wil een staat scheppen op basis van een volk en wijst daarom per definitie een multiculturele samenleving af. Het Vlaams-nationalisme is monocultuur (één taal, één volk…). Het Vlaams Blok vertolkt dit heel duidelijk door een multiculturele samenleving op gelijke voet te stellen met een “multicriminele” samenleving, een partij als de N-VA zegt daarentegen dat iemand pas Vlaming kan zijn als hij zich aanpast aan de (niet omschreven) “Vlaamse cultuur”. Op die basis kan men zich trouwens ook vragen stellen bij het fundamentele verschil in discours tussen de N-VA en het VB. De ene partij kan niet samenleven in een staat met Franstaligen, de andere wil een staat zonder Walen én vreemdelingen.

7) de mythe van het Europa der regio’s

(bijna) Alle Vlaams-nationalisten streven een Europa der regio’s na. De staten die we nu kennen zijn volgens hen verouderd, 19e eeuws en zullen- en dit wordt voor België zelf vaak herhaald- enerzijds bevoegdheden afstaan aan de Europese Unie en anderzijds aan de gewesten. Zo zou het Europa van morgen een confederale structuur van monoculturele volkeren worden: de Vlamingen, de Welshmen, de Bretoenen, de Basken, de Friezen, de Schotten… Niets echter wijst erop dat een evolutie zich in deze richting zich voltrekken zal. Allereerst kent Europa maar enkele federale staten (Duitsland,Zwitserland,Oostenrijk en-gedeeltelijk-Spanje) en bovendien zijn deze staten centripedaal gevormd (in tegenstelling tot ons land waar het federalisme centrifugaal is; vandaar dat men de bewering als zou een “Vlaamse grondwet” of een “paritaire senaat” de normaalste zaken zijn in een federale staat voor ons land niet opgaat. Zij vormen er slechts de bron van nog meer middelpuntvliedende krachten, daar waar in een ander federaal land-bv. Duitsland- de federale grondwet als koepel is komen te staan op de grondwetten van de deelstaten). Niets wijst erop dat er een lidstaat van de Europese Unie in staat van ontbinding verkeert, de meesten zijn unitair -zoals gezegd- en dit geldt eveneens, en zelfs nog meer, voor kandidaat-lidstaten in het voormalige Oostblok. Het Europa der regio’s is bijgevolg niets meer dan een leugen of een nationalistische utopie. Bovendien kan men zich afvragen of de Vlaams-nationalisten wel zo “Europees” gezind zijn. In een federale staat kunnen ze niet met Franstaligen samenleven, wat zouden ze dan doen in een (toekomstig) federaal Europa waar ze met verschillende entiteiten samenleven? Wordt Brussel, of Vlaams-Brabant immers niet bedreigd door het ‘franskiljonisme’? Hoe gaan middelpuntvliedende krachten in eigen land plots middelpuntzoekend worden in Europa? Het Vlaams-nationalisme is een monoculturele ideologie die zich onmogelijk kan integreren in een meertalig geheel. Vlaams-nationalisme kan bijgevolg nooit op Europa rijmen.

8) de mythe dat (Nederlandstalige) Belgischgezinden verdedigers zijn van de francophonie

Belgischgezinden, vaak minachtend “Belgicisten” genoemd worden vaak afgeschilderd als verdoken FDF-ers of verdedigers van “la francophonie”. Vermits het Vlaams-nationalisme een combattieve ideologie is dient ze een vijandbeeld te scheppen. Dit vijandbeeld bestaat, en zal steeds bestaan uit het bondgenootschap van Nederlandstalige ‘Vlamingenverraders’ en van de franstalige bourgeoisie. De eersten zijn de knechten van de laatsten. Deze aantijging gaat gepaard met de beschuldiging dat alle Belgischgezinden terug willen naar het “Belgique à papa” van weleer waar alles ééntalig Frans was. Blijkbaar ligt de taalkwestie die toch reeds decennialang geregeld is nog zeer “gevoelig”, of-beter gezegd- wordt zij te pas en te onpas bovengehaald om de Belgischgezinden verdacht te maken. Zij Conscience reeds niet “de tael is gansch het volk”? De koppeling aan het FDF lijkt op het eerste gezicht vreemd, vermits deze radicaal-francophone partij uitermate regionalistische (separatistische) standpunten inneemt, die dus per definitie anti-Belgisch zijn. De waarheid is allicht dat het Vlaams-nationalisme langs Nederlandstalige kant het “Vlaamse Volk-één-en-onverdeeld” wil houden. Nederlandstaligen die het met de dogmatische standpunten niet eens zijn kunnen op geen genade rekenen en Franstaligen zijn sowieso de incarnatie des duivels. In het denken van de Vlaams-nationalisten immers is België een Waalse constructie die bedoeld is om de ‘Vlamingen’ leeg te zuigen.

9) de mythe van het ‘Vlaamse Volk’

Vele flaminganten pretenderen dat Europa uit honderden volkeren bestaat, waarvan het Vlaamse volk dan één zou zijn. Deze bewering is gemakkelijk te weerleggen: ten eerste baseert een rechtsstaat zich niet op een ‘volk’ maar op een ‘bevolking’ en ten tweede is er geen enkel bewijs dat er een ‘Vlaams’ volk zou bestaan. Welk zijn dan de eigenschappen van dit volk? Met recht kan men dan evengoed beweren dat er een Limburgs, Antwerps, Brabants, ja zelfs Brussels,Leuvens, Luiks of Kortrijks volk bestaat.

10) de mythe van het democratisch/sociaal Vlaams-nationalisme

Een filosoof zei ooit “nationalismen zijn de bron van alle kwaad”. Zeker voor Europa gaat dit op. Een nationalisme, eender welk zal steeds autoritaire, fascistoide en dus ondemocratische trekken vertonen. Een democratisch nationalisme is sua generis onmogelijk omdat de gedachte van het nationalisme zelf een uitsluiting van de andere impliceert. De andere neemt vele gedaanten aan: de Jood, de Moslim, de Waal...
Zonder een dialectische strijd is geen nationalisme levensvatbaar, cf. Israël of de Balkan. Of nazi-Duitsland in het verleden. Een nationalisme is in zover sociaal dat het de eigen volksgenoten omsluit. Het gaat hier om een streven naar een ‘Volksgemeinschaft’, een monolitische, harmonische cultuur zonder interne verschillen. Kortom kan men besluitend zeggen dat sociaal Vlaams-nationalisme Vlaams nationaal-socialisme is.

 

[Ga terug]

Publicatie

Mythe van 1302 en de Vlaamse beweging

Gy Vlaming, die dit boek gelezen hebt, overweeg bij de roemrijke daden, welke het bevat, wat Vlaanderen eertijds was, - wat het nu is - en nog meer wat het worden zal, indien gij de heilige voorbeelden uwer vaderen vergeet aldus Hendrik Conscience in 1838 in “De Leeuw Van Vlaanderen”. Het begrip “Vlaanderen” in de hoedanigheid van territoriale omschrijving zoals we die nu kennen dateert van nà 1840, m.a.w. het was pas nadat schrijvers die zich in de romantiek bevonden hun boeken neerpenden dat Vlaanderen méér werd dan het gebied dat Oost-, West- en Frans-Vlaanderen omvat. Wat Conscience (en anderen) deden op het einde van de 19e eeuw is een schoolvoorbeeld van wat historicus Hobsbawm The invention of traditions genoemd heeft. Bepaalde schrijvers en filologen gaan op zoek naar culturele symbolen die wijzen op een mythische ethnie, op een volk dat eeuwig en altijd al één was.

