DE TWEE CRUCIALE PROBLEMEN VAN BELGIE
België dient twee belangrijke problemen op te lossen vóór het opnieuw een hechte natie kan worden.
1) de bipolariteit
Het is een illusie te denken dat men de communautaire problemen in België kan doen verdwijnen door vast te houden aan het huidige federale model. Zwitserse professoren begrijpen deze tweeledigheid Vlaanderen Wallonië niet. Dit systeem sleept ons mee in een vicieuze cirkel: hoe meer bevoegdheden worden gesplitst, hoe meer verschillen men creëert en hoe meer verschillen men creëert, hoe meer men splitst omdat men op radicale wijze één taalgroep tegen een andere opstelt. Dat voedt alleen maar het nationalisme en taalracisme.
België dient daarentegen de macht - gedeeltelijk - multipolair te verspreiden zonder te letten op taalgrenzen, net zoals in Zwitserland. De provincies zijn op dat vlak een cruciaal middel.
Ze dienen immers niet meer gecreëerd te worden. Ze zijn er, met instellingen erbij: provincieraad, bestendige deputatie en gouverneur. Ze zijn allen ongeveer even groot en historisch en sociologisch verankerd. Ze hebben elk ook hun eigen sociaal-economisch kader. Maar ze hebben vandaag niet veel te doen zodat sommigen ze nutteloos vinden. Volledig onterecht. De provincies kunnen de gewesten (en zelfs op termijn de gemeenschappen) vervangen met dien verstande dat de nationale staat de kaderwetten maakt (zodat elke Belg gelijk is voor de wet zoals artikel 10 van de grondwet voorschrijft) en de provincies die kaderwetten uitwerken in provinciale decreten en besluiten. Dit kan vooral op vlak van ruimtelijke ordening, openbare werken, milieu, toerisme, sport en onderwijs.
2) het gebrek aan tweetaligheid
België kan nooit naar behoren werken als federale of unitaire staat indien degenen die beslissingsmacht uitoefenen niet de andere grote landstaal beheersen. Franstalige beleidsvoerders, magistraten, politieagenten, ambtenaren en zelfs dokters en ambulanciers dienen Nederlands te kennen. Omgekeerd geldt dat ook voor Nederlandstaligen, die hetzelfde beroep uitoefenen. Zij moeten het Frans beheersen.
Een minimaal quota van 20% tweetalige scholen (waar de helft van de lessen in het Frans en de andere helft in het Nederlands worden gegeven) en tweetalige en nationale media (een nieuwe BRT-RTB met tweetalige nationale programmas) is op dat vlak onontbeerlijk. Maar er moet eveneens gezorgd worden voor uitwisseling van leerkrachten en leerlingen over de taalgrens en voor nationale evenementen die alle Belgen verenigen. Er dient m.a.w. een actieve politiek te komen van inviduele tweetaligheid en wederzijds respect en deze politiek dient ingeschreven te worden in de grondwet zoals dat in de Zwitserse grondwet het geval is (art. 70). Duits verdient een bescherming die beperkt blijft tot de Oostkantons.
BESLUIT
Multipolaire decentralisatie en een actieve politiek van individuele tweetaligheid zijn onontbeerlijk om de nationale eenheid te herstellen, zoals de B.U.B. dat wenst. Het confederale en bipolaire België van de traditionele politici (waaronder Guy Verhofstadt) is een totale negatie van die essentiële principes.
CEREMONIËLE MONARCHIE IS NUTTELOOS, ECHTE DEBAT DRAAIT OM BELGIË
De B.U.B. reageert geschokt op de voorstellen van alle traditionele partijen langs beide kanten van de taalgrens om de Monarchie te beperken tot een louter ceremoniële functie. Het was te verwachten dat het proces rond de fraudezaak in de Marine, waarin Prins Laurent niet eens betrokken is als beschuldigde, door de politiek zou misbruikt worden om eerst te spreken over de dotaties (een peulschil in vergelijking met die aan de politieke partijen) en, ten tweede, over de rol van de Monarchie zelf. Niet dat die twee zaken iets te maken hebben met de fraude rond de Marine, maar men moest toch een reden vinden.
Waar draait het nu werkelijk om? Wel, de "Vlaamse" partijen willen een verregaande, nieuwe staatshervorming die België ontmantelt. De "Waalse" politieke partijen zijn hiervoor vooralsnog geen vragende partij. Om de eisen bij een staatshervorming af te zwakken willen ze nu als "teken van goede wil" de grondwettelijke koninklijke prerogatieven (o.a. benoemen van de formateur) voor herziening vatbaar verklaren. Dat is immers de eis van de Vlaams-nationalistische politici. Nochtans is het bijzonder naïef om te denken dat zulk een zet de dynamiek van de staatshervormingen zal stoppen of zelfs vertragen, immers elk "compromis" (1970, 1980, 1988, 1993, 2001...) was in het verleden een aanzet tot nog minder België.
Dit is een gevaarlijke evolutie. De politiek gaat steeds verder en maakt alles bespreekbaar en wijzigbaar. Op zich is dat geen slechte zaak, tenzij het natuurlijk ingaat tegen de mening van de Belgen zelf. Volgens een recente peiling van de VRT is, ondanks alle heisa slechts 21% van de Nederlandstalige Belgen gewonnen voor een afschaffing van het Koningshuis. In het Zuiden liggen de cijfers traditioneel nog lager, en dan zijn we nog op een crisismoment waarbij de media geen kans onbenut laat om de Monarchie te besmeuren. Welnu, een ceremoniële monarchie is volkomen nutteloos en opent het debat over de afschaffing van het land. De Grondwetsartikels met betrekking tot de Koning zijn niet meer gewijzigd sedert 7 februari 1831. Men kan met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat zij die vandaag buiten de wil van de burger om de rol van de Monarchie willen herzien, morgen zullen pleiten voor een "ceremonieel" België en, overmorgen voor een opdoeken van de staat. Dat dit en niets anders het werkelijke doel is van zij die een "open debat" over de "rol van de Monarchie" willen, moge duidelijk zijn.
Conclusie: onze politici hebben het Belgische denkkader verlaten.
De "Vlaamse" partijen debatteren niet meer over het feit of
België moet verdwijnen, maar over het "hoe". De "Waalse"
partijen doen vanuit hun regionalistisch oogpunt alles om dit te vertragen
niet om het te verhinderen. Een nationale politieke dialoog en
nationaal-denkende politici bestaan niet meer. Als men nu geen media-toegang
geeft aan royalisten, unitaristen en unie-federalisten, wanneer dan eigenlijk
wel?
VERHOFSTADT MODDERT MAAR WAT AAN
De Eerste Minister heeft een nieuw communautair plan klaar. Na het bewezen debacle van de voorbije staatshervormingen en de installatie van het dure, ingewikkelde en slecht werkende federalisme, stelt hij voor om te evolueren naar een echte Belgische "federatie".
Niets nieuws onder de zon. Verhofstadt wil gewoon nieuwe bevoegdheden splitsen en het hedendaagse confederale systeem alleen maar versterken. Dit vindt de B.U.B. ronduit belachelijk. Hoe kan men nu redelijkerwijze beweren dat splitsingen moeten leiden tot betere samenwerking tussen de deelstaten? Door te splitsen gaan de verschillen alleen maar vergroten wat nog meer splitsingen met zich gaat meebrengen en tenslotte het totale separatisme. Bovendien hebben we gezien waar dat mooie zogezegde federale systeem toe leidt: tot blokkeringen zoals in het nooit eindigend verhaal van de nachtvluchten rond de luchthaven van Zaventem of tot drie totaal verschillende technische wetgevingen zoals op het vlak van ruimtelijke ordening, die het economisch leven belemmeren en de bedrijven op kosten jagen.
Het grote probleem met Verhofstadt's plan is dat als één "federale" partner weigert samen te werken het hele "federale" systeem plat ligt, arbitragehoven en raden van state ten spijt.
De B.U.B. roept de premier van België dan ook op om deze doodlopende piste van feitelijke tweeledigheid (Vlaanderen-Wallonië) voorgoed te verlaten en opnieuw te werken aan de opbouw van een unitaire staat met meerpolige decentralisatie op basis van de provincies, behoud van de taalwetten en actieve aanmoediging van de tweetaligheid. Alle andere pisten zijn zeer kostbaar tijdverlies en bovendien staatsgevaarlijk.
Regionalistische politiek is summum corruptie
De Waalse politieke partijen zijn "corrupt". Althans, dat vertellen de Vlaams-nationalisten ons zowat dagelijks. De hele "affaire-Dedecker" heeft echter aangetoond dat de Vlaams-nationalistische partijen (CD&V, N-VA) het begrip politieke corruptie hebben verheven tot Shakespeariaanse allures. Wat gebeurde er nu precies? Eind november trad Dedecker (oud-VLD) toe tot de N-VA. De kartelpartner van de N-VA, CD&V, blies onder dat voorwendsel de samenwerking op: met Dedecker zou men niet op één lijst staan. Reactie N-VA: "Wij kiezen er resoluut voor om door te gaan als rechtlijnige, Vlaamse, ondernemende partij mét Jean-Marie Dedecker als kandidaat op onze lijsten." (30-11). Iets meer dan een week later zou diezelfde N-VA Dedecker verbieden om op een lijst te staan.
Zoals Het Laatste Nieuws meldt (11.12, p.1): "N-VA dumpt Dedecker voor zes postjes". En van die postjes wordt ze verzekerd door CD&V.
Conclusie:
1) Het huidige politieke bedrijf is een aangelegenheid van vier of vijf grote machtspartijen, per regio verdeeld, die alle concurrentie uitsluiten door kartels, kiesdrempels en media-boycots. het ging allemaal om postjes, niet om principes, zowel bij Jean-Marie De Decker, de N-VA als de CD&V.
2) Om De Wever te citeren: "We wisten dat we het alléén niet konden". Dit is het einde van het Vlaams-nationalisme: deze show werd immers opgevoerd om de enige echte Vlaams-nationale partij over de kiesdrempel te halen. M.a.w. niemand wil nog een Vlaams-nationale partij.
3) De unitaire, Belgische partijen (PVV-PLP, CVP-PSC, BSP) hebben nooit
op zo'n laag niveau aan politiek gedaan dan de gesplitste die enkel bestaan
omwille van de eigen macht, macht die vertaald wordt in 600 parlementairen
voor een land met het aantal inwoners van Mexico-stad.
4) CD&V vindt het samenstaan op een lijst met extremist Dedecker haaks staand op de Christelijke ethiek, maar achten een gedeeld programma met de extremisten van de N-VA die België willen vernietigen en de Walen profiteurs vinden... een goede zaak ( ! )
5) Enkel een nationale partij kan het corrupte "federalisme" en de corrupte regionalistische politieke bestel, ten Noorden en ten Zuiden van de taalgrens, opruimen. De mensen hebben momenteel maar één keuze: de traditionele partijen (van Groen!/Ecolo tot het Vlaams Belang/FN). Niemand brengt verandering. De B.U.B. is de derde weg tussen de "gematigde" traditionele partijen à la VLD en de extremisten van het Vlaams Belang.
6) De "Vlaamse" partijen moeten stoppen met zeuren over de
"corruptie" van de "Walen", want ze hebben zelf geen
enkel besef van politieke ethiek. DE
METHODES DIE DE VLAAMS-NATIONALISTEN VERWIJTEN AAN DE "WAALSE"
PARTIJEN PASSEN ZE ZELF MET GLANS TOE. ZE ZIJN DERHALVE WEL BIJZONDER
SLECHT GEPLAATST OM HEN DE LES TE SPELLEN!
Laat u niet vangen door de praatjes van Leterme!
Yves Leterme, "Vlaams minister-president" (CD&V), doet zich graag voor als een gematigd man. In 2004 echter sprak hij over zijn échte bedoelingen in het links-flamingantische blad Meervoud. Voor Leterme heeft België geen toekomst meer en moet Vlaanderen een soevereine natiestaat worden. U kan hier klikken om het volledige interview te lezen. CD&V, N-VA en Vlaams Belang: één strijd. Maar, dat wisten we al.
De Brabançonne
O dierbaar België
O heilig land der Vaad'ren
Onze ziel en ons hart zijn u gewijd.
Aanvaard de kracht en het bloed van onze ad'ren,
Wees ons doel in arbeid en in strijd.
Bloei, o land, in eendracht niet te breken;
Wees immer u zelf en ongeknecht,
Het woord getrouw, dat g' onbevreesd moogt spreken:
Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.
Het woord getrouw, dat g' onbevreesd moogt spreken:
Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.
Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.
Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.
O Vaderland, o edel land der Belgen,
Zo machtig steeds door moed en werkzaamheid,
De wereld ziet verwonderd uwe telgen,
Aan 't hoofd van kunst, van handel, nijverheid.
De vrijheidszon giet licht op uwe wegen,
En onbevreesd staart gij de toekomst aan.
Gij mint uw Vorst, zijn liefde stroomt u tegen,
Zijn hand geleidt u op de gloriebaan.
Gij mint uw Vorst, zijn liefde stroomt u tegen,
Zijn hand geleidt u op de gloriebaan.
Zijn hand geleidt u op de gloriebaan.
Zijn hand geleidt u op de gloriebaan.
Juicht Belgen, juicht in brede vol' akkoorden
Van Haspengouw tot aan het Vlaamse strand,
Van Noord tot Zuid, langs Maas- en Scheldeboorden,
Juicht, Belgen juicht, door gans het Vaderland.
Een man'lijk volk moet man'lijk kunnen zingen,
Terwijl het hart naar eed'le fierheid streeft.
Nooit zal men ons van onze haard verdringen
Zolang een Belg, 't zij Waal of Vlaming leeft.
Nooit zal men ons van onze haard verdringen
Zolang een Belg, 't zij Waal of Vlaming leeft.
Zolang een Belg, 't zij Waal of Vlaming leeft.
Zolang een Belg, 't zij Waal of Vlaming leeft.
HET VERSCHIL
In elk debat dat gaat over het voortbestaan van België komt op één of andere manier telkens weer het begrip "het verschil" bovendrijven. Separatisten, autonomisten, regionalisten en confederalisten gebruiken het bijna als een mantra: "Vlamingen en Walen hebben andere visies en hebben daarom nood aan een eigen beleid, of een eigen staat." Het gebruik van deze differtiëringsideologie vertoont nochtans ernstige lacunes.
Allereerst vergelijkt men steeds weer, tot in den treure toe, twee dezelfde entiteiten. Ten tweede beschouwt men verschillen als een grond tot scheiding. Op de eerste vaststelling kan men eenvoudig antwoorden dat deze manier van denken een louter politieke manipulatie is. Ze komt als "onbetwistbaar" over en laat geen ruimte voor nuances.
Deze nationalistische visie, gestaafd met vele tabellen, cijfers en grafiekjes, is nochtans absurd in deze complexe realiteit. Er zijn zovele verschillen binnen onze maatschappij: de generatiekloof, de welvaartskloof, de kenniskloof, de verschillen tussen stad en platteland, tussen Limburg en Vlaams-Brabant. Deze verschillen worden echter "getolereerd". Sterker nog: men zal ze vaak proberen te overbruggen. Geen politicus zal zeggen dat de armen hun armoede verdienen of dat de Limburgers zo verschillend zijn van de Vlaams-Brabanders dat ze uit "Vlaanderen" moeten worden gestoten. Deels ligt dat aan de aard van genoemde verschillen: ze zijn politiek niet negatief valoriseerbaar. In mensentaal: het is voor een politicus onmogelijk om de idee te verkopen dat sommigen over meer toegang tot informatie mogen beschikken dan anderen, of dat ouderen van dagen minder waard zijn dan jongeren. Het ligt bovendien moeilijk, omwille van de taalgelijkenis, om een territorium-eigen verschil, zoals tussen Limburg en Vlaams-Brabant om te zetten in een secessionistisch discours. Paradoxaal genoeg is het makkelijker om te pleiten voor een afstoting van Waals-Brabant uit de Belgische federatie, omdat "ze" 'zichtbaar anders' zijn... en dit terwijl men toch kan stellen dat qua welvaart Waals-Brabant véél meer gelijkt op het "Vlaamse gemiddelde" dan Limburg.
Dit moet ons doen nadenken over het verschil als een grond tot een scheiding. We zagen reeds dat niet alle verschillen hiervoor bruikbaar zijn. Maar zelfs bij een ideëele scheidslijn, tussen Nederlandstalig en Franstalig Brabant bijvoorbeeld, pleiten nationalisten voor het trekken van een staatsgrens. Zij kunnen zich hier nochtans louter beroepen op het taalverschil, niet op een economische wig (zuid-Brabant is zelfs rijker dan noord-Brabant). Zodoende moeten we concluderen dat alle separatistische analyses een eenvoudig sofisme bevatten: in hun inleiding zit namelijk al het besluit vervat. Concreet betekent dit: als uitgangspunt de binaire samenstelling van België (lees: het taalverschil dat uitvergroot wordt tot een "etnisch verschil") als reden tot splitsing aannemen. In die optiek kan men een heel betoog houden over verschillen in (visie op) mobiliteit, sociale zekerheid(suitgaven), buitenlandse handel, inkomen, flitspalen...kortom: alles wat het publieke domein omvat. Men hoeft, bij wijze van spreken, slechts de kolommen in te vullen. Als er dan toch al eens een "gelijkenis" opduikt zullen secessionisten tegenargumenteren dat dit net bewijst dat de deelgebieden te weinig middelen hebben om het beleid dit goed beheerde domein uit te stippelen en zo nog rendabeler te worden. Als zou blijken dat in de cruciale sector van de sociale zekerheid de geldoverdrachten niet zo groot zouden zijn, kunnen Vlaams-nationalisten antwoorden wat Wallonië (ze bedoelen: de Franstalige Gemeenschap) dan nog tegenhoudt om een eigen SZ te beginnen...
Hemeltergend is het wanneer politici van diverse pluimage zich laten meeslepen in deze (voor hen gunstige) politiek. Zij schijnen niet te beseffen dat zij tevens het fundament van de democratie zelf ondergraven. Door positief taalgebruik zoals: "meer autonomie komt een beter bestuur ten goede", maken ze van de verbrekers van solidariteit de "goeden". De splitsingsgezinde, die het verschil als scheidingsgrond aanziet, is dan de eerbare politicus. Diegene die pleit voor eenheid in verscheidenheid, structurele en interpersonele solidariteit is gevaarlijk want hij is de oorzaak van "blijvende conflicten" tussen "Vlamingen en Walen". Dit soort spreken vertoont een parallel tussen zij die zeggen dat alle vreemdelingen buitengooien het summum van naastenliefde is. Immers, door een "rassengemengde" samenleving creeërt men conflicten, wie pleit voor het naast elkaar bestaan van verscheidene culturen, dié ondergraaft in deze redenering de vreedzame samenleving.
Nochtans is het simpele dictaat van de logica gewoonweg dat verschillen geen grond tot scheiding vormen. Indien wel, dan moet men de samenleving polariseren tot er enkel individu's overblijven, met de spreekwoordelijke soevereiniteit van een neanderthaler (zelfstandig genoeg om zelf vermorzeld te worden door een sterkere). Het is net omdat mensen sterk verschillen, omdat culturen en subculturen sterk van elkaar afwijken dat een maatschappij vooruitgang kan boeken. Dit is geen pleidooi voor cultuurrelativisme, integendeel. Men kan sterk vasthouden aan zijn eigen (persoonlijke, stedelijke, provinciale, regionale...) cultuur, er fier op zijn en, desondanks, toch ook erkennen dat sommige aspecten van een andere cultuur bewonderswaardig, ja zelfs beter zijn. Dit geldt eveneens in andere domeinen. Waar was de mensheid geweest indien non-conformistische wetenschappers gangbare theorieën niet openlijk in vraag stelden en zich buiten het wetenschappelijk establishment plaatsten? Waren er überhaupt wel kunstvormen geweest, indien mensen geen inspiratie zochten in den vreemde? Kortom: zijn verschillen niet eerder verrijkend? We weten het, deze terminologie wordt vaak gebruikt door hen die pleiten voor een waarde-loze maatschappij. Maar dat doet niets af van de juistheid van de kracht die van (grote) verschillen uitgaat.
Beseffen dat streken in België armer zijn, zou net het meest nobele
in elke burger moeten wakker maken, namelijk vrijwillig bereid zijn om
de zwakkeren te beschermen. Ook - en vooral zelfs - wanneer de toestand
uitzichtloos lijkt en regio's door corrupte politici geplaagd worden.
Verantwoordelijke mensen uit het rijkere Vlaanderen zouden net dàn
moeten zeggen dat enkel een fundamentele hervorming van de staat die politici
te lande overal aansprakelijk maakt nodig is. Want, hoe men ook draait
of keert, de toekomst van de mensheid ligt in democratische en grote gehelen.
Enkel zij zijn opgewassen tegen milieuvervuiling op wereldschaal, tegen
de despotische uitwassen van de consumptiemaatschappij, tegen waardenverval,
tegen de neiging van staten om dictatoriaal op te treden... (het is geen
toeval dat de EU al meer dan 50 jaar een democratische ruimte vormt, net
als het geen toeval is dat hier de normvervaging misschien groter is dan
elders, net omdat de Unie geen ziel heeft weten te geven aan haar lovenswaardig
project). Wie verschillen ontkent leeft buiten de realiteit. Wie verschillen
omhelst om mensen te scheiden, leeft binnen een beperkte realiteit. De
echte werkelijkheid omhelst alle aardbewoners en de fundamentele gedachte
dat ze gelijk zijn. De bestuursniveaus moeten elkaar dus vervlechten,
te beginnen in België, in de Benelux, in Europa. Voor solidariteit
pleiten met de armere Polen is erg gratuit, wanneer men voortdurend de
onmogelijkheid benadrukt om met anderstaligen in één maatschappij
te leven. Wanneer gaan onze huidige gezagsdragers deze problematiek aan
de kaak stellen? De vraag stellen is ze beantwoorden.
ZWARTE DAG VOOR SEPARATISME IN BELGIË
Wellicht is het te vroeg om reeds een definitief oordeel te vellen over de gebeurtenissen die zich afspelen, maar we kunnen de ogen ook niet volledig sluiten. Eén ogenschijnlijk kleine gebeurtenis - de toetreding van oud VLD-rebel Jean-Marie Dedecker tot de N-VA, de politiek-correcte versie van het Vlaams Belang - heeft het Belgisch politiek landschap op een vergaande manier veranderd. Het kartel tussen CD&V-N-VA werd erdoor verbroken, omdat CD&V weigerde op één lijst te staan met Dedecker.
Het is een dubbele ironie.
(1) Jean-Marie Dedecker heeft op 7 uur het Vlaams-nationalistisch kartel vernietigd, iets wat hem in jaren ruziestokerij bij de VLD niet gelukt was.
(2) De flaminganten, die België willen splitsen, splitsen blijkbaar
liever zichzelf. De Volksunie werd in 2001 gesplitst, de Ijzerbedevaart
in 2003, het "Vlaams kartel" in 2006. Of hoe grappig het Vlaams-nationalisme
kan zijn.
Wat voor België nu belangrijk is, is dat er binnen het traditionele politieke veld (alle systeempartijen minus het Vlaams Belang) geen enkele grote partij meer (openlijk) pleit voor de splitsing van België.
"CD&V zal Dedecker op zijn minst 'tolereren', uit welbegrepen eigenbelang. Een stem voor Dedecker wordt er een vóór Leterme en tégen Verhofstadt.", dixit Jan Segers in Het Laatste Nieuws (30.11). Zo liep het dus niet. Waarom blies CD&V eenzijdig het kartel op? Om een voorwendsel te hebben om de separatistische N-VA te dumpen en Leterme als kandidaat-Premier te presenteren? Om de vakbond ACV tevreden te stellen? Om geen ruziemakers in de partij te hebben? Een combinatie van alles? Mogelijk. Ons maakt het niet uit. De B.U.B., en iedereen die begaan is met de toekomst van België begaan is, is verheugd over de versnippering van Vlaams-nationalistische krachten. Niet dat de andere partijen op zich beter zijn, maar CD&V-N-VA spande de laatste jaren de kroon in anti-Belgischgezindheid. Het kartel maakte separatisme bespreekbaar. Samen met het Vlaams Belang.
De N-VA heeft alleen geen toekomst (1 Kamerzetel in 2003 en bij de laatste peiling als aparte partij amper 2%). CD&V heeft uiteraard geen toekomst en zal evolueren naar een kleine partij, waardoor er nog meer plaats komt voor een Belgische centrumpartij die de ideologische grenzen overschrijdt. Eric Donkier was profetisch toen hij in Het Belang van Limburg meer dan drie jaar geleden schreef: "De CD&V geen toekomst meer, het is alleen nog wachten op de implosie van de partij, waarna de linksrechts- opdeling van het politieke landschap ook in Vlaanderen kan worden afgerond." (HBVL 24.05.03).
"De politieke stijl en de inhoudelijke boodschap van de heer Dedecker liggen (...) mijlenver van waar CD&V voor staat.", dixit voorzitter Jo Vandeurzen in een persbericht. En de separatistische boodschap van N-VA blijkbaar niet? Gelukkig voor België zijn deze twee taalracistische partijen uit elkaar gedreven . Hoe zwaar de klap in het flamingantische kamp weegt, vertelt ons deze uitspraak van Bart De Wever (elders op deze site te bewonderen zij aan zij met geestesgenoot Le Pen): "Dit is een gemiste kans. De N-VA wou samen met CD&V een soort CSU [nota: de Beierse Christen-democraten die afzonderlijk van hun moederpartij, de CDU, opereren] maken. Een Vlaams antwoord op de PS. Een kartel dat de leiding zou nemen van het land, i.c. Vlaanderen. In deze optiek kon Jean-Marie Dedecker dit kartel enkel versterken. CD&V wijst deze krachtenbundeling echter af omdat ze de toetreding van één persoon onoverkomelijk vindt."
Eigenlijk mogen we Dedecker dankbaar zijn.
p.s.: Natuurlijk is het altijd mogelijk dat men toch nog een "creatieve
oplossing" vindt, waarbij het kartel alsnog blijft voortbestaan.
Voor de huidige politici zijn gegeven woorden immers niets waard.
Manifest voor een onafhankelijk Vlaanderen!
Beste mede Belgen, Vlamingen, Walen, West- en Oost Vlamingen, Limburgers, Antwerpenaren, Brabanders, Henegouwers, Luikenaren, Luxemburgers of waar u denkt uw hart ook ligt. België dreigt naar de vaantjes te gaan.
"Vlaanderen moet onafhankelijk omdat we beter af zijn zonder die Walen die niks doen en ons geld afpakken! Ik wil minder belastingen en meer geld in mijn portefeuille! Gewoon omdat ik het verdien. Ik werk hard genoeg en ik wil niet dat een stomme Waal met mijn geld gaat lopen! Lagere belastingen gaan ervoor zorgen dat ik een mooiere auto kan kopen dan mijn buur. Ha! Zijn mercedeske zal op niks trekken als ik met mijn gele Ferrari met zwart leder naast zijn oude krak kan parkeren!"
Herkent u zich hier ongeveer in? Dan kan ik u met plezier mededelen dat u een echte V.B.'er bent! Waarom zou Vlaanderen onafhankelijk worden? Omdat we zonder het Franstalig gedeelte beter af zijn (lees rijker zijn)? Misschien wel op korte termijn maar op langere termijn is dit zeer de twijfel. En daarvoor zijn meerdere redenen te bedenken.
Zoals u misschien weet is wordt een economie gekenmerkt door een cyclische beweging. Een regio heeft een hoogtepunt dat gevolgd wordt door een serieuze laagtepunt (zie de rijke geschiedenis van Europa met zijn lokale gouden Eeuwen gevolgd door arme periode). Vlaanderen zit momenteel in zo'n periode, Wallonië zit algemeen gezien in een arme periode. Maar vergis u niet binnen Wallonië zijn er ook verschillen tussen het arme Charleroi en de rest.
Op demografisch vlak is er ook iets merkwaardig. De bevolking van Wallonië
is jonger dan de Vlaamse bevolking. Misschien zegt u dat niks maar op
langere termijn kunnen zij de vergrijzing beter aan dan Vlaanderen en
dan zijn wij de klos!
Meer werkloosheid in Wallonië, een schande zegt u? Eigenlijk niet
weer op langere termijn staan zij er beter voor. Vergrijzing staat gelijk
met een daling van de arbeidsbevolking maar een er is nog een arbeidsreserve
over (huidige werklozen en jongeren zullen later kunnen werken doordat
er plaatsen vrijkomen). Leuk want als Vlaanderen onafhankelijk wordt zal
het op migratie moeten steunen om genoeg arbeiders en werknemers te hebben.
Is dit niet één van die puntjes waar bepaalde partijen moeite
mee hebben? En verklaren dat ze migranten liever kwijt dan rijk zijn?
Voor mij mag iedereen naar België komen zolang ze werk zoeken, de
wetten respecteren en belastingen betalen!
België zou een veel betere plaats zijn om te wonen als er minder "in het zwart" zou gewerkt worden. Hoeveel was de raming weer van de waarde van het zwart werk? 30 miljard €? Op een BBP van 283 miljard euro? En wie profiteert er het meest van dit zwart werk? Degene die al rijk zijn natuurlijk en dit ten koste van degene die geen werk heeft, de gepensioneerden, degene die werken (minder geld voor belastingsverminderingen of nieuwe wegen, ),
De personen die een onafhankelijk Vlaanderen willen, denken alleen aan
hun portefeuille en niet aan solidariteit. De basis van de sociale zekerheid
van België is solidariteit! De werknemers geven een deel van hun
salaris weg voor degene die niet werken, ziek zijn, gehandicapt zijn,
voor de kinderen, voor betere infrastructuur, voor betere ziekenhuizen,
Als u voor een onafhankelijk Vlaanderen streeft dan ijvert u eigenlijk
voor een staat zonder sociale zekerheid (solidariteit).
Een staat waarbij u alles zelf moet betalen (van peperdure ziekenhuizen
tot extreem dure opleidingen). Arme mensen zullen armer worden en de rijken
zullen rijker worden maar er zal geen verbetering zijn voor de middenklasse.
De middenklasse zal wel beter verdienen maar zal ook veel meer moeten
uitgeven voor medische zorgen en onderwijs. Denkt u nu dat ik overdrijf?
Ik denk het niet het Vlaams ideaal kan worden bestempeld als individualisme!
Ik, ik en nog eens ik! Ik wil onafhankelijk zijn, ik wil meer geld, ik
wil niet betalen voor iemand anders! Dus waarom betalen voor de buur die
geen werk vindt, die ziek is, die gehandicapt is of die kinderen heeft
die naar school gaan! Ik krijg toch niks van hem? Stel u eens voor dat
u in zijn positie zit of komt! Wat dan? Nu gaat alles goed maar op langere
termijn?
Kijk eens verder dan uw neus lang is. Wat nu een goed idee is kan op langere
termijn een heel slecht idee zijn!
Er zijn tal van voorbeelden zoals passief roken of vervuiling. Bij de
eerste kunt u op langere termijn iemand met uw rook vermoorden en de laatstgenoemde
kan ervoor zorgen dat de aarde binnen 50 jaar een heel ander uitzicht
heeft! Werd dit in 30 jaren geleden aanvaardt? NEE zelfs 10 jaar geleden
werd dit niet aanvaard; nochtans waren er mensen die ons waarschuwden!
Werd er geluisterd? Nee omdat de media gesteund door lobbywerk van de
rijken (lees de industrie) een ander beeld gaf en de algemene tendens
binnen de wetenschap niet weergaf (bekijk hiervoor eens: "An Inconvenient
Truth" van Al Gore).
Een ander voorbeeld? Churchill waarschuwde begin de jaren 30 (!) dat er
een gevaar loerde in Duitsland! Werd er geluisterd? NEE en wat is er gebeurd?
Op korte termijn is niks een gevaar maar op lange termijn schieten we
in ons eigen voet.
Onafhankelijkheid voor Vlaanderen = Een vollere portefeuille op kortere termijn en een groot probleem op langere termijn! Daarom kan men de titel van dit stuk beter vervangen door:
Een manifest voor een vollere portefeuille (en liefst de mijne en de rest kan de boom in)!
Cedric Le Fevere
Ondervoorzitter BUB (Belgische Unie - Union Belge) Brugge
Bedenkingen bij 15 november
15 November is in België een officiële feestdag, m.n. het "Koningsfeest" ("dag van de dynastie"). België is een constitutionele monarchie. In de praktijk betekent dit dat de Belgische koningen de functie van staatshoofd bekleden, en dit op erfelijke basis.
Ondemocratisch?
Separatisten zullen ongetwijfeld vandaag verkondigen dat monarchie antidemocratisch is. Ze vergeten daarbij natuurlijk het volledig ondemocratisch karakter waarmee de Belgische staat de voorbije 36 jaar is uitgekleed ten voordele van de gewesten en van de gemeenschappen. Nooit werd de bevolking geraadpleegd. Stellen dat het koningsschap ondemocratisch is, is bovendien erg simplistisch. Tegenover "ondemocratische" monarchiëen zet men maar al te graag de "democratische" republikeinse staatsvorm. Wat men er niet bijzegt is dat heel wat republieken totalitaire staten zijn: De Sovjetunie en het Oostblok in het verleden, of Noord-Korea, Iran, Syrië, China, de meeste Afrikaanse landen, Wit-Rusland enz. vandaag. De republikeinse staatsvorm op zich biedt dus geen garantie op democratie (integendeel). Bovendien zijn er ook binnen de democratische republieken schakeringen: die met een president met veel macht (VSA, Frankrijk), of die met een president zonder feitelijke macht (Italië). Of een tussensysteem (Zwitserland). Ook binnen de monarchieën zijn verschillende vormen denkbaar: de absolute monarchie, waar de vorst alles te zeggen heeft (Saoedi-Arabië). De ceremoniële monarchie (Zweden) of de grondwettelijke monarchie (België). In deze laatste vorm heeft de Koning invloed - maar geen feitelijke macht. Immers, hij kan geen handeling stellen zonder ministeriële verantwoordelijkheid. De tweedeling ondemocratische monarchie versus democratische republiek is dus simplistisch en foutief.
Verouderd?
Anderen noemen de monarchie verouderd. Zij vergeten dat de parlementen ook uit de Middeleeuwen stammen. Bovendien is de huidige monarchie, zoals we die in België kennen net een BREUK met de monarchieën van de Middeleeuwen. De Belgische Koning is immers maar Koning bij gratie van het volk (van de Grondwet), en "heerst" niet bij de Gratie Gods of bij gratie van de Rede, zoals de (despotische) vorsten uit het verleden. De constitutionele monarchen van nu op één lijn stellen met Lodewijk XIV is even absurd als het hedendaags socialisme marxistisch te noemen.
Niet gewild?
Een ander argument van republikeinen is dat de Koning niet verkozen is, en dus geen recht heeft op politieke inspraak. Maar rechters en bedrijfsleiders zijn ook niet verkozen en hebben enorm veel macht, meer dan koningen en prinsen. Is verkozen zijn trouwens een garantie op een beter bestuur? In dat geval volstaat het van één keer verkiezingen te houden en de politici dan maar voor eeuwig te laten aanblijven. Ze zijn dan immers "verkozen". Het is niet omdat men verkozen is dat men bekwaam is, net zoals erfelijkheid niet duidt op onbekwaamheid. De Belgische koningen zijn trouwens steeds zeer geliefd geweest en alle ernstige peilingen tonen aan dat er bij de Belgen geen wil is om een republikeinse staatsvorm in te voeren.
Pluspunten?
Bovendien heeft een constitutionele monarchie op velerlei vlakken een streepje voor op een republiek:
1) Koningen doen een schat aan ervaring op, zien regeringen en politici komen en gaan, en bevinden zich dus buiten het "alledaagse" politieke veld.
2) Constitutionele monarchieën zijn vandaag vreedzaam en welvarend
(Benelux, Scandinavië, Verenigd Koninkrijk...).
3) De Koning (en de dynastie) symboliseert de (eenheid en lotsverbondenheid
van de) Natie, een president slechts een deel van de natie. Als er in
een republiek geen opkomstplicht is, kan men zich inbeelden dat 55% van
de mensen gaat kiezen. Kandidaat (a) kan dus verkozen worden met 30% van
de stemmen. Zodus vertegenwoordigt deze maar 1/3de van de natie.
4) In onzekere tijden is het goed iemand te hebben die niet gebonden is
aan korte en veranderlijke, partijpolitieke belangen, maar die is opgeleid
om het Algemeen Belang te dienen.
5) De overgang van monarchie naar republiek draait bijna steeds uit op
een catastrofe:
-In de plaats van het Duits Keizerrijk kwam eerst de onstabiele Weimar-republiek
(1918-1933), dan Hitler, daarna (voor Oost-Duitsland) de Sovjets.
-De val van de Spaanse monarchie (1939) bracht Franco aan de macht
-In Iran werd een vrij liberale en Westerse "absolute" monarchie
vervangen voor de terreur van moslimextremisten (1979)
-Frankrijk had bijna een eeuw nodig om zich te herstellen van de val van
de monarchie (1789-1870).
-Sedert Italië een republiek is (1946) stellen velen zich vragen
bij de excessieve en corrupte macht van de eerste ministers (bijv: Berlusconi)
-De val van de Oost-Europese monarchieën (Bulgarije, Roemenië)
plaveide de weg voor de Sovjetoverheersing
-Anderzijds was de terugkeer van de monarchie voor Spanje (1975) en Cambodja
(1993) meteen ook de revival van de democratie
Besluit
De perfecte staatsvorm bestaat niet, maar de constitutionele monarchie is de minst slechte. Zij die de monarchie aanvallen zijn eigenlijk maar republikeinen "pour les besoins de la cause". Een federatie tussen Vlaanderen en het unitaire Koninkrijk (!) der Nederlanden, daar zien vele flaminganten geen graten in (Geert Bourgeois verklaarde ooit: met 26 miljoen staan we sterker, dàn telt het argument van schaalvergroting blijkbaar wél). De meesten die de Belgische monarchie aanvallen doen dit niet uit overtuiging, maar wel omdat ze tegen Belgische symbolen zijn...
Hieronder een interessante tekst van Otto v. Habsburg over monarchie versus republiek.
MONARCHY OR REPUBLIC?
By Otto von Habsburg
Excerpted from The Conservative Tradition in European Thought, Copyright
1970 by Educational Resources Corporation.
We come here to the formal aspect of the State -- the question of monarchy
versus republic -- which is mostly discussed from a highly emotional rather
than a rational point of view. The debate proceeds by arguments ad hominem.
A few undignified occupants of royal thrones are enumerated, and are then
presented as examples of monarchy as such. The defenders of monarchy are
no better. They point to corrupt professional politicians, of whom there
exist a sufficient number, and claim that this is the necessary consequence
of a republican constitution. Neither is a rational argument. There have
been good and bad monarchies -- good republics (like Switzerland), and
others which are far from living up to the same standard.
Every human institution, after all, has its good and bad sides. As
long as this world is inhabited by men and not angels, crimes and mistakes
will continue to occur... Republicans are fond of claiming that a monarchical
regime means the rule of the aristocracy. Monarchists, on the other hand,
point to the economic difficulties, the tax burdens, and State interference
in private life in present-day republics, and compare this state of affairs
with the freedom and economic well-being under the pre-1914 monarchies.
Both arguments are unconvincing. They use the old propagandist trick of
comparing results brought about by entirely dissimilar causes. Anyone
who is honest will compare present-day monarchies with present-day republics.
It will then be apparent that the aristocracy of birth occupies no greater
share of leading positions in monarchies than in republics, and that all
states, whatever their form of government, are equally affected by the
serious problems of the present day. Republicans frequently claim, in
addition, that monarchy is a form of government belonging to the past,
while republicanism is that of the future. Even a slight knowledge of
history is enough to disprove this. Both forms have been in existence
since the earliest times (though the monarchical periods have usually
lasted considerably longer than the republican ones). In any case, it
is misleading to call an institution which we already find in ancient
Greece, Rome and Carthage, the form of government of the future.
In any objective discussion, we must also assign this question its proper
place in our hierarchy of values. It is not an accident that we speak
of the "form" of government. There is a great difference between
the "form" and the "content" -- or purpose -- of the
State. The latter is its essential raison d'etre, its very soul. The former
corresponds to the bodily form of a living being. The one can certainly
not exist without the other; but in any sane hierarchy of values the soul
occupies a higher place than the body.
The essential purpose of the State, its "content," is rooted in natural law. The State is not an end in itself; it exists for the sake of its citizens. It is therefore not the source of all law (a claim that is still far too widely accepted), nor is it all-powerful. Its authority is circumscribed by the rights of its citizens. It is only free to act in those fields that are outside their free initiative. The State is therefore at all times the servant of natural law. Its task is to give practical effect to this law; nothing more.
If the mission of the State is the practical realization of natural law,
the form of government is a means by which the community attempts to achieve
this aim. It is not an end in itself. This explains the relatively subordinate
importance of this whole question. Undoubtedly a great deal of importance
attaches to the choice of the right means, since this choice will determine
whether or not the end is attained. But what is lasting in political life
is only natural law. The attempt to realize this law in practice will
always have to take account of current conditions. To speak of an eternally
valid form of government, right under all circumstances, shows ignorance
and presumption.
From this it would seem to follow that it is fruitless to try to determine
-- mostly from the wrong philosophical premises -- the objective value
of one or the other form of government. The discussion will only become
fruitful if we keep in mind the end which every such form is intended
to serve. It is therefore not a question of investigating what value we
are to attach to monarchies or republics as such. What we must ask ourselves
is which form offers the best chances of safeguarding natural law under
present-day conditions.
Once this point has been clarified, we can pass on to two other problems,
which have frequently been dragged into this discussion and are threatening
to poison the whole atmosphere. There is constant controversy about the
relation between monarchism, republicanism and democracy. Here again we
encounter the blurred thinking characteristic of our era of slogans and
propaganda. The concept of democracy has become infinitely elastic. In
Russia it is compatible with mass liquidations, secret police and labour
camps. In America, on the other hand -- and occasionally in Europe --
even political theorists are frequently unable to distinguish between
republicanism and democracy. Furthermore, both words are used to designate
conceptions and characteristics that go far beyond the political field,
and belong to the economic or sociological sphere. It must therefore be
clearly stated that, generally speaking, democracy means the right of
the people to participate in determining their own development and future.
If we accept this definition, we shall see that neither of the two classical
forms of government is by nature linked with democracy. Democracy can
exist under both forms, just as there exist authoritarian republics as
well as monarchies. Monarchists, in fact, frequently claim democracy functions
better under a monarchy than under a republic. If we look at present-day
Europe, there is certainly some truth in this argument, though its validity
may be restricted in time and space. At the same time, it is necessary
to point out that in small states which are strongly rooted in their traditions,
like Switzerland, democracy and republicanism can coexist successfully.
Still more hotly discussed is the question of monarchism and socialism,
and republicanism and socialism. The reason for this is largely that in
German-speaking countries the great majority of the official socialist
parties are republican in outlook. Hence we find there among narrow and
uneducated minds the belief that socialism and monarchism are incompatible.
This belief is due to a basic confusion. Socialism -- at least in its
present- day form -- is essentially an economic and social program. It
has nothing to do with the form of government. The republicanism of some
socialist parties does not arise from their actual programs, but is due
to the personal beliefs of their leaders. This is shown by the fact that
the majority of the really powerful European socialist parties are not
republican but monarchist. This is the case in Britain, in Scandinavia
and in Holland. In all these countries we not only find excellent relations
existing between the Crown and the socialists, but one cannot escape the
impression that a monarchy provides a better soil for working-class parties
than a republic. In any case, experience shows that socialism remains
longer in power under a monarchy than under a republic. One of the great
leaders of the British Labour Party explained this by the moderating and
balancing influence of the Crown, which enabled socialists to carry through
their program more slowly, more reasonably, and hence also more successfully.
At the same time, a ruler standing above the parties represented a sufficient
safeguard to the opposition, so that it need not have recourse to extreme
measures in order to regain power. It could watch developments more calmly.
Whether or not this is true, the facts prove that it is unjustified to
draw an artificial dividing-line between monarchism and socialism, or
between monarchism and classical democracy. The same applies to republicanism.
One other point must be mentioned. This is the frequent confusion, particularly
among those not trained in political science, between monarchy as a form
of government and one or other monarchical dynasty; in other words, the
confusion between monarchism and legitimism.