Is er nu sprake van de vorming van een Vlaamse identiteit in 1302? Uiteraard niet, het “patriottisme” van de gewone man beperkte zich tot loyauteit aan de vorst of aan zijn familie of stad. De Guldensporenslag (de term dateert ook uit de late 19e eeuw) is één van de talrijke Middeleeuwse veldslagen, die met het “Vlaanderen” of Vlaams gewest van vandaag weinig of niets te maken heeft. Men moet dit alles contextualiseren in de feodo-vazallitische verhoudingen van de volle Middeleeuwen. In 1297 voelde Gwijde Van Dampierre, Graaf van Vlaanderen zich in zijn belangen gefnuikt door de Franse Koning, van wie hij leenman was. In die periode werd de Graaf tijdelijk vervangen door J. de Chatillon, een andere vazal van de Franse Koning. Tegelijkertijd moest hij ook echter in het graafschap hoofd bieden aan een intern conflict: zo gaf hij steun aan zowel de adel als het gewone volk in hun strijd tegen de poorters (de vrije inwoners van de stad). Deze laatsten hadden immers een zodanige economische macht verkregen (laken-industrie met Engeland) dat ze de interne coherentie van het Graafschap dreigden aan te tasten. In Noord- Italië waren de steden reeds aan het evolueren naar stads-staten, dit zou ook in Vlaanderen het geval kunnen worden, en dat moest ten allen prijze vermeden worden. De Fransen begrepen eigenlijk zelf niet al te veel van de tweespalt die zich in de periode 1297-1302 aftekende tussen Leliaerts (koningsgezinden, de poorters) en Klauwaerts (aanhangers van de graaf). Toen de Franse Koning, Filips de Schone zijn intrede deed in Gent werd hij door het gewone volk zeer hartelijk verwelkomd (hij had een reeks belastingen laten afschaffen). Dit wijst nogmaals op de complexiteit van de verhoudingen (immers nadien zou het “plebs” zich tegen de Koning keren, veel was een zaak van opportunisme).

Te Brugge wist men ondertussen wat er te Gent gebeurde en werd het gewone volk door de poorters monddood gemaakt. Daarop volgden meerdere malen een gewapend treffen tussen poorters,het gewone volk en de de ambachten. Deze twee laatsten gesymboliseerd door de (mythische) figuur van Pieter de Coninck. Ondertussen drukten echter de financiële lasten van de Franse Koning op het gewone volk. Gwijde van Dampierre zag het nut in van een coalitie tussen dezen, en dus ook met de ambachten. In een bloedige opstand te Brugge op 18 mei 1302 (Brugse metten) werden heel wat poorters en Franse soldaten afgemaakt door de gilden olv de Coninck, op de vraag: des Gilden Vriend?. Later werd dit door de Vlaamse Beweging gerecupereerd als “Scilt ende Vrient?. De Vlaamse romantici zagen in hun accaparatie wel één ding over het hoofd: in het middelnederlands wàs het woord voor “schild” al “scilt”…hoe konden de Fransen die zinsnede (volgens de legende werd hen gevraagd de zin correct uit te spreken- ze zouden zich dan verspreken op de “sch”) dan verkeerd uitspreken? Misschien was er wel “scilt ende vrient”, maar dan louter als strijdkreet. Des Gilden Vriend lijkt meer aanvaardbaar, vanuit linguïstisch en historisch standpunt. Inmiddels was een hele reeks coalities afgesloten, zodat- om een lang verhaal kort te maken- op 11 juli 1302 aan de Groeningekouter enerzijds een Vlaams leger stond opgesteld, met soldeniers van Gwijde van Dampierre, waarvan het grootste deel (1500 man uit de kuststreek) onder leiding stond van Gwijde van Namen, uit de Franstalige Naamse klasse van edellieden, anderzijds het Frans leger- te paard- gesteund door een Brabants garnizoen, olv Godevaart van Brabant. Het hertogdom Brabant omvatte toen de huidige provincie Brabant (tot 1995) en de provincie Antwerpen (met delen van wat nu Nederland is inbegrepen). Het leger van Gwijde van Dampierre versloeg het Franse ridderleger, zoals bekend.

Is de Guldensporenslag nu belangrijk? Vanuit historisch oogpunt wel, in die zin dat de westgrenzen van de huidige Benelux werden vastgelegd. De Fransen zouden nooit meer de huidige provincies aan de zee veroveren (Napoléon daargelaten), ondanks verwoede pogingen van Lodewijk XIV in de Nieuwe Tijd. Ook vanuit militair oogpunt is de slag interessant: voor het eerst versloeg een “volksleger” een ridderleger. In de steden was er over het algemeen meer sociale gelijkheid na 1302 (minder Franse belastingsdruk, hoewel de Franse Koning na 1304 sterker werd). Maar daar vocht de Graaf dan weer niet voor, die wilde zijn kroondomein beveiligen en de poorters beteugelen. Het gewone volk trok er zich allemaal niet veel van aan: het had het moeilijk genoeg met te overleven en velen waren zelf leenman van- en dus in dezelfde problemen betrokken dan die van de Graaf. Ook in andere miniatuur-vorstendommen (Namen, Luik…) was dit het geval. Hoe Vlaams was nu de Guldensporenslag? Helemaal niet, het volstaat te verwijzen naar de partijen die meevochten om aan te tonen dat dit met het Vlaams gewest van vandaag niks te maken heeft. De slag bij Woerdingen (1288) (gevochten door de heren van Loon, ongeveer het huidige Limburg tegen hun leenheer de Duitse Keizer) was even belangrijk in het vastleggen van de oostgrenzen van België. Terloops dient hier nog aan toegevoegd dat Loon (Limburg) pas aan het einde van het Ancien Régime aan de Zuidelijke Nederlanden toegevoegd werd. Dit heeft allemaal niets met Vlaanderen te maken. Net als de Vlaamse Leeuw trouwens, die een plagiaat is op Sie sollen ihn nicht haben, den Freien Deutschen Rein, van 5 jaar vroeger. Allemaal 19e eeuws, aftands en historisch incorrect gezwets, dat tegenwoordig ingebed wordt in een pseudo-wetenschappelijk en ultra-nationalistisch discours. Precies 700 jaar geleden ploeterde het toenmalige graafschap Vlaanderen zich in de Kortrijkse modder naar een klinkende overwinning tegen Frankrijk. Het gebeurde op 11 juli. Die dag is voor het hedendaagse Vlaanderen een symbool voor de gemeenschap die wij als Vlamingen vormen. Zulke symbolen zijn belangrijk voor een volk, ze versterken en veruitwendigen de samenhorigheid. Een natie zonder symbolen en dus zonder trots is als een persoon zonder zelfvertrouwen, niet tot handelen in staat. Aldus Geert Bourgeois (N-VA 28/06/2002). Dit doet erg denken aan de woorden van Conscience. En de N-VA voegt er nog aan toe: de Vlaamse Feestdag beleeft in 2002 dus een niet alledaagse jubileumeditie. En dat gaan we vieren! Niet uit heimwee naar een verre veldslag maar door vooruit te kijken naar de plaats van onze Vlaamse natie in Europa en de wereld,
Vooruit kijken? Zeer betwistbaar als u het mij vraagt. Het zal Conscience wellicht zelf allemaal niet veel hebben kunnen schelen: hij was libertijn, Franstalig en Belgischgezind, net als zowat de hele Vlaamse beweging voor 1914. Bovendien schreef hij de tekst over de Guldensporenslag in opdracht van Léopold I: de herinnering aan een heldhaftig “Vlaanderen” zou immers ook de jonge Belgische Staat ten goede komen. Het lijkt erop dat Conscience de Vlaams-nationalisten een vergiftigd geschenk gegeven heeft.

Belgische Unie
Union Belge

[Ga terug]

Publicatie

Wat betekent 21 juli?

1. Vanaf de Bourgondische Tijd

België is niet zomaar uit de lucht komen vallen, maar kan integendeel terugblikken op een lange aanloop naar haar onafhankelijkheid. De natie die vandaag ons land is, is wat het territorium betreft quasi dezelfde gebleven sinds de éénmaking onder Filips de Goede (1430). Inderdaad kan men stellen dat de Bourgondiërs definitief komaf probeerden te maken met het feodale stelsel en als dusdanig met de Middeleeuwen zelf. De zgn. 17 provinciën (ongeveer het territorium van ons land en Nederland samen), zouden op het einde van de 15e eeuw in de handen van het huis van Habsburg komen te vallen en als dusdanig achtereenvolgens in Spaanse en in Oostenrijkse handen terechtkomen.

2. Onder invloed van de Verlichting: De Brabantse Omwenteling

Terwijl gedurende de Middeleeuwen en het hele Ancien Régime door (tot het einde van de 18e eeuw) de machthebbers uit andere Europese vorstenhuizen als legitiem aanvaard werden, zwakte dit idee af o.i.v. de Verlichting, die ideeën als vrijheid van mening en volkssoevereiniteit naar voren bracht. De Amerikaanse Revolutie (1776) had reeds komaf gemaakt met het Engels bewind op het Amerikaanse continent, maar ook Europa zou spoedig bevangen raken door een revolutionaire koorts. Immers, het waren Franse en Engelse denkers die idealen fulmineerden die ingingen tegen het steeds meer en meer absolutistische bestuur van vorsten, die zich geïnspireerd wisten door God (le droit divin) of door de Rede (zgn. Verlicht Despotisme, “alles voor het volk, niets door het volk”). Jozef II had in de ogen van vele inwoners van de Zuidelijke Nederlanden de oude privileges geschonden, bovendien was zijn zeer centralistische politiek, die ook erg anti-klerikaal getint was allerminst democratisch te noemen. In 1788/9
barstte een opstand los, geleid door twee advocaten Van der Noot en Vonck ongeveer gelijktijdig in Brabant en in de rest van wat later België worden zou. In oktober werden de Kempen bevrijd, in november Gent. Beschamend was vooral de Oostenrijkse nederlaag te Turnhout, waar het volk, net als op zovele andere plaatsen spontaan in opstand gekomen was. Maar de Verenigde Belgische Staten ( opgericht in januari 1790) waren geen lang leven beschoren. De staat was op een losse, federale leest geschoeid en werd niet erkend door de buitenlandse grootmachten. Bovendien waren de belangentegenstellingen tussen Vonck en Vandernoot te groot: de veel democratischere Vonck die een reële volksinspraak mét scheiding der machten wenste, botsten te zeer met het ideeëngoed van zijn oude medestander, die een zeer conservatieve en ultra-klerikale mening toegedaan was. Bovendien was hing het gezag te los aaneen. D.m.v. de grootmachten werd (voorlopig) het Oostenrijks gezag hersteld, tot ongenoegen van degenen die zich ondertussen patriotten waren gaan noemen. Voor de eerste keer werden toen tricolores gehesen.

3. De Franse Revolutie, Napoléon en het VKN

De Franse Revolutie van 1789 was ondertussen expansionistisch geworden en de opnieuw herstelde Oostenrijkse Nederlanden werden van 1790 tot 1794 een strijdtoneel tussen Fransen en Oostenrijkers. Het aankomen van Napoléon (1799) zorgde wel voor een relatieve rust in de aangehechte territoria, waaronder de Zuidelijke Nederlanden (1802), maar allerminst voor “democratie”. Na Waterloo (1815) trachtten de grootmachten de orde op het continent weer te herstellen. Een evenwicht werd nagestreefd en Frankrijk werd terug binnen zijn oude grenzen van voor 1789 ingekapseld. In die optiek werd een gordel van bufferstaten aangelegd, met ten noorden van Frankrijk het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, dat twee territoria, die sinds 1585 gescheiden waren (de noordelijke en de zuidelijke Nederlanden, toen owv dynastieke en godsdienstige redenen o.m. onder het toenmalig Spaans bewind) weer samenbracht. Tot vorst werd Willem I aangeduid, een ambitieus man die een Europese machtspolitiek wilde voeren en, zo mogelijk, een wereldmogendheid wilde maken van een klein land. Maar het Zuiden industrialiseerde sneller dan het meer agrarische Nederland, zodat de liberale burgerij steeds meer zelfbewust ging optreden. Willem I was een een verlicht despoot te noemen die met een bicameralistisch stelsel werkte waarvan de 1e Kamer ook wel als ‘la ménagerie du Roi’ omschreven werd, rechtstreeks door hem werd benoemd. Willem I was geen slecht vorst, maar werkte centralistisch en hield geen rekening met historische particularismen.

Historisch gegroeide, politieke, sociale, religieuze enz. hoopten zich op en leidden tot de Belgische Omwenteling.

4. De Belgische Revolutie

Uiteindelijk resulteerden 15 jaar opgekropte spanningen in de omwenteling van 1830, die een zeer dynamische en moderne staat zou scheppen. De Liberalen wilden uiteraard meer vrijheden, maar ook de katholieken eisten hun vrijheden op en waren daarvoor bereid de principes van een parlementaire democratie te aanvaardden. Als dusdanig vonden beide groepen elkaar (zgn. Unionisme). Vanaf augustus 1830 deden zich te Brussel ongeregeldheden voor (na de opvoering van de Stomme van Portici (26/08) waarin de woorden ‘amour sacré de la patrie’ weerklonken). Te Parijs was ondertussen ook reeds een opstand tegen het Ancien régime begonnen (julirevolutie, het meer democratische régime zou daar echter maar 20 jaar stand houden). De opstand in Brussel van augustus 1830 was uiteindelijk- in den beginne- een opstand van het volk, dat sterk verarmd was, o.m. door mislukte graanoogsten. Pas later zou de burgerij (die in bepaalde delen van Brussel de Nederlanders steunde maar “bang” werd van het volk) de opstand tot de hare maken, omdat ze zag dat ze door de sociale opstand haar doelen kon verwezenlijken. Ondertussen namen de onlusten overal in België toe en werd er eind september door de Nederlandse milities in Brussel tot bloedvergieten overgegaan, wat de tegenstellingen nog verscherpte. De Belgische Omwenteling was dan wel in Brussel begonnen, zij was géén Brusselse opstand maar een nationale revolte. Uit Leuven, Luik, Henegouwen, Vlaanderen en Namen stroomden contingenten toe, terwijl ook de Nederlands milities naar de hoofdstad zonden. Op 23 september 1830 werden de Nederlandse Contingenten na een gewapend treffen en verbitterde weerstand van dit pasgevormd Belgisch leger uit het Park van Brussel verdreven. Het was toen dat voor het eerst de Brabançonne werd gespeeld en dat de nationale driekleur (die ook al in 1788 gebruikt werd) gehesen werd.