Legitimism, a special tie with one person or one dynasty, is something
that can hardly ever be discussed in reasonable and objective terms. It
is a matter of subjective feeling, and is therefore advocated or opposed
by arguments ad hominem. Any rational discussion of current problems must
therefore make a clear distinction between monarchism and dynastic legitimism.
The form of government of a State is a political problem. It must therefore
be discussed independently of the family or person who stand, or stood,
at the head of the State. Even in monarchies dynastic changes take place.
In any case, the institution is of greater importance than its representative;
the latter is mortal while the former is, historically speaking, immortal.
To look at a form of government merely with an eye to its present representative
leads to grotesque results. For in that case republics, too, would have
to be judged not on political grounds, but according to the characters
of their presidents. This would, of course, be the height of unfairness.
It should be added that among the protagonists of monarchism in republican
Europe, there are relatively few legitimists. King Alfonso XIII of Spain
once remarked that legitimism cannot survive one generation. It is valuable
where there exists a strongly established, traditional form of government,
with which most of the citizens are satisfied. But this kind of legitimism
can be found in republics as well as in monarchies. One can speak of republican
legitimism in Switzerland and the United States just as one can speak
of monarchist legitimism in Britain and Holland. In most countries of
Europe, of course, there have been so many profound changes in the course
of the centuries that legitimism is less frequently encountered. Under
such conditions, it is particularly dangerous to have recourse to emotional
arguments.
We are now in a position to define what we understand by a monarchy and
a republic. Monarchy is that form of government in which the head of State
is not elected, bases his office on a higher law, with the claim that
all power derives from a transcendental source. In a republic, the highest
officer of State is elected, and hence derives his authority from his
electors, that is, from the particular group which elected him.
Leaving aside purely emotional considerations, there are good arguments
for both of these basic forms of government. The most important arguments
in favour of republicanism can be summarized as follows: In the first
place, republics are, with few exceptions, secular. They require no appeal
to God in order to justify their authority. Their sovereignty, the source
of their authority, derives from the people. In our time, which turns
increasingly away from religious concepts, or at least refers them into
the realm of metaphysics, secular constitutional concepts and a secular
form of government are more easily acceptable than a form rooted, in the
last resort, in theocratic ideas. It is, therefore, also easier for a
republic to embrace a secular version of the Rights of Man. The advantage
this form of government offers would therefore seem to be that it is in
closer touch with the spirit of our time, and hence with the great mass
of the population.
In addition, the choice of the head of State depends not on an accident
of birth, but on the will of the people or of an elite. The president's
term of office is limited. He can be removed, and if he is incapable it
is easy to replace him. Himself an ordinary citizen, he is in closer touch
with real life. And it is to be hoped that, with better education, the
masses will become increasingly capable of choosing the right man. In
a monarchy, on the other hand, once a bad ruler has ascended the throne,
it is almost impossible to remove him without overthrowing the whole regime.
And lastly it is claimed that the fact that every citizen can, at least
theoretically, become president, encourages a sense of political responsibility
and helps the population to attain political maturity. The patriarchal
character of a monarchy, on the other hand, leads the citizens to rely
on their ruler, and to shift all political responsibility on to his shoulders.
In favour of monarchism, the following arguments are put forward: Experience
shows that kings mostly rule better, not worse, than presidents. There
is a practical reason for this. A king is born to his office. He grows
up in it. He is, in the truest sense of the word, a "professional,"
an expert in the field of statecraft. In all walks of life, the fully
qualified expert is rated higher than the amateur, however brilliant.
For particularly in a difficult, highly technical subject -- and what
is more difficult than the modern State? -- knowledge and experience outweigh
sheer brilliance. The danger certainly exists that an incompetent may
succeed to the throne. But was not a Hitler chosen as leader, and a Warren
Harding elected president? In the classical monarchies of the Middle Ages,
it was almost always possible to replace an obviously incapable successor
to the throne by a more suitable one. It was only with the decadence of
monarchism, in the age of the courtly despotism of Versailles, that this
corrective was discarded. Nothing would be more appropriate in a modern
monarchy than the institution of a judicial tribunal, which could, if
necessary, intervene to change the order of succession to the throne.
Even more important than the king's "professional" qualifications
is the fact that he is not tied to any party. He does not owe his position
to a body of voters or the support of powerful interests. A president,
on the other hand, is always indebted to someone. Elections are expensive
and difficult to fight. The power of money and the great mass organizations
always makes itself felt. Without their help, it is almost impossible
to become the head of State of a republic. Such support is not, however,
given for nothing. The head of State remains dependent on those who helped
him into the saddle. It follows that the president is mostly not the president
of the whole people, but only of those groups that helped him to attain
office. In this way, political parties or groups of economic interests
can take over the highest command positions of the State, which then no
longer belongs to the whole people, but, temporarily or permanently, becomes
the privileged domain of one or another group of citizens. The danger
exists therefore that a republic will cease to be the guardian of the
rights of all its citizens. This, it is stressed by monarchists, is particularly
dangerous at the present time. For today the rights of the individual
and of minority groups are in greater danger than ever before. Financial
power- concentrations and large, powerful organizations generally are
everywhere threatening the "little man." Particularly in a democracy,
it is extremely difficult for the latter to make himself heard, since
this section of the population cannot easily be organized and is of no
great economic importance. If even the topmost pinnacle of the State is
handed over to political parties, there will be no one to whom the weak
can turn for help. A monarchical ruler, on the other hand -- so it is
claimed -- is independent, and is there for all citizens equally. His
hands are not tied in the face of the powerful, and he can protect the
rights of the weak. Particularly in an age of profound economic and social
transformations, it is of the highest importance that the head of State
should stand above the parties...
And, finally, the Crown contributes to political life that stability without
which no great problems can be solved. In a republic, the firm foundation
is lacking. Whoever is in power must achieve a positive success in the
shortest possible time, otherwise he will not be re-elected. This leads
to short-term policies, which will not be able to cope successfully with
problems of world-historical scope.
There is one more point we must consider before we can answer the question
of which form of government will best serve the community in the future.
Generally speaking, democratic republics represent a regime dominated
by the legislature, while authoritarian regimes are dominated by the executive.
The judicial power has not had the primacy for a long time, as we have
shown above. It found its earlier expression in the Christian monarchies.
It is frequently forgotten that the true ruler has always been the guardian
of law and justice. The most ancient monarchs -- the kings of the Bible
-- came from the ranks of the judges. St. Louis of France regarded the
administration of justice as his noblest task. The same principle can
be seen in the many German "Palatinates," since the Count Palatine
(Palatinus) was the guardian of law and justice delegated by the King-
Emperor. The history of the great medieval monarchies shows that the legislative
power of the king -- even of a king as powerful as Charles V -- was severely
limited by local autonomies. The same is true of the ruler's executive
function. He was not, in the first place, a law-giver or head of the executive;
he was a judge. All other functions were subordinate, and were only exercised
to the extent necessary to make his judicial function effective.
The reason for this institutional arrangement is clear. The judge must
interpret the meaning of law and justice, and to do this he must be independent.
It is essential that he should not owe his position, his function, to
any man. The highest judge, at least, must be in this position. This is
only possible under a monarchy. For in a republic, even the highest guardian
of the law derives his position from some other source, to which he is
responsible and on which he remains dependent to some extent. This is
not a satisfactory state of affairs. His most important task is not to
pass judgment in actual legal disputes, but to stand guard over the purpose
of the State and natural law. Above all, it is the task of the supreme
judge to see that all legislation is in accordance with the State's fundamental
principles, that is, with natural law. The monarch's right to veto legislation
passed by parliament is a remnant of this ancient function...
The future form of the State will be something entirely new, something
which will represent principles of eternal validity in a form appropriate
to the future, without the errors of the past...
The hereditary character of the monarchial function finds its justification
not merely in the "professional" upbringing of the heir to the
throne. Nor is it merely a question of continuity at the summit of the
political hierarchy, though such continuity is highly desirable when it
is a question of planning for generations to come. Its deepest justification
lies in the fact that the hereditary ruler owes his position not to one
or another social group, but to the will of God alone. That is the true
meaning of the frequently misunderstood words, "by the grace of God,"
which always signify a duty and a task. It would be wrong for the ruler
by the grace of God to regard himself as an exceptional being. On the
contrary, the words, "by the grace of God," should remind him
that he does not owe his position to his own merits, but must prove his
fitness by ceaseless efforts in the cause of justice.
While there is thus much to be said for a hereditary transmission of the
supreme position of the State, there is also one serious drawback, which
has already been mentioned. If the succession occurs automatically, there
is the possibility that the throne will be occupied by an incompetent.
This is the greatest danger of the monarchial system. On the other hand,
this danger only dates from the period when the inflexible legitimism
of Versailles came into being, and the safeguards present in one form
or another in most classical monarchies disappeared. Such safeguards would
therefore have to be built into any future monarchical constitution. It
would be wrong to hand this task over to political bodies, as that would
open the door to private interests. The decision should be left to a judicial
tribunal. The king, as the highest constitutional judge of the State,
cannot exercise his function in a vacuum. He will have to be assisted
by a body representing the highest judicial authority, of which he forms
the head. It is this body which should pronounce on whether a law or a
regulation is constitutional, that is, in accordance with the purpose
of the State. When the ruler dies, the other judges will continue in office.
It should be their duty to pronounce on the suitability of the heir presumptive,
and, if necessary, to replace him by the next in succession.
The activity of the head of State will undoubtedly go beyond the purely
judicial field. He will have to control the executive, since it is his
duty to see that the decisions of the judicial power are carried out in
practice. Nevertheless, all these tasks will remain of secondary importance.
It is in his judicial function that a twentieth-century monarch will find
his primary justification.
OVER HET VERTOOG VAN DE " MANIFESTEN "
Eind 2005 publiceerde de groep " In de Warande " een "
Manifest voor een zelfstandig Vlaanderen ". Sedertdien begonnen,
vooral over de economische inhoud van het Manifest, de discussies. Kort
gezegd houdt men voor dat "Wallonië" te duur kost aan "Vlaanderen"
en dat de geldoverdrachten niet rendabel zijn (" te belangrijke en
niet-efficiënte financiële transfers van Vlaanderen naar Wallonië
en Brussel " Warandemanifest, Brussel, 2005 p. 132-177). Het recent
gepubliceerde werk " Vlaanderen-Wallonië, je t'aime moi non
plus " van Rudy Aernoudt is de antithese van dit separatistisch manifest
en werd getekend door 60 prominente Nederlandstaligen (Le Soir, 10.11.06).
De B.U.B. juicht dit opmerkelijk initiatief, dat een keerpunt kan zijn in de Belgische politieke geshiedenis toe. Inderdaad is het de eerste maal dat de politieke wereld zich openlijk vragen stelt bij het defederaliseringsproces, dat begon in 1980.
Niettemin blijft een probleem bij dit tegenmanifest dat het verankerd
zit in de cijferlogica tussen " Noord en Zuid ". Terecht komt
Rudi Aernoudt, en anderen met hem, in zijn lovenswaardig werk tot de vaststelling
dat de cijfers van nationalisten exorbitant zijn, dat er ook intraregionale
tegenstellingen zijn (tussen provincies, tussen gewesten), dat autonomie
en onafhankelijkheid ten koste van Vlaanderen zouden gaan. Maar het essentiële
element lijkt volgens ons het volgende : Zijn cijfers voldoende belangrijk
om een staat op te splitsen ? Het antwoord dat men hier moet formuleren
is bijzonder fundamenteel van aard, daar zij raakt aan het hart van het
probleem: Wat zou de ware basis van een (zogezegd gewenste en gewilde,
quod non) scheiding zijn? We zien moeilijk in hoe economische argumenten
al dan niet de splitsing van een land, een natie, en misschien morgen
van de Europese Unie kunnen rechtvaardigen.
Zonder twijfel kan men veel argumenten naar voren schuiven voor een Europese
Unie, teruggeschoefd tot twaalf lidstaten en ontdaan van meer arme landen.
Het spreekt vanzelf dat dat men zich een meer performante economie kan
inbeelden ten koste van de armen, zonder sociale woningen enzovoort. Maar
is zulk een systeem vanuit ethisch oogpunt rechtvaardiger? Zoals Mark
Eyskens enkele jaren geleden vaststelde zou een splitsing van de sociale
zekerheid de armoede van het Waals Gewest opdrijven van 8% naar 16%. Door
haar onafhankelijkheid te willen, zou politiek "Vlaanderen"
zich dus niet alleen geïsoleerd zien van Brussel en van de Rand,
maar, wat meer is, ze zou zich in één klap profileren als
één van de meest asociale staten ter wereld.
Daartegenover staat een sociale en ethische politiek die, integendeel,
vereist dat de staat haar burgers - op basis van 'etnische' kenmerken
- niet overlevert aan een nationalistische politiek. Waar ligt trouwens
de limiet? Vandaag de Franstaligen, morgen de immigranten, overmorgen
de gehandicapten... Integendeel, hoe armer een regio is, hoe méér
nood ze heeft aan interpersonele en structurele solidariteit.
Kortom, de financiële transfers tussen Noord en Zuid stellen geen
enkel probleem zolang ze zich in een logica van solidariteit inschrijven.
Het is maar wanneer er misbruiken zijn in de transfers, welke ze ook mogen
zijn, dat ze veroordeeld moeten worden. Niettemin, om misbruiken te vermijden,
en we hebben het hier niet alleen over echte fraude maar over te "regionalistische"
interpretaties van federale regels, vormt unitarisme het beste alternatief.
Meer nog, door het Belgische federalisme, zoals we het vandaag kennen,
vernietig men de federatie en de solidariteit die eruit voortvloeit. Het
federalisme van gewesten en gemeenschappen is enkel verdedigbaar wanneer
men het overgangskarakter ervan erkent. Het centrifugaal federalisme immers,
gebaseerd op het sacraal karakter van verschillen, kan niet anders dan
- op termijn - uitmonden op een totale secessie.
Men kan dus niet, zoals het opgevat is in het "tegenmanifest",
de relaties tussen de twee (sic!) deelstaten enkel op basis van een rationale
cijferanalyse analyseren.
Men moet zich geen illusies maken. In principe leidt het huidige systeem
ons, door haar eigen logica, recht naar de scheuring van de Natie. Dit
separatisme, verre van onafwendbaar, kan slechts gestopt worden door een
totale hervorming van het land in unitaristische zin. Meer concreet betekent
dit: door een referendum over alle voorbije staatshervormingen, door nieuwe
en meertalige media, door een opgeschroefd talenonderwijs van de tweede
nationale taal en, vooral, op termijn, door een vervanging van de Gewesten
en de Gemeenschappen door de Provincies. Elke andere oplossing dreigt
uit te lopen op nieuwe politiek-communautaire onenigheden en dus op een
ernstige bedreiging van 's lands eenheid.
VVB IS NIET VLAAMSGEZIND
In "Vlaanderen en Wallonië, een wereld van verschil" (DS
24.10.06, cf. infra) betogen Rita De Bondt en Jan Van De Casteele (VVB)
dat Vlaanderen en Wallonië op cultureel, sociaal-economisch en politiek
gebied zozeer verschillen dat ze best "goede buren worden" in
plaats van nog samen te huizen "onder het federale dak".
In feite is het vreemd te stellen dat verschillen een reden zijn tot splitsen.
Aangenomen dat er grote differentiaties zijn in economie of politiek tussen
het Vlaams en het Waals Gewest, dan zou men toch moeten pleiten voor méér
eenmaking, teneinde de gelijkheid, veiligheid en welvaart van allen, en
niet van één taalgroep, te waarborgen. Dat is trouwens net
de reden dat de EEG, thans EU, is opgericht. Het spreekt vanzelf dat een
splitsing van de (stichtende) lidstaat België hier haaks op zou staan.
Bovendien is de methode die de vorige auteurs gebruiken op zijn minst
betwistbaar te noemen. Indien men steeds twee dezelfde polen vergelijkt,
zal men natuurlijk steeds wéér op verschillen botsen. Bovendien
vertrekt men niet vanuit de staatkundige realiteit van België met
haar drie gewesten en drie gemeenschappen, maar vergelijkt men - botweg
- "Vlaanderen en Wallonië". Geen woord over de verschillen
tussen de Franstalige en de Duitstalige Gemeenschap, tussen het Vlaams
Gewest en het Brussels Gewest. Laat staan dat men het zou hebben over
de (grote) verschillen tussen steden, arrondissementen en provincies.
Tussen mannen en vrouwen, liberalen en socialisten, jongeren en ouderen,
stad en platteland, autochtonen en allochtonen, arbeiders en hooggeschoolden...
Door hier niét over te spreken dwingt men de lezer de wereld als
het ware te bekijken vanuit een nationalistische bril.Kijken we, vervolgens,
naar de vernoemde verschillen, valt er toch nogal wat te zeggen. Zo zou
de taalgrens een cultuurgrens geworden zijn, die onoverbrugbaar is. Toch
overstijgt cultuur ook de Belgische taalgrens, de consumptie- en waardepatronen
van de Belgen liggen bijvoorbeeld erg dicht bij elkaar, zoals de auteurs
overigens zelf toegeven. De federale overheid zou hier haar steentje kunnen
bijdragen. Door, bijvoorbeeld, (tweetalige) media te organiseren, zoals
nu al op Europees vlak gebeurt. Of door tweetalige onderwijspaketten verplichtend
te maken over heel het land (is het niet de Vlaamse Beweging die de zogenaamde
"eentaligheid der Franstaligen" aanklaagt?). Een concurrerend
federaal cultuurbeleid voeren behoort ook tot de mogelijkheden. Op die
manier wordt een mooi evenwicht gevonden tussen diversiteit en eenheid.
Sociaal-economisch dan, valt best aan te nemen dat het Noorden van België welvarender is dan het Zuiden. Het Noorden beschikt ook over troeven die het Zuiden niet kan hebben: zeehavens, havens, luchthavens grote verkeersknooppunten enz. Anderzijds is het een foutief om te stellen dat héél het Waals Gewest één verpauperd, monolitisch blok is. De rijkste provincie van België is immers Waals-Brabant (cijfers NIS). Luik heeft andere noden dan het agrarische Luxemburg. Ook binnen de Vlaamse Gemeenschap zijn er aanzienlijke verschillen. Zo draagt het Vlaams Gewest 50% van de totale transfers inzake SZ over aan het Brussels Gewest (KBC-rapport 2003). Wil de VVB dan ook Brussel loslaten?
Andere gemeenplaatsen behandelen de "politieke verschillen".
Zo zou Wallonië een "socialistisch politiek kader" willen.
Welnu, het is niet omdat 35% van de inwoners uit de Franstalige provincies
op de PS stemt dat, Wallonië een tweede DDR is. Net zoals het onwaar
is dat Vlaanderen een fascistoïde entiteit zou zijn, omdat 25% van
de Nederlandstalige Belgen op het V.B. stemt. Deze simplismen horen thuis
in het discours van een partij als het FDF, waarmee de VVB zich blijkbaar
op één lijn plaatst. Verschillen inzake andere politieke
domeinen lopen bovendien tussen alle politieke formaties en hebben niets
te maken met taalaanhorigheid. En, laten we ernstig blijven, het is niet
omwille van (vermeende) verschillen in invulling van wintervakanties,
die op één hoop worden gegooid met het socio-economisch
beleid (waarvoor men dan als maatstaf het Vlaams-nationalistische Voka-congres
neemt) dat we twee of meer nieuwe staten moeten oprichten.
Het belangrijkste van al is trouwens wat de bevolking wil. Volgens het
met de VVB verbonden maandblad "Doorbraak" (juli 2006) voelt
85% van de Nederlandstaligen zich Belg. België splitsen is dus een
bijzonder antivlaamse daad omdat het een deel van het identiteitsbesef
van de Vlamingen wil wegsnijden. Bovendien kan men zich toch vragen stellen
over de toekomst van een Vlaamse republiek. Grenzen worden immers niet
bepaald door resoluties van het Vlaams Parlement, maar wel door internationale
verdragen. Naast het Waals Gewest dreigt Vlaanderen dan ook Brussel, de
Rand, Voeren - en als het wat tegenzit nog méér - kwijt
te spelen. Met Frankrijk aan de poorten van Mechelen en Tervuren is het
nog een kwestie van tijd om te zien hoelang het duurt eer het Nederlands
in de perifere zones uitsterft in heel Brabant, in het zuiden van West-en
Oost-Vlaanderen en in delen van Limburg. Het getuigt van weinig Vlaamsgezindheid
om zo'n toekomst te wensen. Maar beseft de VVB dat wel?
Vlaanderen-Wallonië, een wereld van verschil
Volgens een recent onderzoek zijn de verschillen tussen Vlamingen en Walen
'subtiel'. Er blijkt heel wat meer te zijn dat ons bindt, dan wat ons
scheidt en ,,de verschillen worden door de media uitvergroot'' (DS 20
oktober). Bron van informatie is een onderzoek van het reclamebureau McCann-Erickson
naar het verschil in consumptie, waarden en attitudes. Het is een heel
beperkte invalshoek, en de conclusie heeft een politiek tintje.
Met het bewijs dat Vlamingen en Walen allemaal eten en drinken en bijtijds
ook naar bed gaan, schieten we natuurlijk niet veel op. Iets essentiëler
voor de relevantie van het samenlevingsvraagstuk zijn de grote politieke,
sociaal-economische en culturele verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië.
Sinds de taalgrens in de Gallo-Romeinse tijd vorm kreeg, is het
taalverschil in de volgende twintig eeuwen uitgegroeid tot een cultureel
verschil. Een verschil is geen vijandschap, maar cultuur, onderwijs en
media organiseer je nu eenmaal makkelijker op een redelijk homogeen niveau.
Vlamingen en Walen organiseren hun samenleving gescheiden, ze lezen andere
kranten, volgen andere media, andere culturele kringen. Onderwijs organiseren
we apart, en dat valt - in Vlaanderen dan toch - best mee. Wie hier de
klok wil terugdraaien, wensen we veel succes.
De sociaal-economische verschillen zijn ook niet mis. De Vlaamse economie draait vlotter, wat blijkt uit grote verschillen inzake BRP, in buitenlandse handel, in werkloosheidscijfers (8,6%-19,3%), in werkgelegenheidsgraad. Zoek daarvoor maar eens een gemeenschappelijk beleid. Hetzelfde geldt voor de gezondheidszorg. Liggen de 25 duurste ziekenhuizen niet in Wallonië en de 25 goedkoopste in Vlaanderen? Zijn de verschillen inzake medische consumptie subtiel'? De CM gaf in 2003 toch zes procent meer uit in Wallonië dan in Vlaanderen? Ook de politieke verschillen zijn evident. Walen kiezen voor een socialistisch politiek kader. Herman Van Rompuy wees er onlangs op dat Vlaanderen en Wallonië een andere kijk hebben op justitie en (verkeers)veiligheid, over asiel en migratie, over misdaad en straf... Voorlopig allemaal nog bevoegdheden van het federale parlement. Die verschillen zijn er ook inzake milieu, kernenergie, buitenlandse politiek, ontwikkelingssamenwerking...
Zijn de verschillen 'subtiel'? We lezen in dezelfde krant (DS 20 oktober)
over verschillen inzake seksueel misbruik in de pleegzorg, over de invulling
van wintervakanties, over perceptie over en consumptie van leidingwater,
over de blokkering van de huurprijzen (De Gucht/Onkelinx), over de vraag
naar regionalisering van het sociaal-economisch en het fiscaal beleid
(Voka-congres).
Vlaams-Waalse verschillen zijn er in het sanctioneren van werklozen, in
uitgaven van de huishoudens, in het nemen van zorgverlof, in spaargedrag,
in alcoholcontroles, in snelheidscontroles, in huurprijzen en woningprijzen,
in huwen en scheiden, in de opstelling tegenover abortus, in ondernemingsschap,
in het aantal faillissementen, in de kijk op monarchie,vakbonden, stakingen,
wapenindustrie en wapenleveringen, enzovoort.
De kloof tussen noord en zuid verleidde het Vlaams Parlement in 2004 tot
een stoere regeringsverklaring met een erg lang verlanglijstje inzake
volledig Vlaamse bevoegdheden. Daar werd nog een passage aan toegevoegd
over 'engagement' inzake de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde.
De laatste show nam de Franstalige Marc Delire in dienst
om ons te (des)informeren over al die verschillen. Tegenover zijn politieke'
boodschap staat onze overtuiging dat Vlamingen en Walen beter goede buren
worden in plaats van nog langer tijd te verliezen onder hetzelfde federale
dak.
Splitsing huurwet absurd
Ach, we worden het zo ondertussen gewoon : de traditionele politici pleiten - in navolging van het Vlaams Belang - voor de splitsing van allerlei bevoegdheden: tewerkstelling, gezondheidszorg, kinderbijslagen, de ziekteverzekering, mobiliteit, ... Tot nog toe hadden we nog niets gehoord van de huurwetgeving. Maar dat is nu dus veranderd. Immers, zo noteren De Standaard (21 oktober) en De Tijd (26 oktober): "de Vlaamse partijen in het Vlaams Parlement, meerderheid en oppositie willen een regionalisering van de huurwet".
We zouden het hier kunnen hebben over de droglogica van splitsen als oplossing om "verschillen" de baas te kunnen. Over het feit dat men steeds "Vlaanderen en Wallonië" vergelijkt (en niet de arrondissementen, de steden, de provincies etc.). Over de noodzaak van verschillen als motor van de democratie. Maar daar gaan we nu niet over uitweiden. Laten we eerst eens kijken naar de cijfers: "In Vlaanderen woont 20 procent van de gezinnen in een private huurwoning, in Wallonië 33%, in Brussel 59%". Vlaams-nationalisten willen Vlaamse onafhankelijkheid. Maar wat blijkt nu? De verschillen tussen het Vlaams en het Brussels Gewest zijn vier keer groter dan die tussen het Vlaams en het Waals Gewest. Zodus, behoort volgens deze mensen Brussel niet tot "Vlaanderen".
Trouwens, door een regionalisering van de huurwet zou het Brussels Gewest, autonoom van het Vlaamse, een eigen huurwet kunnen uitschrijven. De Vlaams-nationalisten vinden blijkbaar hun hoofdstad te verschillend om samen een huurbeleid mee te voeren. Wat wordt dat dan met de sociale zekerheid of met justitie? Ander punt: "Voor Keulen moet de regionalisering van de huurwet meegenomen worden in de staatshervorming van 2007. Regeringspartijen en Vlaams Belang waren het daarmee eens". U leest het goed: socialisten, groenen, liberalen, "Christen"-democraten en het Vlaams Belang: één strijd. De B.U.B. daarentegen stapt niet mee in deze krankzinnige logica. Wij wensen een sterke Belgische staat, met een eengemaakte Ruimtelijke Ordening. De provincies kunnen nationale kaderwetten uitvoeren. Dan zijn we verlost van onze 600 parlementairen, 60 ministers, 6 regeringen, drie Brusselse commissies...
Moraal van het verhaal: enkel een stem voor de B.U.B. verandert werkelijk
iets. U mag ook op de anderen stemmen, als u van een ingewikkeld, duur,
tijdverspillend, bureaucratisch enz. staatssysteem houdt. Maar dat betwijfelen
we.
Heeft de Premier het licht gezien?
De afgelopen dagen deed Premier Verhofstadt enkele opvallende uitspraken over België en de monarchie (zie hieronder). Laten we hopen dat de regering tot 2007 een beleid voert dat in de lijn ligt van de regeringsverklaring van de Eerste Minister. Als het goed is, mag het ook gezegd worden. Maar voor echte hervormingen, in de richting van méér België en, dus, méér eenheid is en blijft de B.U.B. natuurlijk broodnodig.
donderdag 19 oktober 2006, vragenuurtje in de Kamer:
(Belga) Volgens premier Guy Verhofstadt is er met de audiëntie van
de Antwerpse burgemeester Patrick Janssens bij de koning niets bijzonders
aan de hand. "Ik moet u teleurstellen, er zit geen complot achter",
antwoordde de premier donderdag in de Kamer aan Gerolf Annemans
De fractieleider van het Vlaams Belang wilde weten of het klopt dat de
koning de Antwerpse burgervader zou ontvangen uit politieke redenen, omdat
hij een baken zou zijn in de strijd tegen het Vlaams Belang. Verhofstadt
noemde Annemans' vraag "kinderlijk", dat een even kinderlijk
antwoord verdient. "Als het over Antwerpen gaat, ziet u overal
complotten, een beetje zoals Stalin indertijd", aldus de premier.
Het gaat gewoon om een audiëntie, zoals dat ook gebeurde met andere
burgemeesters zoals Freddy Thielemans. Volgens de premier is het een
normale zaak dat gezagsdragers worden uitgenodigd. "Ik begrijp uw
ontgoocheling. U zal nooit worden uitgenodigd", ging Verhofstadt
voort. "En dat is normaal, want u bent tegen de koning, alleen
weten uw kiezers dat nog niet", besloot de premier.
17.10.06 tijdens de Regeringsverklaring:
We leven in een complexe wereld. Toch horen we steeds meer simplistische
antwoorden. Slogans, zonder nuances. Het heeft elk van ons wel eens verleid.
Maar het is een politiek zwaktebod. Met diepe polarisaties als gevolg.
Laat ons daar mee stoppen. Mensen hebben genoeg van de polarisaties. Van
het beschuldigen van andere groepen. Vlamingen tegen Franstaligen. Franstaligen
tegen Vlamingen. Autochtonen tegen allochtonen. Allochtonen tegen
autochtonen. Oude Europese lidstaten tegen nieuwkomers in Europa. Europeanen
tegen Amerikanen En omgekeerd. Beschuldigingen zijn gemakkelijk. Ofwel
beweert men dat anderen niet genoeg werken en lui zijn. Ofwel beweert
men dat ze ons werk komen afnemen. En wat horen we nog niet allemaal.
Beschuldigingen zijn gemakkelijk, en gevaarlijk. Ze verstarren de geest,
ze verblinden de rede. Ze maken van onze open samenleving, een gesloten
samenleving. Een samenleving gericht op het verleden. Een samenleving
die niet past bij ons land.
Het einde van het begin
Oktober 1942. Europa is - op enkele neutrale landen na - bezet door de strijdmachten van nazi-Duitsland. De Duitse Wehrmacht heeft sedert 1939 overwinning na overwinning geboekt. Achtereenvolgens Denemarken, Noorwegen, Polen, de Benelux, Frankrijk, de Balkan en grote delen van de Sovjet-unie en Noord-Afrika worden bezet. Maar bij El Alamein, in Noord-Afrika, keert het tij. De Britse strijdkrachten, o.l.v. Montgommery, drijven de As-machten (Duitsland en verbondenen) terug van Egypte tot Tunesië. Later dat jaar worden de Duitsers uit Noord-Afrika teruggedreven en werd het zesde Duitse leger bij Stalingrad verslagen. Dat was het begin van het einde voor de Duitsers.
Antwerpen 2006. Het Vlaams Belang is er sedert 1978 jaar na jaar op vooruitgegaan. Niet ditmaal. Vergeleken met 2004 verliest het VB 8% van haar kiezers (DM, 10.10.06, p. 1). Is dit nu het begin van het einde voor het Vlaams Belang (Luc Van der Kelen, HLN, 09.10.06, p. 2)? Neen. Dit is niet het einde van het Vlaams Belang. Zelfs niet het begin van het einde. Maar dit is wel, en we citeren Churchill na de slag bij El Alamein, het einde van het begin. Het Vlaams Belang is zijn aura van onoverwinnelijkheid definitief kwijt, net zoals de Wehrmacht in 1942. Maar om de partij van de politieke kaart te vegen zal er meer nodig zijn dan het prediken van verdraagzaamheid, er zal meer nodig zijn dan goed besturen. Het politiek discours van het Vlaams Belang, en dan meerbepaald haar racisme en nationalisme zal moeten ontkracht worden. En daarvoor is de B.U.B. nodig. Nu, meer dan ooit.
Oktober 1942: de As-troepen "consolideren" hun positie te El-Alamein; Oktober 2006: Het Vlaams Belang "consolideert" haar positie te Antwerpen
Onverdraagzaamheid in België: ook puur politiek probleem
Vele "Vlaamse" jongeren zijn, veel meer dan hun Franstalige leeftijdsgenoten, onverdraagzaam en bevooroordeeld tegenover allochtonen. Bijna een kwart van de "Vlaamse" jongeren zegt dat ze op het Vlaams Belang zouden stemmen.
Dat zijn de resultaten van een grootschalig onderzoek van de K.U. Leuven
en de Canadese McGill University dat zaterdag in de kranten van 30 september
2006 verscheen. In het kader van het onderzoek werden in beide landen
bijna tienduizend jongeren van 16 en 17 ondervraagd. Meer dan de helft
vindt dat immigranten een bedreiging vormen voor onze levenswijze en werkzekerheid.
Meer dan driekwart kan zich niet voorstellen ooit een relatie te hebben
met een zwarte, een immigrant of een moslim.
Onstellend, vindt de B.U.B.. De 0110-concerten waren dan ook meer dan
ooit nuttig. Hun succes toont aan dat er nog hoop is. Maar ze volstaan
uiteraard niet om de onverdraagzaamheid uit de wereld te helpen.
Dat is in België des te moeilijker daar de onverdraagzaamheid in
de traditionele politiek en haar instellingen (gewesten en gemeenschappen)
is ingebakken: de partijen zijn gesplitst (behalve de B.U.B.), vele publieke
instellingen zijn op een apertheidsleest geschoeid en de traditionele
politici doen niets anders dan Nederlandstaligen op te zetten tegen Franstaligen
en omgekeerd. Die mensen over de taalgrens leven nochtans al vijf eeuwen
met ons en zijn onze eigen landgenoten waarvan velen zelfs familiale wortels
hebben in het andere landsdeel. De familienamen zijn daarvan het beste
bewijs.
Bovendien is het hypocriet om verdraagzaamheid tegenover allochtonen te
prediken, maar zich te keren tegen anderstaligen
In de 21ste eeuw en in een gemondialiseerde meertalige wereldeconomie
zou men toch verwachten dat onze traditionele politici het kleuterniveau
van "het is de schuld van de andere" zouden overstegen hebben
en zich als volwassenen gaan gedragen. Niets is echter minder waar.
De toestand is schrijnend. Vlaams- en Waals-nationalisme zijn synoniemen
van racisme geworden, ook al durven de media dit nog niet te zeggen. De
andere van over de taalgrens is immers, naar het geval, de luie, de arme,
de domme of aggressieve. Tweetalige dialoog lijkt verboden in een meertalige,
gemondialiseerde wereld. Contradictio in terminis.
Als enige partij heeft de B.U.B. ook dat probleem gezien. Alleen mogen
we het nog niet echt in de media verkondigen. Het resultaat zou immers
een catastrofe kunnen zijn voor de traditionele partijen. Stel je voor
dat wij de stem van gewone Belgen zouden laten weerklinken, in plaats
van die van de traditionele en "beroeps"politici, die hun land
minachten en slechts zichzelf vertegenwoordigen!
BRIEF UIT WEST-VLAANDEREN
Vilipender le Roi! Jouer les trouble-fête !
Vilain petit roquet, Qu'on vous coupe la tête !
(Le Terme et la Faim. Jean de la Fontaine)
* * *
Een aantal vrienden hebben mij kunnen overtuigen dat het mijn plicht was
iets aan te vangen om de ontmanteling van de Belgische staat tegen te
werken. Een van de laatste uitspraken van Koning Boudewijn was, in zijn
toespraak van 21 juli 1992: "Wij moeten dus waakzaam blijven en elke
vorm van openlijk of verkapt separatisme ondubbelzinnig afwijzen."
Ik heb dan ook besloten om positief op het voorstel van mijn jonge vriend
Ruben Cottenjé in te gaan en mij kandidaat te stellen op de lijst
BUB voor de komende gemeentelijke en provinciale verkiezingen van 8 oktober
ek.
Onlangs deed Minister-President Yves Leterme merkwaardige uitspraken in
het Franse Libération. Hij zei o.a.: "Je n'ai pas besoin du
Roi. " " Ni de la Belgique, durft hij nog niet openlijk zeggen
!"
Gelukkig reageert het Hof niet. Blaffende rothondjes bijten niet. Onze
sinistre-Président zou moeten beseffen dat meer dan 8O procent
van de bevolking de Koning en het Koningshuis genegen is en dat zijn prétentieus
en artificieel Vlaanderen niet eens zou bestaan hadden onze Vorsten er
niet voor gezorgd dat in Belgie ook het Nederlands een officiële
taal zou worden.
Leterme beweert ook dat de Franstaligen van de rand rond Brussel intellectueel
niet bij machte zijn Nederlands te leren! Als dat zo is, dan moeten de
"faciliteiten" in ieder geval behouden worden: men kan toch
moeilijk geen rekening houden met de meerderheid van de bevolking in de
Brusselse rand.
Dat neemt niet weg dat de instellingen in dit land aan hervormingen toe
zijn: maar dan hervormingen in de zin van meer Belgie, meer gezond verstand,
meer eenvoud, meer burgerzin, meer universele menselijke waarden, meer
solidariteit, minder genotszucht, minder overheidskosten...
Evenwel kunnen BUB-Brugge en BUB-West- Vlaanderen daar momenteel weinig
aan doen: wij ondervinden trouwens niets dan tegenwerking en vijandschap
vanwege de Overheid, de media, enz. De organisatie van deze verkiezing
heeft veel gemeens met vals spel, weinig met eerlijke democratie. In het
"federaal" Belgie is het zo ver gekomen dat een partij zoals
het Vlaams Belang, die zich vijandelijk opstelt t.o.v. Belgie, als Nationale
Partij bestempeld wordt, terwil de BUB, die overal in Belgie bestaat en
zich duidelijk als Belgischgezind opstelt niet eens "au sérieux"
genomen wordt!
Wat wij beogen met de komende verkiezingen is onze tegenwoordigheid in
een aantal gemeente- en provincieraden te veilig te stellen, om dan, met
evenveel geestdrift en hopelijk meer middelen, aan de nationale verkiezingen
deel te nemen.
Dan komen wij met goed doordachte voorstellen voor de geplande komende
discussies rond de staatshervorming. Wij komen dan met harde bewijzen
dat een vernieuwingskuur voor België noodzakelijk gepaard gaat met
de oprichting van één stevige moderne staat binnen het Federaal
Europa. Er bestaat meer dan genoeg grondstof in ons 175 jaar jong Belgie
om deze doelstelling te bereiken.
Wij hebben uw stem broodnodig. Help ons. Save our country.
Jean Janssens de Bisthoven
Lijstduwer Lijst 9 BUB-Brugge
Lijst 10 BUB-West-Vlaanderen
Gelezen in DS: "Het andere Wallonië"
Vlaanderen kan maar beter ophouden met zich zo superieur op te stellen
tegenover Wallonië, schrijven Bernard Lambrecht en Yann Gall. ,,Wie
weet waar de geschiedenis ons over enkele jaren brengt.''
Maand na maand, jaar na jaar, hetzelfde liedje: allen tegen de profiterende,
achtergestelde, bijgestane, ontspoorde Walen. Het klopt dat Wallonië
niet erg in vorm is, dat het z'n terugval had moeten voorzien. Toch heeft
het de voorbije decennia zwaar te lijden gehad onder de sterke teloorgang
van zijn industrie. In plaats van economisch weer op te leven is het door
een socialistische partij gekruisigd - en door de syndicalistische en
zelf uitgeroepen intellectuele kameraden - die haar blijvend cynisme en
incompetentie verder blijven etaleren. Maar toch is dit nog geen ramp.
In dit land heeft de geschiedenis ooit de Vlaamse beweging ertoe aangezet de culturele autonomie op te eisen, terwijl de Waalse beweging de socio-economische autonomie opeiste. Nu is het Vlaanderen dat op economisch en fiscaal vlak de handen vrij wil hebben en Wallonië betaalt de prijs om niet tijdig te hebben gedacht aan de reconversie van zijn oude industriële bekkens. Wie weet waar de geschiedenis ons binnen enkele jaren zal brengen?
De Vlaamse welvaart is een recent gegeven: in 1949 bedroeg de Vlaamse werkloosheid nog 19.5 procent tegen maar 5,2 procent in Wallonië en 8.3 procent in Brussel. Is het dan niet een beetje absurd dat sommigen durven te stellen dat het Vlaams economisch dynamisme alleen kan overleven in een onafhankelijk Vlaanderen? De realiteit is ingewikkelder dan dat: de overdrachten van rijkdom tussen noord en zuid bestaan, maar hun omvang is niet groter dan in andere Europese landen, tussen rijkere en armere regio's. Wie weet dat de rijkste provincie van België uitgerekend een Waalse provincie is, namelijk Waals-Brabant, en dit mede dankzij Brussel. Dit bijzonder gegeven zou de Vlaamse en Waalse wil om de Brusselse troef uit te spelen, nog groter moeten maken. En laten we niet vergeten dat Limburg ondertussen amper meer welvaart kent dan de provincie Luik
We hebben goede hoop dat de Walen zich zullen ontdoen van het Stockholm-syndroom dat hen blijft binden aan een stofferige sociaal-democratie, aan de antikapitalistische oprispingen van een feodale kaste die, ondanks het discours en imago, een grondige afkeer heeft van het gepeupel, waarvan getuige de recente onthullingen in de huisvestingssector.
Wallonië heeft het potentieel om weer op te staan. Maar daartoe moeten we breken met de manier waarop deze regio wordt bestuurd en moet een goede en vastberaden ploeg met politieke moed het roer overnemen. Pas dan kan Wallonië het opnieuw even goed doen als het Nord-Pas de Calais, Saksen of zelfs Ierland en terug een gouden eeuw beleven. Verouderde taboes en ideologieën moeten overboord worden gegooid en plaats ruimen voor pragmatisme.
Onze Vlaamse vrienden kennen de spreuk wel: de wereld is aan de durvers. En, niet uit loutere nostalgie maar net om dit voluntarisme en optimisme te voeden, is het goed ons eraan te herinneren dat terwijl armoede en hongersnood Vlaanderen teisterden, Walen de wereld veroverden en onder meer New York stichtten (Pierre Minuit), Canada en Noord-Amerika verder ontdekten (Louis Hennepin), de Zweedse siderurgie boven de doopvont hielden (Louis de Geer en zijn geëmigreerde Ardense ambachtslui), de beste soldaten leverden (de Gardes wallonnes) alsook strategen voor het Spaanse en nadien Oostenrijkse leger (de Feldmarschallen Tilly, Clerfayt, Beaulieu, Ligne). Op die manier ontstond in de negentiende eeuw een generatie van industriebaronnen en voorname ingenieurs (de Empain, Warocqué, Jadot, Solvay, Delhaize, enzovoort), die met niets begonnen maar van het nieuwe België een economische supermacht maakten.
Vlaanderen, dat vroeger geruime tijd de handarbeiders leverde voor de zware industrie ten zuiden van het land, is nu ontegensprekelijk de economische locomotief van de Belgische economie. Het dankt die status aan de vooruitziendheid van zijn politieke gezagsdragers (let daarbij maar op de kloof die bestaat tussen de Franstalige en Vlaamse socialisten op het vlak van beleidsmiddelen en goed bestuur) en ook aan de energie van zijn economische leiders en het realisme van zijn inwoners. Hun onverbiddelijke aanklacht van de misstappen van Waalse politici begrijpen wij en veel van hun vaststellingen delen wij eveneens. Maar zelfs al zijn de inwoners van Wallonië armer, ze verdienen ook een minimum aan respect.
De taalkundige opschepperij van sommige bestuurders en de mythologie van de vervolging die zij ophangen, vragen om een kleine geschiedkundige herinnering: in het begin van de negentiende eeuw, bij het ontstaan van België, was het Frans de voertaal van de economische elite, van de aristocratie die toen de teugels van de maatschappij in handen had, zowel in het zuiden als in het noorden van het Koninkrijk, zowel in Luik als in Brugge en zoals bijna overal in Europa. Nog niet zo lang geleden (ten tijde van onze grootouders) sprak een overweldigende meerderheid van de bevolking een dialect: een Vlaams of Waals dialect. De Franse taal was meer de uiting van een sociale kloof dan een etnisch of culturele kloof. Hoe kan men nu immers denken dat de Waalse mijnwerker de Vlaamse handenarbeider onderdrukte?
Niet alle Walen zijn profiteurs of luiaards, velen onder hen werken en denken. Zo zijn ook niet alle Vlamingen arrogante parvenu's. De Walen werden gewoon bedwelmd door decennialang (wan)beheer van de PS. Velen, vooral jongeren, willen bijdragen aan noodzakelijke hervormingen en ernaar streven dat Wallonië opnieuw de juiste weg inslaat (niet het linkse pad) en verder timmert aan zijn bloeiende toekomst.