5. Onafhankelijkheid,Grondwet en Monarchie

In allerijl werd een Voorlopige Regering (4 oktober) samengeroepen, die een reeks spectaculaire maatregelen afkondigden: naast het uitroepen van een soevereine staat, onbeperkte meningsvrijheid, onderwijsvrijheid, vrijheid van vereniging,persvrijheid,vrijheid van vergadering en godsdienst etc… In één klap was België de meest moderne,vooruitstrevende en liberale staat van Europa, en zelfs van de wereld. Verkiezingen werden georganiseerd (weliswaar op de basis van cijnskiesrecht maar met kiesgeheim, wat zeer ongewoon was in die tijd) en een Nationaal Congres werd verkozen: op 7 februari 1831 werd de Grondwet van het Koninkrijk België gestemd, met een tweekamerstelsel, rechstreekse verkiezingen van beiden en met een parlementaire monarchie. Een parlement met strikte scheiding der machten en een Koning die trouw moest zweren voor de volksvertegenwoordigers. Zoiets was nog nooit eerder gebeurd in de Europese geschiedenis.


Later die maand werd Surlet de Chokier als voorlopig Regent aangesteld, tot op het moment dat een geschikte kandidaat voor de troon gevonden was.
Op 4 november 1830 reeds was het jonge Koninkrijk door de grootmachten erkend: Rusland wilde nog wel tussenkomen, maar werd gehinderd door een opstand in Polen (dat onder Russisch gezag viel), en Pruisen wilde geen oorlog met Oostenrijk riskeren owv de Belgische kwestie. De breuk met de machten van het Ancien Régime was in ons land compleet. Beslist werd dat België “eeuwigdurend neutraal” zou zijn, een toestand die tot 1945 bewaard zou blijven. Op 21 juli legde de eerste Koning der Belgen, Léopold, van Saksen-Coburg te Brussel de eed van trouw af aan de natie. Het feit dat de Belgische Grondwet zo liberaal en origineel was, wordt niet alleen bewezen door het grote aantal Europese landen dat ze nadien zou overnemen (vb: Griekenland), maar ook door het feit dat ze tot op de dag vandaag standhoudt (de vernieuwingen erin waren wel bv de democratisering in de richting van de arbeiders-afschaffing van de wet Le Chapelier die vakbonden verbood en verruiming, vooral vanaf 1893 van het kiesrecht. Ook de federalisering gedurende de laatste 30 jaar van de Belgische Staat was een belangrijke vernieuwing). Na 1830 zou ons land al gauw de top vijf van de meest geïndustrialiseerde naties ter wereld binnen duiken, een voorbeeld hiervan is dat België (op Engeland na) het eerste land ter wereld was waar spoorwegen aangelegd werden.

[Ga terug]

Publicatie

De nieuwe senaatshervorming: een kritische blik

Na een nieuwe ronde nachtelijke onderhandelingen heeft de regering Verhofstadt beslist het Belgische tweekamerstelsel grondig te hervormen zonder het echter af te schaffen. Is deze hervorming geslaagd?

Het minste dat men kan zeggen is dat de Belgische instellingen in beweging zijn. De constitutionalisten waren nog maar net bekomen van het Lambermont-akkoord of een nieuwe hervorming van onze instellingen kondigde zich weer aan.

1) Wat is er beslist?

De regering Verhofstadt heeft zojuist beslist om tegen 2007 de Senaat om te vormen van een volwaardig wetgevend orgaan tot een paritair samengestelde ontmoetingsplaats tussen de gewesten en de gemeenschappen.

De Senaat behoudt zijn benaming, maar wordt samengesteld uit 35 Nederlandstaligen en 35 Franstaligen, dus 70 leden in totaal. Eén van die Franstaligen vertegenwoordigt de Duitstalige Gemeenschap. De meeste van deze senatoren zullen rechtstreeks afkomstig zijn uit de deelstaatparlementen. Er zouden ook nog 10 gecoöpteerden over blijven. Niet meer dan twee derde van de leden van elke taalgroep mag van hetzelfde geslacht zijn.

De bevoegdheden worden drastisch uitgehold. Er zal nog alleen een concurrerende bevoegdheid met de Kamer overblijven voor de wijziging van de grondwet en de speciale wetten. De Senaat zal de ministers niet meer kunnen controleren. Het evocatierecht wordt beperkt tot wetsontwerpen en -voorstellen die communautair geladen zijn.

De Senaat behoudt wel het recht wetsvoorstellen te doen, maar moet die aanhangig maken bij de Kamer.

De Senaat zal niet permanent zetelen wat zijn bijeenroeping en dus zijn werking aleatoir maakt.

Er is wel één uitbreiding van de bevoegdheden: internationale gemengde verdragen en samenwerkingsakkoorden tussen de deelstaten worden voortaan alleen in de Kamer goedgekeurd.

2) De Senaat vandaag

Sinds de nieuwe grondwet van 1994 is de Belgische Senaat samengesteld uit 71 senatoren, 15 rechtstreeks verkozen Nederlandstaligen, 15 rechtstreeks verkozen Franstaligen, tien senatoren uit de raad van de Vlaamse gemeenschap, 10 senatoren uit de raad van de Franse gemeenschap, één senator uit de raad van de Duitstalige gemeenschap, 6 gecoöpteerde Nederlandstalige senatoren en 4 gecoöpteerde Franstalige senatoren aangevuld met de prinsen van de koninklijke familie.

Wat de bevoegdheden betreft, staat de Senaat op gelijke voet met de Kamer voor de herziening van de grondwet, de bijzondere wetten, de verdragen en alle belangrijke wetten van staatsorganisatie.
Daarnaast heeft de Senaat ook een evocatierecht met betrekking tot alle andere wetsontwerpen van de Kamer op voorwaarde dat ten minste 15 leden vragen dat dit recht wordt uitgeoefend. In de praktijk maakt de Senaat hier veel van gebruik zodat de meeste wetten door hem worden geamendeerd.

3) Positieve elementen

Een hervorming van de Senaat was noodzakelijk om de vertraging in het wetgevend werk weg te werken.

De positieve elementen van de hervorming betreffen dan ook een deel van zijn nieuwe bevoegdheden.

Het is goed dat er een zekere taakverdeling tussen de Kamer en de Senaat wordt afgesproken. De Senaat zou zich nu alleen nog maar bezig houden met de goedkeuring van de verdragen die in de federale bevoegdheden liggen. Ook de goedkeuring van de samenwerkingsakkoorden tussen de deelstaten en de federale overheid door de Senaat alleen (en dus niet meer door de Kamer) is een goede zaak. Verder is het positief dat de Senaat zijn concurrende bevoegdheid met de Kamer behoudt voor de wijziging van de grondwet en de bijzondere wetten.


4) Negatieve elementen

Helaas zijn er meer negatieve punten dan positieve, zowel wat de samenstelling als de bevoegdheden betreft.

Aangaande de samenstelling bevestigt en versterkt men de bipolariteit van de Belgische federatie. Er komen immers evenveel Franstaligen als Nederlandstaligen in de Senaat en bovendien komen ze grotendeels (60 op 70) rechtstreeks uit de deelstaatparlementen. Deze paritaire tweeledigheid zal meer communautaire problemen scheppen dan ze zal oplossen. Voortdurend zullen bepaalde senatoren de tweespalt in de verf kunnen zetten zodat de Senaat zelf een bedreiging kan worden voor de Belgische eenheid.

Wat zijn bevoegdheden betreft, is het bilan dus ook veeleer negatief. Men maakt van de Senaat een lege doos, op grondwetswijzigingen, verdragen en communautaire wetten na.

Ook hier wordt de tweespalt bevestigd en versterkt omdat de Senaat alleen een evocatierecht behoudt voor die wetten die communautair getint zijn.


5) De Senaat zoals hij zou moeten zijn

De Senaat is eerst en vooral een nationaal orgaan dat dan ook in principe nationaal moet zijn samengesteld. De huidige samenstelling is dan ook niet het echte probleem. Naast een nationale basisvertegenwoordiging is er een vertegenwoordiging van de gemeenschappen.

Men moet echter de taalpariteit wegwerken en de senatoren nationaal verkiezen, ongeacht hun taal of geslacht (zoals de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers). Daarnaast kan men dan gecoöpteerde en gemeenschapssenatoren behouden volgens het bestaande systeem. De herinvoering van provinciale senatoren zou ook een goede zaak zijn omdat de belangen van de verschillende provincies niet altijd gelijk lopen.
De hedendaagse politici vergeten bovendien blijkbaar volledig dat de afschaffing van het dubbelmandaat in 1993 de grote zorg was van de hervormers. Vandaag is het juist het dubbelmandaat dat men in volle glorie wil herstellen door de massale afvaardiging van de leden van de deelstaatparlementen. In deze zin is de laatste hervorming totaal absurd.

De Senaat verliest zijn evocatierecht voor het grootste deel, op de “communautaire wetten” na. Het zou beter zijn indien men het evocatierecht zou behouden voor alle wetten met dien verstande dat de Senaat slechts eenmaal mag amenderen. De reeds bestaande beslissingstermijn van 60 dagen (art. 78 GW) is trouwens een serieuze stok achter de deur.

Voorts kan men de exclusieve bevoegdheden van de Kamer (art. 74 GW) uitbreiden met bijvoorbeeld de controle op de ministers, de verkeerswetten en de fiscale wetten. De Kamer is toch al exclusief bevoegd voor de begrotingswetten.


6) BESLUIT

De voorgestelde hervorming van de Senaat is beduidend minder goed dan de hervorming van 1993.

Er wordt een kans gemist om de Senaat te debipolariseren. Men wil hem integendeel volledig paritair samenstellen tussen Nederlandstaligen en Franstaligen. Nieuwe communautaire ruzies worden zo nog meer mogelijk en zichtbaar.

Bovendien moeten minstens één derde van de senatoren vrouwen zijn. Voor wanneer zijn de minimumvertegenwoordigingen van migranten, arbeiders en kapitaalkrachtigen?

Indien men de wetgevende achterstand wil wegwerken zonder de kwaliteit van de wetgeving te verminderen - wat een goede beleidsbeslissing is - volstaat een aanpassing van het evocatierecht en een verdere exclusieve taakverdeling tussen Kamer en Senaat.

Op de “communautaire wetten” en de verdragen na is van zulk een regeling niets terug te vinden.

Deze hervorming van de senaat is over het algemeen slecht voor de Belgische eenheid. Geen enkele politicus schijnt zich daarom te bekommeren of het te beseffen, hoe goed de bedoelingen van sommigen ook mogen zijn.

Of om het met de woorden van de eminente politicoloog Kris Deschouwer te zeggen: “de volgende hervorming van de Senaat is de begrafenis.”

 

 

[Ga terug]

Publicatie

Het VB en de N-Va, om over na te denken

"Het VB eist Vlaams geld en Vlaamse welvaart in Vlaamse handen" (VB-programma)"

"‘Hulp aan de derde wereld’ moet plaats ruimen voor het instellen van structurele solidariteitsverbanden tussen Noord en Zuid, net zoals binnen ons land (!) een eeuw geleden de armenbijstand overstegen werd door de sociale zekerheid" (N-VA programma)

Net die SZ in ONS land (ze bedoelen België) willen ze afbreken…

"Wij willen daarin de democratie ten volle laten spelen en verantwoordelijkheid opnemen voor de eigen successen en fouten. Om dat te verwezenlijken moeten we de sleutels van onze eigen welvaart in handen krijgen. Dat impliceert o.m. fiscale autonomie en eigen bevoegdheid naar arbeidsmarkt, inkomensbeleid en sociale zekerheid toe." (N-VA programma)

De N-VA zegt het mooier, opgepoetster, maar ze verdraaien de feiten al evenzeer als het Blok. ."De N-VA eist Vlaams geld en Vlaamse welvaart in Vlaamse handen" is trouwens al eens uitgesproken door de partijvoorzitter G. Bourgeois (m.n. op .
2/12/2001 op een partijcongres)

Blijkbaar zijn er heel wat gelijkenissen tussen beide partijen, die verder gaan dan alleen maar het streven naar een Vlaamse Republiek…

”De democratische legitimiteit van België brokkelt iedere dag verder af” (N-VA 05/05/2002) . Misschien kan de N-VA bij zichzelf te rade gaan om het antwoord op deze vraag te vinden.

[Ga terug]

Publicatie 03-11-2002

Minderhedenverdrag is geen gevaar maar een oplossing

Er is heel wat opschudding in de Belgische politiek over het verslag van de gezant van de Raad van Europa, Mevrouw Nabholz-Haidegger betreffende de minderheden in België. Volgens haar zouden de Franstaligen die wonen in het Vlaams Gewest en de Nederlandstaligen die wonen in het Waals Gewest minderheden zijn die speciale bescherming nodig hebben. De Vlaamse politici zijn het hier niet mee eens. Zowat elke andere Europeaan wel. Wie heeft gelijk?

Tijdens haar bezoek in België vorig jaar heeft de Zwitserse gezante duidelijk verklaard dat België Zwitserland niet is. Elke meertalige democratie vereist aangepaste oplossingen die rekening houden met de culturele, historische, economische en sociale achtergrond van dat land.

Daartegenover staat dat internationale verdragen, in casu het Europees Verdrag op de Bescherming van de Minderheden, in principe in hun geheel dienen aanvaard te worden. Wanneer een verdrag door een staat unilateraal gewijzigd wordt of eigenzinnig geïnterpreteerd wordt, verliest het zijn waarde. Nochtans laat dit kaderverdrag aan elke staat de mogelijkheid het begrip “minderheid” zelf te bepalen.