Bernard Lambrecht en Yann Gall
(De auteurs zijn verbonden aan de Franstalige liberale denktank Energies Réformatrices.)
WIE HET VLAAMS BELANG WIL BESTRIJDEN, MOET HET SEPARATISME AANVALLEN
Volgens het Vlaams Belang zijn alle Belgischgezinden romantische nostalgici, die een Franstalig België willen en behoren tot een links politiek-correct denkend clubje. Iederéén die voor België pleit wordt bovendien als een slippendrager van "de Walen" gebrandmerkt. Alsof de Waals- en francofone nationalisten niet hebben bijgedragen en bijdragen tot de ontmanteling van België. Alsof elke Nederlandstalige een gedoodverfd separatist is. Alsof, tenslotte, een redelijk betoog, gesteund op rationele opmerkingen dat voor eenheid in verscheidenheid pleit voorbehouden is aan links. Sloganeske simplismen als "Vlaanderen rendeert, Wallonië verteert" zijn, anderzijds, niet bepaald zakelijk te noemen. Men zou denken dat het Vlaams Belang zich nog het beste kan identificeren met mensen die een soortgelijk vertoog hanteren. FDF-ers bijvoorbeeld, met hun taalracistische "Vlamingen, keer terug naar uw dorp".
Cordon rond verzoeningsgezinden
Ondertussen wordt de partij niet aangevallen in haar raison d'être: de splitsing van België. Nochtans een uitermate zwakke plek omdat net dit streven door een verpletterende meerderheid van de Nederlandstaligen verworpen wordt. Een onverdachte en gloednieuwe peiling in opdracht van het Vlaams-nationalistische maandblad "Doorbraak" toonde aan dat 85% van de Nederlandstaligen zich Belg voelt en dat amper één derde van deze bevolkingsgroep kiest voor méér bevoegdheden voor het Vlaamse niveau. Het aantal separatisten ligt zelfs nog méér dan 10% lager. De op taalbasis gesplitste openbare media probeert ons nochtans het tegendeel te doen geloven. Bovendien zijn de debatten op de openbare zenders exclusief gereserveerd voor gesplitste partijen. Unitaristische of unie-federalistische partijen en bewegingen worden uit alle programmas geweerd en als dusdanig gemarginaliseerd. Waar blijft het respect voor die groep mensen? Als een peiling aantoont dat een meerderheid van de Vlamingen tegen migrantenstemrecht is, schreeuwt het Vlaams Belang moord en brand en eist het een referendum. Idem voor de Europese Grondwet. Gaat het om België, worden gelijkaardige peilingen afgedaan als irrelevant. De partij in mei jongstleden een voorstel in tot ontbinding naar Tsjechoslovaaks model. De bevolking, zelfs maar raadgevend, consulteren, daar werd met geen woord over gerept. Over twee maten en twee gewichten gesproken. Dat in het gelauwerde Tsjechoslovaaks scenario in 1992 amper 13% van de bevolking voor een splitsing gewonnen was, werd, gemakshalve, verzwegen.
Aan democratie zitten voorwaarden verbonden
Ondertussen klaagt het Vlaams Belang steen en been over het zogenaamde cordon sanitaire. De partij beschouwt de schutkring als ondemocratisch, omdat het haar kiezers bij voorbaat uitsluit om deel te nemen aan de uitvoerende macht. Democratie vereist echter dat de bevolking haar vertegenwoordigers kan kiezen of dat ze zelf, rechtstreeks, deelachtig gemaakt wordt aan het beslissingsproces (referenda). Maar democratie vraagt niet dat men partijen verplicht om met elkaar samen te werken, ongeacht het stemmenaantal dat ze behalen. Het is bovendien erg vreemd dat uitgerekend het Vlaams Belang meent dat kiezersgroepen uitsluiten van de uitvoerende macht ondemocratisch is. De partij verkondigt immers onomwonden de vertegenwoordigers van enkele miljoenen Franstalige Belgen te willen uitsluiten van het uitvoerend én van het wetgevend proces. Democratie impliceert nochtans dat àlle burgers, ongeacht hun afkomst, mogen beslissen hoe en door wie ze bestuurd worden. De (grote) verschillen die er tussen streken en mensen kunnen bestaan, zijn in dit opzicht niet de hinderpaal, maar net de bestaansreden van een democratisch bestel. Ongeacht het feit dat deze divergentiepunten zich nu situeren tussen Limburg en de Westhoek of Antwerpen en Namen.
Is het trouwens niet interessanter méér dan één visie te hebben op hetzelfde probleem? Het aanvaarden van het oneens te zijn met anderen, is essentieel voor een pluralistisch bestel. Vlaams-nationalistische partijen zullen hierop argumenteren dat de Waalse bewindslieden profiteurs, verspillers en imperialisten zijn. Zodus zijn ze te verschillend om mee samen te werken. Eigen wetten, vakbonden, parlementen... worden verdedigd en geëist. Niet betere of ethisch meer hoogstaande besluiten of instellingen. Francofone nationalisten zullen repliceren met het aloude verhaal dat alle Nederlandstalige politici antisolidaire mensen, racisten, fascisten e.d.m. zijn, dat het Nederlands "patois" is enz. Kortom: Met "de Nederlandstaligen" valt geen huis te houden. Beide groepen zien blijkbaar niet in dat de oplossing niet ligt in het bestrijden van elkaar, maar wel van hun beider kwaal, die identiek is: het nationalisme.
Schaalverkleining met de fluwelen handschoen
De nadruk van nationalisten ligt op schaalverkleining België is blijkbaar nog niet klein genoeg in een francofoon vaderland (Wallobrux) of binnen een onafhankelijk Vlaanderen. Vreemd eigenlijk dat Vlaams-nationalisten bepaalde Franstalige politici van imperialisme betichten omdat ze Brussel willen uitbreiden. Wensen zijzelf niet Vlaanderen uit te breiden met het héél Brussels Gewest? Takes one to know one, zegt een Engelse uitdrukking.
In andere landen betekent federeren samenbrengen, bij ons betekent het "splitsen". Paradoxaal genoeg zijn degenen die vaak met de beste bedoelingen het Belgische etnischduale federalisme verdedigen wellicht de grootste wegbereiders van de splitsing. Net omwille van de vicieuze bipolaire dynamiek die erin gebetonneerd zit. Enkel een centraal bestuurde Belgische staat, zonder federalisme op welke basis dan ook, kan dit proces stoppen. Het argument dat unitarisme, tevens een enorme besparing op ons peperduur systeem, in een meertalige staat als België niet kan, is ongefundeerd. In feite geeft het Vlaams Belang dit zelf impliciet toe door te pleiten voor een meertalige unitaire staat, met het overwegend Franstalige Brussel als hoofdstad. Unitarisme betekent overigens niet dat men aan de taalgrens of -wetten tornt. Eén overheid in plaats van zes kan bovendien overal misbruiken en verspillingen tegengaan, zeker als ze gerruggesteund wordt door één nationale kieskring. Wie klaagt over het feit dat de Franstalige Belgen te weinig Nederlands kennen, moet maar ijveren voor individuele (geen territoriale) tweetaligheid over heel België. En die begint in een eengemaakt onderwijs.
Maar in plaats van constructieve voorstellen, krijgen we een splitsingsproces, dat ons bovendien wordt voorgeschoteld als zijnde uitermate progressief. Dat het Vlaams Belang, de N-VA en de regionalistische PS in dat geval de meest progressieve partijen van België zouden zijn quod certissime non merkt nauwelijks iemand op. De ontmanteling van België, met de fluwelen handschoen uitgevoerd door alle partijen, maakt van het cordon sanitaire in feite een louter protocollair gegeven. Het Vlaams Belang kon zich in feite geen betere bondgenoot voorstellen dan de traditionele politieke formaties, langs beide zijden van de taalgrens.
Naar aanleiding van de separatistische oprispingen van onder andere Leterme, de Ijzerbedevaart (en -Wake), de ophitserij in de gemeenten rond Brussel en de splitsingcultus verschenen er in verscheidene Nederlandstalige kranten en tijdschriften een aantal interessante opiniestukken die zich tegen deze waanzin kantten. Hieronder het tweede deel van onze bloemlezing. De B.U.B. is het niet noodzakelijk eens met àlle passages, maar wil niettemin de burger informeren. Aan het woord zijn ditmaal Luckas Vander Taelen (regisseur), Hugo Camps, Tineke Padmos (Medewerker Centrum Taal & Onderwijs, KULeuven), Karen Depooter (11.11.11) en Marc Reynebeau.
Beieren aan de NoordzeeOoit liet Luc Vandenbrande voor het oog van televisiecamera's zijn hond een rubberen Waals haantje kapotbijten. De voormalige minister-president van Vlaanderen kon zijn plezier niet op. Toen de Franstaligen daar niet zo mee konden lachen vond hij dat ze geen zin voor humor hadden.
Nu begrijpt ook Yves Leterme niet waarom de Franstalige Belgen zich zo opwinden over zijn interview in Libération. Dat ze "intellectueel" niet in staat zijn om Nederlands te leren, dat was ironisch bedoeld. En dat de koning niet goed Nederlands spreekt, dat had die Franse journalist verkeerd begrepen.
Ik zou gemakkelijk een column bijeen kunnen schrijven over de kleine
kantjes en grote onhebbelijkheden van de Franstaligen in dit land. Maar
als Vlaming vind ik het interessanter om de zaken eens vanuit een ander
hoek te bekijken.
De Vlaamse media decreteerden meteen dat de Franstaligen overdreven reageerden
op het interview van Leterme, zonder te proberen hun reactie te begrijpen.
Ik vraag me oprecht af wat er gebeurd zou zijn als Di Rupo iets denigrerends
had gezegd over, bijvoorbeeld, het Vlaamse intellectuele vermogen. Dan
hadden ze het in Vlaanderen wellicht gehad over de zoveelste kaakslag
voor het hardwerkende Vlaamse volk. Niemand in Vlaanderen is blijkbaar
geschokt als de minster-president anderstalige landgenoten schoffeert
met populistische clichés die het niveau van toogpraat niet overstijgen,
zoals: "België is een ongeluk van de geschiedenis." Alsof
Vlaanderen dat niet zou zijn: de geschiedenis is een aaneenschakeling
van accidenten waaraan enkel mythes een zin kunnen geven. Dat Vlaanderen
voorbestemd zou zijn om een staat te worden, is er zo eentje. Vlaanderen
is nooit een staatkundige entiteit geweest en de Vlamingen hebben altijd
in een smeltkroes van andere culturen geleefd.
Maar dit soort Grote Gelijk gaat er gemakkelijk in bij Vlamingen die
nooit Franstaligen ontmoeten en niet begrijpen dat iemand ook maar in
Brussel wil wonen. Het ergerlijke is dat Leterme door zijn uitspraken
vooroordelen bevestigt, genre: Franstaligen kijken nog altijd neer op
Vlamingen en de wil om Nederlands te leren aan de andere kant van de taalgrens
is onbestaande. In Brussel zitten de Vlaamse scholen vol Franstaligen,
omdat hun ouders beseffen hoe belangrijk tweetaligheid is. Maar die realiteit
is waarschijnlijk te genuanceerd om electoraal mee te scoren bij de flamingante
achterban.
De krant Le Soir, die door de VRT-radio al jaren uit het persoverzicht
geweerd wordt, publiceerde zaterdag een oproep van de redactie tot meer
verdraagzaamheid tussen de gemeenschappen, met als tweetalige slogan :
'Pour le respect mutuel, le Soir se lève. Le Soir komt op voor
wederzijds respect'. Het zou een mooie blijk zijn van dit soort respect
als een Vlaamse krant de tekst van de advertentie zou afdrukken. Want
in Vlaanderen is men vooral bezig met zichzelf en het diaboliseren van
de anderen.
Begrijpt dan niemand in Vlaanderen dat de Franstaligen zich vragen stellen
als de Vlaamse minister-president niet verder komt dan bier en voetbal
als hem gevraagd wordt wat ons nog bindt in dit land? Dat geeft toch niet
bepaald blijk van enige belangstelling voor de andere cultuur van ons
land. Maar die dubbele identiteit, waarvan Leterme met een Waalse vader
en een Vlaamse moeder ironisch genoeg zelf een product is, interesseert
hem niet meer. Dat de Belgische context een dagelijks contact met de Franse
cultuur mogelijk maakt en dat zoiets buitengewoon verrijkend kan zijn,
laat de Vlaamse politieke elite koud. Zij flirt liever met de leegheid
van Laura Lynn en Kate Ryan.
"België is geen waarde op zich", filosofeert Leterme verder
in zijn interview. Dat is een uitspraak die kan tellen voor een man die
ambieert om aan het hoofd van dat land te gaan staan. Verwacht de minister-president
van Vlaanderen nu echt dat de Franstaligen dit minzaam glimlachend zullen
aanvaarden?
En om de Vlaamse hardliners helemaal te plezieren wil Leterme bovendien
de faciliteiten in de rand weg, omdat die Franstaligen toch geen Nederlands
willen leren. Het afschaffen van de faciliteiten is vanuit Vlaams standpunt
politiek nochtans even dom als de vraag naar de onverwijlde splitsing
van Brussel-Halle-Vilvoorde. Het zijn achterhaalde eisen die voor een
deel van de Vlaamse beweging een grote symbolische waarde hebben, omdat
zo het onrecht gecompenseerd moet worden dat de Vlaming in het verleden
werd aangedaan toen de verfransing van Vlaanderen reëel was en het
Nederlands misprezen werd.
Dat was zonder enige twijfel een vijftigtal jaren geleden zo, maar dat
gevaar bestaat niet meer in het Vlaanderen van 2006. Daarvoor zijn Vlamingen
te zelfbewust geworden en denkt niemand nog dat het Frans superieur is
aan het Nederlands. Deze realiteit luidop te durven zeggen is voor veel
flaminganten nog altijd een groot taboe. De rand rond Brussel blijft voor
hen even onaantastbaar als de grond van het Heilige Land en moet ten alle
prijze heroverd worden op de Franstaligen. Maar dat er ook in Vlaanderen
Franstaligen wonen en dat die hun paperassen in hun taal krijgen, wat
is daar nu mis mee ? Wie wordt daardoor tekort gedaan in Vlaanderen? "Aanpassen
of verhuizen" en "Waalse ratten, rol uw matten!" werd er
wel eens op Franstalige huizen in de Brusselse rand geschilderd door commando's
van het TAK. Het lijkt er nu erg op dat de minister-president van Vlaanderen
daar hetzelfde over denkt.
Het is een onaangenaam Vlaams trekje om bij het streven naar een immer
grotere autonomie almaar minder tolerant te worden voor vreemdelingen
en anderstaligen. Vanuit een aloud Vlaams minderwaardigheidscomplex leidt
de obsessie van Vlaanderen als homogeen taalgebied ertoe dat samenleven
met niet-Vlamingen onmogelijk wordt. En dat vermenging en verbastering
stilzwijgend afgekeurd worden. Het Brusselse model interesseert Leterme
dan ook niet meer. Vanuit het verre Ieper roept hij dat het Hoofdstedelijk
Gewest Brussels DC moet worden. Dat zoiets in de praktijk gewoon onmogelijk
te organiseren is, en hij hierdoor eens te meer de realiteit van het Brussels
Gewest in vraag stelt, zal Leterme een zorg wezen. Hij wil geen bruggen
bouwen naar de Franstaligen, hij wil hen enkel jennen, door bijvoorbeeld
fijntjes te stellen dat 80 procent van de Brusselaars niet "Franstalig",
maar "niet-Nederlandstalig" is. Als wij van de francofonen respect
voor onze taal verwachten, moeten we ons hoeden voor denigrerende uitspraken
over de taal van de meerderheid van de Brusselaars.
En zo wordt het onverdraagzame Vlaamse nationalisme stilzwijgend gelegitimeerd
door de minister-president. N-VA knikt goedkeurend, het Vlaams Belang
ziet hoe zijn eigen agenda door anderen wordt uitgevoerd. Leterme zal
wel electoraal voordeel halen uit zijn harde taal, maar ik vrees dat met
dit soort oprispingen Vlaanderen almaar meer het zelfgenoegzame Beieren
aan de Noordzee dreigt te worden.
Luckas Vander Taelen is freelancejournalist en regisseur. Voor 'De Gedachte'
schrijft hij om de twee weken een opiniestuk. De Morgen, 26 augustus.
Een interview in Libération, dan ben je als geitenhoeder en fan
van Freddy Maertens natuurlijk in de zevende hemel. Dan wil je echt voor
de volle 100 procent minister-president zijn. Zonder grote, gaullistisch-politieke
uitspraken sterft zo'n interview in een Franse krant weg nog voor het
gelezen is.Yves Leterme ging er eens goed voor zitten. Na een woelnacht
met de prangende vraag: hoe maak ik nieuws? Een mening over Beiroet zou
hem natuurlijk niet gevraagd worden. Over de EU ook niet. Van Günter
Grass had hij niet één boek gelezen, dat kon je zien. De
aardappeloogst is in heel Europa een catastrofe. En het eigen land sleepte
zich voort van zomerfestival naar zomerfestival. Toch moest die politieke
uitspraak er komen. Want het eigen profiel had dringend een streep verf
nodig. Yves wilde nu wel eens weg uit de nevelen van boekhouderstaal en
notarisgedrag. Zonder iets van stront aan de knikker kom je niet in een
Franse krant, wist ook Leterme.
In het ochtendgloren zag hij het licht. Hij zou eens ferm zeggen dat
alle Franstaligen debielen zijn. Te dom om in het Nederlands een bewijs
van goed gedrag en zeden op te vragen. Zelfs de koning en aanhang brabbelen
er in het Nederlands maar een beetje op los. Enfin, de heilstaat Vlaanderen
ingebed in een gordel van sukkels.
Yves Leterme was apetrots op zichzelf na zijn politieke sergeantentaal.
Wie zou hem nu nog een saaie, klerkachtige, totaal bloedeloze provinciaal
uit de Westhoek durven te noemen? Hij belde zijn vrouw: "Schat, staat
de Leffe koud." Geluk moet je delen.
Toen deze week alle Franstaligen op hun achterste poten gingen staan, werd Yves weer geheel zichzelf: onschuld, postzegel, geitenhoeder. Natuurlijk was wat hij gezegd had bedoeld als ironie. Yves Leterme en ironie? Er zit meer ironie in een tang op een varken.
Hugo Camps, De Morgen 19 augustus
De uitdaging ligt niet op de speelplaatsHET lijkt eenvoudig en doeltreffend, zoals de gemeenteraad het in Merchtem
voorstelt: verplicht het Nederlands op de speelplaats en in contacten
met de ouders op school en je werkt als vanzelf de taalachterstand en
segregatie van anderstalige leerlingen weg (,,Alleen Nederlands op de
speelplaats'' DS 30 augustus) . Maar is echt het zo simpel?
De ervaring leert dat zo'n absoluut gebod weinig positief effect heeft
op de schoolse taalvaardigheid of de sociale vaardigheden van leerlingen.
Erger nog, vaak werkt het zelfs contraproductief. Nederlands aanbieden
in een sfeer van 'straffen en moeten' schept voor leerlingen een klimaat
om je tegen die taal af te zetten. En om zoiets ingewikkelds als een andere
taal te leren, heb je juist het omgekeerde nodig: de positieve motivatie
om te leren.
Als het echt te doen is om het schoolsucces van anderstalige leerlingen, bevindt de uitdaging zich niet op de speelplaats, maar in de klas. Daar liggen de kansen om nieuwe inhouden en nieuwe woorden te verwerven immers voor het oprapen.
Ruimte bieden tot onbekommerd oefenen in de gewone taalles, is het begin. Maar de kansen liggen ook en misschien vooral in de andere lessen. Laat de leerlingen niet alleen zitten luisteren in hun banken, maar creëer ook voldoende mogelijkheden om te spreken, lezen en schrijven tijdens de lessen wereldoriëntatie, aardrijkskunde en technologie. Alle leerlingen, ook zij die in het Nederlands zijn opgevoed, profiteren daarvan. Want ook voor hen is de schooltaal voor een groot deel nieuw. Die gaat immers over veel minder concrete zaken dan degene die doorgaans thuis worden besproken.
Nieuwe leerstof in een nieuwe taal leer je het beste als je er zelf mee aan de slag gaat. Scholen investeren hun energie dus beter in onderwijs waarbij leerlingen de schooltaal niet alleen passief, maar ook actief gebruiken, bijvoorbeeld door met elkaar over de leerstof te communiceren of hun gedachten op papier te zetten. Dan gaat het opdoen van kennis, leren van taal én contact leggen met de klasgenoten hand in hand.
De situatie voor anderstalige ouders is gelijkaardig, maar vraagt paradoxaal genoeg een andere aanpak. Om echt te kunnen overleggen over schoolzaken of de opvoeding van hun kind moeten ouders beschikken over een zeer hoge taalvaardigheid en een specifieke woordenschat. Die leer je niet in een cursus Nederlands van de overheid en helaas ook niet tijdens een paar kortdurende oudercontacten. Intensief oudercontact is nochtans cruciaal voor goed onderwijs.
In het belang van de leerling hanteert de school dus beter om het even welke taal om de ouders te bereiken. Communicatie met ouders staat centraal. Alleen als je een vertrouwensband met de ouders creëert en op basis daarvan kennis uitwisselt, kun je samen werken aan het leren en opvoeden van kinderen en jongeren. Zo ingewikkeld is dat.
Tineke Padmos (De auteur is medewerker van het Centrum voor Taal en Onderwijs van de KU Leuven.) 1 september 2006
Het Zuiden vraagt geen splitsing van de ontwikkelingssamenwerking
Minister van Buitenlandse Zaken De Gucht vindt dat we ontwikkelingssamenwerking
niet aan de regio's moeten overlaten. Gelijk heeft hij, zegt Karen De
Pooter, ,,maar je mag ontwikkelingssamenwerking wel niet als drukkingsmiddel
inzetten.'' TIJDENS een perslunch vorige week liet minister van Buitenlandse
Zaken Karel De Gucht weten dat hij een federalisering van ontwikkelingssamenwerking
afwijst (,,De Gucht wil niet weten van splitsing ontwikkelingshulp'' DS
31 augustus) . Na twee jaar in zijn ambt is hij tot de conclusie gekomen
dat een federalisering de ontwikkelingssamenwerking minder efficiënt
zal maken en dat wij het Zuiden niet mogen opzadelen met onze interne
problemen.
De Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging-11.11.11 is verheugd dat de minister van Buitenlandse Zaken ondersteunt wat de Belgische ngo's al jaren verdedigen: dat een federalisering van ontwikkelingssamenwerking niet in het belang van het Zuiden is. Het al beperkte budget opsplitsen om te evolueren naar een veelheid van nog kleinere donoren met elk hun eigen agenda zal de coherentie niet ten goede komen. In het slechtste geval zullen zes deelgebieden dan bevoegd zijn voor ontwikkelingssamenwerking (België, Vlaamse overheid, Franse Gemeenschap, Waals Gewest, Duitstalige Gemeenschap, Brussels Gewest).
Ontwikkelingslanden moeten jaarlijks gemiddeld zo'n 10.000 donorrapporten indienen en ontvangen 1.000 missies van donoren per jaar. Er is dus juist nood aan meer concentratie en samenwerking. Landen moeten kiezen voor langdurige samenwerking met een beperkt aantal partnerlanden, waarbij aanzienlijke budgetten gericht worden ingezet. Dat dus noch de ontwikkelingslanden, noch de internationale organisaties happig zijn op een splitsing van het Belgische budget werd al aangetoond in een onderzoek op vraag van DGOS en werd vorig jaar nog uitdrukkelijk bevestigd door de Oeso, in haar ' peer review ,' de vijfjaarlijkse Oeso-doorlichting van het Belgische ontwikkelingsbeleid.
Minister De Gucht heeft ook gelijk als hij zegt dat er een coherentie moet zijn tussen het buitenlands en het ontwikkelingsbeleid en dat een federalisering dat in gevaar brengt. In onstabiele regio's is het uiterst belangrijk dat de buitenlandse politiek de inspanningen van ontwikkelingssamenwerking ondersteunt, door bijvoorbeeld sterk te ijveren voor veiligheid, vrede en mensenrechten. Bij de organisatie van de verkiezingen in Congo bijvoorbeeld, gaan inspanningen van de Belgische diplomatie en concrete ondersteunende maatregelen vanuit ontwikkelingssamenwerking hand in hand.
Die coherentie moet er trouwens ook zijn met andere federale departementen zoals Financiën, dat onder meer de schuldverlichting beheert. Een constructie waarbij de beslissingen van Buitenlandse Zaken, Financiën en Ontwikkelingssamenwerking op gescheiden niveaus plaatsvinden kan onmogelijk bijdragen tot een grotere coherentie.
Wij waarschuwen er echter voor dat ontwikkelingswerking niet in dienst mag staan van het buitenlands beleid. Terwijl een minister van Ontwikkelingssamenwerking de belangen van het Zuiden verdedigt, komt een minister van Buitenlandse Zaken in de eerste plaats op voor de belangen van België. Om die onafhankelijkheid van het ontwikkelingsbeleid te garanderen hebben we dan ook altijd gepleit voor een apart budget én een aparte minister voor Ontwikkelingssamenwerking.
We zijn het er dan ook niet mee eens dat ontwikkelingssamenwerking zou ingezet worden als financieel drukkingsmiddel, zoals de minister tijdens de perslunch suggereerde. De minister haalde het voorbeeld aan van Burundi dat momenteel slechte punten krijgt voor mensenrechten, corruptie en kwaliteit van bestuur. In het verleden is echter (onder meer in Burundi) al gebleken dat je via het opschorten van ontwikkelingshulp geen democratisering of respect voor mensenrechten kan afdwingen, en dat doorgaans de bevolking kind van de rekening is. Gerichte acties van ontwikkelingssamenwerking of heroriëntering van de hulp indien nodig is veel efficiënter.
De splitsing van ontwikkelingssamenwerking is - in tegenstelling tot wat Vlaams minister Bourgeois beweert - nog geen feit. Het Lambertmontakkoord waarnaar de minister verwijst zegt alleen dat 'bepaalde' aspecten van de ontwikkelingssamenwerking zouden worden overgeheveld naar de gemeenschappen en de gewesten. Welke aspecten dat zijn moest tegen december 2002 vastgelegd worden door een werkgroep. Dat die werkgroep er nooit in geslaagd is om daarover een compromis te bereiken, toont aan dat er heel wat terechte twijfels leven rond federalisering van ontwikkelingssamenwerking.
Wij hopen alvast dat minister De Gucht zijn standpunt tegen federalisering het komende jaar - in de aanloop naar de verkiezingen van 2007 - zal blijven verdedigen.
Karen De Pooter
(De auteur is studiemedewerker Duurzame Ontwikkeling en Vlaams Beleid voor 11.11.11.), De Standaard, 4 september 2006
OVERSTEKEND WILD.
Goed bestuur
Het was de dag na De Gordel. Nog wat stijfjes zat Yves Leterme de eerste
vergadering van de Vlaamse regering van na de vakantie voor. Het gouden
aureooltje dat boven zijn kruin zweeft, had hij aan de kapstok gehangen.
Hij droeg nog altijd de gele trui die hij voor De Gordel had aangetrokken.
De winnaar krijgt die pas na de rit, maar hij was er al mee aan de start
verschenen. Wie numero uno is, mag daar zeker in de Vlaamse Rand rond
Brussel fier op zijn. ,,Krijg het niet te hoog in je bol", had zijn
vrouw gezegd.
Het zat hem nog altijd dwars dat Eric Van Rompuy hem net voor Zaventem
uit het wiel had gereden, spottend roepend: ,,Er kan altijd nog een tandje
bij!" Geert Bourgeois, die trouw in Letermes spoor peddelde, riep:
,,zolang u maar tanden heeft, meneer Leterme." Hij troostte zich
met de gedachte dat die flurk van een Van Rompuy toch niets anders te
doen heeft dan fietsen.
Maar de vergadering was slecht begonnen.
,,Leterme!" had Inge Vervotte gezegd, ,,ge zijt een vetzakske."
,,Maar Vervotje," stamelde Leterme onthutst.
,,Dat bedoel ik, 'Vervotje'. Spreek mij toch niet aan als een kind. En stop met die dubbelzinnige praat. In Gazet van Antwerpen zeggen dat je graag bij mij achterop de motor wil zitten, in Humo dat je mij zo graag ziet. Wat zegt Sofie daarvan? Ik ben daar niet van gediend en mijn vriend ook niet en die is polies . Ik wil behandeld worden zoals ik ben, als een volwassen vrouw."
,,Dat is zeer waar," knikte Renaat Landuyt, terwijl hij Vervotte goedkeurend monsterde. Alsof om zijn mening was gevraagd.
Fientje Moerman trapte hem onder tafel tegen de schenen. ,,Dat is hier al zo erg als bij de VLD," sneerde ze, ,,vieze macho's!" Ze wierp een vuile blik op Kathleen Van Brempt.
,,Ik zei niks," zei Van Brempt geamuseerd.
,,Maar best ook," zei Moerman.
,,Komkom, Fientje, niet overdrijven," sprak Leterme. ,,De Vlaamse regering met een terminale patiënt vergelijken, dat is niet vriendelijk." Hij vond dat een geestige opmerking. Bourgeois vond dat ook.
Frank Vandenbroucke zuchtte diep, stopte zijn vingers in zijn oren en boog zich diep over het dikke dossier dat voor hem op tafel lag.
Inge Vervotte haalde een pakje zilverpapier boven. Het zat vol boterhammen met choco die ze gul ronddeelde. Alleen Leterme kreeg er geen.
Leterme kuchte. ,,Vrienden", sprak hij.
Bert Anciaux veerde opgewekt recht. ,,Ja, Yves?"
,,Vrienden, we hebben een probleem. Kijk eens wat de federale regering allemaal doet. Geld geven aan de mensen omdat de olie zo duur is. Geld geven aan mensen met klein mannen thuis. Geld geven aan mensen bij wie de kelder eens onder water staat. En wat doen wij?"
,,Een goed bestuur voor Vlaanderen!" galmde Bourgeois. ,,De tijd verslindt de steden, geen tronen blijven staan, zeker die van de Coburgs niet, meneer Leterme, dat ben ik helemaal met u eens."
Dirk Van Mechelen stak zijn vinger op. ,,Van ons mogen de mensen een zwembad in hun tuin leggen zonder dat eerst te moeten vragen."
,,Daar heb je wel eerst geld voor nodig," opperde Van Brempt, voor wie klasse geen ijdel woord is.
,,Bedek liever uw schouders", bromde Moerman.
,,En als we eens geld gaven aan wie een zwembad laat graven?" opperde Kris Peeters.
,,Ja, dat zou fijn zijn," knikte Marino Keulen enthousiast. ,,Bij ons in Limburg hebben de mensen grote tuinen."
Yves Leterme begon te twijfelen aan de intellectuele capaciteiten van zijn ministers.
,,Nee, vrienden. Het punt is dat de federale regering allerlei leuke dingen doet voor de mensen. En wij zijn bezig met businessplan hier, bedrijfsadviessysteem daar, structuurplan ginder, PPS zus, Vlarem zo."
,,Dat is toch goed bestuur voor Vlaanderen, meneer Leterme?"
,,Zwijg, Geert. Al die abstracte dinges, dat spreekt de mensen niet aan. En dat zo kort voor de verkiezingen. Ik heb daarom iets bedacht om ook wat geld te kunnen uitdelen. Gisteren, op De Gordel, had ik een lekke band. Alleen daardoor heeft die Van Rompuy mij trouwens kunnen losrijden. In een punaise gereden. En dat hebben er velen aan de hand gehad. Als we nu eens al die mensen die zijn lek gereden hun rustinekes terugbetaalden? Tenslotte waren zij daar uit solidariteit met de bedreigde Vlamingen in de rand. Zij hebben offers gebracht voor het bedreigde Vlaams grondgebied dat de Walen ons wil afpakken."
Bourgeois sprong molenwiekend recht. ,,Goed bestuur voor Vlaanderen!" schreeuwde hij en hij zette tamelijk vals De Vlaamse Leeuw in. Anciaux wilde meezingen, maar stelde plots vast dat hij de woordjes niet kende.
05.09.06, De Standaard
Naar aanleiding van de separatistische oprispingen van onder andere Leterme, de Ijzerbedevaart (en -Wake), de ophitserij in de gemeenten rond Brussel verschenen er in verscheidene Nederlandstalige kranten en tijdschriften een aantal interessante opiniestukken die zich tegen deze waanzin kantten. Hieronder een bloemlezing. De B.U.B. is het niet noodzakelijk eens met àlle passages, maar wil niettemin de burger informeren. Aan het woord zijn Bram Borieau (jong sp.a), Mark Elchardus (socioloog), Marnix Beyen (historicus), Manu Claeys (Groen!), David van Reybrouck (historicus), Christian Van Eycken (Udf), Jan Segers (HLN) en enkele lezers uit De Standaard.
Leterme premier? No fucking way!! (19.08.2006)
Het lijkt een ziekte van de CD&V om te kappen op de Waalse cultuur,
of het nu de politieke cultuur of de willingness Nederlands te leren is.
animo ontkent niet dat er in de diverse beschuldigingen aan het adres
van onze medeburgers een grond van waarheid zit, maar de vraag in deze
is volgens ons; "Wat brengen al deze beschuldigingen in godsnaam
op?"
Door toedoen van de CD&V lijkt het nu reeds zeker dat de komende federale
verkiezingen gaan draaien rond communautaire thema's, en dat de door de
Vlaamse katholieke partij geprefereerde kampen de Franstaligen tegenover
de Nederlandstaligen zijn. Ziet u het slagveld reeds voor u? Een totaaloorlog
waarbij we na een uitputtende strijd, remember BHV niet tot een oplossing
gaan komen omdat de eisen scherper en scherper, en minder en minder realistisch
worden. Er vindt een sneeuwbaleffect aan beide kanten van de taalgrens
plaats die een opstuivende sneeuwstorm zal veroorzaken, maar geen lekker
klimaat om een bloeiende samenleving te ontwikkelen.
animo kan er niet genoeg op wijzen dat deze vorm van polarisering, met enkel de nadruk op de tegenstellingen het debat verschraalt, het lijkt alsof het enige relevante en op te lossen probleem na de verkiezingen in het voorjaar de communautaire problemen zijn en dat de enige goede oplossing een verdere splitsing van bevoegdheden kan zijn. En dat is jammer, doodjammer, vooral omdat het volgens ons ook niet juist is. Gaan onze Belgische politici nog op een rationele manier met de problematiek om? Zijn ze er oprecht van overtuigd dat domeinen zoals, ontwikkelingssamenwerking, werkgelegenheidsbeleid etc het best functioneren à la Flamande en à la Wallon? Of drijven sommigen de communautaire spanning tot een hoogtepunt om hun eigen falende rol als spelverdelende middenvelder in de Vlaamse regering te verdoezelen. Het lijkt alsof de saaie boekhouder zichzelf enkel en alleen transformeert tot "the Separator" omdat hij dat nu eenmaal stoerder vindt en omdat een saaie boekhouder in het weekend toch ook eens een verzetje wilt.
In elk geval, of dit hem een stapje verder brengt bij zijn verhoopt of
onverhoopt (wie kan er nog aan uit?) premierschap, is maar zeer de vraag.
Wij zien Leterme in elk geval niét als premier, we zouden dan ook
begot niet weten waarom. Is hij zo'n goede Vlaamse regeringsleider? Heeft
hij bewezen dat hij het Belgische belang boven het Vlaamse belang plaatst?
Nope, zeker niet. Met Leterme als premier krijgen we vier jaar communautaire
hoogspanning en daar hebben we geen zin in, we hopen oprecht van u hetzelfde.
(...) En zo is er weer het begin van een nieuwe werkweek, waar ik met het idee speel om een nieuw figuurtje te lanceren; "the Leterminator" de held van alle nationalisten.
Bram BORIEAU
Voorzitter Animo, de jongeren van sp.a (geciteerd in Het Laatste Nieuws)
Bodemtaal door Mark Elchardus, 23.08.06 (socioloog VUB)
In Vlaanderen is een klimaat is ontstaan dat het mogelijk maakt op een perfect racistische wijze over dé Franstaligen te spreken. (...) Ik vrees zelfs dat het al te laat is om dat te veranderen, omdat men het gif racisme en bekrompenheid al in te veel hoofden en hoofdjes heeft laten insijpelen.
De taalgrens moet afgeschaft worden. Het zijn toch ( ) de mensen die tellen, niet de grond. Het gaat om mensentaal, niet om bodemtaal. Een elementair recht is toch het recht de eigen taal te gebruiken, ook in officiële handelingen. Men kan dat recht om praktische redenen beperken en het niet aan elke kleine minderheid geven, maar aan groepen die een groot deel van de bevolking vormen, ja zelfs de meerderheid.
Knack
IN De Standaard van afgelopen weekend verscheen een vergelijking tussen
de twee Vlaams-nationalistische manifestaties die elkaar traditiegetrouw
tijdens de laatste week van augustus de loef proberen af te steken: de
IJzerwake, die het voorbije weekend plaatsvond, en de oudere IJzerbedevaart,
die nu zondag op het programma staat. Uit het artikel in kwestie - ,,Strijd
om de IJzererfenis gaat onvermoeid verder'' - kun je twee grote krachtlijnen
halen. Ten eerste: de traditionele, eng nationalistische retoriek van
de IJzerbedevaart leeft voort in de IJzerwake, terwijl de IJzerbedevaart
zelf zijn boodschap zo ingrijpend heeft gemoderniseerd dat hij helemaal
aan zijn nationalistische wortels is ontgroeid. Ten tweede: geen van beide
organisaties slaagt er nog in de grote massa's op de been te brengen.
Het toeval, vermomd in het slechte weer van de eerste helft van augustus,
wou dat ik onlangs de IJzertoren en het daarin gehuisveste, sterk bejubelde
museum heb bezocht. Dat het om een familie-uitstap ging, droeg ertoe bij
dat ik het museum niet aan een grondig onderzoek heb kunnen onderwerpen.
Maar misschien kan ik precies daarom beter inschatten welke impact dit
museum op de 'gemiddelde' bezoeker kan hebben. Het is mij in elk geval
duidelijk geworden dat die bezoeker niet uitsluitend met een verhoogd
besef van de nood aan 'vrede, vrijheid en verdraagzaamheid' naar huis
zal gaan.
Uiteraard bevat het museum - net zoals de oorspronkelijke IJzerbedevaarten - vurige aanklachten tegen de oorlog, maar die aanklachten zijn min of meer vrijblijvend. Het museum profileert zich als de grote voorvechter van de strijd voor kinderrechten (en meer bepaald tegen het fenomeen van de kindsoldaten) en van een wereld waarin alle mensen broeders zijn. Met dat verhaal wint het automatisch de sympathie van de bezoekers. Maar onder dat laagje vernis valt echter een heel ander verhaal te ontdekken. Dat verhaal is er een van een nauwelijks opgepoetst Vlaams-nationalisme, dat bol staat van ongegeneerde trots en anti-Belgische sentimenten.
De bezoeker wordt allereerst geconfronteerd met een tot enkele iconen samengebalde geschiedenis van Vlaanderen, die rechtstreeks uit de romantiek lijkt te stammen: de oude strijd van Breydel, De Coninck en Artevelde, die in de negentiende eeuw opnieuw ter hand werd genomen door visionaire intellectuelen. Met sprekend gemak wordt België telkens opnieuw opgevoerd als een kapitalistische én militaristische onderdrukker, terwijl Vlaamse ontvoogding, sociale emancipatie, economische en democratische vooruitgang vrijwel als synoniemen worden voorgesteld. De fascistoïde tendensen binnen een belangrijk deel van de Vlaamse Beweging tijdens het Interbellum en de Tweede Wereldoorlog worden uiteraard niet verzwegen, maar wel sterk geminimaliseerd, en een figuur als Staf De Clercq - tijdens de Tweede Wereldoorlog leider van het collaborerende Vlaams Nationaal Verbond - verschijnt nog altijd in de eerste plaats als een vertolker van een pacifistische boodschap. In de gedeelten van het museum die aan de recente geschiedenis zijn gewijd, wordt opmerkelijk veel aandacht besteed aan de strijd om de herovering van Brussel, die parel aan de Dietse kroon die nog altijd door vreemde handen gekneveld wordt.
Onjuistheden vallen bij dat alles slechts zelden te bespeuren, suggestieve selecties des te meer. Waarom wordt er bijvoorbeeld nergens gezegd dat de Vlaamse Beweging zich meer dan welke nationalistische beweging ook kon ontplooien dankzij het democratische karakter van de Belgische staat? Waarom wordt de inbreng van de (vaak anti-flamingantische) socialistische beweging in de sociale emancipatie verzwegen? Waarom wordt er geen enkele reflectie geboden op het begrip 'nationalisme' en op de problematische band tussen nationalisme en tolerantie? Waarom wordt de problematische geschiedenis van de IJzerbedevaarten zélf niet aan een kritisch onderzoek onderworpen?
Op zich is het natuurlijk niet verwonderlijk dat een organisatie als het IJzerbedevaartcomité op een zelfrechtvaardigende én zelfgenoegzame manier met haar verleden omspringt. Haar eigen voortbestaan hangt er immers van af. Maar het is wel bedenkelijk dat een bezoek aan dit museum een vast onderdeel uitmaakt van talloze schoolreizen naar de Westhoek, waarmee wordt getracht van de leerlingen vredelievende democraten te maken. In deze geseculariseerde tijd zijn bedevaarten geen beklijvend middel meer om grote massa's te mobiliseren - dat kunnen de organisatoren van de IJzerbedevaarten de laatste jaren telkens weer vaststellen. Zoals Julien Borremans van IJzerbedevaartcomité het in zijn lezersbrief (DS 22 augustus) ook aangaf, hebben ze niettemin goed begrepen hoe zij hun nationalistische boodschap subtiel, maar op grote schaal kunnen blijven verspreiden.
Marnix Beyen (De auteur is docent politieke Geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen.)
Sollicitatie voor een niet-kandidatuur
Volstaan arrogantie en boekhoudkunde om het premierschap af te dwingen?
(25.08.06)
In een interview met de Franse krant Libération (17 augustus 2006)
wees Vlaams minister-president Leterme op 'de moeilijkheden van de Franstalige
leiders om vlot Nederlands te praten'. Hij merkte ook op dat de Franstaligen
in de faciliteitengemeenten rond Brussel blijkbaar niet over de intellectuele
capaciteiten beschikken om Nederlands te leren (apparemment les francophones
ne sont pas en état intellectuel d'apprendre le néerlandais).
Ironie natuurlijk, dat verwijt van domheid. Maar Franstalig België
reageerde er wel eensgezind furieus op. Het tegendeel zou raar zijn: vele
Franstalige landgenoten voelen zich beledigd - vooral zij die wel Nederlands
leerden, daar profijt uit halen (in Brussel zitten de Vlaamse scholen
vol Franstaligen) en van Vlaanderen houden. Zo iemand is Benedict Vaes,
journaliste bij Le Soir. Enkele weken geleden verbleef ze op uitnodiging
van Gazet van Antwerpen nog in de Scheldestad. Haar reportage werd net
geen lofzang op stad en regio. In een edito noemt ze de uitspraak van
de minister-president nu 'arrogant' en 'kwetsend voor hen die, steeds
talrijker, taalcursussen volgen en hun kinderen naar een taalbad sturen'
(18 augustus). Ze vermeldt toppolitici als Rudy Demotte, Didier Reynders
of Armand de Decker die geen les in tweetaligheid te krijgen hebben, 'in
tegenstelling tot bepaalde Vlaamse ministers uit de federale regering'.
Voor haar kan Leterme niet langer eerste minister worden, want hij overschreed
een grens. Niet alleen omdat hij beledigde, maar ook en vooral om wat
in zijn minder ironische uitspraken uit het interview doorklinkt. De Vlaamse
nummer één ziet geen meerwaarde in separatisme 'op korte
termijn' en vindt dat 'de noodzaak aan een federale regering verschuift
naar het tweede plan als het op de belangen van Vlaanderen aankomt' (la
nécessité d'avoir un gouvernement fédéral
passe au second plan par rapport aux intérêts de la Flandre).