Maar wat staat er nu juist in dit verdrag van de Raad van Europa? De volgende samenvatting beperkt zich wel tot die bepalingen die van rechtstreeks belang zijn voor België.

Het verdrag werd aangenomen door de Raad van Europa op 01/02/1995.

De preambule stelt onder andere dat het kaderverdrag tot doel heeft de eenheid tussen de lidstaten van de Raad van Europa te vergroten en dat de Europese geschiedenis aangetoond heeft dat de bescherming van de nationale minderheden essentieel is voor de stabiliteit, de veiligheid en de vrede op het continent.

Het eerste artikel schrijft de bescherming van de nationale minderheden in in de internationale mensenrechten. Wat opvalt is dat het verdrag de term minderheid niet definieert. Dat geeft natuurlijk toepassingsproblemen. Haidegger meent dat de Franstaligen die in Nederlandstalig België wonen zo’n minderheid vormen. De vraag is natuurlijk hoeveel mensen een minderheid moet tellen. Blijkbaar is een “minderheid” ook relatief. Hoewel de Franstaligen in België een minderheid vormen (zowat 4 miljoen op een bevolking van 10 miljoen), moeten ze op nationaal vlak toch niet als minderheid worden beschouwd volgens Haidegger omdat ze grondwettelijke gelijkheidsgaranties hebben gekregen.

Artikel 5 proclameert de vrijheid van cultuur en taal en stelt dat een assimilatiepolitiek uit den boze is. Zo komt rechtstreeks de omzendbrief Peeters in gevaar, die de Franstaligen in de Brusselse rand verplicht telkens weer hun documenten in de Franse taal aan te vragen.

De overheden moeten de tolerantie en het respect tussen de burgers aanmoedigen, ongeacht hun etnische, culturele, taalkundige of religieuze identiteit, meerbepaald in de domeinen van onderwijs, cultuur en media. Juist die bevoegdheden behoren in België toe aan de gemeenschappen zodat samenwerking op dit niveau aangewezen is (artikel 6).

De nationale minderheden kunnen vrij hun kranten uitgeven en mogen in het kader van de vigerende wetgeving hun eigen televisie- en radiostations oprichten (artikel 9). In België zal de Vlaamse overheid dus dergelijke initiatieven van de Franstalige minderheid in het eentalig Vlaams Gewest niet mogen hinderen.

In die gebieden waar traditioneel een groot aantal mensen wonen die tot een nationale minderheid behoren, moet de overheid, wanneer de minderheid dat vraagt en wanneer die vraag met een echte behoefte overeenkomt, ervoor zorgen dat de minderheidstaal kan gebruikt worden tussen deze minderheid en de administratieve overheid (artikel 10.2). Dit doet uiteraard denken aan de Belgische faciliteitengemeenten. Hiermee krijgen de faciliteiten een internationale rechtsbasis zodat ze nog moeilijk kunnen afgeschaft worden. Theoretisch gezien wordt hier ook de deur op een kier gezet voor de uitbreiding van de faciliteiten naar andere Belgische gemeenten waar een grote minderheid anderstaligen wonen.

Ook straatnamen en topografische aanduidingen in de minderheidstaal krijgen een juridische basis (artikel 11.3).

De minderheden hebben eveneens het recht hun eigen private scholen op te richten (artikel 13). Dit is weer een bepaling die in België politiek zeer moeilijk ligt.

De verschillende gemeenschappen dienen op vlak van onderwijs samen te werken teneinde de contacten tussen hun wederzijdse leerlingen en leerkrachten te vergemakkelijken (artikel 12.1 en 12.2). Anderzijds kan de gemeenschap er zelfs toe verplicht worden om in gebieden met een belangrijke of historische minderheid de anderstaligen te helpen bij het aanleren van hun minderheidstaal (artikel 14.2).

Het is echter een open vraag of een gemeenschap in België financieel mag helpen bij de oprichting van anderstalige media en scholen in een andere gemeenschap aangezien de gemeenschappen niet bevoegd zijn in een ander eentalig gebied.

Er wordt wel de nadruk gelegd op het feit dat het verdrag niet het recht geeft aan individuen om de nationale wet te overtreden. Het richt zich dus alleen tot staten en heeft daardoor geen directe werking (artikel 21).

Ondertussen is het verdrag in werking getreden binnen de Raad van Europa en reeds ondertekend door België, hoewel de parlementen het nog niet hebben goedgekeurd. België behoudt zich ook het recht voor zelf de term “minderheden” te definiëren in het kader van een interministeriële conferentie.

Mevrouw Haidegger meent dat dit verdrag, dat België dus nog niet heeft geratificeerd, geschonden is omdat de Franstalige minderheid in het Vlaams Gewest en de Nederlandstalige minderheid in het Waals Gewest niet voldoende beschermd worden. De deelgebieden zijn immers bevoegd voor taal, cultuur, onderwijs en media, de sleutelbevoegdheden van het verdrag.

Uiteraard dient men een onderscheid te maken tussen de tweetalige gebieden (Brussel en de faciliteitengemeenten) waar de bescherming wel duidelijk aanwezig is en andere gebieden waar er geen is. Het is vooral voor een uitbreiding van de faciliteiten voor de Franstaligen en dus de uitbreiding van de territoriale tweetaligheid in Nederlandstalig België dat de Vlaamse politici beducht zijn. Ook de mogelijke oprichting van eentalig Franstalige scholen in Vlaams gebied ligt bij hen moeilijk.

Nochtans hoeft het zo’n vaart niet te lopen en eigenlijk stuurt de gezante hier helemaal niet op aan.

Het rapport, hoewel niet juridisch bindend voor België, is juist een uitgelezen kans om de lacunes van de Belgische taalpolitiek bloot te leggen. Steeds meer en meer wordt de individuele talenkennis van de Belg verwaarloosd door de overheid. Nochtans is individuele tweetaligheid de sleutel naar een duurzame communautaire pacificatie in dit land.

Mevrouw Haidegger heeft dan ook groot gelijk wanneer ze stelt dat de gemeenschappen een akkoord dienen te sluiten over de TCOM-bevoegdheden (taal, cultuur, onderwijs en media). Beter nog zou er hierover in de parlementen een speciale nationale kaderwet moeten gestemd worden.

De tijd is immers aangebroken om de energie- en geldverslindende taalstrijd voorgoed te beëindigen door de andere landstaal op een serieuze manier te onderwijzen in álle Belgische scholen, bijvoorbeeld ¼ van de tijd verplicht en ¼ van de tijd optioneel. Deze anderstalige lessen worden best gegeven door leerkrachten die de onderwijstaal als moedertaal hebben. Uitwisseling van leerkrachten en leerlingen over de taalgrens heen is eveneens een mogelijkheid. Ook de uitbouw van een echte tweetalige televisie (met taalafwisseling per programma of zelfs tweetalige programma’s) zou alle Belgen op gelijke “taalvoet” zetten.

Deze oplossingen zouden de creatie van uitsluitend Franstalige scholen in Nederlandstalig gebied vermijden en de televisiekijkende Franstalige – waar hij ook woont in België - een flinke dosis Nederlandse taal en cultuur meegeven.

De Vlaamse politieke ongerustheid is dus totaal ongegrond en zou moeten plaats ruimen voor een optimistisch en toekomstgericht beleid van tweetaligheid, zowel in het noorden als in het zuiden van het land.

Er is dus meer hoop voor onze meertalige democratie dan sommigen dat vandaag denken.

[Ga terug]

Publicatie 03-11-2002

De vraag die de Cd&v zich moet stellen

Wij hopen dat de Vlaamse Christen-democraten de intellectuele eerlijkheid en de politieke moed aan de dag leggen om het model waarvoor ze geopteerd hebben, nl. confederalisme opnieuw in vraag te stellen.

Een confederale staat (n.b. op Zwitserland na dat daarna naar een federaal model is geëvolueerd heeft nog nooit een confederale staat zichzelf overleefd) is geen rechtsstaat, maar reduceert de partner aan tafel tot iemand aan wie je enkel- naar eigen goeddunken - geeft. Franstaligen en Nederlandstaligen hebben een voorbeeldrol gespeeld op het vlak van de uitbouw van de welvaartsstaat en van de sociale zekerheid.

Wat we samen hebben opgebouwd, mogen we niet omwille van onzinnige nationalistische reflexen afbreken.

Dit zou een afbreuk zijn van de Christelijke waarden en van hetgeen leeft onder de meerderheid van de bevolking. Deze partij zou een voorbeeldfunctie moeten vervullen voor Vlaanderen, maar ook en vooral voor het land. Open zijn, ruimte laten voor discussie is een basisvereiste voor elke democratische staat en voor elke partij die volgens de elementaire regels der democratie handelt.

Het is niet aan de CD&V om waarden te verkondigen die partijen als de N-VA (Vlaams geld in Vlaamse handen!) of het VB uitdraagt. Wie is bij zulk een programma-accaparatie gebaat?

Solidariteit gebeurt niet op basis van ras,huidskleur of ethnie, solidariteit gebeurt niet op basis van taal. Solidariteit is een basisvereiste die de staat haar burgers moet garanderen. AL haar burgers.

Wij geloven dat een groot deel van de CD&V niet de weg op wil van een Vlaamse Republiek (linea recta uitvloeisel van confederalisme), waarvoor nooit een meerderheid van de Belgische, of Vlaamse, bevolking gewonnen was. Wij hopen dan ook dat deze partij zich intern grondig bezint.

Mocht ze aan haar confederaal standpunt blijven vasthouden, dan zouden we toch graag de discussie in brede lagen van de maatschappij, in de media,onder de bevolking, "midden de mensen" nu gevoerd willen zien en niet nà de stembusslag, wanneer het spreekwoordelijke kalf (misschien) al verdronken is.

De CD&V heeft in onze ogen nog veel meer in haar mars dan dingen te verkondigen die fundamenteel onethisch zijn, i.c. het exclusief behandelen van mensen op basis van taal.

Neen, wij wensen ook geen terugkeer naar het 19e-eeuwse België, of naar toestanden die voor Nederlandstaligen onrechtvaardig waren, wel integendeel. Maar er zijn wel degelijk alternatieven en oplossingen voor de Belgische problemen...alleen niemand spreekt erover.

Het Vlaams-nationalisme is de laatste 20,30 jaar ontspoord. Er is een "democratisch deficit" met de burger die helemaal geen verdere (anachronistische) Vlaamse ontvoogding wenst. Immers, sedert de laatste 20 jaar is zowat 85% van het basishandvest van de VU gerealiseerd.

Misschien denken velen dat het om een pragmatische aangelegenheid gaat: 'splitsen om beter te besturen'. Voorbeelden van het compleet falend milieubeleid (in Vlaamse handen), of ruimtelijke ordening tonen het tegendeel aan. Landbouw wordt een Europese aangelegenheid, waarom die dan op Belgisch niveau splitsen?

Wanneer ook in de VLD reeds signalen opduiken die neigen naar confederalisme, niet in het minst van mijnheer De Gucht, hebben vele mensen het recht om zich zorgen te maken. Splitsing sportbonden, Rode duivels,buitenlandse handel... het wordt allemaal irrelevant. In deze tijden is "eendracht maakt macht" misschien wel voor vele mensen een lachertje, maar er schuilt veel waarheid in onze nationale spreuk. Een meertalige staat in een meertalig Europa, welke Christen-Democraat kan daartegenover afkerig staan?

We hadden het daarnet over de VLD. Katholieken en Liberalen hebben in 1830 dit land mede tot stand gebracht, het zou een wrede speling zijn van het lot mochten ze het samen opnieuw afbreken.

 

[Ga terug]

Publicatie

Europa is de toekomst

Bij het begin van de 21ste eeuw baadt de Belgische politiek nog altijd in de communautaire spanningen: verkeersveiligheid, NMBS, tijdskrediet, zorgverzekering enz. Dit is duidelijk een anachronisme op een moment dat de lidstaten van de Europese Unie naar elkaar toe groeien met hun gemeenschappelijke munt. Bovendien is dit communautair gekrakeel het werk van politici waarvan de meeste al lang hun voeling met de burger verloren hebben.

De typisch Belgische problemen zijn onderhand gekend: gebrek aan tweetaligheid van de bevolking en vooral van haar leiders, sociaal-economische scheeftrekking tussen het noorden en het zuiden en de tweeledigheid van de politiek die Vlaamse politici voortdurend tegen Waalse politici opzet en omgekeerd.

Het is natuurlijk verkeerd te stellen dat er op die vlakken geen vooruitgang wordt gemaakt. De federale ministers zijn meer en meer tweetalig, de werkloosheid daalt vlugger in het zuiden dan in het noorden en de media schenken vaker aandacht aan het anderstalige landsdeel dan vroeger. De verschillen tussen de Belgen worden stilaan gezien als verrijkende elementen in plaats van als splijtzwammen. Ze worden ook meer gerelativeerd dan vroeger, ongetwijfeld onder invloed van de mondialisering.

In plaats van een feestjaar dreigt 2002 een rouwjaar te worden voor de Vlaamse beweging. De doelen zijn al lang bereikt – als niet reeds overschreden –, haar aanhangers slinken weg en Europa knabbelt al lang niet meer alleen aan de Belgische bevoegdheden, maar ook aan de Vlaamse en Waalse (milieu, landbouw, onderwijs).

Dit leidt ons tot een bijna existentiële bezinning. Wat is het nut van een twistzieke Belgische politiek terwijl de grote beslissingen op Europees en internationaal niveau worden genomen? Is het niet tijd onze onderlinge – vooral communautaire – conflicten voorgoed opzij te schuiven en ons als Belgen samen op Europees en internationaal niveau te positioneren? Is het niet tijd om eendrachtig ons bezoedeld imago op te poetsen en te werken aan een welvarend, tolerant, gezond en veilig België?

De oude links-rechtse tegenstellingen hebben evenals de Vlaams-Waalse voorgoed afgedaan. De kiezers stemmen voor competente leiders en sympathieke politici, niet meer voor dogmatische partijen en verroeste zuilen.

Misschien is het tijd voor een nationale rondetafelconferentie waar de oude verschillen voorgoed worden opzijgezet en er gewerkt wordt aan een nieuwe tweetalige en open nationale partij of beweging, een eenheidspartij als het ware, waar socialisten, groenen, liberalen en christen-democraten samen de Belgische standpunten formuleren en op het Europese forum verdedigen. Want Europa is inderdaad de toekomst.