Samengevoegd zijn beide meningen niet van die aard om in Wallonië
vertrouwen te wekken. Ze vormen een zachte variant op het 'België
barst'.
Niet alles wat kwetst is de waarheid
Uit peilingen blijkt dat tachtig procent van de Vlamingen het eens is
met wat de minister-president in het interview zei. Zij begrijpen de heisa
van de Franstaligen niet, of vermoeden er politiek opportunisme achter.
Dat was ook de teneur in de meeste Vlaamse krantencommentaren: de waarheid
kwetst. 'Het kan geen kwaad dat Leterme nog eens rustig op de feiten heeft
gewezen,' vond Bart Sturtewagen (De Standaard, 19 augustus).
Was dat laatste maar waar. Nog meer dan door de politieke boodschap van
de minister-president was hoofdredactrice Béatrice Delvaux van
Le Soir geshockeerd door 'de vernederende toon die hij aanslaat.' Diezelfde
Delvaux had vorig jaar aan De Morgen al uitgelegd dat de Franstaligen
het beu zijn om continu afgeschilderd te worden als profiteurs die een
efficiënt bestuur van het land in de weg staan: 'de minachting door
de Vlamingen voelen wij heel hard aan' (5 februari 2005).
Getuigt Franstalige landgenoten met een racistische sneer beledigen in
een buitenlandse krant van een grote intellectuele capaciteit? Niet echt,
maar het wordt door vele Vlamingen blijkbaar wel als een geoorloofde houding
ervaren in de communautaire dialoog. Mogelijk gevoed door een vorm van
historisch revanchisme (vroeger waren het immers de Vlamingen die vernederd
werden door een Franstalige bourgeoisie) zijn vele Vlaamse politici laatdunkendheid
jegens het andere landsdeel als legitiem gaan beschouwen - ze doen eraan
mee of bewaren het stilzwijgen wanneer anderen zich eraan wagen. De overgrote
meerderheid van de Vlaamse politici 'zit helemaal in het spoor van de
minister-president', wist Yves Desmet (De Morgen , 19 augustus). Geen
enkele Vlaamse partij nam openlijk afstand van ook maar één
uitspraak in het interview, merkte Dirk Castrel op, want 'dat zou een
strategische blunder zijn, zo kort voor de verkiezingen' (Gazet van Antwerpen,
19 augustus).
De ruimte voor dialoog wordt blijkbaar steeds kleiner, die voor het rollen
van de spierballen groter. 'Dat de Franstaligen zo op hun teen getrapt
zijn, bewijst alleen maar het gelijk van Yves Leterme,' schreef een lezer
van de Gazet van Antwerpen (19 augustus). Met dergelijke uitspraken stopt
zelfs elke dialoog. Dit soort logica getuigt van een gebrek aan inlevingsvermogen
waarmee ook aanrandingen worden goedgepraat: elke reactie bevestigt er
het gelijk van de agressor.
Als 'met de fanfare voorop lopen' (= op voorhand hoge minimumeisen stellen)
af te raden valt wanneer je in een onderhandelingslogica stapt, waarom
is met de artillerie voorop lopen dan wel een aanrader? Is het omdat een
toename van intolerantie electoraal lonend blijkt in een Vlaanderen dat
het streven naar meer autonomie misschien verwart met een verlangen naar
meer homogeniteit?
Boekhoudkunde
In Belgisch verband is het netto resultaat van dit soort non-dialoog alvast
negatief, en misschien is dat wel de bedoeling:
1. Franstalig België gaat zich nog stugger opstellen bij onderhandelingen,
met draagvlak hiervoor bij pers en publiek. De polarisering vergroot,
de stellingen verharden, de kloof wordt alweer wat dieper. Voor wie nog
gelooft in een Belgisch staatsverband is het stigmatiseren van anderstalige
landgenoten het tegendeel van goed bestuur.
2. In Wallonië wordt het beeld bevestigd van een Vlaanderen waar
extremisme en separatisme de dominante onderstromen zijn. De voorzitter
van de Jeunes cdH vreesde 'dat er een uitgekiende strategie achter schuilt
om een deel van de extreem rechtse kiezers aan te halen'. 'De maskers
vallen,' schreef Paul Masson in La Dernière Heure. Dergelijke oprispingen
worden nog gevoed door de opmerking van de Vlaamse minister-president
dat België een historisch ongeluk is (née d'un accident de
l'histoire). Wat vroeger slechts geopperd werd aan de Vlaams-nationalistische
rechterzijde blijkt ineens gedachtengoed van het politieke centrum te
zijn.
3. In het buitenland wordt een al rudimentair beeld van België nóg
clichématiger. Waarom exporteerde de minister-president zijn communautair
jennen? In de berichtgeving over het interview en de reacties erop gaan
de nuances al helemaal verloren. The Daily Telegraph had het over een
'francofobe Leterme' die hooghartig en boers is.
4. Aan Franstalig België én het buitenland vertelde de leider
van een landsdeel dat zijn land niet veel meer is dan een koning, wat
voetbal en enkele bieren. Hij vindt dit niet jammer, want voor hem heeft
België geen waarde op zich. Wel haar instellingen die ten dienste
van het volk staan. Je vraagt je af waarover nog communautair onderhandeld
moet worden in 2007. Over dat bier en het voetbal?
De minister-president staat in Vlaanderen bekend als een pragmatisch bestuurder,
niet als een voluntarist. In Vlaanderen wekt zijn boekhoudkundige relatie
met het land België verwachtingen binnen kringen die maximale Vlaamse
autonomie nastreven. Daar wordt in toenemende mate moord en brand geschreeuwd
over een Wallonië dat Vlaanderen in het economische moeras meezuigt.
Telkenjare blijkt intussen uit internationale statistieken dat de Vlaming
bij de rijkste mensen ter wereld blijft behoren. Enkele dagen geleden
nog was er het bericht dat de Antwerpse haven vorig jaar met 5 procent
groeide, tegenover 1 procent voor Rotterdam. Wie zuigt Rotterdam in het
moeras? Hoeveel rijker willen we eigenlijk worden? Zij die België
wel waardevol vinden en van daaruit willen vertrekken huiveren van het
boekhoudkundige startpunt. Boekhoudkunde kan misschien volstaan om Vlaanderen
te besturen, weten ze, maar niet om België bijeen te houden. Voor
hen komt deze Vlaamse minister-president niet in aanmerking voor de job
van eerste minister. Al zou hij misschien wel letterlijk de ultieme premier
van België kunnen worden, want een regeringsleider met een dergelijk
zwak geloof in het bestaan van zijn eigen land is toch helemaal surrealistisch?
Nationale kieskring
Is er dan geen ongelijkmatige economische ontwikkeling? Zijn de financiële
transfers van Vlaanderen naar Wallonië een verzinsel? Neen. Die transfers
zijn er al sinds het ontstaan van België en zelden gingen ze in noordwaartse
richting. Daarover moet blijvend gepraat worden, net zoals over de taalfaciliteiten.
De vraag is: binnen welk verband? Het enig mogelijke niveau om dat te
doen is het federale niveau, en daar situeert zich het werkelijke probleem
van België als een politieke natie. Op dat bestuursniveau heerst
namelijk een democratisch deficit: Kamer, Senaat en regering worden bevolkt
door gewestelijk verkozen politici die geen politieke verantwoording moeten
afleggen aan het hele volk. Waalse en Vlaamse kiezers moeten zich noodgedwongen
beperken tot verbaal geweld, wanneer ze malcontent zijn over de handelswijze
van politici uit de andere helft van het land. Bij verkiezingen kunnen
ze hen daar niet rechtstreeks op afrekenen. Eventuele frustratie kunnen
alleen in het eigen landsdeel in stemgedrag worden omgezet, waardoor het
communautaire een onevenredig groot gewicht krijgt op alle verkiezingsniveaus,
behalve op het niveau waar het werkelijk zou moeten wegen.
In ons nationale kiessysteem zit de desintegratie van het land ingebakken.
'Le fédéralisme belge n'est pas un modèle de cohabitation,
mais plutôt de dissociation,' merkte politicoloog Lieven de Winter
vorig jaar terecht op in Le Monde Diplomatique (juni 2005): ons soort
federalisme is geen model van samengaan, wel van ontbinding.
Onderlinge solidariteit en een performante democratie zijn onlosmakelijk
met elkaar verbonden: het een kan niet zonder het ander. Ook binnen Vlaanderen
zijn er verschillende economische snelheden, net zoals binnen provincies
en steden. Maar op die bestuursniveaus is een democratische correctie
wél mogelijk: de houding van politieke leiders (de beheerders van
de collectieve portemonnee) kan via het stemhokje beïnvloed worden.
Om tot een echte federale democratie te komen is er nood aan één
nationale kieskring. Anders dreigt oplopende spanning tussen het federale
bestuursniveau en de aan macht en zelfvertrouwen winnende regionale regeringsniveaus,
eindigend in onbestuurbaarheid.
Wie politieke verantwoording moet afleggen aan alle Belgen zal minder
geneigd zijn om een deel ervan op een gemakkelijke manier te diaboliseren
en zal daarentegen pogingen doen om een echt federaal programma voor te
leggen, focussend op het gemeenschappelijk belang. Deze nieuwe stap in
de complexe bestuurlijke geschiedenis van ons land hoeft overigens geen
terugkeer in te luiden naar het vroegere unitarisme.
De voorbije jaren lanceerden academici (de Paviagroep) en politici voorstellen
om zo'n nationale kieskring in het leven te roepen. In maart 2005 dienden
de senatoren Isabelle Durant en Josy Dubié een wetsvoorstel in
om de grondwet in functie daarvan te herzien: voortaan zou een kwart van
alle Kamerleden verkozen moeten worden in één nationale
kieskring, door alle kiezers samen dus.
Het huidige Belgische federalisme werkt de verdamping van de Belgische
identiteit in de hand. Wie België bijeen wil houden - bijvoorbeeld
een kandidaat-premier - moet daarop focussen en niet op de beperkingen
van het verbale geweld over-en-weer. Zoniet halen de separatisten het
met de vinger in de neus en is er over afzienbare tijd effectief geen
België meer, ondanks de vele Belgen.
Niet realistisch zo'n nationale kieskring, wordt vaak gezegd. Geen draagvlak
voor in Vlaanderen. De centrifugale krachten wegen er steeds zwaarder
door. Zelfs de minister-president zegt nu dat het land een historisch
accident is. Geen enkele grens was ooit voorbestemd, elk land ontstaat
uit historische accidenten, elk land is een constructie en had er ook
anders kunnen uitzien. Historische accidenten zijn mensenwerk, zoals ook
de bestuurlijke organisatie dat is. De Vlamingen slaagden erin om het
Nederlands als dominante taal te installeren in hun bestuur, hun onderwijs,
hun bedrijfsleven. Ooit was dat geen realiteit, wel een doelstelling.
Om de realiteit te veranderen diende gemobiliseerd, een bestaande evolutie
doorbroken, een politiek draagvlak gezocht, strijd geleverd.
De vraag is waarvoor Vlaamse Belgen vandaag strijd leveren willen. Vinden
ze een nationale kieskring het proberen waard? Durven ze het aan? Ervaren
ze het als een eerlijker test voor 'wat leeft' in de verschillende landsdelen,
of net niet? Vinden ze de keuzemogelijkheden groter bij opsplitsing, of
net niet? Of willen ze die keuze niet? Een grondwetswijziging over deze
kwestie mag zeker niet naïefweg doorgevoerd worden, wel beredeneerd
met aandacht voor vele na te streven evenwichten. Een federale kieskring
waar niet op voorhand een verdeelsleutel tussen taalgroepen vastgelegd
wordt versterkt allicht nog de communautaire logica.
Zo'n kieskring lijkt een noodzakelijke voorwaarde om opnieuw een echt
intercommunautaire dialoog te realiseren. Nu kennen we bijna uitsluitend
nog politieke debatten binnen de landsdelen. De vraag wordt dan: willen
wij met andere landsdelen nog een specifieke dialoog voeren - of mogen
de andere landsdelen politiek 'buitenland' worden/blijven.
Some are more equal than others
Reagerend op het interview van minister-president Leterme schreef een
lezer van de Gazet van Antwerpen: 'Het is de logica zelf dat in een land
van 10 miljoen inwoners de ene bevolkingsgroep van 6 miljoen meer in de
pap mag brokken dan de andere, zeker als die grootste bevolkingsgroep
ook nog de economische motor van dat land is' (19 augustus 2006). Is dat
zo logisch? Een democratie steekt toch genuanceerder in mekaar dan dat,
met speciale aandacht voor minderheden - numerieke en financiële
- en met correcties om minderheden voldoende inspraak te geven? Vertaald
naar Europa zou wat de lezer schrijft betekenen dat Vlamingen en Belgen
er nauwelijks een stem hebben. Of dat het rijke Zweden meer 'in de pap
te brokken' heeft dan het arme Portugal.
We krijgen het met de paplepel meegegeven: rijken hebben meer te zeggen
in samenwerkingsverbanden dan armen. We aanvaarden het als een dogma dat
de VS meer zeggenschap heeft in de VN dan alle landen van Afrika samen:
inspraak in een democratie moet je blijkbaar financieel afdwingen. Onuitgesproken
wordt dan vaak bedoeld: de rijken verdienen hun dominantie, want ze werken
er hard voor. Nog meer onuitgesproken is er het vooroordeel dat armen
hun armoede aan zichzelf te danken hebben, o.a. omdat ze niet hard genoeg
werken. Of omdat ze niet beter kunnen.
In een Vlaams misprijzen voor Wallonië speelt ook dit: ze willen
het niet wordt gemakkelijk ze kunnen het niet. Ook die verglijding zit
in de ironische analyse vervat dat Franstaligen intellectueel niet capabel
zouden zijn om Nederlands te leren. Hoe ironisch bedoeld ook, het blijft
stereotyperende cafépraat. Dergelijke praat in een Franse nationale
krant heeft wel een andere impact dan op café.
De taalkwestie
In essentie heeft de minister-president natuurlijk gelijk wanneer hij
opmerkt dat Franstaligen in de Brusselse rand minder Nederlands spreken
en de taal minder beheersen dan in de jaren zestig werd verhoopt, toen
de faciliteiten wettelijk bekrachtigd werden. Vele Franstaligen leveren
nauwelijks of geen inspanningen om de dominante taal van hun gewest te
spreken. In sommige Vlaamse randgemeenten van Brussel zijn intussen 70
tot 80 procent van de bewoners Franstalig, stelde de minister-president
vast in het interview ('erkende hij' werd het in de Franstalige pers en
politici). Omgekeerd spreken duizenden Vlaamse inwijkelingen in Wallonië
na 1 generatie Frans, ook in faciliteitengemeenten. Met spierballenretoriek
bemoeilijkt de minister-president het debat over wat een terecht aandachtspunt
is. Dat is jammer. Ondanks die negatieve bijdrage moet het debat gevoerd
worden. Niet alleen door de voorstanders van een onafhankelijk Vlaanderen,
maar zeker ook door de tegenstanders ervan. Voor het voortbestaan van
België is de taalkwestie wellicht fundamenteler dan de sociaal-economische
geschillen. De kwestie is niet alleen veel concreter, ze ligt ook gevoeliger.
Vele Vlamingen leiden er onwil en minachting vanwege de Franstaligen uit
af, deels terecht. Minachting voor het Nederlands wordt al vlug ervaren
als minachting voor wie Nederlands spreekt.
In Wallonië wonen en geen Frans willen leren valt niet goed te praten.
In Vlaanderen wonen en geen Nederlands willen leren evenmin - niet in
de Brusselse rand maar ook elders niet. De taal van de overgrote meerderheid
niet willen leren is een recept voor uitsluiting: de mogelijkheid tot
communicatie wordt veel kleiner, in beide richtingen. Het is ook een teken
van gebrek aan respect voor stads- of streekgenoten.
Op 1 september 1963 werd de taalgrens grondwettelijk vastgelegd. Als tegemoetkoming
voor de grote groepen anderstaligen in sommige gemeenten werden faciliteiten
toegekend: die gemeenten moesten hun diensten niet alleen in de taal van
hun gewest maar ook in de taal van sommige minderheden aanbieden. De faciliteiten
werden beschouwd als een middel om de integratie van anderstaligen te
bevorderen: men wilde ze daartoe de tijd gunnen. In de praktijk liep het
evenwel anders, vooral in de Brusselse rand. Veel Franstaligen kwamen
zich er in de voorbije decennia vestigen en blijken ongemotiveerd om Nederlands
te leren.
Een uitdoofbeleid voor de faciliteiten staat niet in de wet ingeschreven
en is dus niet afdwingbaar. Over een eventueel afschaffen van faciliteiten
moet bijgevolg onderhandeld worden op federaal niveau. Evident is dat
niet, want de Franstalige gemeenschap ziet daar geen redenen toe. Op een
persconferentie over het interview van minister-president Leterme beklemtoonde
zijn Waalse evenknie Elio di Rupo dit nogmaals: 'Men probeert te doen
geloven dat de taalfaciliteiten een privilege zijn en dat ze, zoals alle
privileges, uiteindelijk zullen verdwijnen. Dit staat haaks op de historische
waarheid. Als er vandaag een taalgrens bestaat is dat omdat men de garantie
gaf aan de Franstaligen dat ze in Vlaanderen hun taal zouden kunnen blijven
spreken en er de overheidsdocumenten in hun eigen taal zouden blijven
krijgen. Na veertig jaar herschrijft men de geschiedenis. Men doet het
uitschijnen alsof Franstaligen niet willen integreren. Dat is niet waar!'
(21 augustus 2006).
Als het niet waar is, dan moeten we op zijn minst toch de definitie van
integratie gaan herzien: in Vlaanderen hoort het leren spreken van de
lokale voertaal daarbij, zoals dat ook in Wallonië het geval is.
Het Nederlands blijkt onvoldoende aantrekkingskracht uit te oefenen op
veel Franstaligen die zich in de Brusselse rand vestigen. Niet alleen
in faciliteitengemeenten, maar ook in Vlaamse randgemeenten als Vilvoorde
of Zaventem waar geen faciliteiten bestaan. Ook daar vestigen zich steeds
meer Franstaligen die geen Nederlands spreken, het nauwelijks begrijpen
en het ook niet leren. Hoe komt dat?
De relatief kleine schaal van ons taalgebied speelt zeker een rol. Voor
Vlamingen is het een logischer inspanning om Frans te leren: het is een
wereldtaal. Buitenlandse popsterren op Vlaamse podia bedanken hun publiek
bijna altijd in het Frans, het buitenland leest over ons in het Frans
(en leest dus vooral de Franstalige pers). Het is een dynamiek die moeilijk
van bovenaf bij te sturen is: hoe groter het taalgebied, hoe evidenter
om de taal te leren. Wellicht verklaart dit ten dele waarom Zwitsers gemakkelijk
andere landstalen leren als ze in eigen land verhuizen: it pays off! Het
kan ook verklaren waarom faciliteiten voor Franssprekenden in Canada niet
als bedreigend ervaren worden door de immense groep van Engelssprekenden.
Of waarom je in hoofdsteden als Stockholm, Helsinki of Lissabon makkelijk
iemand vindt die een tweede taal spreekt, terwijl dat in hoofdsteden uit
grote taalgebieden (Londen, Madrid, Parijs) minder evident is. Voor Franstaligen
behoort Brussel tot die laatste groep. De komst van nieuwe Franstaligen
uit Noord- en Centraal-Afrika versterkte nog het Franse karakter van Brussel.
Vele Franstaligen sturen overigens daarom hun kinderen naar Vlaamse scholen,
wegens de toevloed van deze nieuwe Belgen. De meeste Vlamingen begrijpen
Frans, spreken het ook in veel vlottere mate dan de gemiddelde Franstalige
Nederlands spreekt en zijn daar in zekere zin trots op. Het Frans was
lange tijd prominent aanwezig in het Vlaamse straatbeeld (uithangborden,
reclame, opschriften allerhande). Het was de taal van de overheid, het
leger, het onderwijs. In dat onderwijs blijft het voor de meeste leerlingen
nog de tweede taal. Ook dat beïnvloedt de gemakzucht bij vele Franstaligen:
uiteindelijk is er toch altijd een lingua franca, een gedeelde taal -
namelijk hun taal.
Bovendien straalt het Frans nog altijd een prestige uit die een relatief
jonge taal als het Nederlands - in onze contreien vaak ook een instabiele
taal (cfr. het 'verkavelingsvlaams' of de frequente spellingsaanpassingen)
met onzekere sprekers - nog niet heeft. Vele Franstaligen beschouwen het
Nederlands als een dialect. Vaak horen ze effectief ook dialectisch Nederlands,
want de meeste Vlamingen spreken doorgaans geen 'algemeen' Nederlands.
Alweer slinkt de aantrekkingskracht voor Franstaligen.
De Vlaamse culturele elite - met dito taal - is van recente makelij. In
Vlaanderen was nooit meer dan een paar procent van de bevolking echt Franstalig,
maar zij maakten wel deel uit van een expansieve cultuur met een rijke
erfenis. Lange tijd vormden zij in zekere zin de Vlaamse elite, voerden
ze er letterlijk het hoge woord in de adel, de hogere burgerij, de ondernemerswereld,
de magistratuur en de administratie. Veelal distantieerden ze zich van
het volk dat Vlaams sprak en gaandeweg Nederlands leerde. In Vlaanderen
vormde de taalbarrière daardoor ook lange tijd een klassebarrière.
Net toen daar verandering in kwam, werd de taalgrens wettelijk vastgelegd
en kwamen de taalfaciliteiten er. Tegelijk kwam - ook in Vlaanderen -
een stadsvlucht op gang. Heel wat bemiddelde Franstalige Brusselaars ruilden
in de volgende decennia het verloederde Brussel voor de groene, Vlaamse
rand. Ze werden er villabewoners - het werd een scheldwoord. In tegenstelling
tot de kleine groep van Franstaligen die ook nu nog over heel Vlaanderen
verspreid wonen zijn deze villabewoners in meerderheid dus vooral recente
inwijkelingen. Op Wikipedia wordt in dit verband een treffend onderscheid
gemaakt tussen de oude en de nieuwe Franstaligen in Vlaanderen: 'De eerste
groep is in véle opzichten vergelijkbaar met de reeds sinds de
Middeleeuwen in Antwerpen wonende Joden (grotendeels Jiddisch-sprekend).
De tweede groep is dan weer een recent fenomeen, vergelijkbaar met de
recente numerieke meerderheden van Duitse en Engelse permanente residenten
in sommige dorpjes aan de Spaanse Costa Brava en op de Balearen.'
Sinds 1963 is een gewijzigde linguïstische realiteit ontstaan in
de Brusselse rand: de faciliteitengemeenten zijn grotendeels verfranst
en dat was niet de bedoeling. De taalwetgeving diende om minderheden te
beschermen in een anderstalig gebied, niet om nieuwe minderheden te creëren
in het eigen taalgebied.
Los je deze realiteit op door een onafhankelijk Vlaanderen uit te roepen?
Niet per definitie. Ook in een onafhankelijk Vlaanderen zullen Franstaligen
nabij de taalgrens bijna zeker Frans blijven spreken. Los je dit op door
geen faciliteiten te verlenen en de bestaande faciliteiten af te schaffen?
Wellicht evenmin. Ook in niet-faciliteitengemeenten uit de Brusselse rand
is er nu al een sterke verfransingsdruk. In sommige Vlaamse gemeenten
ten noorden van Brussel is in de helft van de gezinnen minstens één
partner Franstalig. In sommige klassen spreekt de helft van de leerlingen
thuis geen Nederlands, wel Frans. In het kieskanton Zaventem (met de gemeenten
Zaventem, Steenokkerzeel, Wezembeek-Oppem, Kraainem, Overijse en Hoeilaart)
stemde in 2004 meer dan een kwart van de kiezers voor de Union des Francophones.
Veel Franstaligen gaan ook deze gemeenten stilaan als faciliteitengemeenten
beschouwen.
Eind mei 2006 maakte het gemeentebestuur van Zaventem bekend dat kandidaat-kopers
van gemeentelijke percelen Nederlands moesten kennen of zich bereid moesten
tonen het te leren. De Franstalige oppositie had het over een 'onaanvaardbare
discriminatie'. Nochtans heeft het Zaventemse bestuur goede sociale redenen
om de maatregel op te leggen: wie in Vlaanderen geen Nederlands wil leren
hypothekeert de mogelijkheid om te communiceren en wie niet kan communiceren
sluit anderen uit of wordt zelf uitgesloten. Dat bevordert geenszins het
harmonische samenleven. Daarom de keuze voor minstens één
gemeenschappelijke taal, met name de voertaal van het gewest. De onwil
om Nederlands te leren bevordert evenmin de onderwijskwaliteit in de lokale
scholen, want de instroom van eentalig Franssprekende kinderen weegt op
de taalverwerving en het leerritme van Nederlandssprekende kinderen. Vergelijk
met de concentratiescholen in de Vlaamse grote steden: ook daar belandt
het debat over de moedertaal in een stroomversnelling. Ook daar wordt
het intensiever aanbieden van taalcursussen Nederlands als een middel
gezien om de groep als geheel vooruit te helpen: anderstaligen én
Nederlandstaligen.
Behalve de terechte Vlaamse angst voor een verdere verfransing van de
Brusselse rand in de toekomst is er dus ook de huidige concrete negatieve
sociale balans van alledag. Duidelijkheid over welke taal de voertaal
is binnen een taalgebied is daarom nuttig, een dwingende taalpolitiek
in Vlaanderen verdedigbaar, de vraag om minstens de taalwetgeving te respecteren
zinvol en logisch.
Vlakbij de taalgrens, en zeker vlakbij Brussel, blijkt het Nederlands
onvoldoende aantrekkingskracht uit te oefenen op Franstaligen om hen spontaan
aan te zetten tot het leren spreken ervan. Hen daar faciliteiten verlenen
blijkt geen recept te zijn geweest voor talige integratie of minstens
tweetaligheid, wel voor de verdringing van het Nederlands en voor de opkomst
van taalpolitieke partijen - in tegenstelling tot wat aan de overkant
van de taalgrens gebeurde. Ook de afbouw van faciliteiten is daarom verdedigbaar,
wil men de logische druk vanuit de grote taalgroep enigszins onder controle
houden. Het is een logica die in de meeste taalgebieden met een relatief
beperkt geografisch bereik gevolgd wordt. Zelfs in landen met een groot
taalbereik trekt men ergens een lijn wanneer een andere grote taalgroep
binnenkomt en verdringing dreigt. Pas dit jaar werd in de VS het Engels
als officiële taal bekrachtigd. Voordien was dat nooit nodig gebleken,
maar de grote instroom van Spaanssprekenden kan zelfs een wereldtaal als
het Engels onder druk zetten.
Ook de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde valt om dezelfde redenen
te verantwoorden. De splitsing strookt overigens niet met de grondwettelijke
indeling van het land in taalgebieden.
Over dit alles moet, zoals eerder gezegd, op federaal niveau worden onderhandeld.
Niet via straffe uitspraken in Vlaamse of Waalse regeerakkoorden - wat
het equivalent is van niet onderhandelen - of via beledigingen en eenzijdige
dreigementen in straffe interviews, daarbij België een accident noemend.
Niet met de artillerie op kop, onwillig om compromissen te sluiten of
eventuele compensaties in te brengen. Niet overvloedig gebruik makend
van de kaakslagretoriek. Wijlen Hugo Schiltz zocht ooit bondgenoten aan
de overkant van de taalgrens. Nu verkiezen Vlaamse politieke leiders -
daarin gesteund door nogal wat krantencommentatoren - om te provoceren
voor de eigen tribune. Binnen een federale context moeten echter ook de
Franstaligen een staatshervorming of de aanpassing van de grondwet nuttig
achten. Zoniet kunnen ze te allen tijde de alarmbelprocedure inroepen,
elke Vlaamse meerderheid ten spijt. Vlaamse politieke leiders die, zoals
Yves Leterme dat doet, gewoon 'vijf minuten politieke moed' eisen aan
Vlaamse kant om een en ander erdoor te jagen, spiegelen de publieke opinie
een leugen voor. Zo werkt het nu eenmaal niet.
Manu Claeys, Groen!(De Standaard)
Zeer terecht zei N-VA-voorzitter Bart De Wever vorige week in deze krant
dat de Vlaamse beweging gebaat was met minder "romantiek en emotionaliteit"
(DM 24/8). Hij zag, tot zijn genoegdoening, "een zakelijker discours"
ontstaan waarin zijn kartelgenoot Yves Leterme "de vleesgeworden
rationaliteit" was. Voorbij, de tijd waarin een legitieme Vlaamse
ontvoogdingsstrijd zich keer op keer verbrandde aan fascistoïde romantiek.
Voorbij, de tijd van het hysterisch kaakslagnationalisme. Eindelijk rust
en rede!
Lieden als De Wever zouden dan ook ziedend moeten zijn wanneer Vlaams-nationalisten
vandaag groteske uitspraken lanceren over de "culturele genocide"
die zich in de oorspronkelijk Nederlandstalige Brusselse gemeenten zou
hebben voltrokken. Grotesk, inderdaad, potsierlijk en degoutant emotioneel.
Want waar liggen de culturele massagraven van Sint-Agatha-Berchem? Waar
de killingfields van Neder-over-Heembeek? Op de gemeentelijke website
in het Frans kunnen lezen wanneer de blauwe vuilniszakken buiten moeten:
sinds wanneer is dat een culturele slachting aanrichten? De Franstaligen
mogen dan al de wil of het intellect ontberen om Nederlands te spreken,
het maakt hen nog niet onverwijld tot bloederige génocidaires,
toch?
Je zult het maar in Srebrenica, Kigali of Darfur moeten gaan vertellen:
moegetergde medemens, wij weten wat het is, zo'n genocide; bij ons in
Ganshoren en Koekelberg hebben we er net ook een achter de rug.
Minstens zo kitscherig was de suggestie dat Franstaligen in de rand die
op een 'etnische lijst' stemmen (men bedoelde: een Franstalige) feitelijk
"afglijden tot (sic) het niveau van Tutsi's versus Hutu's".
(Fout Nederlands, maar dit terzijde.)
Redelijken als De Wever zouden uit hun vel moeten springen bij zoveel
schwärmerige wansmaak, zoveel pathetisch gezeik dat de Vlaamse zaak
geen millimeter vooruithelpt. Maar de kans dat De Wever dat doet, is erg
klein: hij was namelijk zelf de auteur van bovenstaande uitspraken (DM
28/8). In vier dagen tijd zo koud en warm blazen, faut le faire.
Dat alles ware niet zo gênant mocht De Wever er niet bij vertellen:
"Het zijn vandaag de verdedigers van België die vanuit een intellectuele
luiheid enkel met emotionele argumenten kunnen zwaaien." Zou het?
Is het dan zoveel irrationeler dan te gewagen van volkerenmoord in het
Pajottenland om nog steeds te geloven in een toekomst voor België?
Om te menen dat de inrichting van de natiestaat meer is dan de kruidenierssommetjes
van de Warandegroep? Is het zo romantisch om zich de merites van het Belgisch
model, ondanks zijn onvolkomenheden, te herinneren?
De natte droom van de groeiende horde separatisten dat een onafhankelijk
Vlaanderen financieel en bestuurlijk beter af zou zijn, gaat totaal voorbij
aan de basisgedachte dat een land besturen iets anders is dan een bedrijf
besturen. Staathuishoudkunde is iets meer dan boekhoudkunde. Ik kan me
vergissen, maar de discussie over het politiek bestel van een land lijkt
me nog steeds te draaien om de vraag hoe we een per definitie complexe
en veelkantige samenleving inrichten. Ik dacht dat het rationeel denken
over een land niet alleen om kosten en baten ging, maar ook om rechten
en plichten. Om burgerzin, gelijke kansen en vooral solidariteit. Ik kan
me vergissen, maar ik vind het bodemloos cynisch dat terwijl Vlaanderen
tot de rijkste regio's van de planeet behoort, er hardop wordt gepraat
over hoe we nog wat rijker kunnen worden door de Walen af te stoten, en
dat terwijl de Waalse economie een eeuw geleden veel Vlamingen uit hun
armoede hielp ontsnappen.
Dat zijn geen retro-belgicistische sentimenten. Het gaat mij niet om de
nostalgie van een pak frieten of het vorstenhuis op koekendozen. Het gaat
erom dat België een schaalmodel kan zijn van Europa, een oefening
in hoe men, met veel moeite, overleg en goede wil, kan komen tot een vreedzame,
welvarende samenleving van diverse bevolkingsgroepen. Europa maakt België
niet overbodig, maar heeft de Belgische ervaring juist zeer nodig. Het
Belgisch model is log, duur en onaf, maar het is een zeldzaam voorbeeld
van hoe culturele verscheidenheid en eigenheid tot een redelijk werkzame
staatsvorm kan leiden. Dat is een bijzonder hoog goed, met name voor rationalisten.
Vlaming zijn om Belg te blijven om Europeeër te worden, daarzie.
(De Morgen)
Franstaligen zijn blijkbaar niet meer welkom (01.09.06)
HET is niet de eerste keer dat Merchtem, een nochtans rustige gemeente
in de Noordrand van Brussel, het nieuws haalt met een communautaire stunt.
Een paar maanden geleden keurde de gemeenteraad een reglement goed waarbij
het gebruik van het Frans op de wekelijkse markt werd verboden.
Het taalgebruik in ons land is inderdaad gereglementeerd in bestuurszaken, maar dat kan niet worden uitgebreid tot de privé-levenssfeer of de relatie tussen particulieren - hier tussen koper en verkoper. Dat de gemeente eist dat de contacten tussen haar bestuur en de marktkramers alleen in het Nederlands verlopen, is wettelijk, maar dat ze zich mengt in het taalgebruik tussen klant en handelaar is tegen de grondwettelijke principes. Zowel de gouverneur van Vlaams-Brabant als de minister van Binnenlands Bestuur traden dan ook op en vernietigden het reglement in kwestie.
Vandaag wil Merchtem het taalgebruik tussen ouders en kinderen en kinderen onderling reglementeren. Dat er in een Nederlandstalige school tijdens de lessen uitsluitend of toch meestal Nederlands wordt gebruikt vind ik pedagogisch verantwoord. De ouders hebben er immers voor gekozen om hun kinderen naar die school te sturen en om onderwijs in het Nederlands te volgen. In de ruime Rand rond Brussel is dat trouwens een mogelijkheid voor anderstaligen om zich in te burgeren, om Nederlands te leren. Maar dat gebeurt niet van de ene dag op de andere.
Het reglement van Merchtem druist in tegen artikel dertig van de grondwet dat het vrije gebruik van talen tussen particulieren waarborgt. Je kunt bijgevolg twee kinderen niet verbieden om op de speelplaats een andere taal te spreken dan het Nederlands, of om een andere taal spreken als hun ouders hen naar school brengen. Het is pedagogisch verantwoord om iemand aan te zetten om een andere taal te leren door die taal zoveel mogelijk te gebruiken, maar er mag niet sanctionerend opgetreden worden zoals het reglement van Merchtem doet. Anders riskeer je andere (ongewenste) effecten teweeg te brengen.
De kennis van de moedertaal en de woordenschat is essentieel bij het aanleren van een tweede taal. Het gebruik van het Frans bestraffen is dan ook discriminatie. Door zo'n maatregel, waarvan de wettelijkheid twijfelachtig is, zullen waarschijnlijk anderstalige ouders geneigd zijn hun kinderen naar Franstalige scholen in het Brusselse te sturen of naar scholen in andere gemeenten waar er een onthaalbeleid wordt gevoerd.
Dat alles gebeurt een paar dagen na de verklaringen van de Vlaamse minister-president Leterme in Libération waarin hij op choquerende wijze stelt dat ,,de Franstaligen in de Rand intellectueel niet in staat zijn het Nederlands aan te leren''. Die termen zijn niet alleen beledigend, maar ook racistisch. Hij heeft er veel Franstaligen mee tegen de borst gestuit en de verhoudingen tussen beide taalgemeenschappen verzuurd. Als dat het gewenste effect was, dan heeft hij gescoord. Maar ik verwachtte een andere politieke strategie van het kopstuk van de Vlaamse regering. Hierdoor loopt hij het gedachtegoed van extreem-rechts achterna. Er is en blijft, hoop ik, nog een Vlaams communautair standpunt dat niet aanleunt bij het Vlaams Belang.
Letermes uitspraak doet bovendien de waarheid geweld aan. Ik ken tal van Franstaligen in de Rand, met of zonder faciliteiten, die Nederlands proberen te gebruiken in hun contacten met hun medeburgers. Hou er dus alstublieft mee op het beeld op te hangen van de ,,Franstalige imperialist'' die in de Rand alleen zijn eigen taal wil gebruiken en die zich stelselmatig verzet tegen het gebruik van het Nederlands.
De beleidsverantwoordelijken zouden vaker oog moeten hebben voor de sociologische werkelijkheid in de Rand als ze daar een beleid willen voeren. Vanuit sociologisch oogpunt is een taalgrens een dynamisch gegeven. Omdat er langs weerszijden van zo'n grens diverse sociale en economische ontwikkelingen plaatsvinden, wippen mensen regelmatig die grens over. In de faciliteitengemeenten bereikt het aantal Franstalige gezinnen in veel gevallen de tachtig procent en in een aantal andere gemeenten die aan de faciliteitengemeenten of aan het Brusselse Gewest grenzen ligt dat aandeel tussen de 25 en de veertig procent.
Hoe kun je de uitspraak van Vlaams minister-president Leterme trouwens rijmen met de reactie van het bestuur van Merchtem? Enerzijds zijn de Franstaligen te dom om Nederlands te leren en anderzijds worden ze geweerd uit de onderwijsinstellingen omdat ze in de aanleerfase nog hun moedertaal gebruiken met anderen. Van een contradictie gesproken.
Franstaligen zijn blijkbaar niet meer welkom in Vlaanderen en vooral dan in de Rand. Een eng beleid, voor een gewest dat zich als de beste leerling van Europa wil profileren. Of is dit alleen maar spierballen laten rollen op de vooravond van de verkiezingen?
De kiezer in de Rand heeft behoefte aan iets anders dan een beleid dat muren optrekt tussen taalgemeenschappen. Hij ligt wakker van het vlliegtuiglawaai in de Oost- en Noordrand. Hij heeft nood aan een degelijk mobiliteitsbeleid, aan betaalbare huisvesting. De Rand moet zijn sociale mix behouden. In plaats van te onderstrepen wat ons scheidt, zou men er beter aan doen de rijkdom van onze diversiteit in de verf te zetten.
Christian Van Eyken (De auteur is Vlaams parlementslid voor de Union des Francophones) (De Standaard)
DE SCHREEUW IS TERUG (01.09.06)Goed nieuws: 'De Schreeuw' is terug van weggeweest. Twee jaar na de roof is het beklemmende meesterwerk van de Noorse schilder Edvard Munch weer veilig thuis in Oslo. Slecht nieuws: 'De Schreeuw' is terug van weggeweest. Philippe Moureaux, burgemeester van Molenbeek en PS-coryfee op jaren, is nooit zuinig geweest met krasse taal, maar het was al even geleden dat hij nog zo luid had geschreeuwd als nu in de krant 'Le Soir'. Daarin omschreef hij de uitspraken van Yves Leterme over de koning als "terrorisme". Om er op het eind van het interview fijntjes aan toe te voegen: "Voor één keer heb ik niemand beledigd." Vleiend kan je zijn opmerking nochtans niet noemen. Iemand die zich aan terrorisme bezondigt, is een terrorist. Een separatist was hij al, Leterme, alsook een gevaarlijk man en een januskop die je met de glimlach een mes in de rug steekt. Dit kon er ook nog wel bij en ach, alles went. De taalterreur van Moureaux verwekte amper nog een rimpeling op het water, wellicht omdat het er zo ver over was dat het irrelevant werd. 'Tout ce qui est excessif, est insignifiant', wist Talleyrand al. Vandaar ook dat FDF'er Olivier Maingain nauwelijks ophef maakte met zijn racismeklacht tegen diezelfde Yves Leterme.
Het politieke debat wint de jongste tijd weer aan schreeuwerigheid, en
daar hebben de Franstaligen echt niet het patent op. Het VB heeft volume
altijd belangrijker gevonden dan inhoud, maar in hun topdagen waren en
zijn ook de Dedeckers, de Tobbacks, de De Crems en vele anderen er niet
vies van. Laten we daar als krant niet hypocriet over doen: we horen ze
graag bezig en noteren gretig als ze op en over de limiet gaan. Natuurlijk
valt klare taal te verkiezen boven de wolligheid van Stefaan De Clerck
of het enerzijds/anderzijds-syndroom waaraan Jo Vandeurzen lijdt, maar
zo slordig en nonchalant omspringen met woorden, met hun betekenis en
hun emotionele geladenheid, kan gevaarlijk zijn. Niet alleen omdat verbale
hatelijkheden de gemoederen tussen twee taalgroepen of bevolkingsgroepen
voelbaar verhitten. Maar als zowat iederéén een separatist
of een gevaarlijk mens heet te zijn, als iederéén zomaar
een terrorist, een racist of een fascist wordt genoemd, door links of
door rechts, wie zal de 'omfloersten', om het met koning Albert te zeggen,
dan nog onderscheiden van de echten? En welk woord rest er dan nog om
je afschuw uit te drukken voor échte racisten en terroristen?
Jan SEGERS (HLN)
Gelezen in De Standaard:
LETERME
Yves Leterme blijft maar hameren op de onkunde die Waalse politici tonen
als het om het Nederlands gaat (,,Leterme geeft Franstaligen lik op stuk''
DS 28 augustus) . Leterme heeft natuurlijk een punt, maar hij moet wel
voorzichtig zijn. Hij lanceert zijn discours namelijk op een moment dat
er in een federale regering waarschijnlijk nog nooit zo veel Franstalige
ministers op een behoorlijke manier Nederlands hebben gesproken als nu.
In de vorige regering zette Louis Michel de toon. In deze regering spreken
Rudy Demotte, Didier Reynders en Armand De Decker meer dan fatsoenlijk
Nederlands. Ik heb het ooit anders geweten. Tien tot twintig jaar geleden
sprak geen enkele Franstalige minister degelijk Nederlands. Er is dus
al een wegje afgelegd. Spreken alle Vlaamse politici trouwens degelijk
Frans?
NEDERLANDS (1)
De profileringsdrang van de Merchtemse burgemeester Eddie De Block (VLD/GMB) leidt alweer - na het ongrondwettelijke en dus vernietigde marktreglement enkele maanden geleden - tot een compleet uit de lucht gegrepen maatregel: in de gemeentescholen mag vanaf dit schooljaar alleen Nederlands gesproken worden (DS 30 augustus) . Ballonnetje oplaten, media verwittigen en genieten van de aandacht
Misschien kan De Block zijn energie beter investeren in positieve maatregelen voor zijn feestgemeente - ja ja, ook die eer genieten de Merchtemenaren - in plaats van de verschillen tussen zijn bevolking in de verf te zetten.
Natuurlijk moeten nieuwkomers aangezet worden om Nederlands te leren, maar deze maatregel zal er hoogstens toe leiden dat ouders zich niet welkom voelen op oudercontacten. De afstand tussen het school- en het thuismilieu kan er alleen maar groter door worden.
Tot slot: integratie omvat meer dan het aanleren van een taal. Ook stemrecht draagt ertoe bij. Een informatiemoment voor de niet-EU-burgers kwam er echter niet
(Merchtem)
NEDERLANDS
Wat is dat voor een historie: in een vrij land mag je niet de taal spreken die je wil. Gaan we terug naar de beginperiode van dit land, toen de Franstaligen hetzelfde in omgekeerde richting toepasten op Vlaamse bodem, toen nog Belgische bodem?
Dit noem ik een racistische maatregel. In de klas, waar de voertaal van de lessen terecht het Nederlands is, kan ik nog aannemen dat men het Nederlands bij voorkeur gebruikt. Op de speelplaats kan het echter niet dat iedereen verplicht wordt Nederlands te spreken, ook de Franstaligen onderling.
(Bonheiden)
HET VLAAMS-NATIONALISME IN DE 21ste EEUW
Klik op de beelden om ze uit te vergroten.
U kan onder andere Vlaams-nationalisten en hun aanbidding van de collaborateurs van WO II zien, hun boycot van tweetalige winkels en hun parades in de stijl van de jaren '30...