[Ga terug]

Publicatie

Vragen over België

Waarom kan er meertalig Europees recht gecreëerd worden indien er geen Belgisch recht kan bestaan? Of met andere woorden, waarom mogen Denen en Portugezen mee het Belgisch recht bepalen en Walen niet?

Waarom spreken taalregionalisten niet van de verschillen tussen mannen en vrouwen, jongeren en ouderen, Belgen en vreemdelingen die ons toch niet beletten in dezelfde Staat samen te leven?

Waarom zijn de provincies geen goede entiteiten om de nationale wetgeving uit te voeren i.p.v. de gewesten? Waarom zou een provinciale decentralisatie het probleem van de bipolariteit niet oplossen?

Wat moet er met Brussel gebeuren indien België zou uiteenvallen? Is er dan geen risico voor het Nederlands in Brussel? Wat moet er met de faciliteitengemeenten gebeuren? Mag daar het democratische element spelen?

Zal een onafhankelijk Vlaanderen geen nieuwe tegenstellingen kennen tussen gelovigen en vrijzinnigen of tussen democraten en racisten? Zoeken bepaalde politici niet voortdurend naar tegenstellingen in de maatschappij, nieuwe of oude?

Waarom desintegreren staten als Duitsland en Frankrijk niet onder invloed van de theorie van het Europa der regio’s?

Wat is er zo vooruitstrevend aan het vervangen van nationale staten door regiostaten?

Waarom is decentralisatie geen adequaat vervangmiddel voor het federalisme aangezien 60% van onze wetgeving toch al op Europees niveau wordt bepaald?

Wat zeggen Vlaams-nationalisten over het feit dat de Nederlandstalige en Franstalige cultuur in België stilaan door de Angelsaksische cultuur worden vervangen?

Waarom kunnen er Europese partijen gecreëerd worden en geen Belgische?

Waarom moeten wij het meertalige Europa één maken indien we onze eigen meertalige democratie willen opdoeken?

Hoe is het gesteld met de kennis van het Nederlands van de Europese commissarissen en hun voorzitter?

Is het niet mogelijk dat de Zuid-Belgische economie de Noord-Belgische binnen 10 jaar heeft geëvenaard?

Zijn de Ardennen geen toeristische trekpleister voor alle Belgen? Heeft de toeristische sector aan de Belgische kust haar succes niet mee te danken aan de uitgaven van Franstalige vakantiegangers?

Is het beter budgetten in twee te splitsen om grote overheidsprojecten te financieren?

Is België al niet klein genoeg in deze gemondialiseerde samenleving?

Is het basisinkomen voor elke Belg geen oplossing voor de geldstroom van noord naar zuid?

 

[Ga terug]

Publicatie

De monarchie en het volksnationalisme

Na de koninklijke toespraak n.a.v. 21 juli 2002 reageerden minstens twee partijen opvallend scherp. Zo noemde het VB de Koning de “politieke buikspreker” van de premier, en toonde de partij zich “zwaar verontwaardigd”.De N-VA betitelde hem als “lakei” van de meerderheidspartijen. In de door beide partijen gelaakte toespraak had de Koning, terecht, de “bestrijding van de angst voor de andere” als een belangrijk thema naar voren geschoven.

Is het net niet de instandhouding van de angst voor al hetgeen wat anders is dat de drijfveer vormt voor zowel de N-VA als het VB? Immers, de ene partij wil een staat zonder Walen, de andere één zonder Walen én vreemdelingen. Dat lijkt een krasse stelling maar uitspraken van beiden lijken dit te bevestigen. “De N-VA vraagt niet langer, de N-VA eist: Vlaamse welvaart en Vlaams welzijn in Vlaamse handen!” zei G. Bourgeois, de partijvoorzitter reeds in december 2001. En letterlijk dezelfde zin staat in het VB-partijprogramma ingeschreven. Dit volksnationalistisch exclusivisme stemt tot nadenken.

Ook aan geschiedvervalsing, of aan verdraaiing van de feiten, maken beide partijen zich schuldig. Zo spanden ze 11 juli in voor een ideologische kar om te bewijzen dat dit feit aan de basis lag van een Vlaamse natievorming. Eind trok juni F. Vanhecke (VB) de parallel tussen de mensen die op de VB-“sporenviering” aanwezig waren en tussen de klauwaerts van 1302, en nu doet B. De Wever (N-VA) hetzelfde n.a.v. 21 juli. Volgens laatstgenoemde wenste men in België in 1831 helemaal geen monarchie, maar kwam die er enkel omdat de grootmachten het zo en niet anders wilden. Bovendien trekt hij de parallel tussen de “schuldenberg van het noorden” (Nederland toen) en de noord-zuid transfers van nu. “Dat werd toen wel als een rede voor separatisme aanzien”. Gemakkelijkheidhalve laat De Wever weg dat Nederland als een bezettende macht optrad, dat het zélf kampte met schulden van de Bataafse tijd (tot begin 19e eeuw), dat er geen meningsvrijheid, persvrijheid of godsdienstvrijheid was in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, enz… Natuurlijk zullen de grootmachten de keuze voor een Monarchie wel beïnvloed hebben, maar de staatsvorm werd wel degelijk met een meerderheid van stemmen aangenomen, waarop de meest liberale grondwet ter wereld uitgetekend werd.

Beide partijen opteren ook voor een Vlaamse Republiek, om te breken met de PS-staat (cf. bv. NmPs zoals de N-VA dat zegt) die België zijn zou. Om aan te tonen dat monarchie niet op democratie rijmt en oubollig is worden de meest dolzinnige argumenten bovengehaald: “De koning slaat nog altijd de munt'' aldus B. De Wever. Als je zoiets schrijft doet dit meteen 19e eeuws aan, uiteraard. Maar reeds in wetboeken uit de jaren ’50 van de vorige eeuw werd gewezen op het louter symbolische karakter van dit grondwetsartikel en op het feit dat dit recht vervangen is door de beeltenis van de Koning, die toen op de Belgische frank stond en nu op de euro staat. De Koning heeft niet de macht die voornoemde partijen hem zo graag toebedelen, hij heeft gezag en is een bindmiddel tussen alle Belgen, ongeacht taal,ras of filosofische overtuiging. De weinige échte macht die hij heeft gebruikt hij in het belang van de natie, hetgeen men noch van het VB, noch van de NVA kan stellen.

Afkeer van andersheid, geschiedvervalsing, ideologische touwtrekkerij, dat hebben beide partijen alvast met elkaar gemeen. “Uitwisseling tussen verschillende culturen bevorderen kan ons de uitzonderlijke rijkdom aantonen die in diversiteit schuil gaat” aldus de Koning nog. Inderdaad, een mooie gedachte waar we volledig achter staan. Als de twee grootste Vlaams-nationalistische partijen de democratische legitimiteit van een instelling als de monarchie in vraag stellen, dat ze dan eerst met zichzelf beginnen. Of is de zelfgeproclameerde ‘Vlaamse Cultuur’ zo heilig dat ze niet geïnfecteerd mag worden?

 

[Ga terug]