DOSSIER TRANSFERS
De "geldstromen" van "Vlaanderen" naar "Wallonië" is sedert enkele decennia ongetwijfeld het belangrijkste "argument" geworden dat de Vlaams-nationalisten tegen België gebruiken. De B.U.B. wijdde er een dossier aan, dat U hieronder kan lezen. U kan het dossier ook gewoon Downloaden in word.doc formaat, druk daarvoor gewoon op deze onderstreepte link
1. analyse
Wat is een transfer? In elke moderne staat betaalt de inwoner op elk niveau (bijvoorbeeld: stad, arrondissement, provincie, gewest) belastingen of bijdragen aan de federale/nationale overheid. In ruil daarvoor verricht de nationale of regionale overheid een aantal taken (defensie, justitie, politie, infrastructuur, verkeer...) en betaalt zij een aantal sociale uitkeringen (gezondheidszorgen, pensioenen en brugpensioenen, werkloosheidsuitkeringen, kinderbijslagen, uitkeringen bij ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen, beroepsziekten, beroepsminima...).
Zodoende ontstaat er een interpersonele geldstroom. Sommige mensen immers, bijvoorbeeld de welgestelden, dragen meer bij aan de sociale zekerheid, zij dragen dus (relatief) meer toe bij aan de kosten. Anderen, bijvoorbeeld werklozen, genieten dan weer van de baten. Als men de optelsom maakt van al deze personen krijgt men een geldstroom tussen deelgebieden van een staat of statengemeenschap: tussen steden, arrondissementen, provincies, gemeenschappen, gewesten, lidstaten van de EU enz.
Het heel systeem waardoor de transferten tussen mensen geïnstitutionaliserd worden is de sociale zekerheid.
De redenering van Vlaams-nationalisten is de volgende: de transfers tussen (het rijkere) Vlaanderen en (het armere) Wallonië bedragen tot 13 miljard euro/jaar. Vlaanderen staat dus een "onevenredig groot deel van zijn BBP" af aan het Zuiden. Indien het afgestane veld zou vrijkomen, zou men het Noorden welvarender kunnen maken. De geldoverdrachten worden vaak bijzonder plastisch uitgedrukt: van vrachtwagens (N-VA) tot ruimteveren (VB). Vlaams-nationalisten zeggen (meestal) niet tegen transfers te zijn maar vinden dat de de transfers best tussen deelstaten of volkeren gebeuren, transparant en omkeerbaar moeten zijn. Geldoverdrachten moeten bovendien geregeld worden tussen de regeringen van de deelstaten door diplomatieke overeenkomsten in plaats van door een federaal (of nationaal) parlement.
Dit zegt het VLAAMS BELANG : Soc. zekerheid 3.74 miljard euro, federale begroting 1,52 miljard euro, financiering regio's 1,3 miljard euro, federale staatsschuld 4,4 miljard euro, intresten-overdrachten: 1,5 miljard euro
totale transfer van Vlaanderen naar Wallonië en Brussel: 12,68 miljard
euro
Later komen we op de cijfers, de nuanceringen ervan en vooral de betekenis
van het fenomeen cijfers terug.
Deze "geldkwestie" is wellicht de grootste bedreiging voor de
eenheid van dit land.
Nochtans zijn de argumenten van de Vlaams-nationalisten hier niet overtuigend.
Hieronder volgen enkele algemene bedenkingen bij de zogenaamde transfers.
1) De exorbitante cijfers waarmee nationalisten zwaaien over de "plundering" van het Noorden door het Zuiden zijn niet objectief berekend. De cijfers die men aanhaalt in de berekening van de transfers in ons land zijn dus op zijn zachtst gezegd betwistbaar, wegens - meestal- uitgevoerd door organisaties met nationalistische inslag (VEV/VOKA,AK-VSZ...). Het cijfermateriaal vertrouwt overigens een grote divergentie. Waar het V.B. uitkomt op 11,21 miljard euro/jaar komt het VBO in haar studie (2003) uit op 3,38 miljard euro/jaar. Weliswaar gaat het hier om de transfers van het Vlaams Gewest naar het Waalse én naar het Brusselse. Een KBC-studie (2003) toonde immers aan dat 50% van de transfers in de belangrijkste sector (de sociale zekerheid) van het Vlaams naar het Brussels Gewest stroomt. Dat is blijkbaar voor separatisten geen probleem...
Het nastreven van "goede rekeningen" tussen bevolkingsgroepen - casu quo Nederlands- en Franstaligen- is echter bij voorbaat tot falen gedoemd is. De rekeningen zullen steeds betwistbaar en aanvechtbaar zijn, altijd zal wel één van de twee spelers zich benadeeld voelen.
ABAFIM staat voor "Administratie Budgettering, Accounting en Financieel Management". De Vlaamse regering (legislatuur 1999-2004) bestelde hier een studie over de transfers, die eind 2004 bekend werd . Wat zegt nu het desbetreffend rapport?
-Het Vlaams Gewest staat met een bevolkingsaandeel van 58 % in voor 64,3
% van de federale inkomsten. Daarmee betaalde het in 2003 1,52 miljard
euro meer aan de federale staat dan ze ervan terugkreeg. Dit bedrag vertegenwoordigt
23,6 % van de totale stroom vanuit Vlaanderen naar Wallonië en Brussel.
-19,9 % van de transfers is het gevolg van de financieringswet. In 2003
droeg het Vlaams Gewest op deze manier 1,32 miljard euro over aan het
Waals én aan het Brussels Gewest. Het KBC bevestigt dat hem om
beide regio's gaat (zie hoger)
-Het grootste aandeel van de transfers (56,6 %) verloopt via de sociale
zekerheid. Deze stroom is goed voor 3,74 miljard euro.
Zodoende bedraagt de afdracht van het Vlaams Gewest naar het Waals en
het Brussels Gewest volgens deze studie 6,6 miljard euro/jaar. Op het
eerste gezicht, want er wordt - natuurlijk- geen rekening gehouden met
het terugverdieneffect (cf. infra). Maar zelfs dit bedrag is nog overdreven
groot. Tellen we louter de transferten op van "Vlaanderen naar Wallonië"
dan komen we via de de federale inkomsten aan -maximum- zo'n 1 miljard
euro, via de financiering van de deelstaten aan een gelijkaardig bedrag
(maar met Brussel erbij) en via de sociale zekerheid aan 1.87 miljard
euro (het KBC-rapport van 2003 stelde dat in de SZ vanuit het Vlaams Gewest
ongeveer 50% naar het Brussels Gewest vloeide)
In het "allerslechtste" geval bedragen de transfers van het
Vlaams naar het Waals Gewest dus aan zo'n 3 miljard euro per jaar. Dat
dit bedrag een goede raming is, bewijst een VEV-persbericht van 4.11.03
dat stelt dat Vlaanderen jaarlijks 5.4 miljard afdraagt aan Wallonië
én aan Brussel. Mocht er nog een bewijs zijn van transfers binnen
Gemeenschappen, is het toch wel het ultieme bewijs dat de provincies Antwerpen,
Vlaams-Brabant, Limburg, West- en Oost-Vlaanderen jaarlijks meer dan 2
miljard euro overdragen aan hun eigen hoofdstad. En als we deze maximalistische
berekening doortrekken komen we op het bedrag van zo'n 600 euro "per
jaar, per Vlaming", oftwel méér dan 3 X minder dan
de wilde berekeningen van Vlaams-nationalisten die valselijk stellen dat
er jaarlijks "2000 euro" van Vlaanderen naar Wallonië vloeit.
In die zeshonderd euro zitten trouwens nog een aantal factoren niet berekend:
de werkgelegenheid die Wallonië schept voor het Noorden, het reeds
genoemde terugverdieneffect en de natuurlijk de bevolkingsgroepen in het
Noorden die niét afdragen, zoals de werklozen. Dit alles in acht
genomen lijkt het niet onaannemelijk om te stellen dat er "per Vlaming"
maximaal jaarlijks 400 euro vloeit naar het Waals Gewest, m.a.w. nog geen
20% van het door partijen als de N-VA en het Vlaams Belang vooropgestelde
bedrag naar voren schuiven.
Uitgaande van het ABAFIM-rapport, eigen berekeningen, cijfers van de KBC
en van het VEV kunnen we dus stellen dat de gemiddelde inwoner van het
Vlaams Gewest tussen de 400 en 600 euro per jaar aan het Waals Gewest
afstaat. Volgens het VBO bedraagt echter de volledige transfersom van
het Vlaams naar het Waals Gewest 3 à 3.5 miljard euro (VBO-studie
2003, p. 7), wat dus overeenstemt met de studie van Abafim.
Potsierlijk is dan ook de conclusie van Vlaams-nationalisten te noemen
die de transfers op 11 à 13 miljard per jaar ramen. Zo telt het
Vlaams Belang nog eens de overdrachten in de staatsschuld mee en de interestoverdrachten
(volgens hen 5.5 miljard euro per jaar) mee. Men vertelt er uiteraard
niet bij dat deze ook naar Brussel stromen, dat ze tussen provincies,
mannen en vrouwen, rijk en arm etc. stromen. Bovendien verloopt het klassieke
berekeningspatroon van neutrale organisaties steeds volgens de drie pijlers:
sociale zekerheid, begroting, financiering aan de deelstaten (verdeelsleutel
50/20/20). Dit betekent overigens dat men louter door het afschaffen van
de deelstaten de transfers met een vijfde zou verminderen.
Alleszins zal de "gemiddelde Vlaming" ongeveer tussen de 200
en de 600 euro afdragen aan het Waals Gewest, gemiddeld 7 X minder dan
de zogenaamd objectieve Vlaams-nationalistische schattingen (zonder incalculcelering
van het terugverdieneffect, waarover lager meer)
2) De fameuze "geldstromen" zijn trouwens niets in vergelijking
met andere domeinen waar de Staat geld misloopt. Zo bedraagt de fiscale
fraude volgens de VUB 17,5 miljard euro (1999) . Daarmee is België
een trieste recordloper in Europa. Door de 170 miljard euro die in het
buitenland (Luxemburg, Zwitserland) zijn ondergebracht ontloopt de Belgische
Staat jaarlijks zo'n 500 miljoen euro/jaar op intresten en dividenden.
De fiscale achterstallen bedragen 25 miljard euro/jaar en de gelegaliseerde
belastingontduiking zou tegen 2006 oplopen tot ca. 3,35 miljard euro/jaar.
Dit bedrag opgeteld ligt vele malen hoger dan de meest "gedurfde"
schatting over de transfers. Daarmee hebben we nog niet gesproken over
de staatsschuld die volgens de VLD, toch een regeringspartij, zo'n 10.000
miljard (!) oude Belgische franken bedraagt.
3) Dat Vlaanderen vandaag een rijkere regio vormt dan Wallonië is
normaal. Het Noorden heeft (zee)havens en economische attractiepolen (vb.
Luchthaven van Zaventem). Het Zuiden heeft die niet, is meer agrarisch,
bebost en is de klap, toegediend aan de Waalse steenkoolnijverheid aan
het eind van de jaren 60, nog steeds niet te boven gekomen. Overigens
is de welvaart van het Noorden te danken aan de investeringen van het
unitaire België. Het was ooit anders. De befaamde Zweedse staalnijverheid
is uit de grond gestampt door Waalse arbeiders die door de Luikenaar Louis
de Geer naar daar gehaald werden in de 17de eeuw. Globaal gezien kampt
het Waals Gewest vandaag inderdaad met een structurele achterstand die
door het federaliseringsproces eerder aangewakkerd werd en wordt dan weggewerkt.
Allereerst heeft de splitsing van de nationale partijen (1965-1978) zonder
twijfel misbruiken aangewakkerd. Toen de mijnen in Limburg 20 jaar geleden
dicht gingen, leek deze regio zich in een chronische letargie te gaan
wentelen. Verspilling kon daar echter geen kans krijgen, omdat de Limburgse
beleidsmensen verantwoording moesten afleggen tegenover de Nederlandstalige
kiezer. De Franstalige politici ontsnappen aan dit natuurlijk controlemechanisme
omdat ze slechts verantwoording moeten afleggen aan de Franstalige kiezer.
Onrechten, zoals het feit dat een blindedarmoperatie in het zuiden duurder
is dan in het Noorden dienen uiteraard aangepakt worden. Maar dat geldt
evenzeer voor corruptie en misbruiken in het Noorden (Dodoensziekenhuis,
schandalen bij OCMW's, politieschandalen in zone-Rupel, schandalen bij
de LRM, VISA-kaarten affaire in Antwerpen enz.).
4) Zoals gezegd zijn er overal transfers: van jong naar oud, tussen mannen en vrouwen, tussen arbeiders en werklozen enz. Ook binnen de regio's, binnen het Vlaams Gewest bijvoorbeeld, bestaan belangrijke geldstromen. Niemand zal ontkennen dat er een geldstroom bestaat van Noord- naar Zuid-België, maar zulk een geldstroom bestaat evenzeer op alle tussen de provincies. Laten we maar even denken aan de belangrijke reconversiesteun die de provincie Limburg heeft gekregen na de sluiting van de steenkoolmijnen in de jaren 80 van de 20ste eeuw. Geen enkele politicus heeft ooit beweerd dat deze "kapitaalstroom" onverdiend was. Waarschijnlijk duurt ze nog altijd voort tot op vandaag hoewel de politici van de traditionele partijen zulks niet snel zullen toegeven.
5) De berekeningen van transfers in historische context zijn onzinnig.
Het is niet omdat vroeger iets zo was (wat dan nog niet bewezen is) dat
men daar vandaag politiek op bouwen moet. In die zin zijn beweringen als
"vroeger vloeiden de transfers omgekeerd" of "Vlaanderen
dokt al 175 jaar af" onzin. Het gaat het niet om wat er zich al dan
niet twee eeuwen geleden afspeelde, het gaat om vandaag. (zie hoger)
6) De berekening van de zogenaamde transfers gebeurt steeds volgend hetzelfde patroon: twee deelentiteiten worden vergeleken. Zodoende is het uitgangspunt (ergo besluit) nationalistisch van aard. Men vergelijkt steeds Wallonië en Vlaanderen in de gezondheidszorg, in de werkloosheidsuitkeringen, in de gezinsbijlagen, in de pensioen, wat de vruchtbaarheid, de vergrijzing enz. betreft. Natuurlijk zijn er dan verschillen, net zoals men (grote) verschillen zou aantreffen tussen provincies, arrondissementen en steden - ook binnen één Gewest. Transferberekeningen dienen dus geen economisch, maar een politiek doel (vandaar dat het bijv. in Frankrijk verboden is om cijfers bekend te maken over interregionale transfers).
7) Er wordt nooit rekening mee gehouden dat transfers in alle landen, tussen alle bevolkingsgroepen- en -strata, en binnen alle regio's bestaan, tussen EU-lidstaten, en -vooral- dat de EU net is opgericht om verschillen op socio-economisch gebied uit te vlakken, niet om ze te bevestigen, laat staan ze te vergroten.
8) Nationalisten houden geen rekening met het terugverdieneffect: er zijn ook Franstalige uitgaven in het Noorden en een sterke Zuidelijke economie komt heel België en dus heel Europa ten goede.
Het Vlaams Gewest moeten weten dat het zelf alle baat heeft bij een economisch
sterk Waals Gewest (zgn. Marshall-effect). Hoe meer koopkracht de Zuid-Belgen
hebben, hoe meer zij ook in het noorden van België producten zullen
kopen. In dezelfde zin heeft ook de Europese Unie tot streefdoel de economische
verschillen tussen de lidstaten weg te werken. Het is dan moeilijk verdedigbaar
op Belgisch vlak het omgekeerde te willen doen. Ook J. Sauwens (CD&V)
onderschrijft deze stelling:
"De recente cijfers over de omvang van de transfers van Vlaanderen
naar Wallonië en Brussel hebben veel reacties uitgelokt[...] Vlaanderen
heeft alle belang bij een welvarend Wallonië. [...] Als Wallonië
dezelfde werkgelegenheidsgraad als Vlaanderen kende, dan zouden ongeveer
150.000 mensen extra aan het werk zijn. Ze zouden mee sociale bijdragen
betalen en er zouden minder uitkeringen moeten worden uitbetaald. [...]"
Dit terugverdieneffect is zeer aannemelijk in consumptie, interestonvangsten op overheidsschuld, via bedrijven, banken en obligaties, omdat de Franstaligen gemiddeld minder verdienen en toch méér uitgeven (NIS rapport), omdat er meer toeristische attracties en economische groeipolen zijn in het Noorden dan omgekeerd enz. Bovendien hebben vele bedrijven onderaannemingen in heel Europa, ergo België, hun werknemers dragen dus bij tot de hele nationale economie.
Bovendien is de vergrijzingsgraad in het Noorden veel hoger dan die in het Zuiden, waar een hogere nataliteit is. Zelfs het (toenmalig) Vlaams Blok kwam tot die constatatie . Overigens zijn nu de bevolkingscijfers nog ongeveer gelijk maar bovenstaande grafiek toont aan dat de gezinnen in dat de komende 50 jaar de gemiddelde nataliteit -en dus de grootte der gezinnen in het Waals Gewest- zal blijven toenemen, terwijl in het Vlaams en Brussels Gewest dit cijfer steeds zal blijven dalen. Met andere woorden: het terugverdieneffect, dat vandaag al bestaat zal de komende jaren en decennia enkel nog maar versterkt worden. De transfers zouden wel eens omgekeerd kunnen worden...
Daarbij mag men op Belgisch niveau niet vergeten dat dit land ook een toeristische en ecologische solidariteit kent. De Belgische kust verdient jaarlijks miljarden aan Franstalige vakantiegangers en de Ardennen dragen bij tot het ecologisch evenwicht van het land rekening houdend met de grote natuurvervuiling in het Vlaams Gewest. Bovendien zijn de Ardennen een geliefkoosd vakantieoord voor alle Belgen, ongeacht hun taal.
Dit natuureconomisch evenwicht is niet te onderschatten in een klein land dat ligt in het hart van het industriële West-Europa. Een doorgedreven economische ontwikkeling van het Ardense landschap zou zowel een ecologische als een toeristische flater zijn.
9) Het argument "laat het conglomeraat Wallobrux aan zichzelf over en het zal beter gaan" (zonder "Vlaamse" transfers, of met transfers die 20X lager liggen en onderhandeld zijn "volgens de Europese normen" ) is uitermate asociaal. Alsof er één Nederlandstalige politicus zou pleiten om een aparte sociale zekerheid in te richten voor het armere Limburg... Hierbij valt nog op te merken dat de splitsing van de gezondheidszorgen een drama zou zijn: het Zuiden zou tot 25% minder kunnen uitgeven in die sector, de universitaire ziekenhuizen zouden er moeten sluiten, delen v.d. bevolking zouden moeten verhuizen naar andere oorden ("braindrain"). Verdere defederaliseringen zouden o.a. de onderwijssubsidies met ca. 1 miljard euro doen afnemen, resultaat: kleinere klassen, minder kwaliteit in onderwijs. Stopzetting der transfers leidt tot een welvaartsverlies in het Zuiden van 8%, een winst in het Noorden van 3.5% en een status-quo in Brussel. De cijfers zijn afkomstig van vier professoren die de Waalse overheid inlichten
10) Hoe verhouden nu de interregionale transfers in België zich ten
opzichte van die in andere Europese staten? Het argument van het Vlaams
Belang is dat ze verhoudingsgewijs in België veel hoger zijn. Maar
wat zeggen nu de objectieve cijfers over de welvaartsoverdrachten?
In % BRUTO BBP (rood=ontvanger; zwart=donor)
België
Vlaams Gewest: -2 à -2.4%
Waals Gewest: 5 à 5.8%
Brussels Gewest: 0.0%
FRANKRIJK
Ile-de-France :-6.0%
Languedoc : 8.0%
Midi-Pyrenées : 6%
Nord-Pas-de-Calais : 5%
VERENIGD KONINKRIJK
South-East :-8%
Wales : 11%
North West : 6%
Bekijken we deze vergelijkende studie over drie landen dan valt op, dat
1) De rijkste Franse regio 3X méér uitgeeft aan transfers
dan het Vlaams Gewest
2) De rijkste regio in het VK 4X méér uitgeeft aan transfers
dan het Vlaams Gewest
3) Van de 5 besproken, "ontvangende" buitenlandse regio's er
4 méér transfers ontvangen dan het Waals Gewest.
Wat Duitsland betreft liggen de transfers van het Westen naar het Oosten
wellicht (drie keer) hoger, en daar stelt niemand de interpersonele en
structurele solidariteit in vraag, integendeel. Dat de transfers binnen
België niet overdreven zijn geeft zelfs Ludo VERHOEVEN nota bene
voorzitter van de zeer Vlaams-nationalistische werkgeversorganisatie VOKA-VEV
toe: "...Nochtans spreken we voor het jaar 2003 over niet minder
dan 6,6 miljard euro, een bedrag dat ik haal uit een studie die gemaakt
werd in opdracht van de Vlaamse overheid. 6,6 miljard euro, dames en heren.
Dat is volgens mij een bedrag dat wel enige aandacht verdient, al was
het maar omdat het procentueel gezien gelijkloopt met de transfers van
West-Duitsland naar Oost-Duitsland..."
Het is bijgevolg absurd de transfers tussen het Noorden en het Zuiden van ons land in Europees perspectief als buitensporig te bestempelen, integendeel.
11) Een interessant argument wordt ook aangereikt door Roland DUCHATELET
(Vivant):
"Vivant wijst er tevens op dat er een véél belangrijkere
transfer is dan de steeds opnieuw aangehaalde transfers van Vlaanderen
naar Wallonië. Namelijk de transfer van werkende Belgen naar kapitaalkrachtige
Belgen. Die transfer is DRIE keer zo hoog en écht asociaal. Hij
is het gevolg van de opgebouwde overheidsschuld .De intrestlasten daarvan
worden voornamelijk met inkomstenbelastingen betaald, in de praktijk voornamelijk
belasting op de arbeid van werkende mensen, en komt terecht bij kapitaalkrachtige
Belgen. Indien die intrestlasten er niet zouden zijn, dan zouden de werkende
mensen in ons land 300 € per maand netto méér verdienen."
12) Tussenstaatse transfers, zonder controle van een federaal of nationaal
Parlement zijn, vanwege hun onderhandeld karakter en de bijbehorende (mogelijke)
financiële chantage af te keuren. Het kan hier ook gaan om transfers
tussen deelstaten. Indien de huidige, interpersonele Belgische solidariteit
vervangen wordt door een "solidariteit" tussen deelstaten, dan
kan een rijkere regio steeds financiële chantage plegen om iets te
bekomen van een andere. Bovendien zijn zulke transfers ondemocratisch
wegens niet geregeld in een verkozen parlement, maar wel door schimmige,
niet-verkozen overlegcomités die aan elke parlementaire controle
ontsnappen.
13) Omwille van de risicospreiding gebeurt de sociale zekerheid best over
een zo groot mogelijk gebied. De KBC bevestigt dit: "Volgens de theorie
van het fiscale federalisme wordt de herverdelingsfunctie het best toevertrouwd
aan het centrale overheidsniveau. Een herverdeling op het regionale niveau
dreigt immers te worden doorkruist door de mobiliteit van personen. Een
centralisatie van de sociale zekerheid biedt bovendien schaalvoordelen:
hoe meer verzekerden, hoe breder de spreiding van de verzekerde risico's"
In zijn boek de Verrijkte samenleving noemt niemand minder dan Bert ANCIAUX
de Belgische S.Z. één van de beste ter wereld en pleit hij
ervoor ze naar de rest van Europa uit te breiden.
14) De grootte van de transfers speelt geen rol. Het is niet omdat de transfers hoog liggen dat we niet meer solidair moeten zijn. Als er veel achteruitstelling, onveiligheid en sociale ongelijkheid in een streek is, dienen andere en rijkere streken zelfs nog méér solidariteit te betonen.
15) Solidariteit moet niet enkel interpersoneel zijn, maar ook structureel en doelgericht. Dat laatste is door het federaliseringsproces moeilijk, zoniet onmogelijk geworden (bevoegdheidsversnippering in economie).
16) Deze laatste bedenking wordt zelfs nog versterkt door de logische gevolgtrekking dat, naarmate het aantal bestuursniveaus vermeerdert, de kans op corruptie niet af- maar toeneemt. Het Belgische, (con)federaal model kent bijvoorbeeld werkloosheidsuitkeringen op federaal niveau, maar controles op regionaal niveau. Wie garandeert in dergelijk absurd systeem dat regio haar controles terdege uitvoert? Het gesplitste kiessysteem maakt het toch quasi onmogelijk om politici af te straffen indien deze bijv. in een armere regio misbruik zouden maken van het systeem.
17) Als "Vlaanderen" werkelijk zo uitgebuit werd en wordt, waarom
is het dan volgens de VN (HDI) de welvarendste regio ter wereld? Waarom
behoort België volgens serieuze Europese en internationale studies
bij de vijf of tien landen waar het het aangenaamst is om te vertoeven?
En waarom zijn de Belgen dan volgens een zeer recente Europese studie
(2005) de rijkste burgers van Europa (rijker zelfs dan Zwitserland)?
18) Vlaanderen, zegt men soms, is niet te klein om een eigen sociale zekerheid
of om onafhankelijk te zijn te hebben. Vlaanderen wil wel solidair zijn,
zo heet het, maar vrijwillig en niet alleen met Wallonië. Op die
eerste vaststelling- geen argument- valt niets aan te merken. Limburg
is ook niet te klein om een eigen sociale zekerheid te hebben. Op de tweede
kan men antwoorden dat wanneer Vlaanderen enkel vrijwillig solidair wil
zijn met Wallonië men zich moet afvragen waarom Antwerpen nog solidair
moet zijn met Limburg.
19) Terloops dient hierbij opgemerkt te worden dat het Franstalige patronaat er ook geen baat bij heeft mochten de werknemers er om de haverklap met een doktersbriefje staan. Als "de" Franstaligen het stelsel van sociale zekerheid misbruiken- wat niet bewezen is- zijn diezelfde Franstaligen dus het eerste slachtoffer.
20) Maar er zijn nog tegenargumenten. Indien men stelt dat "Walen" profiteren van de "Vlamingen", dan kan men met evenveel rede datzelfde beweren van de groep van de vreemdelingen en die van de werklozen. Immers, men veralgemeent de situatie zo sterk zodat wat er fout loopt bij een deel van de groep uitgebreid wordt naar alle leden van die groep. Toen in haar 70-puntenprogramma het Vlaams Blok de sociale zekerheid wilde splitsen tussen allochtonen en autochtonen, vond de hele (Nederlandstalige) politieke klasse dit een schande; beseffen ze echter dat ze (in min of meerdere mate) hetzelfde denkpatroon hebben over Nederlands- en Franstaligen? Dit is niet alleen simplistisch, maar ook gevaarlijk. Het is ook vanuit dat oogpunt dat acties zoals onder andere de N-VA die de voorbijgaande jaren voerde (speelgoedautootjes om grootte transfers aan te tonen in 2002, vrachtwagens vol geld naar Henegouwse Strépy, 2004) ronduit als racistisch kunnen omschreven worden. Het gaat hem niet om het cijfermatig karakter - iedereen mag zich vragen stellen bij de hoogte en het gebruik van bedragen van de belastingbetaler- maar wel om het DOEL van deze acties (aanzetten van haat tussen bevolkingsgroepen).
21) Het is evenzeer simplistisch te beweren dat het Vlaams gewest sterker is dan het Waalse omdat het meer produceert en meer werkgelegenheid creëert. Dit is eenvoudig te verklaren door het feit dat er in het noorden van het land dubbel zoveel mensen wonen als in het zuiden (respectievelijk 6 en 3 miljoen).
22) Kortom, zoals dat op Europees niveau het geval is, dient een nationale controle ervoor te zorgen dat het geld goed besteed wordt, d.w.z. dat het vooral moet gaan naar die gebieden en projecten die het meest steun nodig hebben en dat er tevens een zekere gelijkheid moet zijn tussen de provincies. Daarom dient men de oplossing van dit geldprobleem te zoeken in het wegwerken van de fiscale en sociaal-economische grenzen in België.
23) Nuancering wat de inkomensniveaus betreft is gepast: Het homogeen-rijke Vlaanderen versus het homogeen-arme Wallonië, het is een sterke mythe. In het geheel bezien is het Noorden met haar zee- en luchthavens en verkeersknooppunten inderdaad relatief gezien rijker dan het zuiden. Maar bekijken we de inkomenscijfers per provincie verkrijgen we al een ander beeld die andere, meer significante verschillen aantonen, zo is Waals-Brabant de rijkste provincie in België. Het inkomensverschil tussen het Vlaams en Waals Gewest bedraagt 1103 euro. Maar laten we eens twee andere, willekeurige entiteiten vergelijken: Oost-, West en Centraal-België. Het Westen wordt dan gevormd door de provincies Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Henegouwen. Het Centrum door Antwerpen, Brabant, en Namen, het Oosten door Luik, Luxemburg en Limburg. Dan is het verschil in inkomen in Centraal-België waar 45% van de Belgishe bevolking woont en het Westen (of het Oosten) van ons land ligt bedraagt méér dan 3000 euro, dat is meer dan 2000 euro HOGER dan het inkomensverschil tussen het "Vlaanderen en Wallonië" (!). Het is dus, wat inkomens betreft, niet de Vlaamse Gemeenschap die inkomensgewijs het meest welvarende is, maar wel de as Antwerpen-Brabant-Namen.
24) Eén van de fundamentele doelstellingen van de Europese Unie
is trouwens de wegwerking van de sociaal-economische verschillen tussen
de Europeanen. De Spanjaarden, de Portugezen en de Grieken hebben sinds
hun toetreding tot de Unie een belangrijke sociaal-economische vooruitgang
gekend, die uiteraard geen toeval is. Deze enorme vooruitgang is immers
het resultaat van een intensieve Europees gestuurde financiële steun
die erop gericht is het economische niveau van de Zuid-Europese staten
op gelijke hoogte te brengen met dat van de West- en Noord-Europese staten.
Het gevolg van die Europese solidariteit - die zich trouwens ook met de nieuwe Oost-Europese lidstaten zal voordoen - is dat de handel met die landen sterk is toegenomen wat uiteraard de eigen Belgische economie ten goede komt.
Dezelfde economische en fiscale solidariteit kan men opnieuw realiseren op Belgisch niveau, ware het niet dat de Vlaams-nationalisten zich daar met hand en tand tegen verzetten waarbij zij zwaaien met allerhande cijfers, al dan niet wetenschappelijk gegrond. Natuurlijk speelt de beruchte "wafelijzerpolitiek" van het verleden hierbij ook een grote rol.
Alleszins schrijft het benadrukken van Belgische solidariteit zich volledig in de Europese gedachte in: De Gemeenschap heeft tot taak, door het instellen van een gemeenschappelijke markt en een economische en monetaire unie en door de uitvoering van het gemeenschappelijk beleid of de gemeenschappelijke activiteiten [...], het bevorderen van een harmonische, evenwichtige en duurzame ontwikkeling van de economische activiteit binnen de gehele Gemeenschap, een hoog niveau van werkgelegenheid en van sociale bescherming, de gelijkheid van mannen en vrouwen, een duurzame en niet-inflatoire groei, een hoge graad van concurrentievermogen en convergentie van economische prestaties, een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, een verbetering van de levensstandaard en van de kwaliteit van het bestaan, de economische en sociale samenhang en de solidariteit tussen de lidstaten."
Men kan immers niet de Belgische economie en sociale zekerheid uit elkaar rukken, én tegelijk stellen dat de EU nood heeft aan socio-economische samenhang.
25) Wat gaat men doen met het Brussels Gewest? Is het geen feit dat, indien
men delen van de SZ splitst, niets de Brusselse Franstaligen of de Franstaligen
die in Brussel werken kan tegenhouden om aan te sluiten bij de SZ van
het rijkere Noorden? Zou dit de transfers dan niet versterken? Sterker
nog, zou dit geen migratiegolf naar het Brussels Gewest meebrengen, wat
nog eens de ongewenste verfransing in de hand werkt?
26) Het Belgische sociale-zekerheidsstelsel is gewild door alle vakbonden, alle ziekenfondsen en alle partijen. Heel het land heeft er baat bij. Wie geeft het recht aan één landsdeel om alle baten van het stelsel naar zich toe te trekken?
27) Het argument dat in andere federale landen er ook gedeeltelijke splitsingen
van de SZ bestaan, gaat niet op. De reden is eenvoudig: België is
geen federatie maar een onstabiele statenbond, waarbij de minste verdere
defederalisering - en zeker die van de SZ- nog meer koren gooit op de
nationalistische molen.
28) Vorig argument wordt geschraagd door volgende bedenkingen:
Waarom is België geen federale staat?
1) Er is geen nationale kieskring en het federalisme wordt niet gedragen
door federale partijen
2) Er zijn maar twee-en-een-halve entiteiten, elk federalisme moet tenminste
zes entiteiten
hebben om leefbaar te zijn
3) Er is geen normenhiërarchie: decreten en ordonnanties staan op
hetzelfde niveau dan de federale wetten
4) De deelstaten kunnen op een autonome wijze internationale akkoorden
afsluiten en een eigen buitenlandse politiek voeren
5) In een federale staat vertegenwoordigt de Tweede Kamer de deelstaten
en de Kamer het volk
6) De deelstaten gedragen zich als staten-binnen-een-staat en zijn, buiten
Brussel, allemaal gebouwd op een
etnisch criterium (taal)
29) Zodoende ligt de werkelijke oplossing voor het probleem van de transfers niet binnen het huidige institutionele kader. Om van België een betere staat te maken, dienen immers 6 bovenstaande punten te worden weggewerkt.
30) Als Vlaanderen werkelijk zo een goed en zuinig beleid voert (of zou voeren) op alle mogelijke vlakken - blijkkbaar hebben de Noordelijke politici een universele methode gevonden voor goed bestuur-, waarom dit dan beleid dan niet promoten voor heel België?
2. Samenvatting
De hele transfertheorie kan dus naar de prullenmand verwezen worden. De cijfers zijn niet correct, de berekeningswijze is eenzijdig (met name tussen steeds twee dezelfde zichtbare en dramatiseerbare polen), transfers binnen andere Europese landen liggen even hoog (wat zelfs het Voka toegeeft). Het is niet door meer te splitsen dat het Zuiden van het land er bovenop komt, net zoals armere streken in het Noorden er ook niet beter van worden door ze uit te stoten. Armere streken in de steek laten is asociaal en ethisch onverantwoord, indien dit op etnische basis gebeurt (in België op taalbasis) heeft het zelfs van racisme weg. Het is onverklaarbaar volgens de theses van het Vlaams Belang waarom Vlaanderen de rijkste regio ter wereld is, als het de "melkkoe" van het Zuiden is. Enkel door een verhoogde structurele en politieke solidariteit (onder andere nationale kieskring en een eengemaakt economisch beleid) kunnen de problemen aangepakt worden. Dit is overigens een gedachte waarop het Verdrag van Rome, en dus de Europese Unie, gebaseerd is. Het is net omwille van die essentiële solidariteit dat de Europese Unie uitbreidt, het splitsen van België kan dus bezwaarlijk kaderen in een "Europese evolutie". Als rijkdom een criterium is om te splitsen, belet trouwens niets aan Brabant om een onafhankelijke staat te worden.
In de marge: Iss de N-VA niet alleen tegen Franstaligen, maar ook tegen
Nederlands- en Duitstaligen?
http://www.n-va.be/transfers
11 miljard euro naar Wallonië: het icoontje waarop we "alle
info over de miljardenstroom naar Wallonië" (dixit) te weten
zouden komen, prijkt sinds mensenheugenis op de site van de N-VA. Volgens
de partij stroomt dus, jaarlijks, ze zeggen het zelf, 11 miljard euro
Vlaams geld naar Wallonië. Maar wat blijkt nu wanneer we verder lezen?
In de rapporten, waarop de N-VA zich o.a. op baseert spreekt men over "Wallonië en Brussel":
Bijvoorbeeld:
Via de federale begroting:
Vlaanderen staat met een bevolkingsaandeel van 58 % in voor 64,3 % van
de federale inkomsten. Vlaanderen betaalde daarmee in 2003 1,52 miljard
euro meer aan de federale staat dan ze ervan terugkreeg. Dit bedrag vertegenwoordigt
23,6 % van de totale stroom vanuit Vlaanderen naar Wallonië en Brussel.
(...) Ook via de autonome overheidsbedrijven zijn er nog aanzienlijke
geldstromen van Vlaanderen naar Brussel en Wallonië.
Volgens de N-VA wordt, op basis van al deze berekeningen 11.3 miljard euro overgedragen van Vlaanderen naar 'Franstalig België" (Een studie van ABAFIM bracht eindelijk duidelijkheid over de omvang van de transfers van Vlaanderen naar Franstalig België. Jaarlijks gaat het over een stroom van meer dan 11 miljard euro).
Bedoelt men met Franstalig België "Wallonië"? Nee, het gaat om Wallonië én Brussel.
Overigens, indien het enkel om het Waals Gewest zou gaan ziet de N-VA
de Duitstalige Belgen als Franstalig aan. Nu is het nog erger, Franstalig
België (het Waals en het Brussels Gewest) wordt niet alleen foutief
en oneigenlijk aangeduid als "Wallonië", maar, meer nog
men ziet naast
de Duitstaligen ook de Nederlandstalige Brusselaars als een deel van dit
conglomeraat aan. De Nederlandstalige Brusselaars mogen gewaarschuwd zijn,
want volgens de N-VA behoren
ze tot ... "Franstalig België"!
Hieronder vindt U een aantal bijzonder interessante en, vooral, moeilijke vragen waarop separatisten geen antwoord hebben!
1. Waarom pleit men voor Vlaamse onafhankelijkheid en niet voor Limburgse of Antwerpse?
2. Zou men voor de splitsing van België zijn, indien alle Walen Nederlands als moedertaal hadden?
3. Waarom is men tegen het unitaire België en niet tegen het unitaire Vlaanderen?
4. Waarom is men tegen meertalige Belgische partijen en voor meertalige Europese fracties of partijen?
5. Hoort Vlaanderen dan bij Nederland? Aanvaardt men in deze constructie wel meertaligheid (Fries/Frans en Nederlands) en de monarchie?
6. Ligt de toekomst van de mensheid in eentalige staten? Wat gaat men dan doen met Europa, waar slechts twee eentalige staten zijn (Portugal en Ijsland)? Is een wereld met 10.000 staten (zoveel als er taalgroepen zijn) leefbaar?
7. Waarom kan er meertalig Europees recht gecreëerd worden indien er geen Belgisch recht kan bestaan?
8. Waarom zijn de provincies geen goede entiteiten om de nationale wetgeving uit te voeren i.p.v. de gewesten? Waarom zou een provinciale decentralisatie het probleem van de Belgische bipolariteit niet oplossen?
9. Wat moet er met Brussel gebeuren indien België zou uiteenvallen? Is er dan geen risico voor het Nederlands in Brussel? Wat moet er met de faciliteitengemeenten gebeuren? Mag daar het democratische element spelen?
10. Zal een onafhankelijk Vlaanderen geen nieuwe tegenstellingen kennen tussen gelovigen en vrijzinnigen of tussen democraten en racisten? Zoeken bepaalde politici niet voortdurend en bewust naar tegenstellingen in de maatschappij, nieuwe of oude?
11. In de economie fuseren bedrijven. Problemen zoals milieuvervuiling, armoede, globalisering... spelen zich op grotere schaal af dan lands-, laat staan taalgrenzen. Moet de politiek zich niet aanpassen aan deze grotere dimensies in plaats van te streven naar kleinere staatkundige entiteiten?
12. Waarom desintegreren staten als Duitsland en Frankrijk niet onder invloed van de theorie van het Europa der regio's?
13. Wat zeggen Vlaams-nationalisten over het feit dat de Nederlandstalige en Franstalige cultuur in België stilaan door de Angelsaksische cultuur worden vervangen?
14. Is het beter budgetten in twee te splitsen om grote overheidsprojecten te financieren?
15. Waarom wil men in Europa nog een grens bijtrekken wanneer de grenzen binnen de EU vervagen?
16. Hoe kan men tegen het Vlaams Belang zijn wanneer men deze partij volledig gelijk geeft in zijn bestaansreden en belangrijkste punt?
17. Waarom moet men als er verschillen zouden zijn, splitsen? Zijn verschillen net geen reden tot meer solidariteit? Is het bovendien niet interessanter om meerdere visies op hetzelfde probleem te hebben?
18. Welke "nieuwe" staten waren in het verleden nog nooit een entiteit of staat (ttz: voor 1789)?
19. Waarom ontkent of verzwijgt men dat Limburg meer gedeelde geschiedenis heeft met Luik dan Limburg met Antwerpen?
20. Is het bewezen dat een onafhankelijk Vlaanderen beter zou werken dan een unitair België? Hoe kan men dit bewijzen?
21. Waarom pleiten nationalistische partijen en politici nooit op een ondubbelzinnige wijze voor een referendum over België?
22. Waarom stellen journalisten, politici en opiniemakers die vinden dat de publieke opinies Vlaanderen en Wallonië uit elkaar groeien zich nooit de vraag of zijzelf hiervoor verantwoordelijk zijn?
23. Welke toekomst heeft Europa indien men in het Europees Parlement wekelijks de verschillen tussen Frankrijk en Duitsland zou benadrukken? Gaat men daar ook vragen voor frontvorming, compensaties en meer autonomie?
24. Zijn "eigen" wetten, maatregelen en belastingen noodzakelijk beter, rechtvaardiger en juister?
25. Als België een kunstmatige staat is, welke staten zijn dan natuurlijk?
26. Bestaat er een vorm van meertalig fascisme? Is racisme of fascisme mogelijk zonder nationalisme?
27. Zijn er niet meer argumenten te vinden om te zeggen dat Vlamingen en allochtonen niet kunnen samenleven en -besturen dan Vlamingen en Walen?
28. Is het moreel juist de Vlamingen te vertellen dat ze zichzelf moeten verheffen door minachtend te spreken over de Franstalige Belgen?
29. Als het Noorden van België op bepaalde gebieden performanter is, loont het dan niet de moeite deze gedachten, technieken enz. ook voor het Zuiden toegankelijk te maken?
30. Als men bekommerd is om verspilling en corruptie in het Zuiden, kan men die dan niet best tegengaan door een eengemaakt beleid?
31. Waarom aanvaardt men de Brusselse, tweetalige samenleving en niet de Belgische meertalige samenleving?
32. Volgens separatisten zijn de Franstalige (of omgekeerd de Nederlandstalige) bewindsvoerders enkel bekommerd om eigenbelang. Daarom zou er moeten gesplitst worden. Als dit zo zou zijn, wat niet bewezen is, zijn zij dus nationalistisch, net als diegenen die de splitsing vragen. Valt hieruit niet af te leiden dat niet de leiders van de andere taalgroep, maar wel het nationalisme bestreden moet worden?
33. Volgens het Verdrag van Rome (1957) moeten de Europese lidstaten geharmoniseerd worden. Hoe kan men dan pleiten voor een opsplitsing van een lidstaat?
34. Als separatisme progressief is, is het Vlaams Belang dan de meest progressieve partij van België?
35. Kleine(re) staten functioneren beter, zegt men wel eens. Is België nog niet klein genoeg in deze gemondialiseerde samenleving? Is dit niet net anderzijds een argument voor de opsplitsing van Vlaanderen/Wallonië in nog kleinere entiteiten (provincies of arrondissementen)?
36. Als Brussel onafhankelijk wordt, wie gaat dan opdraaien voor de kosten van de administratie? Of wordt Brussel een stadsstaat waar enkel de superrijken mogen wonen (zoals Monaco)?
37. Wat is het verschil in ideologie tussen de N-VA en het FDF?
38. Waarom mag Brussel van separatisten kiezen om bij Vlaanderen te horen en Wallonië niet?
39. Wat is het verschil tussen de anschluss van Oostenrijk en het Sudetenland bij Duitsland en het streven naar taalhomogene staten?
40. Als bepaalde francofone politici pleiten voor een uitbreiding van het Brussels Gewest, noemt men dit onverantwoord. Anderzijds pleiten Vlaams-nationalisten zélf voor de aanhechting van heel het Brussels Gewest bij het Vlaamse. Hoe kan men deze tegenstelling rijmen?
41. In 1830 waren er enkel Zuidnederlandse dialecten. In Nederland was
er na 1830 maar één taal: het Nederlands, ondanks het bestaan
van het Fries dat toen als dialect werd beschouwd. Waarom moest België
toen dialecten als staatstaal erkennen, terwijl Nederland een taal als
dialect beschouwde?
42. Waarom willen nationalisten het Brussels Gewest afschaffen, maar niet de andere twee Gewesten?
43. Waarom vergelijkt men altijd in alle domeinen "Vlaanderen" met "Wallonië" en nooit Antwerpen met Limburg, stad met platteland, ouderen met jongeren, enz.
44. Als men bepaalde "verschillen" te groot vindt, waarom dan nog verkiezingen houden? Is een democratie niet gebouwd op het erkennen van tegenstellingen?
45. Welke argumenten biedt het verleden? Moet men vandaag België splitsen omdat men vindt dat Nederlandstaligen in de 19de eeuw "onderdrukt" werden? Werden de zwarten in de VSA of in Zuid-Afrika niet oneindig meer onderdrukt?
46. België biedt geen meerwaarde aan Vlaanderen zegt men. Bedoelt men meerwaarde in geld, macht, aanzien...? Welke meerwaarde biedt Antwerpen aan Limburg? Gebruikte men in de jaren '30 niet hetzelfde "argument" tegen Joden en mindervaliden?
47. Indien men tegen het meertalige België is en voor het eentalige Vlaanderen, is men dan ook tegen de taalwetten die van België een meertalige staat gemaakt hebben? Maw: Is men dan ook voor het eentalig Frans België van de 19de eeuw?
48. Waarom het meertalige Europa op een democratische manier één willen maken en tegelijk het meertalige België ontmantelen?
49. Hoe kan men tegen meertalig onderwijs zijn en tegelijk klagen over Nederlandsonkundigheid van Franstaligen?
50. Als er zou blijken dat er (enorme) geldoverdrachten bestaan tussen Vlaams-Brabant en Limburg, moet Limburg dan uit Vlaanderen gestoten worden?
Op 21 mei jl. besliste de Montenegrijnse bevolking via een plebisciet met een meerderheid van 55.3% om de resterende banden met Servië door te knippen. De EU had 55% vooropgesteld als minimum in het onafhankelijkheidsreferendum, een grens die dus ( zij het nipt) overschreden werd. Wat zijn de belangrijkste bedenkingen hierbij?
(1) In Montenegro heeft de bevolking zelf over haar lot beslist, in België, en zelfs niet in de Belgische deelstaten, heeft het volk kans om zich over de toekomst van het land uit te spreken.
(2) Men kan zich toch vragen stellen bij de onafhankelijkheid van Montenegro. Op 22-05 riep Europarlementslid Frieda Brepoels (N-VA) de Montenegrijnen op om "...een beleid te voeren dat de problemen durft te benoemen om ze vervolgens krachtdadig aan te pakken, een beleid dat ook het vreedzaam samenleven van Montenegrijnen, Serviers, Bosniers en Albanezen actief ondersteunt." Maar waarom zou een zogenaamd multi-etnisch Montenegro dan wel werken en een zogenaamd multi-etnisch (klein-)Joegoslavië niet? Dezelfde vraag stellen we hier aan Vlaamse separatisten: waarom zou een tweetalige Vlaamse republiek (Vlaanderen/Brussel) werken, terwijl men steeds volhoudt dat een meertalig België niet werkt?
(3) Is deze versnippering wel goed voor de Europese Unie? In DS van 23 mei merkt Pieter Vanhoutte (politiek adviseur van de OVSE, werkend te Pristina) terecht op: De nieuwe staatjes, zoals Montenegro en straks Kosovo, grijpen terug naar het beproefde model van de negentiende-eeuwse natiestaat. Nieuwe grenzen, internationale erkenning én een stevig nationaal leger plus opname in de Navo, vormen zonder uitzondering de eerste stap op weg naar opname in de EU. Bijzonder vreemd, de ultieme ambitie van al deze landjes is immers lidmaatschap van de Europese Unie en afschaffing van de nieuwe grenzen.. Bovendien, wat moet de EU met honderden regiostaatjes (Baskenland, Catalonië, Corsica, Lombardije, Beieren...), terwijl het met 25 al bijna onbestuurbaar is? Speelt dit niet in de kaart van de grote landen?
(4) De opmerking die men hier en daar hoort dat "kleine staten functioneler" zijn snijdt natuurlijk geen hout. België is ook een kleine staat en de gemiddelde Belgische provincie telt evenveel of meer inwoners dan Montenegro. Moeten die dan ook maar onafhankelijk worden?
(5) Een niet onbelangrijke vaststelling is dat Montenegro, in tegenstelling tot Vlaanderen, Wallonië, Brussel of Duitstalig België een historische natie is. Voor WO I was zij reeds soeverein. Hetzelfde geldt voor Tsjechië, Slovakije, Servië, Kroatië, Estland, Letland, Litouwen, Oekraïne enz. De Belgische deelstaten zijn nooit soevereine entiteiten geweest voor of na 1830.
(6) Confederalisme, indien het uitgaat van het centrum, zoals in Oostenrijk-Hongarije (1867-1918), het GOS (1991) of zoals in Servië-Montenegro (2003-2006) leidt tot separatisme. Partijen of politici die in Belgieuml; het confederalisme, een unie van twee soevereine staten, voorstaan zijn dan ook secessionistisch te noemen. In feite was Montenegro al een soevereine staat die met Servië enkel nog bepaalde restbevoegdheden (zoals het leger) deelde. Soevereiniteit gaat aan confederalisme vooraf.
(7) De splitsing van rest-Joegoslavië is niet noodzakelijk een voorbode van de splitsing van België. De laatste 15 jaar verdwenen heel wat landen van de kaart, die toch als stabiel werden beschouwd. België daarentegen bestaat na bijna 176 jaar nog steeds. Tot spijt van wie het benijdt.
Bruno YAMMINE
Coördinator Studiedienst Unitas
Interessant om te (her)lezen...
Dames en Heren,
De evolutie van onze samenleving vertoont heel wat contrasten. De economie globaliseert snel en de uitdrukking "de wereld is mijn dorp" wordt stilaan realiteit. Velen hebben gemeend dat die mondialisering een stimulans zou betekenen voor de vrede. Maar bijna dagelijks krijgen we de ontstellende vernielingen te zien die talrijke regionale conflicten aanrichten. Denken we maar aan het
Nabije-Oosten, aan het Midden-Oosten, aan Centraal-Afrika. Bovendien kan men ook vaststellen dat binnen stabiele gehelen, zoals de Europese Unie, nationalistische reflexen aan kracht winnen en dat in de nationale staten de spanningen tussen sociale groepen of tussen gewesten, toenemen.
Op dat gebied zou ik twee kwesties willen aansnijden en samen met U nagaan hoe die toestanden te beheersen. De eerste heeft betrekking op de spanningen tussen sommige allochtone groepen en de autochtone bevolking.
We hebben allen de beelden kunnen zien van de geweldplegingen die, in een buurland, door groepen jongeren werden begaan. De spanningen die daar explodeerden, zijn ook min of meer latent aanwezig in andere Europese landen. Bepaalde extremistische partijen slaan daar trouwens munt uit.
Wat moeten we in zulke situaties doen ? Ik meen dat het Europees Waarnemingscentrum voor Racisme en Vreemdelingenhaat hierover enkele zakelijke beschouwingen heeft geformuleerd. Het Centrum schrijft een groot deel van die spanningen toe aan het feit dat veel allochtone jongeren geen enkel toekomstperspectief meer zien in onze samenleving.
Welk beleid moeten de Europese landen dan voeren?
Ik meen dat een eerste prioriteit het opvoeren moet zijn van de vorming van jongeren van vreemde afkomst, voornamelijk in onze grote steden, en dat wij hun tewerkstelling moeten stimuleren. Onderwijs en een baan zijn meestal de sleutels voor een geslaagde integratie. Een factor van betekenis bestaat er ook in, de bouw of de renovatie aan te moedigen van woongelegenheid die daadwerkelijk een fatsoenlijk leven en makkelijke contacten met de ruime buitenwereld bevordert. Bovendien moeten we dank zij het onderwijs ertoe komen jongeren te overtuigen dat eerbied voor de basiswaarden van onze samenleving onontbeerlijk is als wij niet het risico willen lopen in een wanordelijke en onbillijke samenleving te belanden. Ik denk meer bepaald aan de waarden van verdraagzaamheid, van democratie, van respect voor de vrouw, en van veiligheid voor elkeen.
De veiligheid van de burgers vrijwaren is een fundamentele verplichting voor elke Staat. Als, niettegenstaande grote inzet, spanningen acuut worden, ook dan nog moet men in de eerste plaats een beroep doen op preventie.
Op dat vlak wil ik graag hulde brengen aan de straathoekwerkers die bij ons een opmerkelijke taak van nabijheid en van luisterbereidheid volbrengen bij jongeren in moeilijkheden. Het verheugt me dat hen een stabieler statuut werd beloofd, in het kader van de veiligheidscontracten van de steden.
Inspanningen om integratie te bevorderen en onenigheid te vermijden, zijn niet altijd bij machte een conflict te voorkomen. Dan is het de taak van de politiediensten om de orde te herstellen en te handhaven, en is het aan justitie om de begane fouten te beoordelen.
Zij die, van welke kant dan ook, die moeilijkheden trachten te benutten om racisme of
integrisme te verspreiden, moeten wel beseffen dat ook zij blootstaan aan
rechtsvervolging.
Men bouwt geen samenleving op misprijzen en haatgevoelens tegenover
de andere.
De tweede kwestie die ik met U wou bespreken, betreft de spanningen tussen gewesten.
Ze bestaan in talrijke Europese landen en ook wij ontsnappen er niet aan
zoals U wel weet. In vele gevallen worden ze nog geaccentueerd door de verspreiding
van twee vaststellingen. Enerzijds het bestaan van een verschil in welstand en
anderzijds een verschil in beleid. Die ongelijke toestand, die met zich
geldoverdrachten tussen gewesten meebrengt, doet zich voor in vele Europese landen.
In die omstandigheden bestaat het antwoord niet in een in zichzelf keren van elk
gewest, ook niet in het ontwikkelen van een subnationalisme, en evenmin in openlijk
of omfloerst separatisme. Breuken en scheidingen vallen meestal duur uit voor alle betrokkenen
of ze nu rijk of weinig welvarend zijn. Ook de menselijke kostprijs mag zeker
niet vergeten worden; hem geringschatten zou een grove fout zijn. Op al die vlakken
mag men geen illusies koesteren.
Een antwoord bieden op die verschillen in welvaart en beleid bestaat erin dat men op alle niveaus, zowel het Europese, het nationale of het gewestelijke, een ontwikkelingsstrategie uitwerkt die vruchten afwerpt voor ieder van die entiteiten.
Op alle niveaus is er weliswaar nog veel te doen. Conservatisme en veranderingsvrees dienen overwonnen te worden, en misbruiken weggewerkt.
In de Europese Unie en in ons land werden er al heel wat stappen gezet. De strategie van Lissabon moet versneld en intenser worden toegepast, met name in het onderwijs, het onderzoek en de innovatie. Het is ook belangrijk tewerkstelling voorrang te geven op loongroei, en een oplossing aan te dragen voor de gevolgen van de vergrijzing. Scheefgroei zoals fiscale en sociale fraude, of misbruik van gemeenschapsvoorzieningen dient bestreden te worden.
In ons land werden er reeds vrij grote inspanningen geleverd in elk gewest en ook op federaal niveau. Ik denk in het bijzonder aan de belangrijke verhoging van de begroting voor wetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen, aan het uitbrengen van het Marshallplan in Wallonië, aan de internationale ontwikkeling van Brussel, en aan de inzet op federaal vlak om, onder meer door het generatiepact, de activiteitsgraad van de bevolking te doen toenemen.
Er valt zeker nog veel te doen, maar in vredesnaam, laat ons geen overhaaste
besluiten trekken uitgaande van bepaalde economische verschillen. Laat ons de
uitdagingen moedig tegemoet gaan, en onze troeven maximaal valoriseren. Ik denk
bijvoorbeeld aan de internationale rol van Brussel en van gans ons land die in
gevaar zouden komen door een anachronistisch en rampzalig separatisme.
We horen het tot vervelens toe: Vlaanderen en Wallonië zijn twee verschillende werelden, twee verschillende economieën, twee verschillende werkgelegenheidsmarkten enz. Met cijfers proberen de mensen die België willen splitsen aan te tonen hoe verschillend de twee grootste deelentiteiten wel zijn. Die zogenaamde verschillen zouden dan -zogezegd- een splitsing rechtvaardigen.
Een rationele geest kan hierop natuurlijk antwoorden dat verschillen net een bron van verrijking zijn, sterker nog dat verschillen de fundamenten zijn van een democratie. Terecht kan men zich immers afvragen of zij die geen (grote) verschillen binnen een samenleving accepteren niet (on)bewust de maatschappij in een autoritaire richting duwen...
Door steeds twee dezelfde delen (Vlaanderen/Wallonië) te vergelijken schept men trouwens een zeer eenzijdig beeld. Er zijn immers overal verschillen: tussen mannen en vrouwen, jongeren en ouderen, stad en platteland, tussen steden, arrondissementen en provincies. Het loont de moeite eens met wetenschappelijk onderbouwde cijfers in te gaan op deze verschillen om aan te tonen hoe relatief het gebruik van "Vlaanderen/Wallonië" wel is.
1. BEVOLKINGSDICHTHEID
Vaak hoort men stellen dat Vlaanderen en Wallonië van meet af aan al verschillen. De ene regio zou dichtbevolkt zijn, de andere niet. Laten we allereerst de begrippen nuanceren: Vlaanderen is een term die nergens in de Grondwet staat, net als Wallonië trouwens. Bedoelt men het Vlaams Gewest (zonder Brussel) of de Vlaamse Gemeenschap (met Brussel)? De cijfers die hieronder gepubliceerd staan aangaande bevolkingsdichtheid nemen alleszins de 10 provincies en het Brussels Gewest onder de loep. Welk beeld krijgen we dan?
CIJFERS BEVOLKINGSDICHTHEID (bron NIS):
1) Brussels Gewest 6272 inwoners/km²
2) Antwerpen 587 inwoners/km²
3) Vlaams-Brabant 495 inwoners/km2
4) Oost-Vlaanderen 464 inwoners/km²
5) Henegouwen 340 inwoners/km²
6) Limburg 335 inwoners/km²
7) Waals-Brabant 334 inwoners/km2
8) Luik 268 inwoners/km²
9) West-Vlaanderen 202 inwoners/ km²
10) Namen 125 inwoners/km²
11) Luxemburg 58 inwoners/km²
Indien deze stelling zou kloppen zoude de top vijf dus gevormd moeten worden door de Nederlandstalige provincies. Toch zien we tussen de eerste vijf entiteiten het Brussels Gewest en Henegouwen staan. Omgekeerd zien we bij entiteiten zes tot elf - die dus allemaal Franstalig zouden moeten zijn de provincies Limburg en West-Vlaanderen. De bevolkingsdichtheid van Antwerpen is bijna 3 maal zo groot als die van West-Vlaanderen, terwijl de bevolkingsdichtheid van Limburg, Henegouwen en Waals-Brabant ongeveer gelijk is. Luxemburg, een rurale en dunbevolkte provincie telt bijna drie maal minder inwoners dan Namen. Deze laatste provincie is echter minder dichtbevolkt dan West-Vlaanderen, dat dan weer in bevolkingsdichtheid moet onderdoen voor Luik. Kortom, bovenstaande stelling kan zeer makkelijk genuanceerd worden door de verschillen tussen de provincies aan te halen.
2. INKOMEN EN WELSTAND
Het rijke Vlaanderen versus het arme Wallonië, het is een sterke mythe. In het geheel bezien is het Noorden met haar zee- en luchthavens en verkeersknooppunten inderdaad relatief gezien rijker dan het zuiden. Maar bekijken we de inkomenscijfers per provincie verkrijgen we al een ander beeld die andere, meer significante verschillen aantonen.
INKOMENSCIJFERS (bron NIS, aanslagjaar 2003, cijfers in euro):
1) Provincie Waals-Brabant 29.669
2) Provincie Vlaams-Brabant 29.509
3) Provincie Oost-Vlaanderen 25.353
4) Provincie Antwerpen 25.204
5) Provincie West-Vlaanderen 24.298
6) Brussels Hoofdstedelijk Gewest 23.892
7) Provincie Namen 23.778
8) Provincie Limburg 23.536
9) Provincie Luik 23.379
10) Provincie Luxemburg 22.745
11) Provincie Henegouwen 21.404
De rijkste provincie -Waals-Brabant- van het land ligt dus niet in het Noorden. Het gemiddeld Naams inkomen bedraagt ligt 2000 euro hoger dan het gemiddeld Henegouws inkomen en overstijgt het gemiddeld Limburgse inkomen. De zones die in inkomen te onderscheiden vallen zijn allerminst taalgebonden. De hoogste inkomenszones (26.000 euro) liggen in de provincies Vlaams- en Waals-Brabant (Nederlands- en Franstalig). De zones met een relatief hoog inkomen (2500026.000 euro) worden dan wel gevormd door twee Nederlandstalige provincies (Antwerpen en Oost-Vlaanderen), maar de grootste zone, die van de gemiddelde inkomens (2300024.000 euro) is niet taalhomogeen. Zij omvat weliswaar de provincies Luik en Namen, maar ook West-Vlaanderen (dat iets boven deze bovengrens ligt), Limburg en het tweetalig Brussels Gewest. Enkel Luxemburg en Henegouwen scoren lager dan 23.000 euro/jaar per inwoner, wegens respectievelijk agrarisch en gezien de financiële crisis die nog steeds aansleept na het sluiten van de mijnen. Berekenen we dan toch de verschillen in inkomen tussen het Noorden (Vlaams en Brussels Gewest) en het Zuiden enerzijds, komen we aan de volgende cijfers:
1) Inkomen Noorden (gemiddelde per provincie of Gewest): 25298 euro
2) Inkomen Zuiden (gemiddeld per provincie): 24195 euro
In deze ongenuanceerde berekening bedraagt het verschil dus 1103 euro.
Maar laten we eens twee andere, willekeurige entiteiten vergelijken: Oost-, West en Centraal-België. Het Westen wordt dan gevormd door de provincies Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Henegouwen. Het Centrum door Antwerpen, Brabant, en Namen, het Oosten door Luik, Luxemburg en Limburg.
Dat levert de volgende cijfers op:
1) Inkomen Westen (gemiddelde per provincie): 23685 euro
2) Inkomen Centrum (gemiddelde per provincie of Gewest): 26695 euro
3) Inkomen Oosten (gemiddelde per provincie): 23220 euro
Met andere woorden, het verschil in inkomen in Centraal-België waar 45% van de Belgishe bevolking woont en het Westen (of het Oosten) van ons land ligt bedraagt méér dan 3000 euro, dat is meer dan 2000 euro HOGER dan het inkomensverschil tussen het "Vlaanderen en Wallonië" (!). Het is dus, wat inkomens betreft, niet de Vlaamse Gemeenschap die inkomensgewijs het meest welvarende is, maar wel de as Antwerpen-Brabant-Namen.
3. WERKLOOSHEIDSGRAAD
Hoe zit het eigenlijk met de werkloosheidscijfers? Is het Zuiden werkelijk zo'n homogeen blok? Laten we het provincie per provincie bekijken.
WERKLOOSHEIDSCIJFERS bron NIS/studiecel Limburg, 2002/3, cijfers aantal werklozen in verhouding tot het totaal aantal Belgische werklozen/beroepsactieven t.t.z. bevolking 16-64):
(het eerste cijfer geeft het aandeel werklozen in verh. tot het totaal aantal werklozen in België aan)
Zware werkloosheid (tussen 10 en 15%):
1) Henegouwen (22%)/ 85457 werklozen/579195 beroepsactieven=14.7%
2) Brussels Gewest (15%)/58611 werklozen/500.000 beroepsactieven=11.7%
3) Luik (15%)/58495 werklozen/559440 beroepsactieven=10.4%
Gemiddelde werkloosheid (tussen 5 en 10%):
4) Namen (12%)/22839 werklozen/232876 beroepsactieven=9.8%
5) Waals-Brabant (3%)/ 11704 werklozen/200585 beroepsactieven=5.8%
6) Luxemburg (2%)/ 7809 werklozen/138834 beroepsactieven=5.6%
Lage werkloosheid (tussen 4 en 5%):
7) Limburg (6.1%)/ 23879 werklozen/492321 beroepsactieven =4.8% van het aantal beroepsactieven
8) Antwerpen (11.3%)/44297/942.000 beroepsactieven=4.7%
9) Oost-Vlaanderen (8.8%)/34401 werklozen/774480 beroepsactieven=4.4%
Zeer lage werkloosheid (lager dan 4%):
10) Vlaams-Brabant (4.7%)/ 18553 werklozen/468000 beroepsactieven=3.9%
11) West-Vlaanderen (5.9%): 23047 werklozen/615000 beroepsactieven=3.7%
Hoewel de hoogste werkloosheidcijfers zich situeren in het Zuiden, heeft dit niets te maken met profitariaat. De zwaarst geteisterde gebieden zijn die waar eens de steenkool- en ijzerertsnijverheidbloeide. Vandaag stijgen daar de werkloosheidscijfers uit boven de 10% (Luik/Henegouwen).
Heel wat beter is het gesteld met de provincies Waals-Brabant en Luxemburg, waar de werkloosheid
ongeveer 2 maal zo laag is dan het gemiddelde van de twee provincies die er het ergste aan toe zijn.
Bovendien is de werkloosheidsgraad in deze twee provincies maar 1% (of minder) groter dan in 66% van
de noordelijke provincies (Antwerpen, Oost-Vlaanderen, Limburg). Namen zwalpt tussen de twee. Het best
eraan toe zijn West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant, terwijl er in Brussel een werkloosheidsgraad die
twee maal hoger is dan in Vlaams-Brabant. Overigens zijn zelfs de 'armste' Belgische gebieden -
Henegouwen en in mindere mate Luik- er niet zo erg aan toe als de oude DDR waar de werkloosheid in
bepaalde gebieden tot 25% oploopt. Kenmerkend voor de onzin van deze hele verschiltheorie is dat volgens
de separatistische logica de grootste "profiteurs" zouden wonen... in de Vlaamse hoofdstad.
Hieronder kan u enkele van de brieven van onze studiedienst die de afgelopen maand in kranten verschenen consulteren.
MC KINSEY
Lezer Bernhard De Muynck is verontwaardigd dat topman De Bode bij Mc Kinsey 'ontslag heeft moeten nemen'. Allereerst: De Bode heeft zelf ontslag genomen.
Ten tweede: De Bode heeft een Manifest ondertekend waarin epleit wordt voor een zelfstandig Vlaanderen. Dat is natuurlijk zijn goed recht.
Met het Manifest van de zgn. "Warandegroep" echter zet De Bode zich op één lijn met het asociale Vlaams-nationalisme en poogt hij een deftig cachet te geven aan het racistische en intolerante ideeëngoed van het Vlaams Belang (het Noorden van België van het Zuiden afscheuren om nog rijker te worden).
Hoe hij deze stellingname wil verzoenen met een toppositie binnen een bedrijf met klanten over de Benelux is niet duidelijk. Of zou De Bode zijn bedrijf ook willen opsplitsen in een Nederlandse, Friese, Duitstalige, Vlaamse, Waalse, Letzebuergische enz. vleugel?
Ten derde: het zijn niet de Vlaams-nationalisten die vandaag gediscrimineerd worden. Integendeel, het zijn
de Belgischgezinden - de uniefederalisten en de unitaristen meerbepaald - die volkomen uit de (audiovisuele)
media geweerd worden. Separatisme of confederalisme bezorgt je een vrijgeleide op elk televisie- of radiostation.
Een kritische blik, een dissidente stem en je bent al gauw in de ban van het Vlaams- en
francofoon-nationalistisch establishment geslagen.
(In ingekorte versie gepubliceerd in DE STANDAARD van 13.12.05)
GROOTSTE BELG
Verwonderlijk, het opiniestuk van de Heer Baeten, voorzitter van het Ijzerbedevaartcomité
(DS 22.11). Decennia geleden heeft men de Belgische media gescheiden en nu schrijft de Heer
Baeten dat ze "niet eens in staat zijn" de grootste Belg samen te verkiezen.
Drong de Vlaamse Beweging dan niet zelf aan op een splitsing van de Belgische media? De waarheid is
dat de Belgen niet samen de grootste Belg mochten verkiezen.
Er staat in de opdrachtsverklaring van de VRT dat de zender de Vlaamse identiteit dient te ontwikkelen.
En hoe dit beter doen dan, zoals het een openbare zender in een confederatie past, de grootste Belg autonoom
te kiezen? De Heer Baeten kaart ook de verschillen aan tussen de lijsten van de VRT en van de RTBF.
Uiteraard zijn er verschillen, het ging dan ook om twee aparte verkiezingen. Net zoals de Limburgers andere kandidaten naar voren zullen schuiven dan de Antwerpenaren. Of stemt iedere Vlaamse gemeente en provincie in gelijke mate voor dezelfde partij tijdens de "echte" verkiezingen?
Wanneer onze verledens uiteenlopen, hebben we geen gemeenschappelijke toekomst, zegt de schrijver tot slot. Het noorden en het zuiden van België liggen reeds 600 jaar in één politiek-economische ruimte. De enige uitzondering daarop was het-tweetalige- vorstendom Loon (Luik en Limburg). Waar is dan dat uniek Vlaams, of Waals, verleden?
Tot slot nog deze bedenking: zouden de uitslagen voor de verkiezing van grootste Europeaan niet in elk land een andere uitslag opleveren? Heeft de Europese Unie dan geen gemeenschappelijke toekomst? Tegenstrevers zullen zeggen dat de EU "geen staat is". Ze vergeten wel dat 60% van onze wetgeving Europees is en dat belangrijke bevoegdheden zoals landbouw of milieu grotendeels op Europees niveau uitgeoefend worden.
(In ingekorte versie gepubliceerd in DE STANDAARD van 23.12.05)
Letterlijk en figuurlijk staat Frankrijk in vuur en vlam. In de voorsteden en -zo blijkt nu ook- in het centrum van Parijs woedt de stadsguerilla. In Evreux (Normandië), Rijsel en Roubaix maar ook in Nice, Avignon en Toulouse -kortom van Noord tot Zuid- worden auto's, winkelcentra, scholen enz. in brand gestoken.
Waarom is het nu zover kunnen komen? Hier bestaat geen eenduidig antwoord op. De Franse overheid heeft, zo blijkt nu, veel te lang de situatie in de voorsteden verwaarloosd. Er zijn ware ghetto's ontstaan die een broeihaard vormen van ongenoegen en, dus, van potentieel extremisme. Het betreft hier geen falen van de "multiculturele samenleving", oals sommigen beweren, maar wel een redeloze guerilla van ongeschoolde jongeren tegen orde en gezag. Het zijn zij die een smet werpen op hun - van oorsprong allochtone- bevolkingsgroepen. Het is de spreekwoordelijke minderheid die de meerderheid te schande maakt. In plaats van de werkloosheid, de behuizing, de criminaliteit, de armoede, de extremistische ideeën... aan te pakken hebben de Fransen niets gedaan, buiten het verhogen van hun politiemacht. Dit totaal gebrek aan strategisch doorzicht wordt nu zwaar betaald. Om potentiële broeihaarden van geweld te ontmijnen volstaat het niet om een politiemacht en haar veelvuldige controles te verhogen, men moet ook de oorzaken van het ongenoegen wegnemen.
Niet alleen in haar preventieve politiek echter, maar ook in haar aanpak van de situatie faalt de Franse staat. Het leger wordt niet ingezet tegen de guerilla-strijders en de grote politiemacht blijkt niet in staat om het geweld te stoppen. Het is niet de eerste keer in de Franse geschiedenis dat iets gelijkaardigs zich voordoet: 1789 (Franse revolutie en omverwerping monarchie), 1848 (omverwerping herstelde monarchie door republikeinse staatsgreep), 1870 (linkse Commune-opstand na verloren oorlog tegen Pruisen), 1968 (meirevolte van de studenten) en ook in de laatste jaren waren er geregeld gewelddadige onlusten.
Is de republiek wel zo'n goede staatsvorm? Stabiel is het anders niet, Frankrijk heeft er al vijf (!) versleten en nog is er geen interne stabiliteit. België, met zijn grondwettelijke monarchie is daarentegen altijd een democratie gebleven, los van de ondemocratische aspecten die de (con)federalisering vanaf 1970 heeft meegebracht buiten beschouwing gelaten. De meest stabiele en rijkste landen zijn vandaag overigens constitutionele monarchieën: Nederland, Luxemburg, Noorwegen, Zweden, Denemarken, Japan, Australië... De revoluties die koninkrijken of keizerrijken vervingen door republieken, hadden altijd chaos en dictatuur in hun kielzog (Rusland, Oost-Europa, Spanje en Portugal, China, Iran...).
Het verklaart natuurlijk niet alles, maar toch. Dit gezegd zijnde toont wat er vandaag in Frankrijk
gebeurt nog maar eens aan hoe de "samenwerking" tussen fundamentalisten, racisten (die niets
liever willen dan rellen) en slecht bestuur een staat ten gronde kunnen richten. Wie zegde ook weer dat
in West-Europa burgeroorlogen onmogelijk waren...?
Inleiding
In een vorig artikel bespraken we de evolutie in vertoog van 1830 tot heden. Dat België van een unitaire Staat kon omgevormd worden tot een soort hybride Statenbond kon enkel gebeuren door een verschuiving in gangbaar discours. Flamingantisme [1] en Belgisch-nationalisme liepen tot 1914 parallel, en begonnen sedertdien te divergeren. Het francofoon en het Waals-nationalisme voedden deze beweging. Na 1960 werd die tendens zeer ostentatief, waardoor de idee van de kunstmatige tweeledigheid van België overging van een gedachte naar een politieke realiteit [2]. Zoals eerder aangehaald ondersteunen enkel theoretische denkbeelden het huidige gangbare politieke gedachtengoed: de verschiltheorie ( cultureel en socio-economisch ), de bipolaire theorie (België samengesteld uit slechts een "Vlaanderen" en een "Wallonië"), de theorie der cultuurhomogene staten (taalgrens moet staatsgrens worden) en, tenslotte, de soevereiniteitsidee (de staat of deelstaat primeert boven de burgers). In dit artikel wordt de verschiltheorie nader bekeken, en dan meer specifiek in haar toepassing op het Belgische politieke model.
Het verschil als politiek criterium
De mens vertoont van nature de inherente tweeledigheid. Enerzijds is er een enorme verbondenheid tussen alle aardbewoners. Omdat we allen leden zijn van het menselijk ras, beschikt ieder van ons over een weet-, leed-, vergeet-, en vergevingsvermogen. De meest nobele menselijke deugden vloeien voort uit het feit dat we in het lijden van de andere, ook al is hij een onbekende, ons eigen lijden kunnen (h)erkennen. De notie van een monotheïstisch Godsgeloof geeft bovendien een, terechte, spirituele dimensie aan dit alles. Omdat God de bron van ultieme barmhartigheid is, vinden velen in Hem de kracht om hun kleine menszijn in grote menselijkheid om te zetten [3]. Anderzijds is de mens onherroepelijk gebonden aan een groep, of hij het nu wil of niet. Religie, moedertaal, etnie, ras... zijn onontkoombare persoonsgebonden criteria . Hier rijst meteen de dramatische dychotomie: hoewel we allemaal weten dat we mensen zijn, zien we vaak in de eerste plaats aan onze horizon enkel de groep waartoe we zelf behoren of deel van wensen uit te maken.
En omdat nu eenmaal slechts een infiem deel van de mensen over de persoonlijke grootsheid beschikt om zich als kosmopoliet te gedragen – dit is in het respect van zijn eigenheid geen beroep doen op politieke agitatiemiddelen om zijn "stamverband" te verdedigen [4] – kan nationalisme bestaan. Positief gezien immers houdt nationalisme de identificatie met een grotere groep lotsgenoten in, negatief betreft zij de ontkenning en verwerping van hetgeen anders is [5]. Deze twee noties zijn voor elk nationalisme onverbrekelijk verbonden. Het on-eigene (bijvoorbeeld: een andere taalgroep) wordt op die manier bekeken dat het het eigene verheft. Een goed nationalist verheft zichzelf door de vernedering van de anderen. De Noord-Italiaan kan zijn identiteit halen uit de "vaststelling" dat de Italianen bezuiden Rome dieven en parvenus zijn. De Fransman kan zijn volksgeest trachten te gronden in de zogenaamde wetenschap dat zijn cultuur briljant of superieur is (positieve identificatie), maar ook dat de vruchten van het Duits, Brits enz. patrimonium inferieur zijn (negatieve identificatie). Cruciaal is te weten dat men pas van nationalistische activiteit kan spreken wanneer verschillen tussen groepen van mensen een politiek identificatie- en/of scheidingscriterium worden. Dat wil zeggen wanneer men omwille van een eigenschap van de ene groep (Serviërs zijn orthodox) eigen prerogatieven (parlementen, partijen, vakbonden, territorium...) gaat eisen die men aan de andere groep (katholieke Kroaten) ontkent. In die zin is de nationalistische politieke agitatie de materiële vertaling van de geestelijke opvatting die men heeft over het zelfbeeld van zijn groep.
De Belgische situatie
Vele mensen hebben nood aan een simpele, voor de hand liggende, identificatiedrang en aan verbondenheid . Geen andere ideologie dan het nationalisme kan hem die zo snel en zo eenvoudig geven. Hierbij valt de bedenking te maken of in de toekomst mensen zich niet veel meer verbonden zullen voelen met andere entiteiten of bevolkingsgroepen dan de eigen, net omdat de snelle verspreiding van informatie (electronica) geestelijk gezien de landsgrenzen, de taalgrenzen, de religieuze grenzen enz. kan doen vervagen. Maar vooralsnog is er een sterke identificatie met de eigen groep als dominante factor. Hoewel nationalisme de laatste 200 jaar een determinerende kracht in de wereldgeschiedenis is, is in België toch iets vreemds vast te stellen. Het nationalistisch probleem in België is een zuiver politiek probleem, dat geen of nauwelijks een maatschappelijk draagvlak heeft. De eis tot het opdoeken van de Belgische staat is geen wens van de bevolking, wel van de politieke klasse. Het is geen realiteit, maar wel een politieke realiteit.
Overigens was er in Tsjechoslovakije in 1992 volgens peilingen ook maar 13% voor een splitsing. De Joegoslavische burgeroorlog werd eveneens veroorzaakt door kleine facties, niet door de meerderheid van de bevolking.
Hierboven definieerden we het verschil als een politiek criterium. Dit valt niet mis te verstaan. Indien politici "vaststellen" dat ze van mekaar verschillen en dat die verschillen bepaald worden door geografische gebondenheid, spreken we van een politiek scheidingscriterium in een politieke realiteit [6].
Het probleem is misschien meer nog de structurele dynamiek die politici veroorzaken [7]. Voor de oorlog pleitten in Joegoslavië Servische en Kroatische nationalisten voor meer "responsabilisering", "autonomie", "homogene bevoegdheidspaketten" [8]. In België ligt een splitsing van de sociale zekerheid in de (perverse) logica van de staatshervormingen. Zwitserland kan, daarentegen, door haar indeling, makkelijker aan centrifugale krachten weerstaan. Het samenspel van een beroep op identificatiedrang , van schijnbaar logische denkbeelden ("Vlamingen spreken dezelfde taal, dus ze moeten een eigen parlement hebben", "beter bestuur ligt dichter bij de burger dus bij de gewesten"), van structurele grondbeginselen (indeling van een staat in taalgebieden met eigen organen) maken de opkomst en het doorlopend succes van nationalisme veel makkelijker. Dan zwijgen we nog over totale controle over instrumenten die de publieke opinie dicteren (media). Er is ook nog de groepsdruk . De meeste Belgen zijn geen separatist. Maar tien separatisten kunnen 90 anderen beïnvloeden door zich te beroepen op onaanvechtbare waarheden . Inderdaad, we spreken "allemaal" Nederlands ( een bestendig criterium waarmee het moeiteloos is om zich te zich te identificeren ). Als die onbetwistbare "waarheid" echter geruisloos een politiek scheidingscriterium wordt is het kwaad al geschied.
Aanvang van de verschiltheorie
De nationalistische samenleving begint niet wanneer men verschillen vaststelt. Ze begint zelfs niet wanneer men deze verschillen identificeert met een territorium. Ze vangt aan wanneer men de sociale, economische, culturele, maar bovenal politiek structuur van territorium alfa zo divergerend vindt van die van territorium beta dat daarom de twee entiteiten anders behandeld moeten worden.
Men mag in dit alles nooit vergeten dat elke ideologie als doel heeft de anderen te marginaliseren, te overwinnen. Bij verkiezingen accepteert men het bestaan van anderen. Liberalen hebben nood aan debat met socialisten, ecologisten etc om zelf te kunnen bestaan, om zichzelf te definiëren en te positioneren. Maar nationalisten beroepen zich op het gezag van iets ondefinieerbaar, het eigene, het niet-andere, niet alleen om de anderen te overwinnen bij verkiezingen maar om uiteindelijk alle andere ideologieën zoniet te vernietigen (Hitler, Mussolini...), dan wel ondergeschikt te maken aan hun eigen ideologie. Dat is wat in België met de splitsing der partijen gebeurd is. En welke Fransman zal openlijk betwisten dat Frankrijk belangrijker is dan rechtvaardigheid of wereldvrede? Dat geeft de schijn je eigen "familie" een dolkstoot te geven, psyschologisch toch, en wordt dus niet gedaan.
Een perspectiefverschuiving
Uit de nationalistische verschiltheorie vloeit overigens ook een perspectiefverschuiving voort. Mensen doden, roven, begaan gruweldaden in naam van hun natie; ze kunnen het ongestraft doen. De natie wordt hier gebruikt in de zin van een territoriale eenheid die alle zogenaamde gelijkenissen bundelt. Een misdadiger op persoonlijk niveau niet, want er is de wet. Maar er is geen wereldrechtsorde. Deze wettiging van het onwettelijke is een dieperliggende drijfveer achter het succes van nationalisme. Pleit een politicus voor het splitsen van de sociale zekerheid tussen de provincies, lacht iedereen hem uit, is hij een machtswellusteling en een egoïst. Indien hij pleit voor een communautarisering ervan, is hij een eerbaar man. Vergelijk dit met wat men zegt "wie een brood steelt is een dief, wie miljoenen rooft, een Koning". Politici kunnen hierdoor makkelijk hun geweten witwassen. Wanneer bijvoorbeeld wapenhandel geregionaliseerd wordt, hoeven Nederlandstalige politici zich niet langer verantwoordelijk te voelen voor de export van Waalse wapens. Wanneer de sociale verzekering gesplitst wordt, volgt hieruit een sociale catastrofe in het Zuiden, maar wordt het Noorden nog rijker. Als een misdrijf zo groot wordt dat hij hele bevolkingsgroepen omvat is hij blijkbaar makkelijker om te begaan [9].
Subtheorie 1: Culturele verschillen
De eerste component van de verschiltheorie is zuiver cultureel, maar – als dusdanig – niettemin drager van de rest van het hele nationalistische gedachtengoed. Bondig gezegd gaat ze er van uit dat (mentaliteits)verschillen tussen bevolkingsgroepen, of tussen hun politieke leiders zo groot zijn dat ze niet meer binnen één staat kunnen samenleven of –besturen.
Deze theorie blinkt uit door haar grotesk simplisme. Ze verdeelt de staat, in casu België, in twee onderscheiden – zogenaamd "natuurlijke"- delen: "Vlaanderen"/"Wallonië". Alle andere verschillen in de maatschappij en in de staatsstructuur worden hier door nationalisten aan ondergeschikt gemaakt:
a) België bestaat namelijk Grondwettelijk uit drie Gewesten en drie Gemeenschappen, uit 10 provincies en uit een paar honderden steden. Tussen al deze entiteiten bestaan verschillen, toch wordt hier nooit over gesproken.
b) Er zijn overal in de maatschappij verschillen . Tussen stad en platteland, binnen taalgebieden, tussen mannen en vrouwen, ouderen en jongeren, arbeiders en werklozen, liberalen en socialisten enz. Ook hier wordt nooit naar verwezen.
c) Ook al zouden de verschillen tussen het Noorden en het Zuiden van België zo groot zijn als sommigen beweren , dan nog vormt dit geen reden tot splitsing. Integendeel, hoe groter de verschillen zijn, hoe méér (structurele) solidariteit er moet zijn, ten einde overal in het land voor minder sociale achterstand, minder armoede, meer rechtvaardigheid enz. te zorgen.
d) De Europese Unie is net opgericht, de Benelux overigens ook, omdat men verschillende staten wil harmoniseren, van Griekenland tot Duitsland [10]. Als verschillen een reden zijn tot splitsing, moeten we onmiddellijk de EU en de Verenigde Naties opdoeken.
e) Democratie heeft nood aan verschillen . Onoverbrugbare verschillen bestaan niet in een democratie. Enkel totalitaire staten weigeren in democratische nationale of federale parlementen om te gaan met verschillen. Door haar afwijzen van de dialoog in meertalige organen is het nationalisme in België fundamenteel anti-democratisch.
Dit reductionistisch onderscheid (alles wordt herleid tot taalverschillen) is volslagen irrationeel. Het verwaarloost de andere, vaak rijkere culturele verschillen. De steeds meer verweven samenlevingen binnen en tussen staten zijn net een vertrekpunt voor een kosmopolitisme dat de individuele vrijheid bevestigt. Montesquieu zegde dit reeds twee eeuwen geleden [11]. Willen we elkaar als mensen leren kennen, en niet alleen als leden van een taalgroep, moeten we minstens bereid zijn binnen een cultureel gedifferentieerde staat samen te leven. Taalverschillen vormen trouwens slechts een onderdeel van een uitermate complex sociologisch raderwerk.
Taalgebieden en cultuur vertonen maar een bijzonder relatieve congruentie. Cultuur vormt een grote pyramide met aan de top de menselijke beschavingscultuur die zich vertakt in een eindeloos gamma van subculturen, zoals de Europese, maar ook bijv. de Brabantse en de Limburgse. In elke (sub)cultuur zijn er bovendien dan nog eens evenwijdige en vervlochten strata in bepaalde sectoren, zoals de bedrijfscultuur of literatuur. Nationalisten gronden echter het totale politieke besluitvormingsproces op één deelaspect van een subcultuur, zoals taal. Dit denken vertaalt zich anamorf in de politieke besluitvormingsstructuren en in het gangbaar vertoog. Men beschouwt verschillen tussen willekeurige gebieden, zoals stad en platteland of tussen vermengde bevolkingsgroepen zoals mannen en vrouwen niet als een potentiële splijtzwam. De taalgebieden waarover men het wél heeft, zijn echter geen dragers van economie of van andere ontalige bevoegdheden. Gewesten ontlenen dus, paradoxaal genoeg, hun macht aan een criterium waarmee de bevoegdheden die ze dragen geen voeling hebben. Bovendien is de creatie van het Brussels, tweetalig Gewest en van de federale regering het levende bewijs van het feit dat de staatshervorming door haar inwerkingtreding al haar foutief paradigma (indeling in taalgebieden) toegaf. De Belgische (con)federalisten vinden echter een werkloze uit bijvoorbeeld La Louvière niet te vergelijken met een werkloze uit pakweg Roeselare. Is een Antwerpse havenarbeider dan beter te vergelijken met een werkloze in Hasselt?
Subtheorie 2: Socio-economische verschillen ("transfertheorie")
De tweede subtheorie van de verschiltheorie breidt het culturele uit naar het sociaal-economische. In de zogenaamd tweeledige economische ruimte ontwikkelen zich, parallel met de mentaliteitsverschillen twee volledig verschillende maatschappijen met een fundamenteel andere economie. Deze economieën zijn, op zich beschouwd, homogeen en antagonistisch tegenover elkaar. De ene economie zuigt de andere uit.
Net als de eerste theorie is ook dit gedachtengoed ongelooflijk simplistisch en banaliserend. De hele samenleving, alle levende menselijke wezens worden omdat ze –zogezegd- fundamenteel cultureel verschillen in twee economische zones ingedeeld. De transfers vanuit het Vlaams Gewest naar het Zuiden zouden zo groot zijn dat ze neerkomen op een financiële plundering. Cynisch vermeldt men erbij dat ook "het Zuiden beter wordt van een regionalisering". Alsof een drenkeling moet toegeroepen worden dat hij nu maar zwemles moet nemen... Enkele bedenkingen hierbij:
a) De transfers zijn niet zo groot , in Duitsland zijn ze drie keer zo groot (transfers van W-Duitsland naar ex-DDR, studie VBO).
b) er zijn ook enorme transfers van het Vlaams Gewest naar het Brussels Gewest (50% in de sociale zekerheid, studie KBC [12]). En hoort Brussel niet bij Vlaanderen volgens separatisten?
c) er zijn overal en in alle landen transfers . Van Ile de France naar de Provence, van Noord-Italië naar het armere Zuiden, binnen de EU etc.
d) Er zijn ook binnen het Vlaams Gewest transfers , van Antwerpen naar de armere Westhoek bijvoorbeeld. Moet Antwerpen nu ook de solidariteit opschorten? En wat met transfers van mannen naar vrouwen, van jongeren naar gepensioneerden enz.? Er is bovendien een terugverdieneffect. Hoe beter het gaat met het Zuiden, hoe meer het Noorden van België een afzetmarkt vinden kan voor haar goederen. Vandaag gaat er veel geld van Zuid naar Noord (toeristische uitgaven o.a.).
e) het Belgisch federalisme maakt het bijna onmogelijk om structureel solidair te zijn . Er zijn zoveel bevoegdheden overgeheveld dat het federaal niveau het geld niet zelf over heel België kan verdelen. Omdat de partijen gesplitst zijn en omdat er geen nationale kieskring is kunnen kiezers uit één Gewest bovendien geen anderstalige politici ivm transfers ter verantwoording roepen. Er is dus nood aan meer samenhang en eenheid, niet minder.
f) Ook al zouden de transfers hoog zijn is dit geen reden om ze af te schaffen. Hoe meer ongelijkheid er immers is, hoe méér solidariteit er moet bestaan, teneinde overal welvaart voor élke Belg te verzekeren.
Besluit: De verschiltheorie, succes en zwakte
De probleemstelling in bovenstaand artikel was hoe de verschiltheorie te omschrijven, begrijpen en, vervolgens, te ontkrachten. Nationalistische leiders hebben doorheen de eeuwen met de simplistische verschiltheorie gezwaaid om aardse rijkdommen op te eisen. De essentie immers van hun politiek machtsstreven is het afbakenen van territorium en alles wat er op, onder en boven dat grondgebied [13] ligt. Dat hiervoor theorieên nodig waren en zijn vloeit voort uit het feit dat sedert het einde van de Middeleeuwen de maatschappelijke structuren steeds ingewikkelder werden en er nood was aan simpele beeldvorming om complexe maatschappijen voor de massa begrijpbaar te maken. De paradox is duidelijk.
Merkwaardig genoeg is de theorie de laatste decennia veelal slechts succesvol als het gaat om het overtuigen van de politieke klasse zelf, niet zozeer van de bevolking [14]. In West-Europa is (in theorie) na 1945 het nationalisme als staatspolitiek opgegeven. Gematigde Joegoslaven en Tsjechoslovaken werden echter nationalistische Servische en Tsjechische politici onder druk van kleine fracties. Traditionele Belgische partijen bogen – ook ter wille van financiële (belastingsverlaging door meer autonomie voor het rijkere Noorden) of structurele voordelen (vier ministeries in plaats van één)- voor de verschiltheorie van de VU, het FDF, het RW... Sommige van deze partijen behaalden electoraal succes toen er nog echte problemen bestonden, zoals het vastleggen van de taalgrens in België (tot de jaren 60 van de 20 ste eeuw). Naarmate hun electoraat afstierf, nam echter hun politiek gewicht meer en meer toe, in die mate dat elke partij die vandaag in het Belgisch Parlement ( a fortiori in de deelparlementen) zetelt als nationalistisch kan omschreven worden.
De zwakte van deze hele theorie is dat ze indruist tegen de verdraagzaamheid van de menselijke natuur zelf, tegen het universalisme dat elk rationeel denkend wezen aanvaardt en, tenslotte, tegen de historische vervlechting van onze streken, die nooit op taalbasis is gebeurd. Vooralsnog moeten we leven met een binaire, antifederale structuur, de organische vertaling van de verschiltheorie: het Belgische schijnfederalisme.
[1]De term flamingantisme verschilt fundamenteel van Vlaams-nationalisme. Enkel de tweede term houdt expliciet het streven in naar een autonome of zelfs soevereine staat.
[2]De staatshervormingen van 1970, 1980, 1988, 1993, 2001, 2003 (defederalisering wapenhandel) tonen aan hoe het politiek besluitvormingsproces steeds volgt op een geestelijke omwenteling, met name diegene die we in het vorige artikel bespraken (samenspel Vlaams- en Waals-nationalisme vanaf 1918 en verlies Belgische kolonie en mandaatgebieden, economische instorting grote delen van het Zuiden, recuperatie beweging '68 door nationalisten vormde de aanzet tot de intrede van het Belgisch politiek leven in het nationalistisch vertoog).
[3] Terecht rijst hier meteen de vraag : Wat dan met atheïsten? Dostojewski meende dat "zonder God alles waardeloos was". Toch zijn ook mensen die niet geloven in God tot goedheid in staat. Is God in hen aanwezig en beseffen zij dit niet?
[4] Concreet wil dit zeggen : zich Limburger, Vlaming, Belg, Europeaan voeren zonder hier exclusieve, soevereine politieke structuren aan te koppelen die een bovennationale rechtsorde in de weg staan. Met de beleving van groepsidentiteit is op zich niets mis, in zoverre dat ze niet leidt tot de eis op zelfbeschikking van contingente territoria die andere mensen uitsluiten.
[5] Positief en negatief betekenen hier niet 'goed' of 'slecht', maar worden slechts in de technische zin van het woord aangewend.
[6] Merk hierbij op dat bijna alle, buiten de meest fanatieke, nationalisten zeggen dat de reden tot een splitsing van België niet gaat om verschillen "tussen gewone mensen", maar wel om zogenaamd onoverbrugbare verschillen tussen "Vlaanderen" en "Wallonië". Op de vaststelling dat er ook verschillen zijn tussen jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, stad en platteland... kunnen zij nooit bevredigend antwoorden.
[7]Zie volgend artikel.
[8]Men leze De sloop van Joegoslavië van R. DETREZ
[9]Voor onmenselijke misdaden als de Holocaust haalt men soms de banaliseringstheorie boven: iedereen, zo zegt deze theorie, kan de eindverantwoordelijkheid van zich afschuiven want iedereen (van de opdrachtgever tot de kampbewaker) was slechts een radertje in het werk. Op die manier wordt de gruwel "onvermijdelijk". Echo's van dit denken vinden we in België wanneer journalisten, politicologen, opiniemakers... spreken over de "onvermijdelijkheid" van verdere staatshervormingen, bijvoorbeeld omdat het "in de logica van de gewijzigde staatsstructuur" ligt. Dat deze logica zélf fout is, daarover wordt geen debat gevoerd.
[10]Zie Art. 2 van het Verdrag van Rome (1957), de grondslag van de Europese Unie, dat oproept tot een socio-economische harmonisering tussen de lidstaten.
[11] C.LARRERE en F.WEIL, Oeuvres complètes de Montesquieu , t.2, Oxford, The Voltaire Foundation, 2000, chap.XVIII ( Pensée n° 318 ), p.360 : Les choses sont telles en Europe que tous les États dépendent les uns des autres. La France a besoin de l'opulence de la Pologne et le la Moscovie, comme la Guyenne a besoin de la Bretagne et la Bretagne, de l'Anjou. L'Europe est un État composé de plusieurs provinces .
[12]Rapport 2003.
[13] Men denke aan de problematiek der nachtvluchten of de vraag tot regionalisering van de Nationale Luchthaven.
[14] Begrip kan uiteraard wel worden opgebracht voor werkelijk onderdrukte bevolkingen, zoals in O-Timor, die nationalisme als een noodzakelijk kwaad gebruiken om van een bloedige verdrukker af te komen.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Geachte,
Sinds kort ben ook ik overtuigd lid van de Belgische unie, het enige volwaardige alternatief voor een betere samenleving. Ik richt me tot U in verband met de stigmatiserende uitlatingen over de Walen van de minister-president van de Vlaamse gemeenschap Yves Leterme in het VRT journaal van dinsdagavond 13 sept.
In de regio van Kortrijk zouden aan de Waalse kant 20% en aan de Vlaamse kant 6,5% Belgische werklozen zijn. De minister president verbaasde zich er over dat Vlaamse werkgevers hun vrijstaande vacatures steeds vaker zien ingevuld worden door Franse werkzoekende in plaats van door de Walen. Hij ging er gemakshalve dan maar voor gans televisiekijkend Vlaanderen van uit dat de Walen zich werkelijk geen enkele moeite willen getroosten. Naar een andere verklaring zoeken was waarschijnlijk te veel moeite voor dhr. Leterme, daarom heb ik het maar in zijn plaats gedaan. Inderdaad, de Fransen komen in de grensregio met België werken net zoals veel bouwbedrijven in België Polen, Roemenen of Litouwers tewerkstellen. Is dat dan omdat de Belgen hetzij Walen of Vlamingen te lui zijn om die vacatures in te vullen?
Ik ben eerder de mening toegedaan dat het onze uitstekende sociale voorzieningen zijn (misschien te uitstekend) die voorkomen dat Belgen voor een minderwaardig loon aan de slag gaan. Ik hoef er niemand op attent te maken dat deze sociale voorzieningen in de hierboven vermelde landen heel wat minder tot totaal ontoereikend zijn en zo kan het komen dat mensen uit die landen bereid zijn om met minder genoegen te nemen. Men mag ook niet uit het oog verliezen dat het voor de 6,5% Vlaamse werkelozen blijkbaar ook niet de moeite loont om voor een nochtans Vlaams bedrijf uit de directe omgeving aan de slag te gaan, ook zij verkiezen het om te blijven stempelen.
Vriendelijke groeten,
Filip Oosterlynck
De Duitse Kanselierskandidate A. Merkel (CDU) deed, enkele dagen geleden, een oproep tot solidariteit en eenheid tussen West-Duitsland en de ex-DDR. Dit punt is erg belangrijk voor de Duitse Christen-democraten. Bij ons gebeurt het tegendeel. Traditionele politici, langs beide zijden van de taalgrens willen de nationale en interpersonele afbouwen. Het is wenselijk, zeggen ze, om deze te vervangen door een solidariteit tussen deelstaten. Dit vertoog is ook eigen aan CD&V, de "Vlaamse" evenknie van de Duitse CDU. In het Zuiden des lands worden andere, maar niettemin even onrustwekkende, zaken verteld. Het zogezegde "Marshall-plan voor Wallonië" legt een accent op de "Waalse geest" om de zogezegde "Waalse economie" te revitaliseren. De klemtoon wordt gelegd op het feit dat "de Walen geen Vlaams geld nodig hebben". Deze francofone, nationalistische retoriek schakelt zich als dusdanig in in de Vlaams-nationalistische denkpatronen. Deze zullen immers herhalen dat als "Wallonië" dan toch haar eigen economie nieuw leven kan inblazen, het meer bevoegdheden nodig heeft. En 'dus' moet het land (verder) gesplitst worden. Dit is een goed voorbeeld van hoe de nationalistische dialectiek werkt. Hoe meer men splitst, des te meer verschillen er zijn. En vice versa. Wat nu te denken van de "Noord-Zuid transfers" die voor de splitsers van België een institutionele "atoombom" zijn? Dat het Zuiden niettemin de belangrijkste afzetmarkt voor het Noorden is, schijnen ze te vergeten...
In alle landen bestaan er transfers. In Engeland zijn er geldstromen van Londen naar Wales, in Frankrijk van île de France (de regio rond Parijs) naar de Provence, in Italië van Milaan naar het armere Zuiden. In België bestaan er geldstromen tussen arm en rijk, jong en oud, universitairen en arbeiders,mannen en vrouwen, steden, provincies enz. Van het moment dat er een systeem bestaat van sociale zekerheid, ontstaan er transfers. Het is overigens niet omdat de geldstromen van het Noorden naar het Zuiden binnen België enorm zouden zijn (wat niet bewezen is), dat men het land moet splitsen. Integendeel. Indien de economische kloof tussen Noord en Zuid groot zou zijn, moet men nog méér solidariteit betonen teneinde de gelijkheid en het welzijn van iedere burger te garanderen. In Duitsland zijn er transfers die driemaal groter zijn tussen West en Oost dan de transfers binnen België en toch wil niemand het land daar om die reden splitsen. Indien het feit dat één regio rijker is dan de andere een splitsing rechtvaardigt, moet het rijkere Brabant dan ook geen staat worden? Moet Florida zich op die basis van de rest van de VSA afscheiden. Zouden zij die ervoor pleiten om de sociale zekerheid te splitsen dit ook doen, indien alle "Walen" Nederlands spraken? Wanneer taal trouwens de basis zou vormen van interpersonele solidariteit, moeten dan alle Europese landen opgeblazen worden? Er bestaat immers geen enkele Europese Staat op Portugal en Ijsland na- die taalkundig homogeen is. De gedachte aan zo'n Europa impliceert een terugkeer naar de Middeleeuwen...
Het systeem, zoals voorgesteld door nationalistische partijen aan beide zijden van de taalgrens vervangt interpersonele door tussenstaatse « solidariteit ». Dit is gevaarlijk en ondemocratisch. Vandaag geniet elke Belgische burger van een federale sociale zekerheid. In een confederaal systeem daarentegen wordt de zogezegde solidariteit tussen twee subnaties (Vlaanderen en Wallonië) onderhandeld. Deze onderhandelingen zullen resulteren in samenwerkingsakkoorden, tussen regeringen afgesloten. Wanneer één deelstaat van de confederatie niet wil plooien naar de wensen van de rijkere deelstaat, kan deze laatste unilateraal de solidariteitsbanden afbreken. Dit is een brutale chantage- en machtspolitiek. De burgers zullen niets meer te zeggen hebben in een onderhandelde Belgische "Staat". Zij zullen niet meer vertegenwoordigd worden door een rechtstreeks gekozen nationaal of federaal Parlement. En wat trouwens doen met Brussel, waar er twee Gemeenschappen zijn? Om hun nationalistische eisen niettemin een cachet van rechtvaardiging mee te geven zeggen Vlaamse autonomisten dat "Wallonië nooit met Vlaanderen solidair is geweest". Politici uit het Zuiden zullen dan weer, op hun beurt, het tegendeel beweren. In feite is dit allemaal niet belangrijk. De geschiedenis geeft enkel feiten, nooit argumenten. Het is niet omdat kleurlingen in Zuid-Afrika eertijds vernederd zijn dat ze zich vandaag moeten wreken. Het is niet omdat vrouwen gedurende 2000 jaar politieke rechten ontzegd zijn door mannen dat ze vandaag vrouwelijke partijen of staten moeten oprichten. Als dusdanig is het onlogisch om op basis van verleden feiten vandaag een Vlaamse, of Waalse, staat op te richten.
Natuurlijk is het Noorden rijker dan het Zuiden. Ze beschikt dankzij investeringen van de unitaire staat- over zee- en luchthavens, over economische groeipolen die het Zuiden niet of althans niet in een grote hoeveelheid heeft. Het Zuiden van België is over het algemeen meer ruraal van aard en vele streken hebben nog te kampen met de economische ramp die op het einde van de jaren 60 van de 20ste eeuw de zware industrie en de mijnen van de aardbodem geveegd heeft. België is niet het probleem. Het Belgisch systeem wel. Sedert de staatshervormingen van 1980 zijn drie Gewesten gecreeërd die, tijdens de laatste 25 jaar, meer en meer bevoegdheden naar zich toegetrokken hebben. Op te merken hierbij valt trouwens dat 50% van de transfers in de sociale zekerheid van het Vlaams Gewest naar het Brussels gaat (KBC-rapport 2003). Brussel dat, volgens Vlaams-nationalisten, deel uitmaakt van Vlaanderen. Meer en meer is de economische sector gefederaliseerd, hetgeen de kloof vergroot heeft, in plaats van haar te dichten. Dit was en is trouwens ook de wens van vele politici. Nochtans is er eenheid nodig om voor structurele hulp te kunnen zorgen. Tegelijkertijd heeft men ook het Belgisch politiek systeem uiteengerafeld. Niet alleen zijn de traditionele partijen gesplitst, het kiessysteem is volgens taalgroep ingericht (zie Senaat, Brusselse lijsten die niet tweetalig mogen zijn en bijzondere meerderheden in Parlement). Hoe kan de Nederlandstalige kiezer dan nog de Franstalige politicus voor gebeurlijke misbruiken afstraffen (en vice versa)? Er is zelfs geen nationale kieskring. Nationalisten zijn bekommerd om verschillen. Getuigen de provincies niet van een veel rijkere diversiteit dan de huidige Gewesten? Wil men ons doen geloven dat de economie stopt bij de taalgrens? Wanneer eentalige parlementen, partijen en organisaties toekomstgericht zouden zijn, hoe gaat men dan tegen mondiale (en dus meertalige problemen) strijden?
Sommige "gematigde" regionalisten zeggen dat ze voor een behoud zijn van de financiering van de sociale zekerheid op federaal niveau, maar (tegelijkertijd) de uitgaven wensen te communautariseren. "De Gemeenschappen", zo heet het, "moeten geresponsabiliseerd worden, teneinde niet in een consumptiefederalisme te vervallen". In Duitsland hebben de deelstaten zelfs geen euro fiscale autonomie... Bovendien, volgens hun eigen logica moeten bevoegdheidspaketten "homogeen" zijn. Waarom dan een gedeeltelijke splitsing?
De enige oplossing is een unitaire, Belgische Staat, gedecentraliseerd op basis van de negen provincies. Zodus kan de nationale regering kaderwetten uitvaardigen die de provincies uitvoeren. Zo handelend over het hele land, en niet alleen in het Noorden, zal de economie geharmoniseerd worden, zonder dat de lokale gevoeligheden door een blind centralisme vernietigd worden. Bovendien kan één regering in voorgesteld systeem waken over misbruiken (bijvoorbeeld: verspilling). Is het niet dat wat nationalisten vragen?
In België hebben we provincies. Waarom heeft men dan Gewesten geschapen? Om beter te besturen? Als het nationalisme dan zulk een briljante ideologie is, die tot een beter bestuur leidt door meer autonomie te geven aan gebieden, hoe verklaart men dan al de gewelddadige excessen ervan (gaande van WO I over WO II tot Joegsoslavië en Israël)? Hoe dan ook is geen enkel unitair of zelfs federaal land in de wereld uit twee delen-en-een-half samengesteld. Dit bipolair systeem is ondoorgrondelijk, kostelijk, antibelgisch en antisolidair. Bovendien is het nooit door de burger gewild. De Duitse Christen-democraten delen dezelfde kleur (oranje) met hun Vlaamse (of Waalse) geestesgenoten. Daar stopt elke gelijkenis. Dezelfde vaststelling kan gemaakt worden voor socialisten, liberalen, ecologisten enz. Wanneer in Europa meertalige partijen kunnen bestaan, hebben ze ook bestaansrecht in België. Het federale en herenigde Duitsland is amper 15 jaar oud. Zeggen dat België, 175 jaar oud en ouder dan Duitsland geen federale partijen kan verdragen is niet enkel fout. Het is, meer nog, een leugenachtige hypothese. De Duitse Christen-democraten hebben begrepen dat Christus verdraagzaamheid predikte, de Vlaamse en Waalse doen het liever met het oudtestamentische met "oog om oog, tand om tand"...
28-08-2005 Toespraak van de voorzitter van de Belgische Unie ter gelegenheid van de herdenking van de Stomme van Portici op het Muntplein
"Welkom
aan alle Belgen die vanavond gekomen zijn om het begin van de Belgische Revolutie te herdenken van 1830,
revolutie die op dit plein begon na de vertoning van de opera de Stomme van Portici in het Munttheater.
Deze revolutie was het gevolg van het feit dat de Hollanders, die België bestuurden, zich bijna alle voordelen toeeigenden terwijl de Belgen zich met de resten moesten tevreden stellen. De Belgische bevolking leed hieronder zoals ze reeds sinds eeuwen leed onder het gewicht van de buitenlandse bezetters. Er bestond een brede consensus onder de burgerbevolking, rijk en arm, om een einde te stellen aan de Hollandse onderdrukking, zoals ze reeds tijdelijk de Oostenrijkse bezetting had beëindigd twee generaties eerder in 1789.
België is geen geschiedkundig accident. Reeds op het einde van de Middeleeuwen vormden de Zuidelijke Nederlanden een min of meer compact geheel op sociaal-economisch en politiek vlak. De natiestaat van 1830 was zeker nog niet geboren, maar men kan zeggen dat België toen reeds bestond in een embryonaal stadium.
Vandaag herdenken wij de geboorte van onze Staat, de bevestiging van een lange historische evolutie. Wij mogen er fier op zijn want België is één van de oudste naties ter wereld die reeds beschikte over een zeer vooruitstrevende en moderne grondwet voor zijn tijd. Deze grondwet beschermde al de publieke vrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting, waarvan wij tot op vandaag genieten evenals onze tegenstanders overigens.
Op het einde van de 19de eeuw was ons land één van de meest geïndustrialiseerde gebieden ter wereld en stond het aan de top in verschillende industriële domeinen. In dezelfde periode werden er rechten verleend aan de Nederlandstaligen, zoals bijvoorbeeld het recht op rechtspraak in de Nederlandse taal. Het ging om één van de eerste taalwetten ter wereld, die reeds verder gingen dan de rechten die bijvoorbeeld vandaag zijn toegekend aan de Spaanstaligen in de Verenigde Staten.
De 20ste eeuw werd gekenmerkt door twee wereldoorlogen die het land ingrijpend hebben beïnvloed en veranderd. Maar België heeft ze overleefd en kende in de jaren 50 een economisch wonder waarvan het Atomium, gebouwd in 1958, het mooiste symbool is.
Na de jaren 60 heeft België een sociaal-economische en institutionele teruggang gekend die zich voortzet tot op vandaag, zelfs al kan het land zich nog altijd beroepen op een relatief sterke economie en een goede sociale zekerheid. Maar, de unitaire Staat werd omgevormd in een federaal en bipolair labyrint dat het voortbestaan zelf van het land ondermijnt. Vreemd genoeg heeft deze evolutie zich afgespeeld zonder de steun van de burgers, in tegenstelling tot de revolutie van 1830.
Zoals Zijne Majesteit de Koning het onderstreept heeft in zijn 21 juli-toespraak wil de grote meerderheid van de Belgen niet het einde van het land en betrouwbare opiniepeilingen tonen aan dat 40% van de Belgen voorstander zijn van het unitarisme, d.w.z. een België zonder gewesten en met één regering en één parlement, of minstens van het unie-federalisme, d.w.z. een België met meer bevoegdheden voor de federale staat. In beide systemen kunnen de provincies een cruciale rol spelen.
De B.U.B. is de enige partij van nationale eenheid die een politieke stem wil geven aan deze grote massa burgers die zich verloren en verlaten voelen in de federale Staat van vandaag, die getroffen wordt door onophoudelijke communautaire politieke twisten. Allen samen kunnen wij de uitdaging aangaan en alle Belgen verenigen teneinde onze toekomst op te bouwen in het kader van de Europese Unie.
Daarom zeg ik zoals de revolutionairen in 1830: Leve de Vrijheid, leve België !
(klik om te vergroten)
|
|
|
|
|
|
22-08-2005 Brussels gijzeldrama toont laksheid aan van Belgisch Gerecht
In Brussel heeft een man, genaamd Tariq de Gek, van 17 tot 19 augustus enkele mensen gegijzeld en met de dood bedreigd. Deze man had reeds een zwaar gerechtelijk verleden (waaronder een gelijkaardige gijzeling en een gewelddadige bankoverval). Toch werd hij na enkele jaren cel terug een dag op verlof gestuurd zonder begeleiding. Le fou mag nog van geluk spreken dat hij levend uit zijn avontuur kwam en dat hij daarna rustig in een ziekenhuis op krachten kon komen, zoals een radio dat meedeelde.
Deze feiten zijn onaanvaardbaar voor de B.U.B.. Deze man is een gevaarlijke crimineel die nooit uit de gevangenis had mogen komen na zijn eerste misdaad of minstens na zijn straf onverbiddelijk naar zijn land van herkomst (Tunesië) had moeten worden teruggestuurd met een levenslang verbod om nog naar België terug te keren. In voorkomend geval dient de Belgische nationaliteit hem onmiddellijk te worden afgenomen, als dat nog niet gebeurd was.
De B.U.B. wil dat het gedaan is met dit gevaarlijk laxisme jegens agressieve criminelen, waar elke Belg het slachtoffer kan van worden. Levenslange gevangenisstraf of levenslange verbanning zijn hier de enige toepasselijke straffen. België is een gastvrij land, maar men mag er niet van profiteren.
Publicatie: Eerbetoon aan Koning Albert I en de Helden van de IJzer
Het 70e eerbetoon aan Koning Albert I en de Helden van de IJzer was een groot succes. BUB nam hieraan deel met een bescheiden officiële afvaardiging, en vele leden stonden tussen het publiek.
Zoals voordien gemeld zou BUB deelnemen aan de optocht doorheen de stad (van de Langestraat tot aan het Albert I - monument). Tijdens deze optocht dankten vele mensen onze afvaardiging voor hun aanwezigheid en inzet voor de Belgische zaak.
Aangekomen aan het monument, kreeg de Belgische Unie - Union belge drie plaatsen toegewezen bij de genodigden, omwille van de kransneerlegging aan het monument.
Ook hier werd BUB met veel waardering en dankbaarheid begroet. Vele mensen kwamen zich spontaan aanmelden voor onze actie, en zijn sinds vandaag lid van de vereniging.
Het fabeltje dat de Belgischgezinden oud zouden zijn wordt ook hier ontkracht. De mensen waren van alle categorieën, zo ook in BUB-rangen.
Daar foto's meer zeggen als duizend woorden, krijgt u hieronder de foto's gemaakt door de BUB-fotograaf. Veel kijkplezier.
|
|
|
Inleiding
België gaat gebukt onder de terreur van het Vlaamse en van het francofone
nationalisme. Sedert 35 jaar is België onder hun druk gedenationaliseerd,
concreter: onder het vals voorwendsel van "federalisering"[1]
en "beter bestuur" versnipperd tussen drie of vier mini-staatjes
onder de koepel van een, vaak machteloze, Belgische bond. Historici en
politicologen hebben de Belgische desintegratie ontleed vanuit historisch,
sociologisch, polemologisch enz. perspectief. Dit is nuttig, doch het
volstaat niet. Om de werkelijke drijfveren te begrijpen en te onderkennen
dienen wij het begrip nationalisme trachten te definiëren en haar
modus operandi binnen een transhistorisch perspectief te begrijpen. Het
Belgisch ontbindingsproces immers is niet alleen een kwestie van structuren;
het is evenzeer zaak van een vertoog dat in de geesten der politieke klasse
verstrengeld is en de structuren (het bipolair confederalisme, de drang
naar soevereiniteit enz.) kneedt.
Wat is nationalisme?
Wat is nu de kern van dit heersende vertoog, wat houdt nationalisme in?
Nationalisme is elke vorm van politieke actie die erop gericht is om voor
een welomlijnde taal-, religieuze of etnische groep bepaalde voordelen
op een omschreven territorium af te dwingen die het aan andere groepen
ontkent (of niet d.m.v. directe actie aan hen wil toezeggen). Enerzijds
betekent dit dat nationalisme erop gericht is -zoals Gellner al zegde
twintig jaar geleden- (vermeende!) cultuurgrenzen te laten congrueren
met staatsgrenzen. Ook het streven naar eigen wetten, parlementen, vakbonden
enz. wordt door deze definitie gedekt. Centraal staat inderdaad de exaltatie
van het "eigene"[2]. Dit hoeft echter niet noodzakelijk te leiden
tot de oprichting van een soevereine staat. Het streven naar het onderwerpen
van andere gebieden aan de "eigen" cultuur (bijvoorbeeld door
verfransing rond Brussel, het niet naleven van de taalwetten) is eveneens
een nationalistische daad. Zij valt onder bovenstaande, voorgestelde definitie.
Zodoende huldigen de N-VA en het FDF dezelfde ideologie. Sterker nog:
zij zijn elkaars objectieve bondgenoten, daar een nationalisme zonder
vijandsbeeld in se onleefbaar is. Hun wederzijdse revendicaties versterken
elkaar.
(4) In tegenstelling tot universalistische ideologieën zoals het
liberalisme, de Christen-democratie en het socialisme is de nationalistische
pretentie zodoende tegengesteld aan een idee die àlle mensen ten
goede zou moeten komen. Het nationalistisch streven beperkt zich immers
tot de eigen groep. (5) Dit gegeven vindt men ook terug in het fascisme,
het fallangisme en het nazisme; ofschoon hun oogmerken vaak uitgesproken
imperialistisch waren (en zijn) spreken/spraken zij slechts voor één
groep. Men is Vlaming/Waal of men is het niet. Men kan proberen van alle
mensen liberalen, Christen-democraten of socialisten te maken. Maar men
kan niet van alle mensen Fransen, Vlamingen, Catalanen, Ieren - of Germanen-
maken. Men kan er wel "betere" volksgenoten van maken. Zodoende
zijn er "goede" en "slechte" Vlamingen. We hoorden
dit discours in de crisis rond B-H-V. Dat zij de kiemen bevatte van een
totalitair denken ontging onze vaderlandse opiniemakers. Dit laatste is
echter tekenend: niet alleen horen zij dit niet, sterker: wij durven te
stellen dat zij de nationalistische uitwas niet kunnen horen. Dit komt
door een verschuiving in het aanvaarde vertoog.
Drie fasen en één vertoogwisseling: van eenheid naar nationalisme
als dominant discours
Dit gegeven brengt ons bij een volgend punt, namelijk dat van het dominante
discours (vertoog). Zoals Foucault stelde bepaalt een vertoog niet alleen
wat gezegd wordt, maar ook wat NIET gezegd mag/kan worden ("le non
dit"). Ruwweg kan men stellen dat er in België drie fases zijn
geweest waarin het gangbare discours geleidelijk aan veranderd is. In
de eerste fase (1830-1914) was een tegenstelling tussen "Vlaanderen/Wallonië"
als politieke entiteiten ondenkbaar. Zij werden, zo men de begrippen al
gebruikte, als complementair beschouwd[3]. Op 11 juli werd niet de Vlaamse
Leeuw, maar de Belgische driekleur uitgehangen. De positieve klemtoon
lag in het publieke forum uitsluitend bij de Belgische natiestaat. Aangenomen
dat er al separatisten of Vlaams/Waalse nationalisten waren - wat niet
bewezen is[4]- vielen zij buiten het gangbaar, unitair vertoog en werden
hun proposities als wartaal beschouwd. In de tweede fase (1914-1968) heeft
het nationalistisch discours het eenheidsdiscours bekampt en verdrongen.
De redenen waarom zijn uitermate ingewikkeld. Allereerst moeten we vaststellen
dat de separatistische idee geen originele 'Belgische' creatie is geweest.
Zij is door het Duitse Rijk in de augustusmaand van 1914 ingevoerd. De
administratieve scheiding van België, door de Duitse bezetter gewenst
om twee redenen: de goodwill opwekken van Nederland (hetgeen mislukte)
en, uiteraard, de vernietiging van België. Op zich vormde deze "activistische
politiek" de basis van het Vlaams-nationalisme, dat in een kettingreactie
het Waals regionalisme zou vitaliseren. De scheiding van België in
1917/18 onder de Raad van Vlaanderen is de feitelijke blauwdruk van de
staatshervormingen, die pas tientallen jaren later geschiedden.
Staat dit fenomeen alleen? Geenszins: ook de scheiding van Tsjechoslovakije
(1992) en van Joegoslavië (1990-1995) waren uitvloeisels van de politieke
wensen van een buitenlandse mogendheid, meer bepaald van nazi-Duitsland
in WO II. Prof. Em. Lode Wils, een Leuvens historicus, heeft hier meermaals
terecht op gewezen. Voegen wij hier nog aan toe dat ook de splitsing van
Oostenrijk-Hongarije, door de verdragen van St-Germain en Laye en Trianon
(1919/1920) niet in de eerste plaats het werk was van interne krachten
binnen de Donaumonarchie e propribus motibus handelend, maar wel van de
geallieerden, aangevuurd door nationalisten als Benes en Masaryk, founding
fathers van het latere Tsjechoslovakije. Per slot van rekening was dit
laatste land eveneens een neocreatie, samengesteld uit de noordelijke
provincies van de Donaumonarchie. Men leze er het uitstekende "Réquiem
pour un Empire défunt" van F. FEJTÖ op na. Kortom: als
kleinere landen ontstaan of gesplitst worden is dit vaak het (on)rechtstreeks
gevolg van de machtspolitiek der groten.
Hoe dan ook was het separatisme na WO I een politieke strekking geworden
in België. Zij was zwak, maar zij bestond. Zij werd gevoed door -
vaak terechte- frustraties over het uitblijven van verdere taalwetten,
de trage ontwikkeling ervan, de arrogantie van bepaalde Brusselse, Nederlandshatende
kringen, de teleurstelling van de Frontsoldaten etc. Het belangrijkste
gegeven was echter niet haar getalsmacht, maar wel haar existentie, gezien
dit de overgang in de jaren 60 van het eenheidsdiscours naar het nationalistisch
discours - de "shift of dominances"- mogelijk gemaakt heeft.
Anders dan voor 1914 kregen taalgrieven een antistaatskarakter, dat voor
de Wereldoorlog eenvoudigweg als uitlaatklep niet denk-baar was.
Om begrijpelijke redenen werden nationalisme en totalitarisme in de jaren
30 bondgenoten. Het fascistisch totalitarisme hield (net als het communisme,
in bijv. de SU) voor dat ENKEL de Staat het volk kan weerspiegelen, en
dat ALLEEN de Führer, Il Duce of "den Leider" de Staat
kan incarneren. Inderdaad houdt ook nationalisme een primauteit in van
de abstrakte Staat op de waardigheid en integriteit van het individu.
Maken we even een omwegje naar het hedendaagse België: wie vertegenwoordigt
de burger? Vaak niet het Parlement, maar wel "Overlegcomités"
waarin de deelstaten met elkaar diplomatieke overeenkomsten afsluiten.
Deze comités kunnen door niemand afgestraft worden. Aldus is niet
langer de burger eerste drager van het recht, maar wel de (deel)staat...[5]
Het neerslaan van de Vlaams-nationalistische Beweging na WO II was bij
voorbaat tot falen gedoemd om dat het Koninkrijk België naliet om
een moderne visie in te stellen, nl. dat België een meertalige natie
was die dynamo van Europa diende te worden, samen met Nederland en Luxemburg.
De Benelux werd in de jaren veertig/vijftig opgericht, maar nooit of onvoldoende
met positieve ideologische argumenten onderbouwd of verdedigd. De -voorlopige-
relatieve mislukking ervang hangt daar ook mee samen. Laten we kijken
naar de EU van vandaag waar eveneens een gebrek aan discours over de Europese
waarden en grondslagen -dat nochtans perfect synthetiseerbaar zou zijn
met positief spreken over de pluriculturele en meertalige Ruimte die Europa
is- ontbreekt.
De genadeklap voor het unionistische discours kwam er pas in de jaren
60. Drie redenen lagen aan de grondslag. Allereerst verloor België
in 1960/1962 zijn mandaat- en koloniale gebieden in Afrika (verlies aan
nationaal prestige). Ten tweede werd de kolen- en staalindustrie in het
Zuiden op korte tijd in een diepe, structurele crisis gewenteld. Ten derde
werd de culturele revolutie van mei 1968 die in het Westen overal opgeld
maakte in België door nationalisten gerecupereerd. Het resultaat
was dat de synthese van verschillende tegenstellingen ervoor zorgde dat
de Belgische eenheidsstaat omgevormd werd tot een statenbond die zou voldoen
aan de economisch-autonomistische verzuchtingen van de Waalse en de cultureel-autonomistische
verzuchtingen van de Waalse Beweging. Zeker hadden de politieke klasse,
of althans de gezonde krachten deze beweging nog kunnen omkeren door een
manmoedige opstelling en het spreken over de positieve en toekomstgerichte
wens voor een meertalige Staat. Door kortetermijndenken, gebouwd op plat
opportunisme - laten we zeggen "à volonté/naar believen"
postjes pakken in alle deelraden- en een volslagen ontbreken aan staatsmanschap
deden zij dit echter niét. Zodoende zag de derde fase (1968-heden)
de triomf van het nationalistisch discours.
Een blik op het huidige vertoog
Vandaag is het enige geldige vertoog in België het (rampzalige) nationalisme.
Iedere partij in ons Parlement is nationalistisch, van Groen! tot het
Vlaams Belang, van Ecolo tot de PS. Allen zijn zij gesplitst op taalbasis
en weigeren zij het Nationaal Belang te laten primeren op het regionaal.
Is hun vertoog dan op zichzelf onlogisch? In het geheel niet! Hoe pervers
het streven naar opdeling van mensen in hokjes is vanuit moreel oogpunt
ook weze, vanuit het perspectief van de huidige dominante ideologie stemt
dit overeen met de Rede zelf. Het nationalisme van de Belgische communautaire
eenpartijstaat immers hanteert één dogma dat alle partijen
onderschrijven: Verschillen tussen twee bevolkingsgroepen en landsdelen
bestaan op dramatische wijze en zijn categorisch onoverbrugbaar; zij moeten
in de naam van een beter bestuur opgelost worden door verdere bevoegdheidsoverdrachten
naar de deelstaten. De overgedragen bevoegdheidspaketten moeten homogeen
zijn[6].
"Vertaald" betekent dit: in België zijn er maar twee delen,
binnen deze delen denkt iedereen min of meer hetzelfde (waarom dan nog
verkiezingen...?). In de naam van deze zelfuitgeroepen eigenheid moet
de macht van de deelstaten, ergo van de politici die hun leiden, verhoogd
worden. Het streven naar "bevoegdheidsoverdrachten", "homogene
bevoegdheidspaketten" betekent niets meer of minder dan "geef
ons de macht om u te zeggen wat goed is voor u ("beter bestuur")".
Nochtans is een ware, parlementaire democratie gebouwd op de erkenning
en niet de negatie van verschillen. Nochtans heeft niemand een monopolie
op een beter bestuur, ook - en zeker niet- de nationalisten. Wie pretendeert
door zijn politieke actie het monopolie te bezitten op een beter bestuur
hanteert een ideologie die onverzoenbaar is met elk democratisch of humaan
beschavingsbeginsel. Gevolg is alleszins dat in ons land de ideologieën
lege dozen zijn geworden, daar alle partijen nationalistisch geworden
zijn, en dat causaliteit en teleologie van hun daden enkel door deze ideologie
gegrondvest en gestuurd worden[7]. Journalisten en opiniemakers zijn doordrenkt
van dit vertoog. Elke oproep van verstandige mensen, van oprechte uniefederalisten
of unitaristen, wordt gewoonweg niet gehoord, wegens "non-dictum".
Maar dit alles zou niet zo succesvol zijn indien zij niet hun machtsstreven
zouden legitimeren door een pseudo-humanistisch discours. Hierdoor verschoont
de leidende klasse zich. Zij zeggen immers dat de splitsing van België
de burgers en de deelstaten -"Vlaanderen"/"Wallonië"[8]
ten goede zou komen. Zodoende kan men e contrario stellen dat het verenigen
van taalgroepen slecht is omdat het conflicten veroorzaakt. Welnu, dit
is precies wat het Vlaams Belang zegt over allochtonen: te veel immigratie
zorgt voor een "multicriminele tijdbom", deportatie en grenssluitingen
zorgen voor een vreedzame samenleving. De ware pacifisten en democraten
zouden dus degenen zijn die mensen willen verdelen, de polemisten zijn
degenen die... hen willen samenbrengen. Bovendien leeft deze laatste groep
in het verleden, leert het nationalisme ons.
Vreemd. In andere meertalige Staten zoals Zuid-Afrika, Canada of Zwitserland
worden de verdedigers van eenheid en solidariteit net gezien als de grootste
progressievelingen. Het feit dat nationalisten erin geslaagd zijn de verdedigers
van België als reactionair en oubollig af te schilderen is wellicht
één van hun grootste successen. Deze laatste gaan echter
niet vrijuit, daar zij reeds een halve eeuw -gelukkige uitzonderingen
daargelaten- België louter verdedigd hebben in de naam van de Koning,
van de territoriale onschendbaarheid des Rijks, of -oneindig veel erger-
in de naam van "la francofonie". Zij lieten systematisch na
om erop te wijzen dat België een meertalige democratie is in het
hart van de Lage Landen en dat men in de naam van solidariteit en rechtvaardigheid
voor iedereen -van welke taalgroep dan ook- de Staat intern moet versterken
en extern moet verbinden met haar buurlanden[9].
Besluit
In dit artikel hebben we enkele aanzetten tot reflectie aangaande de wisselingen
in vertoog gegeven. België werd omgevormd van een eenheidsstaat tot
een statenbond omdat la pensée unique van het nationalisme, gestuurd
door de verschiltheorie het staatsdenken -of het gebrek eraan al naar
gelang hoe men het beziet- volledig bepaald heeft. Het is nodig eerst
te begrijpen wàt er gebeurd is, al is het op een erg summiere manier
hier samengevat, om te begrijpen hoé dit systeem in stand word
gehouden en -tenslotte- hoe men het kan bestrijden. Het huidige vertoog
is, laten we niet vergeten, positief: de gelukkige splitser wil liever
niet "getrouwd" zijn... Dit is natuurlijk onzindelijk, a fortiori
om zoiets complex als staatspolitiek mee te bedrijven.
[1] Waarbij men in werkelijkheid confederalisering bedoelt. Confederalisme
is niet een zwakkere of een 'andere' vorm van federalisme, het is er het
tegengestelde van. Federalisme verenigt onderscheiden entiteiten om het
Algemeen Belang te dienen, met respect voor de autonomie van de deelgebieden.
Confederalisme daarentegen creëert een bond van soevereine staten
die zélf, ongeacht het bonum commune, beslissen wat ze samen doen.
De confederalisering van een staat houdt in dat burgers die voordien gelijken
voor de Wet waren, nu worden behandeld als subjecten, die onder het gezag
van een andere (deel)staat vallen.
[2] Niet het moreel, humaan of ethisch betere. De Baskische, Bretoense,
Schotse of Franse nationalist wenst geen "betere" wetten of
parlement, hij wenst eigen wetten en organen. Het enige gehanteerde criterium
is eigenheid (in België afgemeten aan taal).
[3] "Vlaanderen" verwees uitsluitend naar het historische Graafschap
Vlaanderen, wanneer men het had over het Noorden van België sprak
men in de regel van "Vlaamsch België" (een dagblad dat
in 1844 korte tijd bestond, droeg ook die naam). Het huidige Vlaanderen
wordt aangeduid met een oneigenlijke benaming en is in feite een soort
pars pro toto.
[4] Maken we uitzondering van J. Destrée die zijn fameuze "Lettre
sur la séparation de la Flandre et la Wallonie" op persen
gesponsord door de triple-alliantie liet drukken!
[5] Men heeft het bij de St-Michielsakkoorden (1993) niet van de daken
geschreeuwd, maar wat eertijds door een KB of door een wet bepaald werd,
wordt thans in vele gevallen al door diplomatieke (itt democratische wetten)
samenwerkingsakkoorden geregeld. Geen enkele Assemblée kan deze
amenderen. Indien één (deelstaat)parlement ze amendeert,
moeten alle desbestreffende uitvoerende machten ze opnieuw ratificeren.
Dat op die manier rijke regio's armere regio's (financieel) kunnen chanteren
weze duidelijk. In de DHL-crisis was er bijv. op federaal niveau een meerderheid
die tot een consensus met het bedrijf kon leiden. Ook in het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest hadden liberalen en socialisten een meerderheid,
parallel met die op Belgisch niveau, enkel... de MR (federaal coalitiepartner)
zat er niet in de regering. Zodoende kon zij géén samenwerkingsakkoord
ratificeren; Ecolo een partij die ( met haar Brusselse stemmen) nog geen
1% der Belgen vertegenwoordigt kon op die manier wél de deelstaatregering
blokkeren. In dit systeem is het derhalve voldoende om 10.000 kiezers
te hebben in een deelstaat om over het hele Rijk te beslissen. Zelfs de
Duitstalige Gemeenschap kan zo de inwerkingtreding van de Europese Grondwet
vandaag, of van het Verdrag van Maastricht gisteren, blokkeren. In 1831
was de democratie mutatis mutandis representatiever dan vandaag!
[6] Wat maar aantoont hoe hypocriet de verdedigers van een "gedeeltelijke"
defederalisering van de sociale zekerheid zijn: deze gaat immers in tegen
hun eigen theorie van homogene bevoegdheidspaketten (!)
[7] Merken we hier in de marge bij op dat als dusdanig alle 'traditionele'
partijen (objectieve) bondgenoten zijn van het Vlaams Belang. Sterker:
het VB haat de staat, maar is nog trouw aan haar (verwerpelijke) ideologie,
de anderen hebben zelfs dié laten vallen. Zijn zij dan beter...?
[8]Zo spreekt men in de vele " debatten " over de "transfers"
haast nooit over 'het Brussels Hoofdstedelijk Gewest', dat volgens het
KBC-rapport van 2003 nochtans 50% van het "Vlaams" geld in de
Sociale Zekerheid opsoupeert. Ook over de Duitstalige Gemeenschap wordt
nooit gesproken; dit om het bipolaire discours zo sterk mogelijk in de
geesten in te beitelen.
[9] Net als haar kleine, meertalige (Fries, Duits, Letzebuergisch) constitutionele,
parlementaire monarchieën.
Belgium - the last surviving artificially created state in Europe after the collapse of the Soviet Union, Czechoslovakia and Yugoslavia- has tried to resolve the tensions by dividing itself into three semi-independent regions. In the north is the Flemish-speaking Flanders, where the largest political party is the separatist Vlaams Belang; in the south, the poorer French-speaking Waloonia; and embedded within Flanders is Brussels, the only region of the country that is officially bilingual, although in practice it is more than 80 per cent Francophone.
(België - de laatst overlevende kunstmatig gecreeërde staat in Europa na het uiteenvallen van de Sovjetunie, Tsjechoslovakije en Joegoslavië- heeft geprobeerd haar spanningen op te lossen door zichzelf in drie semi-onafhankelijke regio's op te delen. In het Noorden is er het Vlaams-sprekende Vlaanderen, waar de grootste politieke partij het separatistische Vlaams Belang is; in het Zuiden, het armere Wallonië; en ingebed in Vlaanderen is Brussel, de enige regio van het land die officieel tweetalig, ofschoon in praktijk meer dan 80% Franstalig, is)
"The Times", 10 mei 2005
Algemeen
Hoewel de Britse "Times" algemeen beschouwd wordt als een kwaliteitsdagblad, slaan ze met hun bewering over kunstmatige staten de bal volkomen mis. Niet alleen is de bewering "artificiële staat" hol -elke staat is immers kunstmatig, maar ook de andere beweringen uit dit stukje van een langer artikel, slaan werkelijk nergens op.
-België bestaat allereerst niét (alleen) uit drie regio's. België is -Grondwettelijk- een federale Staat bestaande uit drie Gewesten -het Vlaams, het Waals en het Brussels- en drie Gemeenschappen - de Vlaamse, de Franse en de Duitstalige. De eerstgenoemde entiteiten zijn bevoegd voor plaatsgebonden materies (zoals ruimtelijke ordening of landbouw), de tweede voor persoonsgebonden materies (cultuur of toerisme).
-Het is een foute voorstelling van de feiten dat België gepoogd heeft haar interne spanningen op te lossen door zichzelf te (con)federaliseren. Door het federaliseringsproces, sedert 1970, voorafgegaan door de opdeling van België in vier taalgebieden zijn de institutionele spanningen integendeel gebetonneerd in de instellingen. Het feit dat ons land de facto samengesteld is uit twee grote gemeenschappen ("Vlaanderen" en "Wallonië" -Nederlands- versus Franstalig) en dat het merendeel der instellingen op deze basis gesplitst is creeërt net "communautaire spanningen". Het feit dat er assymetrische regeringen zijn -andere regeringen in de deelstaten dan op federaal niveau- maakt de toestand bijzonder explosief (zie DHL, BHV...). Zo had Mevrouw Ceyssens (VLD) geen ongelijk toen ze de Vlaamse regering een 'oorlogsmachine tegen de federale regering' noemde. (de 7de Dag, 15 mei 2005).
-Brussel is officieel dan wel het enige gebied waar de twee talen in overheids- en bestuurszaken gelden, de situatie op het terrein is echter complexer. Noch het Vlaams, noch het Waals Gewest zijn taalhomogeen. Zo maakt de Duitstalige Gemeenschap voor plaatsgebonden materies deel uit van het Franstalige Waals Gewest. Aan beide zijden van de taalgrens zijn er bovendien faciliteitengemeenten, die in feite een tweetalig statuut hebben (Edingen, Moeskroen, Komen en Vloesberg en Malmedy-Waimes in de Franse gemeenschap, deze laatste met Duitstalige faciliteiten; Negen Duitstalige gemeenten met Franstalige faciliteiten, waaronder Sankt Vith en Eupen; Bever, Herstappe, Mesen, Ronse, Spiere-Helkijn en Voeren in de Vlaamse Gemeenschap; Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, St-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem in de Vlaamse Gemeenschap rondom Brussel). Tenslotte bestaat er nog een transregionaal kies- en gerechtelijk, tweetalig arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde waartoe 33 in theorie "Vlaamse" gemeenten, één entiteit vormen met de negentien tweetalige gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Artificiële staten
De "Times"-redacteur definieert de volgende Europese staten
als "artificieel":
-De Sovjetunie
-Joegoslavië
-Tsjechoslovakije
Wat nu, hebben deze drie staten gemeenschappelijk?
1) In hun finaliteit: ze zijn alle drie verdwenen, resp. In 1991, gedurende
de jaren negentig en in 1992
2) Naar hun ontstaan toe vertonen Joegoslavië (oprichting: 1919 als
het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen) en Tsjechoslovakije (oprichting:
1918 als autonome republiek) markante gelijkenissen. Zij ontstonden toen
Oostenrijk-Hongarije bij de verdragen van Trianon en St-Germain-en Laye,
de tegenhangers van het verdrag van Versailles van de kaart geveegd werd
na WO I. De Amerikaanse president Wilson had aangekondigd dat -voor de
verliezers- het zelfbeschikkingsrecht der volkeren zou toegepast worden.
a) Zo ontstond Joegoslavië door de samenvoeging van de bestaande
staten Servië en Montenegro (beide aan de zijde van de overwinnaars
van WO I) met de Oostenrijke gebieden Slovenië, Kroatië en Bosnië-Hercegovina.
b) Tsjechoslovakije op haar beurt ontstond door een samenvoeging van de
Habsburgse Kroonlanden (aanhechting bij Keizerrijk: 1526) Bohemen -deel
van het Duitstalige deel van de Dubbelmonarchie en Moravië, deel
van de Hongaarse entiteit van de Dubbelmonarchie. We spreken van "Dubbelmonarchie"
omdat in 1867 het unitaire Oostenrijkse Keizerrijk zich had omgevormd
tot een Keizerrijk Oostenrijk en een Koninkrijk Hongarije die onder één
Kroon geregeerd werden. Aangelegenheden als Buitenlandse Zaken, de Munt,
het Leger enz. behoorden de (con)federatie toe, terwijl de deelgebieden
-Oostenrijk en Hongarije- over ruime, interne bevoegdheden beschikten.
Zoals bovenstaande kaart aantoont ging het Oostenrijke Galicië en
het Hongaarse Transsylvanië naar respectievelijk de (nieuwgevormde
staat) Polen en naar Roemenië. Ook Italië, een andere overwinnaar
werd met gebiedswinst gecompenseerd (het nog steeds fel omstreden Zuid-Tirol).
Ten slotte ontstonden er nog twee rompstaten: de republieken Oostenrijk
en Hongarije. Waarom nu worden noch Italië, noch Hongarije, Polen
of Roemenië, artificiële staten genoemd? We komen hier later
op terug.
c) De Sovjetunie werd gradueel vervangen tegen het einde van het communistische
tijdperk - 1989-1992- door een vijftiental nieuwe staten (gekleurd op
de kaart) die allen gemeenschappelijk hadden dat ze deel uitmaakten van
de Socialistische republiek, die op haar beurt het eeuwenlang opgebouwde
territorium van het Tsaristische Rusland (minus Finland en Russisch Polen
vanaf 1917) omvatte.
3) Naar hun staatsorganisatie toe:
a) deze drie landen waren op geen enkel ogenblik in hun bestaan democratieën
-uitzondering dient gemaakt te worden voor Tsjechoslovakije tussen 1918
en 1939. Van 1917/8 tot 1939 waren deze staten autocratische koninkrijken
of socialistische totalitaire landen. Dit was evenwel ook het geval voor
alle andere Oost-Europese landen. Vanaf 1939 tot ca. 1990 vielen zij onder
fascistisch, respectievelijk communistisch bestuur.
b) Deze drie staten waren (nominale) federaties, samengehouden door de
centralistische communistische partij in Belgrado, Moskou of Praag.
c) Deze drie staten verenigden verscheidene godsdienst- en taalgroepen,
die soms gedurende honderden jaren -zoals in Joegoslavië- gescheiden
geleefd hadden.
Laten we even kijken of deze criteria op België van toepassing zijn.
1) België bestaat 175 jaar en is daarmee één van de
oudste staten van Europa (ouder dan Polen, Duitsland, Italië, Ierland,
Roemenië enz.)
2) België ontstond door een sociale en liberale opstand in één
van de drie revolutiegolven van de 19de eeuw. Het werd onmiddellijk erkend
door de grootmachten. Het is geen staat die zuiver aan de onderhandelingstafel
gecreëerd is, zoals Tsjechoslovakije of Joegoslavië. De territoria
die vandaag België vormen zijn politiek en economisch verbonden geweest
sedert 1430- op Luik-Limburg na die pas tijdens de Franse revolutie in
de Zuidelijke Nederlanden geïntegreerd werden. Nooit liep er een
politieke grens tussen wat vandaag "Vlaanderen" en "Wallonië"
is. Laten we wel wezen, deze politieke grens bestaat gedurende 15% van
de Belgische staatsgeschiedenis en 3% van de eeuwenlange voorgeschiedenis.
België is tenslotte ook geen opvolger van een imperium, zoals de
Sovjetunie dat was van Tsaristisch Rusland, maar heeft zich -integendeel-
losgemaakt uit een grootmacht.
3) Wat de staatsorganisatie betreft:
a) België is als één van de enige landen van Europa
175 jaar lang een democratie. Enkel tweemaal werd dit onderbroken door
de Duitse bezetting in de twee Wereldoorlogen. Sedert 1873 werd België
geleidelijk aan ook omgevormd tot een meertalige democratie, iets waar
men vandaag bijvoorbeeld in de VSA nog moet aan beginnen.
b) Tot 1980 was België een democratische unitaire staat, die niet
in de greep zat van een eenpartijsysteem, zoals voornoemde landen.
c) België verenigt inderdaad verscheidende taalgroepen, het feit
dat België echter meerdere taalgroepen omvat is echter niets uitzonderlijks.
Alle staten in Europa, op Portugal en Ijsland na, zijn meertalig.
Toch laat deze laatste vaststelling ons toe om tot een beter begrip te komen van wat men verstaat onder het nonsensicaal begrip "kunstmatige staat".
1) Wat is een staat? Een staat is de door een geordend gezag geregeerde
volksgemeenschap, beschouwd als een lichaam en als een rechtspersoon.
België is dus een staat, met een Parlement die de uitdrukking is
van de soevereine volkswil (art. 33 GW). België is ook internationaal
erkend en lid van verscheidene internationale organisaties, waar het dan
nog vaak aan de bakermat van lag (EU,NAVO...).
2) Wat is een kunstmatige staat? Een kunstmatige staat is een staat die
door mensen gecreeërd is, en niet door de natuur (of door God).
Gezien alle staten geschapen zijn door mensen -door huwelijkspolitiek, oorlogen, gebiedsruil, verdragen, conferenties, veroveringen, epuraties enz. - valt dus logischerwijs te concluderen dat àlle staten kunstmatig zijn. Een natuurlijke staat, een door God gewilde staat is geen wetenschappelijk-logisch gegeven.
Toch duidt dit begrip op iets anders, met name op de volksnationalistische wereldbeschouwing, waarvan het een uitdrukking is: de wereld is geen samenraapsel van mensen, maar wel van staten die teneinde "natuurlijk" te zijn, naadloos moeten samenvallen met taal- en cultuurgrenzen. Dit adagium werd ook door het 19de eeuwse België gebruikt en door de toenmalige Vlaamse Beweging, die de gelijkberechtiging van het Nederlands eiste, bestreden.
Paradoxaal genoeg eisen (Vlaams-)nationalisten dus nu zélf wat ze decennialang bestreden hebben: het in leven roepen van een eentalige, cultuurhomogene eenheidsstaat. Het zijn, mutatis mutandis, dus niet de verdedigers van het meertalige België die terugwillen naar de 19de eeuw, maar integendeel wel de Vlaams- en de Waals-nationalisten.
Staten die men omschrijft als "artificieel" zijn staten die
én meertalig of multiconfessioneel zijn én waarbij
a) twee taalgroepen ongeveer even groot zijn in aantal (zoals in België)
b) Verschillende religies samenleven (ex-Joegoslavië, Libanon) en
elk een aanzienlijk deel van de bevolking als lid van hun confessie hebben
c) Staten die omwille van hun opbouw expliciet multinationaal van karakter
zijn of waren (de Sovjetunie, onderverdeeld in "nationale" deelstaten)
d) Staten waarbij het de som van de taalkundig of religieus samenstellende
delen bestaat uit economisch onderscheiden onderdelen die -grosso modo-
sociaal-economisch (grote) verschillen vertonen (bijvoorbeeld Tsjechoslovakije)
e) Meertalige of multiconfessionele staten die ("recent") tot
stand zijn gekomen na een hertekening van de landkaart en bipolair van
aard zijn (geworden) (bijvoorbeeld: België)
Wanneer we deze definitie in acht nemen wordt één en ander
duidelijk:
a) Zwitserland is dus "geen artificiële" staat, maar een
"natuurlijke" staat waarin verschillende taalgroepen "vrijwillig"
een confederatie, resp. Federatie gevormd hebben
b) Duitsland is geen artificiële staat - hoewel Beierse separatisten
het anders zullen zeggen- omdat de eenheid in taal het verschil in religie
(protestants versus katholiek) overstijgt én omdat de sociaal-economische
O-W breuklijn niet samenvalt met een confessionele breuklijn (die verloopt
N-Z)
c) Zwitserland is niet multinationaal opgebouwd, Zuid-Afrika (waar alle
provincies meertalig zijn) ook niet. België, vooral met haar Gemeenschappen,
daarentegen, wel.
d) Het Noorden en het Zuiden van België verschillen grosso modo (stedelijk
versus ruraal-industrieel). Deze breuklijn valt her en der samen met de
taalgrens. Noord-Italië verschilt ook van Zuid-Italië, maar
de eenheid in taal overstijgt dit (behalve in Süd-Tirol, waar dan
ook de meeste problemen zijn).
e) Zwitserland is niet "recent" tot stand gekomen na een hertekening
van de landkaart maar is al honderden jaren een (con)federatie.
Besluit
Wanneer men spreekt over artificiële staten neemt men niét de ouderdom, de democratische structuur en duurzaamheid als maatstaf. Op de keper beschouwt interesseert het de nationalisten die hierover spreken ook niet hoé de staat tot stand is gekomen (Polen is veel arbitrairder tot stand gekomen dan België en is dan nog eens vele malen van plaats op de landkaart verschoven). Het gaat hem eigenlijk zelfs niet om de interne opbouw qua meertaligheid of multiconfessionaliteit (alle staten zijn min of meer meertalig of multiconfessioneel).
Roemenië ontstond na de Vrede van Parijs (1856) die de Krimoorlog beëindigde uit een samenvoeging van de Donauvorstendommen, losgeweekt uit het Ottomaanse Rijk: Moldavië en Wallachije. In 1918 verkreeg dit land ook nog Transylvannië, via de onderhandelingstafel weggesneden uit de Donaumonarchie (cf. kaart supra). Roemenië is pas sedert 15 jaar min of meer democratisch, was tevoor autocratisch of socialistisch. Het is bovendien een staat die jonger is dan België. Er leven religieuze minderheden en taalkundige groepen als Magyaren naast de Roemenen. Toch noemt niemand Roemenië een kunstmatige staat.
Waarom niet? Welnu, in tegenstelling tot België, is een eenheidsstaat
waarin één taal- en religieuze groep (dit laatste was trouwens
nooit een factor van discrepantie in België) het gehele grondgebied
overheersen. De minderheden bestaan maar zijn niet sterk genoeg opdat
hun leiders secessionistische aspiraties zouden vertonen.
Natuurlijke staten, tot slot, zijn hoe dan ook een utopie (dystopie?)
die theoretisch gewoonweg, we gaven het reeds aan, onmogelijk zijn. Het
gaat hem enkel om het taalgebruik, niet om de werkelijkheid.
Het antwoord is eenvoudig: 0.68 euro/Belg/jaar
De koninklijke familie wordt onderhouden met de civiele lijst. Verder krijgen de hoofdpersonen van de familie een dotatie.
De civiele lijst van de koning bedraagt 7.576.000 euro. Dit lijkt een enorm bedrag, echter, hieronder wordt weergegeven waarvoor deze som dient. We moeten ook rekening houden met het feit dat ongeveer de helft van de civiele lijst ( 3.500.000 euro) wordt betaald met de interesten van de Koninklijke Schenking. Dit is een privé-organisatie die de eigendommen van de Koning behartigt. Hier komt dus geen belastingsgeld aan te pas.
Verder hebben we nog koningin Fabiola, die een dotatie krijgt van 1.334.000 euro.
De uitkering voor Prins Filip als kroonprins bedraagt 854.000 euro, terwijl Astrid en Laurent respectievelijk 296.000 en 284.000 euro mogen ontvangen.
Een snelle rekensom leert ons dat de voltallige monarchie in 2003 dus slechts 10.344.000 euro kostte.
Uiteraard lijkt de 7.576.000 euro die ons staatshoofd ontvangt ruimschoots voldoende om het jaar door te komen. Echter, deze gelden zijn berekend om de kosten te betalen. Deze kosten zijn overigens ruim omvattend:
De cijfers van het jaar 2002 kunnen dit illustreren:
De eerste plaats van uitgaven wordt ingenomen door het personeel. Maar liefst 69.2 procent van de civiele lijst wordt gespendeerd aan personeel.
De paleizen, het interieur en meubilair nemen een tiende van het totaal in beslag, terwijl ontvangsten van hoogwaardigheidsbekleders, en reizen van de vorst in binnen- en buitenland met bijna 7 procent van de koek gaan lopen.
4.5 procent van het totaal wordt uitgegeven aan de lasten, zoals water, gas en elektriciteit. Verder wordt in alle paleizen behalve Brussel eveneens de verwarming met dit geld betaald. De koninklijke administratie neemt 2.4 procent in. 2 procent gaat nog naar verzekeringen.
Een goed teller weet dat er nog 1 procent overblijft. Dit wordt gespendeerd aan de huishoudelijke onkosten van het vorstenpaar. De civiele lijst wordt niet bepaald door de koning, echter door de gekozen parlementariërs.
Alle andere bezittingen, uitgaven, worden gedragen door de Koninklijke Schenking of zijn gewoon particulier eigendom, waarop belastingen en succesierechten worden betaald.
Kostprijs koningshuis (prijzen in Euro)
| Koning civ. lijst | 4.076.000 | Aftrek van 3.500.000 euro inbreng Koninklijke Schenking (oorspronkelijk: 7.576.000 Euro) |
| Fabiola | 1.334.000 | |
| Filip | 854.000 | |
| Laurent | 284.000 | |
| Astrid | 296.000 | |
| Totaal | 6.844.000 | **Op basis van 10.000.000 inwoners komt dit op 0.68 euro/inwoner/jaar voor de totale monarchie. |
Bibliogr.
- MONETTE (Pierre-Yves). Beroep: koning der Belgen, Uitgeverij van Halewijck, 272 p. - GODDYN (Reinout). De koning te rijk, Antwerpen, The house of books, 206 p. - GEUDENS (Paul). De cijfers liegen niet. In: Gazet van Antwerpen. 05-04-2004 (op deze publicatie van dhr. Geudens, waar uiteraard ook fouten instonden, werd door mij reeds gereageerd, welliswaar zonder enig gevolg) - PORTAALSITE BELGIË. - STENGERS (J.) BALTHAZAR (H.) red. De Dynastie en de cultuur in België. Antwerpen, Mercatorfonds, 1990
Publicatie: Omtrent de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde
We kunnen het niet genoeg herhalen: er is geen enkele reden om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen. Brussel-Halle-Vilvoorde is een tweetalig kiesarrondissement, wat in de praktijk betekent dat de kring door het Nederlands taalgebied loopt (=Halle/Vilvoorde) en door tweetalig gebied (het Brussels Gewest). En daar is niets mis mee.

We geven graag nog eens de belangrijkste argumenten waarom een splitsing onzin is:
1) De politici horen zich niet bezig te houden met dergelijke non-problemen, die puur oorlogsstokerij zijn langs beide kanten van de taalgrens. Er is nood aan de creatie van een sterke Belgische staat, aan de afschaffing van de geldverspillende deelregeringen, aan jobs, werkzekerheid, veiligheid enz.
2) Nergens in de Belgische Grondwet staat dat kieskringen moeten samenvallen met taalgebieden[1], ongeacht de federale indeling van het land in gemeenschappen en gewesten[2]
3) Noch de Raad van State, noch het Arbitragehof roepen op tot een splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. In een ingewikkeld arrest van het Arbitragehof van 26-05-03[3] zegt dit Hof gewoon dat de toen door de regering vastgestelde regeling ivm een kieskring B-H-V-Leuven met twee taallijsten problematisch is en dat de Wetgever (=het Federale Parlement) voor 2007 voor de Europese verkiezingen een oplossing moet vinden. Ook de eminte constitutionalist F. DELPEREE wijst hier terecht op[4]. Zelfs de VLD geeft toe dat er een andere oplossing is: terugkeren naar de arrondissementen[5]. Ook een nationale kieskring of een herstel van de provincie Brabant, met een Brabantse kieskring zou kunnen.
4) Uit (3) volgt trouwens ook dat noch de burgemeesters, noch het Vlaams Parlement bevoegdheid hebben in deze kwestie[6], hetgeen Steve Stevaert overigens zelf toegaf. Hierin werd hij niet tegengesproken door Van Deurzen (voorzitter CD&V)[7]. Enkel het Federale Parlement mag beslissen wat er gebeurt. Dus zou men kunnen komen van een stemming van taalgroep tegen taalgroep, wat volgens vele waarnemers het einde van de regering zou betekenen. En dan nog is er geen oplossing...
5) Men zegt wel eens Vlaams-Brabant wordt gediscrimineerd, het valt niet samen met een kieskring en de rest van het land wel. En wat met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dan? Als BHV gesplitst wordt, valt ook Brussel niet meer samen met een provinciale kieskring.
6) Vreemd dat we degenen die pleiten voor een splitsing van BHV nooit pleiten voor een splitsing van de provincie Luik in twee kieskringen (daar is ook de Duitstalige Gemeenschap). Selectieve verontwaardiging?
7) In andere (federale, meertalige) staten vallen kieskringen ook niet samen met taalgrenzen. In Zuid-Afrika bijvoorbeeld zijn de negen provincies allen meertalig.
8) Gaat men wanneer er Europese, meertalige partijen zijn deze ook verbieden op te komen in Halle-Vilvoorde? Of in Brussel (waar tweetalige lijsten nu verboden zijn)?
9) Wat is er toekomstgericht aan het splitsen in taalgebieden, net nu de EU een meertalige Unie wordt, en wetende dat er in Europa slechts twee eentalige staten zijn (Ijsland en Portugal)?
10) Gaan Franstalige partijen niet opkomen in Halle-Vilvoorde als de kring gesplitst is? Natuurlijk wel. Iedereen mag immers opkomen waar hij wil, misschien behalen Franstalige partijen zelfs méér zetels dan nu. Want dat de kring voordelig is voor geminoriseerde, Brusselse Nederlandstaligen, daar spreekt geen enkele Vlaamse politicus over[8]
11) De werkelijke motieven van degenen die BHV willen splitsen zijn helemaal niet het verbeteren van de werking van de Belgische Staat. We citeren Louis Willy-Dewaele, VLD-burgemeester van Lennik op een strijdmeeting voor de splitsing:
Het is hoog tijd dat de Vlaamse federale ministers en de Vlaamse federale parlementsleden het Belgische denkkader verlaten en zich op dezelfde lijn stellen van hun Waalse homoniemen die in de eerste plaats opkomen voor de belangen van hun gewest en hun gemeenschap en pas het Belgische denkkader hanteren voor zover het in hun financiele kraam past.[9]
Conclusie: De Belg. UNIE pleit voor een herstel van de negen provincies en een afschaffing van de Gewesten. Wij zijn niet tegen een splitsing omwille van de reden die de Franstalige partijen geven (de francofone natie betonneren), en we zijn niet voor een splitsing voor de redenen die de Vlaamse partijen geven (het verder ontmantelen van het meertalige België ten gunste van een taalhomogeen Vlaanderen).
--------------------------------------------------------------------------------
[1] Zie artikel 63 GW : de Wetgever deelt de kieskringen in.
[2] Zie artikels 1 en 4 van de GW, resp. Handelend over de indeling van België en de taalgebieden, maar niet over de kieskringen.
[3] http://www.arbitrage.be/public/n/2003/2003-073n.pdf, 73/2003, Arrest 26 mei 2003.
[4] http://www.lecdh.be/presse/pa552.htm.
[5] BK-magazine (VLD), 1 februari 2005, p. 31.
[6] Acties als deze : www.splits-bhv.be uitgaande van de Nederlandstalige burgemeesters hebben dus geen enkele rechtskracht. De frase in het Vlaams Regeerakkoord (p. 9) die vraagt het arrondissement onverwijld te splitsen, valt dus buiten de bevoegdheid van dit orgaan.
[7] Ter Zake, april 2005.
[8] Uitzondering dient gemaakt te worden voor Mevr. Annemie DENEYTS (VLD) die om deze reden meermaals tegen de splitsing pleitte.
[9] Toespraak te Overijse, 10 maart 2005, p. 2.
De BUB is nog een jonge partij. Onze tegenstanders wensen, bewust, een aantal vooroordelen m.b.t. onze partij in het leven te houden. In deze tekst vindt u een antwoord op enkele vooroordelen die af en toe nog voorkomen.
1) De BUB zou terugwillen naar de 19de eeuw
Onze partij wil helemaal niet terug naar de 19de eeuw, of naar het België van de 19de eeuw. Wij stellen een eengemaakte (unitaire) staat voor, met respect voor de taalgebieden en cultuurgemeenschappen. Wij wensen geenszins het herstel van het zogenaamde "Belgique à papa" van weleer, met het Frans als enige voertaal. De wens om eentalige staten te creeëren -Vlaanderen en Wallonië- komt van onze tegenstanders, van de separatisten, niet van ons. Wij pleiten overigens voor individuele -geen territoriale- tweetaligheid in héél België. Wij wensen dus niet de "Franstalige dominantie" te herstellen. Het streven naar meertalige gehelen is beslist toekomstgericht (EU).
2) De BUB zou tegen "het" federalisme zijn
De BUB wenst inderdaad een unitaire Belgische staat. Dat betekent: één parlement i.p.v. zes parlementen zoals vandaag. Wij zijn tegen het Belgisch federalisme. Waarom? Welnu, federalisme betekent "federeren", samenbrengen. Een sterke unie van losse onderdelen dus. In België gebeurt net het tegengestelde, namelijk -onder het mom van "federalisme"- het uiteenrukken van de Staat door de creatie en het steeds sterker worden van 'Vlaanderen', 'Wallonië', 'Brussel' en de Duitstalige Gemeenschap. Deze entiteiten zijn niet alleen op taal gebaseerd, maar scheppen bovendien, door het betonneren van "een Vlaanderen" en "een Wallonië" voortdurend conflicten. In andere federale landen, zoals Duitsland, Zwitserland, of de VS zijn er steeds meer dan tien deelentiteiten, wat voor stabiliteit en evenwicht zorgt. In het programma dat onze partij voorstelt zijn er ook deelentiteiten (de negen provincies). Ons systeem van provinciale decentralisatie leunt zeer dicht aan bij federalisme. Het enige verschil tussen het systeem dat wij voorstellen en provinciaal federalisme is het feit dat de provincies geen exclusieve bevoegdheden zullen hebben, maar binnen nationale kaderwetten hun decreten moeten uitvoeren. Bovendien is er, door het behoud van de -afgezwakte- gemeenschappen (bevoegd voor taal, cultuur, onderwijs en media), een federaal element dat bewaard wordt in onze staatsstructuur. Wij wensen immers enkel, via de weg van de geleidelijkheid, de Belgische Gewesten (Vlaams, Waals en Brussels) op te heffen.
3) We zien nooit iets van de BUB op tv, ze zullen dus wel onbelangrijk of onbetrouwbaar zijn
De Belgische Unie wordt geboycot door de media. Wij mogen onze mening niet zeggen, hoewel ernstige, wetenschappelijke onderzoeken bestaan die aantonen dat wij met ons unionistisch gedachtegoed een belangrijke ideologische minderheid vertegenwoordigen. Zo zou 40% -alleen al in het Noorden van het land- een sterkere Belgische Staat of een herstel van het unitaire België wensen. Andere peilingen tonen aan dat 80 à 90% van de Belgen niét wensen dat België ophoudt te bestaan. Als nationale partij is de BUB de ENIGE die deze mensen kan vertegenwoordigen. Vandaar dat wij bezig zijn met een rechtsvordering tegen de VRT en de RTBF om ons recht op vrije mening af te dwingen. Indien immers niet elke ideologische stroming in (min of meer) gelijke mate aan het woord komt kan er geen sprake zijn van een echte democratie, laat staan van eerlijke verkiezingen.
4) De BUB zou iets onmogelijks willen realiseren
Sommigen achten een terugkeer naar het unitaire België "niet realistisch" of "onmogelijk". Ze redeneren vanuit het oogpunt dat de geschiedenis nooit op haar stappen terugkeert, wat uiteraard niet waar is. Weinigen hadden in de jaren 80 kunnen voorzien dat het communisme in het Oostblok geen decennium meer te gaan had. Toch is het communisme in Polen, Roemenië, Albanië enz. van de aardbodem weggeveegd. Het was ondemocratisch en niet aangepast aan deze tijd. Zo zal het ook het Belgisch "federalisme" vergaan.
5) De BUB zou een partij van verstokte royalisten zijn
De meeste leden van onze partij zijn inderdaad voorstanders van een constitutionele monarchie, zoals die vandaag bestaat. Dat punt is ook opgenomen in ons programma. Toch vertrekt de BUB vanuit een universalistisch engagement, dat veel verder gaat dan de strijd om de eenheid van het koninkrijk. Het gaat hem om het bewaren en moderniseren van een meertalige democratie in Europa. De strijd tegen nationalisme en separatisme is iets waarbij ook Belgisch- en Europeesgezinde republikeinen betrokken worden. Dat is nodig, want de essentie gaat niet om "koninkrijk of niet", het gaat om "België of niet".
6) De B.U.B. zou even nationalistisch zijn als de N-VA
De centrumpartij B.U.B. ziet België als een onlosmakelijk deel van Europa en bovendien als een voorbeeld ervan in het klein. Door zijn meertalig karakter lijkt België immers veel meer op de meertalige Europese Unie dan Vlaanderen of Wallonië. België is een stap naar verdere Europese eenmaking, iets wat noch de Vlaams-, noch de Waals-nationalisten redelijkerwijze kunnen beweren van hun gewest. Het Europa der regio's of der taalhomogene vaderanden is trouwens een waanbeeld. Nooit zullen Frankrijk,Duitsland, Griekenland of gelijk welk ander land van de Europese Unie zichzelf opheffen ten voordele van hun regio's. Bovendien zijn op Portugal en Ijsland na àlle Europese landen meertalig, al is het niet in dezelfde mate dan België. In andere landen -zoals Nederland en Frankrijk- worden de regionale talen helemaal niet zo goed behandeld als in België.
Publicatie: Hereniging Brabant en nationale kieskring noodzakelijk
Art. 42. Belgische Grondwet: "De leden van beide Kamers vertegenwoordigen de Natie en niet enkel degenen die hen hebben verkozen"
De burger kan amper volgen in de zaak " Brussel-Halle-Vilvoorde ". Wat staat er nu eigenlijk precies op het spel en wat is de oorzaak van dit probleem?
Wel, voor de verkiezingen van 2003 was het land opgedeeld in arrondissementele kieskringen (Leuven, Gent, Luik, ...). De regering besliste echter dat er provinciale kieskringen moesten ingevoerd worden, hetgeen betekent dat er in ons land -normaal gezien- dus 11 kringen zouden moeten zijn (10 provincies en Brussel). Brussel-Halle-Vilvoorde echter kent een grote Franstalige minderheid, in vele gemeenten is er zelfs een Franstalige meerderheid. Daarom dat deze kieskring, hoewel ze deels in het Vlaams Gewest ligt, en deels in het Brussels als een unitaire, tweetalige kieskring werd behouden.
Volgens het Arbitragehof echter (Arrest van 26.05.04) dient er voor de Europese verkiezingen van 2004 een oplossing gevonden te worden voor het probleem dat de provincie (Vlaams-Brabant) en de kieskring (Brussel-Halle-Vilvoorde) niet samenvallen. Deze oplossing moet door de wetgever bepaald worden (lees: het federaal Parlement). Deze oplossing is, binnen de huidige administratieve onderverdeling van België ofwél een splitsing (en drie kieskringen in Brabant) ofwél een terugkeer naar de oude arrondissementen.
Het feit dat in ons land de partijen gesplitst zijn, deed dezen plooien naar de volgende logica: -de Nederlandstalige partijen willen de kieskring splitsen (dit staat ook in het Vlaams regeerakkoord) -de Franstalige partijen willen ze behouden
De motieven die aan de grondslag liggen van beide ingevingen zijn echter fout.
Waarom willen de Nederlandstalige partijen immers de kieskring splitsen?
1. Omdat zij simpelweg meer macht willen hebben. Vandaag worden immers de stemmen van de Franstalige lijsten mee opgeteld worden met die van de Franstalige lijsten in Brussel. De Franstalige lijsten zouden dus misschien iets meer vertegenwoordigd zijn. Maar het is uiteraard niet zeker dat alle Franstaligen voor Franstalige lijsten stemmen en vice versa. Merk overigens op dat ook nà een eventuele splitsing er Franstalige lijsten mogen blijven opkomen in dit gebied (zo is het Vlaams Blok bij de federale verkiezingen van 2003 in Henegouwen opgekomen)
2. Omdat zij geloven dat de taalgrens een staatsgrens moet worden. Zodus moet het "Nederlandstalige" Halle-Vilvoorde niet gekoppeld worden aan het "Franstalige" Brussel (dan hoort Brussel dus plots niet meer bij "Vlaanderen"). Zij menen zo de "verfransing" tegen te gaan. De Nederlandstalige partijen zijn dus niet bekommerd om meer democratie, integendeel, ze willen de keuzevrijheid inperken door de Franstalige partijen te dwingen op één lijst te gaan staan om nog wat zetels te behalen. De Nederlandstalige partijen willen ook de eenheid van België verder ondergraven, door het vreedzaam samenleven tussen twee taalgroepen in de kiem te smoren.
Waarom willen Franstalige partijen de kieskring behouden?
1. Omdat ze simpelweg meer macht willen hebben. De Franstalige lijsten uit Halle-Vilvoorde moeten volgens hen daarom aan de Franstalige lijsten van Brussel gekoppeld blijven.
2. Omdat sommigen reeds de splitsing van België voorbereiden en zoveel mogelijk grondgebied willen "veroveren". Daarom vragen sommige Franstaligen als pasmunt voor de splitsing een uitbreiding van het Brussels Gewest of een corridor tussen Brussel en Wallonië. De Franstalige partijen zijn dus niet bekommerd om meer democratie, ze doen alsof ze de verdedigers zijn van een meertalig model maar ze verdedigen enkel hun eigen regio.
Wat is de mening van de Belgische Unie?
De BUB stelt vast:
1) Dat er in andere (federale) landen wel meertalige kieskringen en kantons zijn
2) Dat nérgens in de Grondwet staat dat deze kieskring gesplitst moet worden
Art. 63. § 1. De Kamer van volksvertegenwoordigers telt honderdvijftig leden. § 2. Elke kieskring telt zoveel keren een zetel als de federale deler in het cijfer van de bevolking van de kieskring begrepen is. De federale deler wordt verkregen door het bevolkingscijfer van het Rijk te delen door honderdvijftig. De overblijvende zetels worden toegewezen aan de kieskringen met het grootste nog niet vertegenwoordigde bevolkingsoverschot. § 3. De indeling van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers over de kieskringen wordt door de Koning bepaald in verhouding tot de bevolking. Het cijfer van de bevolking van elke kieskring wordt om de tien jaar vastgesteld door een volkstelling of door enig ander middel, bepaald door de wet. De Koning maakt binnen een termijn van zes maanden de uitslagen bekend. Binnen een termijn van drie maanden na die bekendmaking bepaalt de Koning het aantal zetels dat aan iedere kieskring toekomt. De nieuwe indeling wordt toegepast vanaf de eerstvolgende algemene verkiezingen. § 4. De wet bepaalt de kieskringen; zij bepaalt eveneens de voorwaarden waaraan men moet voldoen om kiezer te zijn, alsmede het verloop van de kiesverrichtingen.
3) Dat de Raad van State niet zegt dat deze kieskring gesplitst moet worden
4) Dat de kieskring al gesplitst is voor de regionale verkiezingen, en dat het gaat om federale, Belgische en Europese verkiezingen
5) Dat de eis tot splitsing van de Vlaamse partijen in het regeerakkoord illegaal is (federale materie), dat ook de burgemeesters in die regio zich derhalve hier niet mee dienen in te laten
6) Dat de Franstalige partijen de kieskring om de verkeerde redenen willen behouden (zo diende de MR overigens een voorstel in tot één Brabantse kieskring, wat goed is, zonder te staan op de hereniging van Brabant)
7) Dat de Nederlandstaligen in Brussel bij een splitsing ondervertegenwoordigd kunnen worden. Wederom zijn deze mensen tweederangsburgers voor de separatisten, enkel goed om te draven voor de "Vlaamse zaak" bij problemen (bijv. In ziekenhuizen te Brussel)
8) Dat er nog steeds geen tweetalige lijsten in de hoofdstad van een verenigd Europa dat tientallen talen telt mogen ingediend worden. Deze hoofdstad is overigens ook hoofdstad van een meertalig land, België.
Daarom stellen wij voor:
De basis van deze problemen is duidelijk A. De splitsing van Brabant sedert 1995 B. De splitsing van de partijen (die enkel hun eigen regio verdedigen)
Er moet voor de Kamer dan ook een nationale (federale) kieskring opgericht worden -zo kan iedereen op iedereen stemmen en vertegenwoordigt de Kamer de Natie-, en voor de Senaat kan men werken met negen provinciale kieskringen. Hiervoor dient Brabant herenigd te worden.
De Gewesten vormen trouwens een nutteloos niveau dat best wordt afgeschaft (we hebben al provincies). Gewesten ontlenen hun macht aan taal (op Brussel na), terwijl hun bevoegdheden, paradoxaal genoeg, niéts met taal te maken hebben.
De BUB speelt het spel van de Nederlandstalige én Franstalige nationalisten die Belgen tegen Belgen willen opzetten niét mee. Wij kanten ons tégen eentalige kieskringen, parlementen, ziekenfondsen, sportbonden, partijen... omdat deze reactionair zijn (niet meer thuishorend in een verenigd Europa). De nationalisten moeten trouwens niet hypocriet doen: -is het Vlaams Belang akkoord dat de "wet moet worden nageleefd" wanneer zij veroordeeld werden? Of moeten enkel fictieve VB-"wetten" worden nageleefd ('de splitsing van BHV staat in de Grondwet', 'Prins Filip mag van de Grondwet niet spreken'). -Handelen de burgemeesters die zelfs democratische verkiezingen willen blokkeren in overeenstemming met "de wet"?
Wij eisen een democratisch, eengemaakt België als basis van een meertalig en solidair samenlevingsmodel. In dat België is geen plaats voor splitsingen op taalbasis, omdat élke mens gelijk is, te beginnen met onze eigen landgenoten. Wij wensen bovendien nogmaals openlijk te herhalen wat de anderen niet durven, namelijk dat wij als énige partij in België het Vlaams Belang bestrijden over de héle lijn: namelijk in haar racisme én in haar separatisme. Wij zijn een nationale partij die niet de minste noodzaak heeft om zoals alle andere taalpartijen (de "Vlaamse" op kop) het Vlaams Belang en haar eisen achterna te hollen.
Belgische eenheid is de enige remedie tegen extremisme.
Bruno Yammine
Na de ramp in Azië wordt overal ter wereld hulp verzameld voor de slachtoffers. De Verenigde Staten geven 350 miljoen dollar, Nederland 27 miljoen euro, de Belgische federale regering zo'n 20 miljoen euro, de Waalse regeringen 1,1 miljoen euro en de Vlaamse 0,5 miljoen. Plus een paar medische teams en B-FAST natuurlijk, en laten we dat al niet vergeten: van geld overleeft men daar op dit moment niet, geld kan men niet eten.
B.U.B. roept dringend de partijen en politici op om eens wat dieper in de buidel te tasten. Wij komen in ons land niets tekort, wij verdoen onze tijd met kibbelen over communautaire muggen, maar aan de andere kant van de wereld is een hoeveelheid mensen ter grootte van half België dakloos het nieuwe jaar ingegaan. We mogen aannemen dat het aantal rechtstreekd en onrechtstreeks geaffecteerde mensen, ook in het nu economisch lamgeslagen binnenland, het bevolkingsaantal van de gehele Benelux benadert.
B.U.B. geeft bij deze het goede voorbeeld: in het nieuwe jaar worden onze lidgelden gestort, en de lidgelden van al wie tot 15 januari lid wordt van B.U.B., zullen integraal op rekeningnummer 000-0000012-12 worden gestort, het fonds van de hulporganisaties van ons land.
Aan alle partijen een oproep om te volgen: wij, zonder miljoenensubsidies van de staat, met een lege partijkas na een jaar met verkiezingen, zullen onze eerste nieuwe binnengekomen gelden geven aan het goede doel. VLD-VIVANT, CD&V-N-VA, SP.A-SPIRIT, GROEN!, VB, PS, CDh, MR, FDF, ECOLO, wie kan uw miljoenensubsidies, wie kan dat geld van de belastingbetaler het best gebruiken: de mensen in Azië, of de ego's van uw mandatarissen op grote affiches bij de volgende verkiezingen?
Minister Bourgeois neemt een (lovenswaardig, als het goed is moet het ook gezegd worden) initiatief tot "Vlaamse" actie met de "Vlaamse" media. Verder dan Nederlandstalige bodem gaat het echter niet - jammer dat de ideologie een barrière moet blijven. Waarom worden de Franstalige en Duitstalige media niet mee betrokken in de hulpactie? Ook zij storten immers op 000-0000012-12 . VRT en RTBF organiseren dit jaar samen Eurosong for Kids, dus het is niet eens moeilijk, de contacten en afspraken zijn er al. Meer zelfs: waarom niet de BBC eens contacteren? Een Europese actie proberen te coördineren? Samenwerking over de landsgrenzen heen is nu eens meer dan gepast, en ook dit is (weer het voorbeeld van Eurosong) niet de eerste keer. Trouwens: door 1 show van 1,5 miljoen in plaats van 2 shows van elk 1 miljoen te organiseren, kan men nog eens 0,5 miljoen uitsparen en schenken.
Een ramp van deze omvang zet aan tot een beetje realisme en bezinning: wij leven in enorme luxe in een van de welvarendste landen ter wereld. Toch wensen bepaalde mensen, bepaalde partijen het kapot te maken. In plaats van subsidies te aanvaarden van een land dat men ten gronde wilt richten, zouden de partijen er eens goed aan doen om ze aan te wenden om een geruineerd gebied van duizenden kilometers hertekende kustlijn, terug opnieuw op te bouwen.
Wie volgt?
Joachim Ganseman